Zoekresultaat: 16 artikelen

x
Artikel

Access_open Professioneel ethiekonderwijs voor de ­aankomend overheidsjurist

Special issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, april 2021
Trefwoorden beroepsethiek, overheidsjuristen, onderwijs
Auteurs Peter van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De beroepsethiek van overheidsjuristen wordt traditioneel gericht op het functioneren als poortwachter van de rechtsstaat. Zij ontlenen hun beroepsethisch normenkader aan bovenliggende normen van democratie en rechtsstaat. Beroepsdilemma’s komen daarbij voort uit zich voordoende spanning tussen ambtelijke en juridische verantwoordelijkheden, bijvoorbeeld die tussen loyaliteit aan de politieke leiding versus het bevorderen van proportionaliteit van bevoegdheden (case Tijdelijke wet maatregelen covid-19) en die van handhaving (case kinderopvangtoeslagen). In de praktijk van de overheidsjurist is de beroepsethiek het resultaat van het omgaan met genoemde dilemma’s. Deze contextuele beroepsethiek van onderop wijkt af van de aan de rechtstaat ontleende beroepsethiek van bovenaf. Er zijn de nodige argumenten om het professionele (universitaire) ethiekonderwijs voor aankomend overheidsjuristen te richten op een normatieve oriëntatie van onderop. Het bevordert realisme, waakzaamheid voor tegenkrachten en rolvastheid. In het ethiekonderwijs voor aankomend overheidsjuristen zou dan een empirische en op verantwoording gerichte attitude centraal moeten staan.


Peter van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Artikel

Pro-cycling’s doping pentiti

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2020
Trefwoorden doping, cycling, cultural criminology, crime facilitative system, organisational crime
Auteurs Dr. mr. Roland Moerland en Giulio Soana
SamenvattingAuteursinformatie

    Throughout the last decade several cyclists have published memoirs in which they account for their doping use. In previous literature such autobiographical accounts have been characterized as attempts of fallen sports stars to sanitize their spoiled public image. In contrast, the analysis in this article will show that the accounts are of relevance when it comes to understanding the problem of doping in professional cycling. Their accounts break the omertà regarding doping, providing insights about the motivation and opportunity structures behind doping and how such structures are endemic to the system of professional cycling.


Dr. mr. Roland Moerland
Dr. mr. Roland Moerland is universitair docent criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Maastricht.

Giulio Soana
Giulio Soana is afgestudeerd Master Forensica, Criminologie en Rechtspleging, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Maastricht.
Artikel

Top-down and out?

Reassessing the labelling approach in the light of corporate deviance

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2019
Trefwoorden labelling, corporate crime, moral entrepreneurs, peer group, late modernity
Auteurs Anna Merz M.A.
SamenvattingAuteursinformatie

    Multi-national corporations are increasingly facing attention and disapproval by different actors, including authorities, public and (non-) commercial organizations. Digital globalization and especially social media as a low-cost, highly interactive and multidirectional platform shape a unique context for this rising attention. In the literature, much attention has been devoted to top-down approaches and strategies that corporations use to avoid stigmatization and sanctioning of their behaviour. Reactions to corporate harm are, however, seldom researched from a labelling perspective. As a result, corporations are not considered as objects towards whom labelling is targeted but rather as actors who hamper such processes and who, as moral entrepreneurs, influence which behaviour is labelled deviant. Based on theoretical analysis of literature and case studies, this article will discuss how the process of labelling has changed in light of the digitalized, late-modern society and consequently, how the process should be revisited to be applicable for corporate deviance. Given a diversification of moral entrepreneurs and increasingly dependency of labelling and meaning-making on the online sphere, two new forms of labelling are introduced that specifically target institutions; that is bottom-up and horizontal labelling.


Anna Merz M.A.
Anna Merz is promovendus aan de Sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Het Huis voor Klokkenluiders in een internationaal perspectief

Een kwalitatief vergelijkend onderzoek naar instellingen voor klokkenluidersbescherming

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Klokkenluiden, Meldregeling, Advies en psychosociale ondersteuning, Onderzoek naar misstanden, Integriteitsbeleid en -management
Auteurs Dr. K.M. Loyens en Dr. W. Vandekerckhove
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt hoe het Huis voor Klokkenluiders zich verhoudt tot gelijkaardige instellingen in tien andere landen, gebaseerd op 21 interviews en de analyse van beleidsdocumenten en onderzoeksrapporten. Het onderzoek laat zien dat deze buitenlandse instellingen ook vaak door de overheid gefinancierd zijn, maar enkel gericht op klokkenluiders in de publieke sector. Onderzoek naar misstanden en benadeling van klokkenluiders wordt vaak door afzonderlijke instellingen gedaan om belangenverstrengeling te voorkomen, terwijl het Huis beide taken combineert. Verder valt op dat naast Nederland weinig landen overheidsfinanciering voorzien voor psychosociale hulp aan klokkenluiders. Advies en preventie zijn wel belangrijk in de meeste landen.


Dr. K.M. Loyens
Dr. K.M. Loyens is universitair docent bij het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap, Universiteit Utrecht.

Dr. W. Vandekerckhove
Dr. W. Vandekerckhove is werkzaam bij de Work and Employment Relations Unit (WERU), University of Greenwich.
Case Reports

2018/9 Uber’s work status appeal rejected (UK)

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Miscellaneous, Employment status
Auteurs Laetitia Cooke
SamenvattingAuteursinformatie

    Following an appeal by Uber against an employment tribunal (ET) finding last year, which was featured in EELC 2017/10, that its drivers are ‘workers’ and not self-employed contractors (reported in EELC 2017-1), the Employment Appeal Tribunal (EAT) has now upheld the ET’s original decision. The EAT rejected Uber’s arguments that it was merely a technology platform, as well as its statement that it did not provide transportation services. This decision is important as it means that Uber drivers are entitled to certain rights under UK law, such as the right to holiday pay, to the national minimum wage (NMW) and protection against detrimental treatment for ‘blowing the whistle’ against malpractice. Uber has approximately 40,000 drivers (and about 3.5 million users of its mobile phone application in London alone) and so this decision has potentially significant financial consequences for the company.


Laetitia Cooke
Laetitia Cooke is an Associate at Lewis Silkin LLP.
ECtHR Court Watch

ECtHR 27 February 2018, application no. 1085/10, Unfair dismissal, Freedom of expression

Guja – v – The Republic of Moldova (No. 2), Moldavian case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Unfair dismissal, Freedom of expression
Samenvatting

    Dismissal after re-instatement of employment following an ECtHR judgment found an infringement of freedom of speech.

    The Czech Supreme Court has given guidance on the limits to employees’ free speech. Employees must not engage in any conduct, even outside working hours, that could actually or potentially damage their employer’s business. Any criticism of an employer must be based on facts and not be misleading or defamatory. Inappropriate or unjustified criticism may lead to immediate termination of employment.


Anna Diblíková
Anna Diblíková is an attorney at Noerr in Prague, www.noerr.com.
Case Reports

2017/10 Uber drivers found to be workers (UK)

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Employment Tribunal
Auteurs Bethan Carney
SamenvattingAuteursinformatie

    In a much publicised case, Uber drivers have won a first instance employment tribunal finding that they are ‘workers’ and not self-employed contractors. This decision means that they are entitled to basic protections, such as the national minimum wage, paid holiday (under the Working Time Directive) and protection against detriment for ‘blowing the whistle’ on wrong doing. The decision could have substantial financial consequences for Uber, which has around 40,000 drivers in the UK but Uber has already confirmed that it will appeal the decision, so we are unlikely to have a final determination on this question for some time.


Bethan Carney
Bethan Carney is a lawyer at Lewis Silkin LLP: www.lewissilkin.com.

    In one of the first high-profile cases under the Protected Disclosures Act 2014 (i.e. whistleblowing legislation), two employees have successfully secured an injunction in the Circuit Court which prevents their dismissal.


Lucy O’Neill
Lucy O’Neill is an associate at Mason Hayes & Curan, www.MHC.ie.
Casus

Politiek primaat achter een juridisch schild

Een kanttekening bij de verantwoordelijkheidsverdeling tussen Kamerleden en wetgevingsjuristen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Rechtsstaat, Rol van de wetgevingsjurist, Terrorismebestrijding
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. Van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt een door het Kamerlid Zijlstra ingediende motie, waarin hij oproept om juristen de opdracht te geven positief te adviseren over veiligheidsmaatregelen vanwege (dreigend) terrorisme. De wetgevingsjurist dient zich niet af te vragen of iets mogelijk is, maar te zorgen dat het mogelijk is. De auteur bespreekt welke juridische argumentaties er zijn om veiligheidsoverwegingen boven juridische overwegingen te laten gaan. Wel is het de vraag of het van een wetgevingsjurist kan worden verwacht dat hij zelf een afweging tussen veiligheidsoverwegingen en juridische overwegingen maakt. In feite maakt hij dan niet alleen een juridische afweging, maar ook een beleidsmatige afweging. De vraag is waarom wetgevingsjuristen zich kennelijk gedwongen voelen zich in dergelijke bochten te wringen. Het feit dat de Tweede Kamer zich weinig actief bemoeit met het waarborgen van rechtsstatelijke normen kan daar mede aan ten grondslag liggen. In die zin verbergen Kamerleden zich achter het schild van het juridisch advies.


Mr. dr. P.J.P.M. Van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en is voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Artikel

De bescherming van klokkenluiders: recente lessen uit Australië

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 7 2013
Trefwoorden whistleblower protection, Australian legislation, human rights, anti-retaliation model, public sector integrity
Auteurs A.J. Brown
SamenvattingAuteursinformatie

    This article seeks to aid understanding of the ways in which different policy purposes, approaches and legal options can be combined in the design of better legislation, using Australia’s recently passed Public Interest Disclosure Act 2013. It provides a guide to key elements of the new legislation, as an example of legislative development taking place over a long period, informed by different trends. In particular, it is one of the first national laws to seek to integrate divergent approaches to the ‘anti-retaliation’ model of whistleblower protection, including its place in the employment law system, it sets new standards for the role of ‘public whistleblowing’ in such a regime, and provides new responses on basic questions of coverage, including which individuals are able to gain the benefit of the legislation. This provides lessons as to how different legal approaches might be better integrated, in pursuit of a clearer understanding of the interface between whistleblowing and other integrity reforms.


A.J. Brown
Prof. A.J. Brown is hoogleraar Public Policy and Law bij het Centre for Governance & Public Policy van de Griffith University in Australië. E-mail: A.J.Brown@griffith.edu.au.
Artikel

Over motieven voor het melden van misstanden

Een kwalitatief onderzoek binnen het Belgische federale politiekorps

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 7 2013
Trefwoorden Belgian federal police, organizational misbehavior, internal reporting behavior, internal reporting motives, grid-group cultural theory
Auteurs K. Loyens
SamenvattingAuteursinformatie

    Whistleblowing research should more explicitly focus on underlying motives for the decision to report on organizational misbehavior. Arguably, these motives are connected to the factors that can explain the decision whether or not to blow the whistle. Reporting for egoistic reasons can probably be explained by other factors than reporting for altruistic reasons. This article aims to enrich the whistleblowing literature by proposing grid-group cultural theory as an alternative approach. This theoretical framework could provide more insight into reporting decisions by identifying various motives for such decisions and linking them with elements in the organizational culture that could explain them. As an illustration, the theory is applied in an ethnographic study in two investigative teams of the Belgian federal police. More research is, however, needed to fine-tune the conceptual framework and to test the preliminary findings of this empirical study.


K. Loyens
Dr. Kim Loyens is universitair docent Criminologie aan de Universiteit Utrecht en plaatsvervangend docent Criminologie aan de KU Leuven.
Artikel

De clementiethriller als nieuw filmgenre

Het gebruik van gedramatiseerde voorlichtingsfilms in het toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden clementiethriller, voorlichtingsfilm, film, voorlichting, media
Auteurs Dr. Judith van Erp
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de nieuwste ontwikkelingen in het gebruik van media door toezichthouders is het produceren van gedramatiseerde films, om ondernemers voor te lichten over het toezicht en af te schrikken. Met name in het mededingingstoezicht hebben mededingingsautoriteiten in verschillende landen realistische ‘docudrama’s’ geproduceerd waarin fictieve kartels worden ontmaskerd en bestraft. In deze bijdrage bespreek ik de vier belangrijkste ‘clementiefilms’ van dit moment: ‘Clementie in kartelzaken’ van de Nederlandse Mededingingsautoriteit; de ‘Competition Compliance film’ van de Britse Office of Fair Trading; het Australische ‘The Marker’ van de ACCC; en de Zweedse film ‘Be the first to tell – a film about leniency’. Hoewel de verhaallijnen in de films overeenkomsten vertonen, hebben ze inhoudelijk verschillende boodschappen. In deze bijdrage wordt een vergelijking gemaakt van de vorm en inhoud van deze films, en worden ze afgezet tegen inzichten uit sociaalwetenschappelijk onderzoek naar de achtergrond van mededingingsovertredingen om een indruk te geven van de mogelijke bijdrage van deze films aan de naleving.


Dr. Judith van Erp
Dr. J.G. van Erp is universitair hoofddocent criminologie aan de Erasmus School of Law.
Artikel

Klokkenluiden en veiligheid

De wegen die werknemers bewandelen bij verschillende typen misstanden op het werk

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2012
Trefwoorden whistle-blowing, safety, employee, report, wrongdoing
Auteurs Doris van van Dijk, Marijke Malsch, Gezinus Wolters e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands whistle-blowing regulations are still unbalanced and ineffective in the protection of whistle-blowers and the prevention of misconduct at work. This article focuses on the question how whistle-blowing behaviour is influenced by the type and severity of the wrongdoing. The study also examines to whom employees would report (internally and/or externally), if they would report anonymously, and why they would do that or not. As far as the authors know, this is one of the first studies on whistle-blowing behaviour that systematically investigates the characteristics of the wrongdoing by using vignettes. In a two by two design, two kinds of wrongdoing (safety problem or embezzlement) at two levels of severity are plotted against each other. When confronted with severe wrongdoing, respondents intend to blow the whistle more often (externally) than with mild wrongdoing. Of the four cases, the difference between mild and severe embezzlement is most pronounced. Internally, a difference is found between the vignettes in reporting anonymously. Most respondents prefer to report to their direct supervisor, especially when a mild safety problem occurs. With severe embezzlement however, respondents prefer to report to a confidential adviser within the company. Outside the company, reporting to one’s trade union is most popular. Nearly all respondents would only report externally after an internal report has not yielded any results, or they would not report outside the company at all. They often argue that it is an internal problem and that the company could be harmed if the wrongdoing would be disclosed. This argument is used in all vignettes. Anonymity is still considered important by the majority of the respondents. It is recommended in this article that policymakers specify whistle-blowing regulations that are adaptable to the specific characteristics of the wrongdoing and the reporting employee(s).


Doris van van Dijk
Mr. D. (Doris) van Dijk MSc is junior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR). E-mail: dorisvandijk@zonnet.nl

Marijke Malsch
Mr. dr. Marijke Malsch is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Haarlem en in het Hof Den Bosch. E-mail: mmalsch@nscr.nl

Gezinus Wolters
Dr. Gezinus Wolters is universitair hoofddocent cognitieve psychologie aan de Universiteit Leiden.

Wim Huisman
Prof. mr. dr. Wim Huisman is hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. E-mail: w.huisman@vu.nl
Jurisprudentie

Vrijheid van meningsuiting op de werkplek in twee maten en gewichten: de werknemer mag blaffen, de ‘watchdog’ wordt gemuilkorfd

EHRM 21 juli 2011, Application nr. 28274/08 (Heinisch/Duitsland) en EHRM 12 september 2011, Application nr. 28955/06, 28957/06, 28959/06 en 28964/06 (Palomo Sanchez e.a./Spanje)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden klokkenluiders, vrijheid van meningsuiting op de werkplek, private en publieke sector, vakverenigingsvrijheid, EVRM
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens de zomermaanden oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over twee verzoekschriften waarin de vrijheid van meningsuiting van werknemers centraal stond. De eerste zaak (Heinisch/ Duitsland) betrof naar de woorden van het Hof een zaak van whistle-blowing (klokkenluiders). Een werkneemster maakte van haar vrijheid van meningsuiting gebruik om extern wantoestanden in de onderneming aan te klagen die een kwestie van algemeen belang raken. In de tweede zaak (Sanchez e.a./Spanje) onderzocht een Grote Kamer het ontslag op staande voet van enkele vakbondsleden wegens een naar de mening van de werkgever diffamerende cartoon in een interne vakbondspublicatie. Deze cartoon hield verband met een juridisch geschil tussen de vakbond en de werkgever dat in de Spaanse rechtbanken werd uitgevochten. In deze zaak wordt ook aan de vakverenigingsvrijheid getoetst. Een onderliggende vergelijking van beide zaken laat toe te appreciëren of werknemers in de uitoefening van een vertegenwoordigend mandaat dat zij van aangesloten vakbondsleden hebben gekregen, over een grotere dan wel een kleinere expressievrijheid beschikken dan geïsoleerde werknemers die ‘onrecht’ aanklagen. De relevantie van de aard van de ondernemingsactiviteit (publieke of private sector) en de arbeidsverhouding (ambtenaar/contractueel) wordt bekeken. Na een afzonderlijke analyse van beide zaken, een beschouwing over de tussenkomst van de vakbond in de zaak Heinisch en een beschouwing over de formele methodologie van het Hof worden beide arresten vanuit enkele kernvragen rond expressievrijheid op de werkplek op een meer vergelijkende wijze beschouwd.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is als hoogleraar verbonden aan onderzoekscentrum Crides Jean Renauld van de Université catholique de Louvain.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.