Zoekresultaat: 41 artikelen

x
Artikel

Het wagonstelsel terug van niet-weggeweest.

Over de rechtskeuze ex nunc en de Nederlandse gemeenschap van goederen

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 8 2019
Trefwoorden Huwelijkse voorwaarden
Auteurs Mr. G.A. Tuinstra

Mr. G.A. Tuinstra
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2018
Auteurs Mr. E.M.A. van Amersfoort
Auteursinformatie

Mr. E.M.A. van Amersfoort
Mw. mr. E.M.A. van Amersfoort is als docent en promovenda verbonden aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en werkzaam als kandidaat-notaris bij Blankhart & Bronkhorst Netwerk Notarissen, aangesloten bij Netwerk Notarissen.

Mr. G.A. Tuinstra
Artikel

Het fideicommis en fictieve erfbelastingrechtelijke verkrijgingen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden fideicommis, fictieve verkrijging, Successiewet, rente
Auteurs Mr. dr. R.E. Brinkman
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel beschrijft de auteur hoe een fideicommissaire verkrijging zich verhoudt tot fictieve verkrijgingen in de Successiewet.


Mr. dr. R.E. Brinkman
Mr. dr. R.E. Brinkman is notaris te Hardenberg, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Artikel

Welke gemeenschap van goederen bedoelt u eigenlijk?

Over boedelmenging in het nieuwe huwelijksvermogensrecht

Tijdschrift AdvoTip, Aflevering 15 2017
Auteurs Mr. G.A. Tuinstra

Mr. G.A. Tuinstra
Artikel

De afwikkeling/vereffening van een fideicommissaire nalatenschap na de vervulling van de voorwaarde

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden afwikkeling, vereffening, tweetrapsnalatenschap, fideicommis
Auteurs Mr. dr. R.E. Brinkman
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op de afwikkeling en vereffening van de fideicommissaire (of tweetraps)nalatenschap. Als de bezwaarde komt te overlijden, moet zijn eigen nalatenschap en die van de insteller worden afgewikkeld/vereffend. Voor de vraag wie welke nalatenschap afwikkelt of vereffent en wie in welke nalatenschap een vereffenaar kan laten benoemen, moet scherp onderscheid worden gemaakt tussen de beide nalatenschappen. Voor elke nalatenschap geldt een eigen regime, ook al zijn de nalatenschappen wellicht met elkaar verweven.


Mr. dr. R.E. Brinkman
Mr. dr. R.E. Brinkman is notaris te Hardenberg, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2016
Auteurs Mr. E.M.A. van Amersfoort

Mr. E.M.A. van Amersfoort
Artikel

Vaart de notaris tuchtrechtelijk op het kompas van de verkopende executeur? In het algemeen wel, nu niet!

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden verkoopbevoegdheid executeur, notarieel tuchtrecht, afwikkelingsbewind, schulden van de nalatenschap
Auteurs Prof. mr. dr. B.M.E.M. Schols
SamenvattingAuteursinformatie

    De aanleiding voor deze bijdrage is het arrest van Hof Amsterdam van 22 december 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:5551, waarin de notariële tuchtrechter moest oordelen over de rol van de notaris bij de verkoop van een landgoed door een beheersexecuteur. Bijzondere omstandigheden in de casus zijn onder meer dat er géén schulden van de nalatenschap waren en dat de koopovereenkomst op een notariskantoor werd gesloten.
    De notaris dient volgens het hof te onderzoeken of tegeldemaking nodig is voor de betaling van de schulden van de nalatenschap. De auteur concludeert dat de notaris civielrechtelijk en tuchtrechtelijk niet te benijden is in dezen. De erflater doet er in ieder geval goed aan om ter uitbreiding van de beschikkingsbevoegdheid van de executeur een afwikkelingsbewind in te stellen.


Prof. mr. dr. B.M.E.M. Schols
Prof. mr. dr. B.M.E.M. Schols is als hoogleraar verbonden aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en is tevens vennoot bij ScholsBurgerhartSchols.

    Dit is een verslag van het symposium over de knelpunten van de invoering van de beperkte gemeenschap van goederen, dat op 22 mei 2015 aan de Universiteit Utrecht werd gehouden. Het wetsvoorstel houdt - kort samengevat - in, dat voorhuwelijks vermogen, erfenissen en giften niet langer in de huwelijksgoederengemeenschap vallen. Op dit symposium werd het wetsvoorstel besproken en de daarop gerichte kritiek samengevat in 4 knelpunten. Ook werd het wetsvoorstel in internationaal perspectief geplaatst door sprekers uit Duitsland, Zweden en België. In internationaal opzicht is de algehele gemeenschap uniek en zowel in binnen- als buitenland wordt zij als ouderwets beschouwd.
    Als probleem van het voorgestelde stelsel wordt ervaren dat men tijdens het huwelijk geen administratie bijhoudt en dat dat bij de afwikkeling na ontbinding problemen gaat opleveren. Echter, het huidige bewijsvermoeden, zoals dat is neergelegd in art. 1:94 lid 6 BW, blijft van kracht in het wetsvoorstel. De zaaksvervangingsregel van 1:95 lid 1 BW wordt ook gehandhaafd. Besproken is de Belgische oplossing voor mogelijke problemen, inhoudende dat een goed dat voor meer dan de helft van de prijs uit eigen vermogen is gefinancierd alleen dan buiten de gemeenschap valt als partijen dat verklaren bij notariële akte.
    Het wetsvoorstel geeft een regeling om de echtgenoot mee te laten profiteren van het ondernemingsvermogen dat de ander buiten de gemeenschap opbouwt. De moeilijkheid hierbij is hoe de vergoeding jegens de niet-werkende echtgenoot berekend moet worden. Ten slotte is in het nieuwe wetsvoorstel geprobeerd tegemoet te komen aan het probleem dat een echtgenoot geconfronteerd wordt met schuldeisers van de andere echtgenoot. Om dit te bereiken zijn art. 1:96 BW en art. 61 Fw gewijzigd met als gevolg dat de positie van de schuldeiser tot normale proporties wordt teruggebracht.
    Een grote meerderheid van de aanwezigen bleek positief te zijn over het nieuwe wetsvoorstel: ongeveer 90 procent was voor invoering in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
    This is a conference report on a symposium held at the University of Utrecht on the 22nd of May on the legislative proposal for the introduction of a limited community of property in the Netherlands. The legislative proposal entails – in a nutshell – that pre-matrimonial property, inheritances and gifts no longer form a part of the community of property. During this symposium, the legislative proposal was discussed and the critique was summarized into four key issues. The legislative proposal was also placed in an international perspective by speakers from Germany, Sweden and Belgium. In the international perspective the Dutch community of property regime is unique and it is regarded as outdated in both the Netherlands and abroad. In the proposed new regime it is considered that spouses do not keep an administration of their assets during their marriage, which can cause problems after dissolution of the community. However, the rebuttal presumption of Article 1:94 para. 6 Dutch Civil Code, is upheld in the new proposal. The current rule of substitution as stated in Article 1:95 Dutch Civil Code is also maintained. The Belgian solutions to possible difficulties is discussed, in which property is only excluded from the community of property when more than half of the price has been financed by personal assets and this is declared in a notarial deed.Furthermore, the legislative proposal allows the non-working spouse to share in the profits of the business assets acquired by the work of the other spouse which are built up outside the community. The remaining difficulty is how the reimbursement claim should be calculated. Lastly, the legislative proposal attempts to prevent a spouse from being confronted by creditors of the other spouse. In order to achieve this, Article 1:96 Dutch Civil Code and Art. 61 Insolvency Law are amended in such a way that the position of the creditor is brought back tonormal proportions.A great majority of those present appeared to be positive about the legislative proposal; 90 percent voted in favour of incorporating it into Book 1 of the Dutch Civil Code.


Bas Legger
Bas Legger is student Notarial and Civil Law at the University of Groningen.

Tiddo Bos
Tiddo Bos is research master student Notarial and Civil Law at the University of Groningen.
Artikel

Toerekening van giften door een in de wettelijke gemeenschap van goederen gehuwde schenker

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden giften, huwelijksvermogensrecht, legitieme portie, inbreng van giften, schenk- en erfbelasting
Auteurs Mr. J.L.D.J. Maasland
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 21 oktober 2014 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een arrest gewezen over de toerekening van giften, die worden gedaan door een schenker die in de wettelijke gemeenschap van goederen is gehuwd. In deze bijdrage bespreekt de auteur het arrest en de implicaties hiervan voor de toerekening van giften in het kader van de legitieme portie en inbreng in de nalatenschap. Ook bespreekt de auteur de fiscale behandeling van giften die worden gedaan door een schenker die in de wettelijke gemeenschap van goederen is gehuwd.


Mr. J.L.D.J. Maasland
Mr. J.L.D.J. Maasland is partner bij Bluelyn te Rotterdam en universitair gastdocent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

Een lijdensweg die nog niet geëindigd is

Hof Den Haag 28 oktober 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:3858

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden wettelijke verdeling, langstlevende echtgenoot, wilsrechten
Auteurs Prof. mr. E.A.A. Luijten en Prof. mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitsluiting van twee wilsrechten die niet toepasselijk zijn, betekent volgens het Hof Den Haag niet dat het de bedoeling van de testateur was de twee wel toepasselijke wilsrechten uit te sluiten. Artikel 4:21 BW wordt geacht te zijn uitgesloten, artikel 4:22 BW wordt geacht niet te zijn uitgesloten. De auteurs zijn hier niet enthousiast over.


Prof. mr. E.A.A. Luijten
Prof. mr. E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. mr. W.R. Meijer
Prof. mr. W.R. Meijer is hoogleraar Privaatrecht aan de Open Universiteit Nederland te Heerlen.
Artikel

Bijstand als schadepost

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Participatiewet, WWB, bijstandsuitkering, letselschade, schadevergoeding
Auteurs Mr. A.S. Oude Hergelink en Mr. dr. M.F. Vermaat
SamenvattingAuteursinformatie

    Schadevergoedingen en de bijstandswet vormen geen gelukkig paar. Immers, voordat iemand een beroep op de bijstand zoals geregeld in de Participatiewet kan doen, moet er geen sprake meer zijn van vermogen boven de vrijlatingsgrens. Waarom schade vergoeden als de gemeente vervolgens de bijstand beëindigt? In deze bijdrage wordt aan de hand van wetgeving, gemeentelijke regelgeving en jurisprudentie besproken wat de gevolgen voor het recht op bijstand (kunnen) zijn wanneer een bijstandsgerechtigde een letselschadevergoeding ontvangt. Op 16 april 2014 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant geoordeeld dat indien het onderhavige letselschadeslachtoffer haar aanspraak op een bijstandsuitkering (deels) zou verliezen, dat aangemerkt diende te worden als schade en die schade voor vergoeding door de aansprakelijke partij in aanmerking komt. Deze uitspraak werpt een nieuw licht op de problematiek.


Mr. A.S. Oude Hergelink
Mr. A.S. Oude Hergelink is advocaat bij Beer advocaten te Amsterdam.

Mr. dr. M.F. Vermaat
Mr. dr. M.F. Vermaat is advocaat bij Van der Woude de Graaf Advocaten te Amsterdam.

    In deze bijdrage bespreekt de auteur of hypotheekhouders op basis van artikel 3:229 BW aanspraak kunnen maken op vergoedingsvorderingen ter zake van voortijdige beëindiging van de huurovereenkomst.


Mr. N. Sipkens
Mr. N. Sipkens is advocaat bij Loyens & Loeff.
Artikel

De ontaarde hereditatis petitio

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2013
Trefwoorden hereditatis petitio, revindicatie, verkrijgende verjaring, zaaksvervanging, gerechtelijke vaststelling vaderschap
Auteurs Mr. P.C. van Es
SamenvattingAuteursinformatie

    De vordering waarmee een erfgenaam de afgifte van de nalatenschap kan vorderen (de hereditatis petitio), is met de invoering van het nieuwe erfrecht wezenlijk van karakter veranderd. De hereditatis petitio, zoals deze is neergelegd in artikel 4:183 BW, vormt een mengeling van de revindicatie (art. 5:2 BW) en de hereditatis petitio zoals wij die onder het oude recht kenden (art. 881 BW (oud)). Dit heeft tot gevolg dat de eiser niet altijd meer kan volstaan met het bewijs van zijn erfgenaamschap, maar dat hij onder omstandigheden – afhankelijk van het verweer van de gedaagde – ook zijn eigendomsrecht moet bewijzen. Voorts betekent het dat ook goederen die op het moment van overlijden van de erflater niet meer in diens macht waren (zoals van hem gestolen goederen) met de hereditatis petitio kunnen worden opgeëist. Dit kan de termijn waarbinnen een dief op grond van artikel 3:105 lid 1 BW eigenaar wordt, aanzienlijk verlengen. Zaaksvervanging ten aanzien van de met de hereditatis petitio op te eisen goederen van de nalatenschap vindt alleen in verbintenisrechtelijke zin plaats. Voor een vervreemd goed van de nalatenschap komt een persoonlijke aanspraak tot vergoeding van het door de pseudo-erfgenaam genoten voordeel in de plaats.


Mr. P.C. van Es
Mr. P.C. van Es is universitair hoofddocent notarieel recht aan de Universiteit Leiden.


Artikel

Mijn en dijn in het huwelijk

Een Europese oplossing ook voor Nederland?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Europees eenvormig huwelijksvermogensrecht, internationaal huwelijksvermogens- en erfrecht, rechtsvergelijkend huwelijksvermogens- en erfrecht
Auteurs Prof. mr. A.L.G.A. Stille
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 februari 2010 is tussen de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek een overeenkomst gesloten, waarin aan (aanstaande) gehuwden de mogelijkheid wordt geboden om het keuzestelsel van de Wahl-Zugewinngemeinschaft of de régime matrimonial optionnel de la participation aux acquêts als huwelijksvermogensstelsel te kiezen. In dit opstel wordt dit nieuwe stelsel inhoudelijk besproken. Ook de ermee verbonden erfrechtelijke regelingen naar Duits, Frans en Nederlands recht komen kort aan de orde. De auteur stelt dat dit stelsel mogelijk in de plaats van het huidige Nederlandse stelsel van de wettelijke gemeenschap van goederen kan komen en doet suggesties voor nader onderzoek.


Prof. mr. A.L.G.A. Stille
A.L.G.A. Stille was verbonden aan de Universiteit van Amsterdam (zie noot 1), alwaar hij bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid nog steeds gastvrijheid geniet; hij was voorts directeur van de Stichting Internationaal Juridisch Instituut te ’s-Gravenhage en vicepresident van het gerechtshof te ’s-Gravenhage; thans is hij in dat hof raadsheer.
Artikel

Goederenrechtelijke zekerheidsrechten bij onroerendgoedtransacties: biedt de kwaliteitsrekening rechts(on)zekerheid?

HR 14 januari 2011, LJN BN7887, RvdW 2011, 131 (Butterman q.q./Rabobank)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden verrekening, kwaliteitsrekening, pandrecht op vorderingen
Auteurs Mr. M.A.E.C. van Haren
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Butterman q.q./Rabobank-arrest heeft de Hoge Raad zich uitgesproken over de invloed van de kwaliteitsrekening van de notaris op goederenrechtelijke zekerheden in onroerendgoedtransacties. In deze bijdrage wordt ingegaan op de gevolgen van deze uitspraak voor de verrekeningsmogelijkheid van de bank.


Mr. M.A.E.C. van Haren
Mr. M.A.E.C. van Haren is bedrijfsjuriste bij ING.
Artikel

Welke redelijkheid? Verplicht kiezen tussen uitleg en beperking

Bespreking van HR 21 januari 2011, NJ 2011, 176 m.nt. MMM, LJN BO5203

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden redelijkheid en billijkheid, uitleg, beperkende werking, ambtshalve aanvulling
Auteurs Mr. drs. A.W. van der Veen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad dwong in het besproken arrest een keuze tussen redelijke uitleg en beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid af. De verhouding tussen beide werd nader onderzocht, mede in het licht van de klassieker Rederij Koppe. Onderscheid blijft noodzakelijk: zowel toetsingsmaatstaven als de mogelijkheden voor de rechter verschillen.


Mr. drs. A.W. van der Veen
Mr. drs. A.W. van der Veen is advocaat bij Houthoff Buruma te Den Haag.
Artikel

Access_open Een gesloten systeem van originaire verkrijging?

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 1 2011
Trefwoorden originaire verkrijging, gesloten stelsel, rechtsverkrijging
Auteurs Mw. mr. J.B. Spath
SamenvattingAuteursinformatie

    Originaire verkrijgingen kennen veel verschillende verschijningsvormen. Desondanks blijkt niet elke (feitelijke) verandering van zaken van een passende juridische oplossing te kunnen worden voorzien door toepassing van de erkende vormen. Dit roept de vraag op of sprake is van een gesloten stelsel van originaire verkrijgingen of dat een meer open wettelijk stelsel kan worden onderscheiden dat zich leent voor aanvulling. Door middel van een rechtsvergelijkende benadering wordt in de bijdrage naar een antwoord op de vraag gezocht.


Mw. mr. J.B. Spath
Mw. mr. J.B. Spath is universitair docent aan de Radboud Universiteit Nijmegen en onderzoeker bij het Onderzoekscentrum Onderneming & Recht.
Artikel

Zaaksvervanging

Proefschrift van mr. J.B. Spath

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden zaaksvervanging, surrogaat, goederenrecht, originaire verkrijging, ongegronde verkrijging
Auteurs Mr. A. Hammerstein
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van het proefschrift van mr. J.B. Spath.


Mr. A. Hammerstein
Mr. A. Hammerstein is raadsheer bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Toont 1 - 20 van 41 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.