Zoekresultaat: 22 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x Jaar 2009 x
Jurisprudentie

De groepsrentebox: verduidelijking van staatssteuncriteria gewenst en gekregen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2009
Trefwoorden groepsrentebox, groepsvenootschappen, selectiviteitsbegrip, fiscale autonomie lidstaten
Auteurs Prof. mr. dr. R.H.C. Luja
SamenvattingAuteursinformatie

    In de groepsrenteboxbeschikking heeft de Commissie zich uitgesproken over fiscale dispariteiten en de toerekening daarvan in het kader van staatssteun. Daarnaast heeft zij getracht helderheid te verschaffen over de vraag of voordelen die beperkt zijn tot ondernemingen die deel uit moeten maken van een groep per definitie selectief zijn. In deze bijdrage worden beide onderwerpen nader besproken.


Prof. mr. dr. R.H.C. Luja
Prof. mr. dr. R.H.C. Luja is hoogleraar rechtsvergelijkend belastingrecht aan de Universiteit Maastricht en verbonden aan Loyens & Loeff N.V.
Jurisprudentie

Het beoogd toekomstig mededingingsrechtelijk kader voor de motorvoertuigensector

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2009
Trefwoorden Verordening 1400/2002, verticale overeenkomsten, groepsvrijstelling, motorvoertuigen
Auteurs Mr. M. Kuijper
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese Commissie heeft onlangs een mededeling gepubliceerd met een voorstel voor het toekomstig mededingingsrechtelijk kader voor de motorvoertuigensector. In het voorstel geeft de Commissie aan de in de sector gehanteerde verticale overeenkomsten niet meer te onderwerpen aan een sectorspecifieke groepsvrijstelling, maar de algemene groepsvrijstellingsverordening voor verticale overeenkomsten van toepassing te verklaren (aangevuld met sectorspecifieke richtsnoeren). Als het voorstel wordt doorgezet veranderen er wellicht een aantal kenmerkende factoren van het mededingingsrechtelijk kader die door de huidige sectorspecifieke Groepsvrijstellingsverordening 1400/2002 in het leven zijn geroepen. Dit wordt in dit artikel kort toegelicht.


Mr. M. Kuijper
Mr. M. Kuijper is advocaat bij Boekel De Nerée N.V.
Jurisprudentie

Infopaq: het werkbegrip geharmoniseerd?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2009
Trefwoorden auteursrechtelijke bescherming, werkbegrip, (gedeeltelijke) reproductie, harmonisatie
Auteurs Mr. H.M.H. Speyart
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 16 juli 2009 in de zaak Infopaq moest het Hof van Justitie het begrip ‘gedeeltelijke reproductie’ uitleggen, zoals dat wordt gebruikt in de Richtlijn auteursrecht in de informatiemaatschappij.1x Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, Pb. EG 2001 L 167, p. 10, ‘Richtlijn’. Het heeft daarbij in één moeite door ook het auteursrechtelijk werkbegrip uitgelegd, terwijl veel IE-beoefenaars ervan uitgingen dat dit begrip niet geharmoniseerd was. In deze bijdrage wordt ingegaan op de vraag of het werkbegrip inderdaad als geharmoniseerd moet worden beschouwd en worden de door het Hof gegeven interpretaties afgezet tegen de bestaande Nederlandse auteursrechtelijke rechtspraak.

Noten

  • 1 Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, Pb. EG 2001 L 167, p. 10, ‘Richtlijn’.


Mr. H.M.H. Speyart
Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.
Artikel

Vijf keer televisie, films en boeken – het cultuurbelang in het Gemeenschapsrecht anno 2009

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8-9 2009
Trefwoorden cultuurbelang, must-carry, pluriformiteit, prejudiciële uitspraken
Auteurs Mr. H.S.J. Albers
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden vijf arresten uit de periode van december 2007 tot april 2009 besproken. Deze vijf arresten hebben gemeen dat zij alle betrekking hebben op het nationale cultuurbeleid en de bescherming van de taal en de pluriformiteit. Uit de analyse van de vijf besproken arresten blijkt dat het inroepen van het cultuurbelang in het Gemeenschaprecht anno 2008/2009 in principe niet leidt tot een alternatieve toepassing van het Gemeenschapsrecht. Slechts met betrekking tot gerechtvaardigde culturele, taal- of pluriformiteitsgerelateerde eisen die een ‘inherent’ bevoordelend effect hebben, zoals een taaleis ter bescherming van de nationale of officiële taal, of de plicht lokaal nieuws te brengen ter bescherming van de pluriformiteit, wordt een bijzondere positie geaccepteerd. In dergelijke gevallen is immers onvermijdelijk dat marktdeelnemers die in de betreffende lidstaat zijn gevestigd gemakkelijker aan de gestelde eisen kunnen voldoen dan marktdeelnemers die daarbuiten zijn gevestigd.


Mr. H.S.J. Albers
Mr. H.S.J. Albers is advocaat bij Houthoff Buruma, Brussel.
Jurisprudentie

Het arrest VTB-VAB NV tegen Total Belgium NV & Galatea BVBA tegen Sanoma Magazines Belgium NV

Het Belgische verbod op ‘koppelverkoop’ definitief van de baan

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2009
Trefwoorden handelspraktijk, gezamenlijk aanbod, volledige harmonisatie, Zwarte Lijst, Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken
Auteurs Mr. drs. S. Parlak
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest VTB-VAB tegen Total en BVBA tegen Sanoma heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken aldus dient te worden uitgelegd dat deze zich verzet tegen een nationale regeling zoals die aan de orde is in de hoofdgedingen die, behoudens bepaalde uitzonderingen, elk ‘gezamenlijk aanbod’ van een verkoper aan een consument verbiedt, ongeacht de specifieke omstandigheden van het concrete geval.


Mr. drs. S. Parlak
Mr. drs. S. Parlak (Suleyman) is doctoraatsbursaal (fulltime promovendus) aan de Katholieke Universiteit Leuven.
Artikel

Next Generation Networks: Elektronische communicatieregelgeving uitgedaagd

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2009
Trefwoorden next generation access, elektronische communicatie, BEREC, Universele dienstverlening, roaming
Auteurs Mr. G.P. van Duijvenvoorde en Mr. M.A. Prinsen Geerligs
SamenvattingAuteursinformatie

    Een volgende generatie netwerken, zoals de glasvezelnetwerken, dient zich aan om de traditionele koperen telefoonnetwerken te vervangen. Het regelgevend kader zal enerzijds de vereiste investeringen moeten aanmoedigen en anderzijds het niveau van concurrentie moeten vasthouden of verhogen.Naar verwachting wordt dit jaar een herzien Europees regelgevingskader voor elektronische communicatie aangenomen. Tevens is op 1 juli 2009 de Europese Verordening voor roaming op mobiele netwerken binnen de Europese Unie gewijzigd. Ondertussen wordt in Nederland werk gemaakt van de implementatie van een nieuwe ronde marktanalysebesluiten van de toezichthouder OPTA, gebaseerd op een herziene Aanbeveling Relevante Markten van de Europese Commissie.Reden genoeg voor een overzicht van deze recente ontwikkelingen. We hanteren zoveel mogelijk een chronologische volgorde. Dat betekent dat eerst de herziene Aanbeveling Relevante Markten en de nieuwe marktanalysebesluiten van OPTA aan bod komen. Vervolgens bespreken we de herziene Roaming Verordening. Daarna volgt een beschrijving van het nieuwe Europese kader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten, waarbij de belangrijkste onderwerpen kort inhoudelijk worden besproken.


Mr. G.P. van Duijvenvoorde
Mr. G.P. van Duijvenvoorde is werkzaam bij KPN en is tevens gastdocent bij elaw@leiden, Universiteit Leiden.

Mr. M.A. Prinsen Geerligs
Mr. M.A. Prinsen Geerligs is werkzaam bij KPN.
Jurisprudentie

T-Mobile Netherlands: het Hof schenkt klare wijn over de uitleg van een doelbeperking bij een economische benadering

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2009
Trefwoorden doelbeperking, economische benadering, ervaringsregel, onderling afgestemde feitelijke gedraging, causaliteitsvermoeden
Auteurs Mr. drs. E.M.H. Loozen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof heeft in zijn uitspraak in T-Mobile Netherlands uiteengezet aan welke voorwaarden moet worden voldaan opdat in het geval van een onderling afgestemde feitelijke gedraging een doelbeperking is aangetoond zoals bedoeld in artikel 81, eerste lid, EG-Verdrag. Hierna volgt eerst een korte weergave van de standpunten die de betrokken instanties hadden ingenomen in de aanloop naar de prejudiciële procedure. Daarna worden de antwoorden van het Hof behandeld. Die antwoorden worden vervolgens langs de economische meetlat gelegd.


Mr. drs. E.M.H. Loozen
Mr. drs. E.M.H. Loozen is docent bij het International and European Law Masters Programme van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Het Schultz-Hoff-arrest: het verplicht opnemen van vakantiedagen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2009
Trefwoorden Schultz-Hoff, vakantie, verval, anti-oppotbeding, recuperatie
Auteurs Mr. J.W. Ponds
Samenvatting

    Een kleine drie jaren na het befaamde FNV-arrest heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna: ‘het Hof van Justitie’) op 20 januari 2009 opnieuw een arrest gewezen over het recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon dat op grond van artikel 7 van de Arbeidstijdenrichtlijn aan alle werknemers dient te worden toegekend. Op het eerste gezicht lijkt dit arrest vooral van belang voor vraagstukken over de verhouding tussen ziekteverlof en vakantierechten. Minstens zo interessant is echter dat het Hof van Justitie in algemene zin aanvaardt dat in een nationale regeling kan worden bepaald dat het recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon na afloop van een bepaalde periode vervalt. Uitzonderingen daargelaten, waaronder langdurige arbeidsongeschiktheid, kan – en misschien wel moet – dus het ontstaan van verlofstuwmeren tegengegaan worden.


Mr. J.W. Ponds
Artikel

De richtsnoeren handhavingsprioriteiten artikel 82 EG-Verdrag

Het voorbeeld van een reis die boeiender was dan de eindbestemming

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2009
Trefwoorden misbruik van machtspositie, richtsnoeren 82, handhavingsprioriteiten Commissie, uitsluitingsgedrag, effects-based approach
Auteurs Mr. O. Brouwer en mr. M. Knapen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 2 december 2008 publiceerde de Commissie haar Richtsnoeren betreffende de handhavingsprioriteiten bij de toepassing van artikel 82 EG-Verdrag op uitsluitingsgedrag (hierna: Richtsnoeren).Artikel 82 EG-Verdrag bevat een verbod op misbruik van machtspositie. Onder dit verbod valt uitbuitingsgedrag door een dominante onderneming, zoals het hanteren van buitensporig hoge prijzen, en uitsluitingsgedrag waarmee een dominante onderneming concurrenten op een mededingingsverstorende wijze uitsluit van de markt. De Richtsnoeren gaan in op deze laatste categorie van misbruik en geven inzicht in de handhavingsprioriteiten die de leidraad zullen vormen voor het optreden van de Commissie op basis van artikel 82 EG-Verdrag.In een eerdere bijdrage in NTER is ingegaan op het consultatiedocument van de Commissie van 2005 over de toepassing van artikel 82 EG-Verdrag op onrechtmatig uitsluitingsgedrag door ondernemingen met een machtspositie (hierna: Consultatiedocument) en de achtergrond van de herziening van artikel 82 EG-Verdrag. Deze bijdrage behandelt een aantal kernpunten van de Richtsnoeren en plaatst een aantal kanttekeningen.


Mr. O. Brouwer
Mr. O. Brouwer is advocaaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.

mr. M. Knapen
Mr. M. Knapen is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.
Jurisprudentie

Hartlauer: reguleren van zorgverlening begrensd

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2009
Trefwoorden vrij verkeer, recht van vestiging, reguleren zorgmarkt, geschikheid en proportionaliteit, diensten van algemeen economisch belang (daeb)
Auteurs Mr. Y.A. Maasdam en Mr. dr. J.J.M. Sluijs
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie EG heeft in het voorjaar een belangwekkende uitspraak gedaan, die meer inzicht geeft in de Europeesrechtelijke grenzen van het op nationaal niveau reguleren van het verlenen van zorg. Eerdere rechtspraak van het Hof had vooral betrekking op de regulering van de inkoop c.q. het verzekeren van zorg, en daarmee op de mobiliteit van patiënten en slechts indirect op het verlenen van zorg. Met deze eerste uitspraak over de aanbodzijde van de zorgmarkt is de cirkel rond. De mogelijkheden van zorgregulering zijn niet onbegrensd, maar Europa laat wel een grote mate van vrijheid aan de lidstaten om hun volksgezondheidstelsel naar eigen inzichten in te richten.


Mr. Y.A. Maasdam
Mr. Y.A. Maasdam is advocaat bij Maasdam Mededingingsadvocaten in Rijswijk.

Mr. dr. J.J.M. Sluijs
Mr. dr. J.J.M. Sluijs is advocaat bij GMW Advocaten in Den Haag.
Artikel

Gelijke passagiersrechten voor alle vervoerswijzen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2009
Trefwoorden pssagiersrechten, bsverordening, scheepsverordening, passagiersvervoer, buspassagier
Auteurs Mr. E.L. Speijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Na de uitbreiding en versterking van de rechten van vliegtuig- en treinpassagiers zullen ook de rechten van passagiers van schepen, autobussen en touringcars beter worden beschermd. De Europese Commissie heeft hiertoe in het najaar van 2008 twee voorstellen ingediend die voorzien in strengere regels en compensatie in geval van annulering en vertraging, bijstand aan personen met een beperkte mobiliteit en vergoedingen bij ongelukken. Met deze aan de luchtvaartverordening ontleende voorstellen worden de in de luchtvaartsector geldende passagiersrechten uitgebreid tot de andere vervoerssectoren. Het is echter de vraag of de doelstelling van Commissie, namelijk gelijke passagiersrechten voor alle vervoerswijzen, zal worden bereikt.


Mr. E.L. Speijer
Mr. E.L. Speijer is per 1 september 2009 werkzaam als advocaat-stagiair bij De Brauw.

Mr. F.G. Wilman
Mr. F.G. Wilman is advocaat bij Houthoff Buruma in Brussel. De auteur dankt zijn kantoorgenoten prof. mr. J.M. Hebly en mr. G. van der Wal voor hun opmerkingen bij eerdere versies van dit artikel.

Mr. T.B. Bruyninckx
Mr. T.B. Bruyninckx is advocaat bij kantoor Altius aan de balie te Brussel.

Mr. W.W. Geursen
Mr. W.W. Geursen is promovendus aan de Vrije Universiteit, Amsterdam.

Mr. O.L. van Daalen
De auteurs zijn advocaat te Amsterdam bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.

mr. M.F. van Wissen

Mr. H.J. van Harten
Mr. H.J. van Harten is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit van Amsterdam.

mr. M. Maassen
Mr. M. Maassen is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

Dr. B. Baarsma
Dr. Barbara Baarsma is directeur SEO Economisch Onderzoek

drs. J. Poort
Drs. Joost Poort is hoofd cluster Mededinging en Regulering, SEO Economisch Onderzoek. Graag bedanken we Weijer VerLoren van Themaat voor zijn kritische blik op een eerdere versie van dit artikel.

Mr. M.C. van Heezik
Mr. M.C. van Heezik is advocaat bij Houthoff Buruma N.V. De auteur dankt mr. I.W. VerLoren van Themaat en mr. A. Gerbrandy voor hun commentaar op het concept.

F.M. Fleurke
F.M. Fleurke is promovendus bij het Centrum voor Milieurecht van de Universiteit van Amsterdam.


Mr. J.C.M. van der Beek
Mr. J.C.M. van der Beek is advocaat en partner bij Kennedy Van der Laan
Toont 1 - 20 van 22 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.