Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 39 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht x
Artikel

Een generieke strafbaarstelling van nieuwe psychoactieve stoffen in de Opiumwet: einde van een wapenwedloop in zicht?

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden lijst IA Opiumwet, nieuwe psychoactieve stoffen (NPS), generieke wetgeving, legaliteitsbeginsel
Auteurs Prof. mr. T. (Tom) Blom
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt onderzocht wat de effecten zijn van de invoering van een generieke strafbaarstelling van stofgroepen waarmee (nieuwe) psychoactieve middelen kunnen worden gemaakt. Deze generieke strafbaarstelling is een belangrijke wijziging in ons bestaande systeem van strafbaarstellingen en wordt verondersteld een belangrijk instrument te zijn om de georganiseerde misdaad te bestrijden. Belangrijker is echter dat hiermee ook een wetgevingsgat wordt gedicht dat was ontstaan door het oordeel van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat de productie en handel in NPS’en niet langer mogen worden bestreden als overtreding van de Geneesmiddelenwet. De generieke strafbaarstelling is niet in strijd met het legaliteitsbeginsel, maar zorgt er wel voor dat ook stoffen die niet schadelijk zijn voor de volksgezondheid en mogelijk zelfs geen psychoactief effect hebben onder de Opiumwet komen te vallen. De vraag is hoe de rechtspraktijk in de toekomst met dergelijke verweren zal (moeten) omgaan.


Prof. mr. T. (Tom) Blom
Prof. mr. T. (Tom) Blom is hoogleraar Straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit van Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger in het gerechtshof Amsterdam.

    Op 29 juni 2021 veroordeelde de rechtbank Den Haag een Nederlandse vrouw, die vanuit Nederland op sociale media materiaal van IS had gedeeld en uit Syrië afkomstige video’s waarop schendingen van het humanitair oorlogsrecht te zien waren had becommentarieerd, voor onder meer deelname aan een criminele organisatie en het oorlogsmisdrijf van aanranding van de persoonlijke waardigheid. Dit artikel gaat in op de voornoemde aspecten van de uitspraak en bespreekt de interactie tussen het humanitair oorlogsrecht en het strafrecht, specifiek ten aanzien van het geografische, temporele en persoonlijke toepassingsbereik van het humanitair oorlogsrecht.


Prof. mr. dr. M.C. (Marten) Zwanenburg
Prof. mr. dr. M.C. Zwanenburg is hoogleraar militair recht aan de Faculteit Militaire Wetenschappen van de Nederlandse Defensie Academie.

Mr. R.J. (Roger) Bartels
Mr. R.J. Bartels is legal officer in de Chambers van het Internationaal Strafhof en tijdelijk verbonden aan de Nederlandse Defensie Academie als universitair docent.
Artikel

Access_open De regeling van de schriftelijke wilsverklaring euthanasie in artikel 2 lid 2 Wtl

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden euthanasie, schriftelijke wilsverklaring, gevorderde dementie, zorgvuldigheidseisen
Auteurs Mr. dr. L. (Liselotte) Postma
SamenvattingAuteursinformatie

    Een arts kan op grond van artikel 2 lid 2 Wtl euthanasie toepassen bij een inmiddels wilsonbekwame patiënt op basis van een schriftelijke wilsverklaring. In deze bijdrage staat de regeling van de schriftelijke wilsverklaring centraal. Aan de hand van de ontstaansgeschiedenis van de regeling en de huidige stand van zaken met betrekking tot euthanasie op basis van een schriftelijke wilsverklaring, verdedigt de auteur het standpunt dat de huidige wettelijke modaliteit van regeling van de schriftelijke wilsverklaring niet houdbaar is. De bijdrage sluit af met de noodzaak tot wijziging van de regeling naar een adequate(re) modaliteit en een concreet voorstel daartoe.


Mr. dr. L. (Liselotte) Postma
Mr. dr. L. (Liselotte) Postma is universitair docent strafrecht en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Ondergronds bankieren; stand van de rechtspraak

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden witwassen, ondergronds bankieren, hawala, bankieren zonder vergunning, facilitator
Auteurs Mr. D.J. (Dorine) Stahlie en mr. L.M. (Lisette) de Zeeuw
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage bespreekt hoe ondergronds bankieren via de witwasbepalingen kan worden aangepakt. Hoe wordt in de rechtspraak invulling gegeven aan het juridisch kader nu ondergronds bankieren zowel met crimineel als legaal geld kan plaatsvinden? Daarnaast wordt aandacht besteed aan de mogelijkheden om ondergronds bankieren via de Wft, de Wwft en fiscale bepalingen aan te pakken.


Mr. D.J. (Dorine) Stahlie
Mr. D.J. Stahlie is coördinator kennis & expertise bij het Anti Money Laundering Centre.

mr. L.M. (Lisette) de Zeeuw
Mr. L.M. de Zeeuw is beleidsmedewerker witwassen bij het Functioneel Parket van het openbaar ministerie.
Artikel

De betekenis van het dossier J.A. Poch voor het Nederlandse strafrecht

Over de vervolging van internationale misdrijven, de nationaliteitsexceptie, het legaliteitsbeginsel en de verkapte uitlevering

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden rechtshulp, uitlevering, foltering, nationaliteitsexceptie, legaliteitsbeginsel
Auteurs Mr. dr. N. (Klaas) Rozemond en Prof. mr. dr. H.G. (Harmen) van der Wilt
SamenvattingAuteursinformatie

    De Commissie Dossier J.A. Poch is tot de conclusie gekomen dat Nederland niet onrechtmatig heeft gehandeld in de zaak van Julio Poch, die werd verdacht van betrokkenheid bij de doodsvluchten onder de militaire dictatuur in Argentinië. In het rapport van de commissie wordt echter een aantal juridische kwesties niet of slechts zeer summier besproken. Dit artikel bespreekt daarom uitgebreid de nationaliteitsexceptie, het Nederlandse legaliteitsbeginsel, artikel 7 EVRM en de verkapte uitlevering. De conclusie van het artikel is dat Nederland de zaak van Poch in 2009 had moeten voorleggen aan de uitleveringsrechter die alle relevante juridische kwesties had moeten beoordelen.


Mr. dr. N. (Klaas) Rozemond
Mr. dr. N. Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht Vrije aan de Universiteit Amsterdam.

Prof. mr. dr. H.G. (Harmen) van der Wilt
Prof. mr. dr. H.G. van der Wilt is hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Access_open Pleidooi voor de terugdringing van de korte gevangenisstraf

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden korte gevangenisstraf, (herstelgerichte) taakstraf, (herstelgerichte) thuisdetentie, elektronische detentie, herstelrecht
Auteurs Prof. mr. J.A.A.C. (Jacques) Claessen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een pleidooi voor de terugdringing van de korte gevangenisstraf. De positieve effecten van deze straf wegen namelijk niet op tegen de negatieve effecten ervan. Daarom wordt gepleit voor een ruimere inzet van de herstelgerichte taakstraf en de invoering van herstelgerichte thuisdetentie. Uit onderzoek blijkt dat de recidive na een taakstraf of thuisdetentie significant lager ligt dan na een korte gevangenisstraf. Bovendien dient vanuit herstelrechtelijk perspectief de nadruk te liggen op actieve verantwoordelijkheid en omgekeerde vergelding: de dader dient iets goed te maken richting slachtoffer en gemeenschap en dat doet hij niet door in de cel te zitten.


Prof. mr. J.A.A.C. (Jacques) Claessen
Prof. mr. J.A.A.C. Claessen is bijzonder hoogleraar herstelrecht en universitair hoofddocent strafrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht. Daarnaast is hij rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Limburg.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2021/47

HR 16 april 2021, 19/05890, ECLI:NL:HR:2021:593

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Artikel

Lost in translation? Remedies voor schendingen van het slachtofferrecht op vertolking en vertaling naar Nederlands en Europees recht

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden slachtofferrechten, remedies, vertolking en vertaling, Slachtofferrichtlijn, recht op een effectieve remedie
Auteurs G.M. (Max) de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In de rechtspraktijk komen regelmatig schendingen van slachtofferrechten voor. Een vraag is welke remedies slachtoffers (zouden moeten) kunnen aanwenden tegen schendingen van hun rechten. In deze bijdrage bespreekt de auteur de remedies voor schendingen van het slachtofferrecht op vertolking en vertaling van artikel 51c lid 5 en artikel 51ca Sv. Er wordt betoogd dat de naar Nederlands recht beschikbare remedies niet voldoen aan het Europees recht, te weten het recht op een remedie van artikel 7 lid 7 Slachtofferrichtlijn en het recht op een effectieve remedie van artikel 47 Handvest.


G.M. (Max) de Vries
Max de Vries volgt de Master Rechtswetenschappelijk Onderzoek en de Master Nederlands Recht, specialisatie strafrecht, beide aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De effectiviteit van de medeplichtigheidshandelingen bij internationale misdrijven – de zaken Van Anraat en Kouwenhoven

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden medeplichtigheid, internationale misdrijven, internationaal strafrecht, Van Anraat, Kouwenhoven
Auteurs Prof. mr. G.K. (Göran) Sluiter
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij medeplichtigheid is naar Nederlands recht vereist dat de verleende bijstand enig effect op het gronddelict heeft gehad. Deze bijdrage onderzoekt of bij internationale misdrijven, die zich kenmerken door grootschaligheid en bijzondere ernst, dit effectiviteitsvereiste een andere, meer gevaarzettende, invulling zou moeten krijgen. De zaken Van Anraat en Kouwenhoven, waarin het ging om medeplichtigheid door het leveren van (grondstoffen voor) wapens in langdurige en complexe conflicten, bieden voldoende aanknopingspunten voor zo’n invulling. De bijdrage geeft een kader op grond waarvan de rechter een subjectievere invulling van het effectiviteitsvereiste bij internationale misdrijven zou kunnen rechtvaardigen.


Prof. mr. G.K. (Göran) Sluiter
Prof. mr. G.K. Sluiter is hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam, hoogleraar strafrecht aan de Open Universiteit en advocaat bij Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers.
Artikel

Access_open Het fenomeen ‘pedojagen’: toepassingsbereik van artikel 359a Sv, bezien in het licht van een mogelijke strafzaak tegen de (vermeende) pedoseksueel

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden pedojagen/pedojagers, (evidente) pedoseksueel, (normering) burgeropsporing, (buitensporig) optreden, aanvulling/nuancering artikel 359a Sv
Auteurs Mr. J.D. (Jessica) Schmahl en Mr. L.W. (Lune) Verbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Pedojagen’ is een groeiend fenomeen, zo blijkt uit recente incidenten. Strafvorderlijke autoriteiten dragen uit dat zij door pedojagers ontmaskerde vermeende pedoseksuelen niet zullen vervolgen. Het is de vraag of dit standpunt in de praktijk ook wordt nageleefd en of naleving altijd wenselijk is. De auteurs beargumenteren dat het OM tot vervolging moet kunnen overgaan wanneer door pedojagers een ‘evidente pedoseksueel’ wordt ontmaskerd. Onderzocht is welke ruimte het klassieke beoordelingskader van artikel 359a Sv (genuanceerd in HR 1 december 2020) aan de rechter biedt, dan wel zou moeten bieden, om consequenties te verbinden aan buitensporig optreden door pedojagers jegens de beschuldigde pedoseksueel.


Mr. J.D. (Jessica) Schmahl
Mr. J.D. Schmahl is als docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Mr. L.W. (Lune) Verbeek
Mr. L.W. Verbeek is als docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De black box van de WETS

Gebrek aan transparantie en rechtsbescherming in de procedure van strafoverdracht

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden WETS, strafoverdracht, rechtshulp, wederzijdse erkenning, Handvest
Auteurs Mr. F.T.C. (Frederieke) Dölle en Mr. T. (Tom) de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage bespreekt de erkenning en tenuitvoerlegging van in andere EU-lidstaten opgelegde vrijheidsbenemende sancties in Nederland. De EU-lidstaten wilden door middel van kaderbesluiten de stroperige traditionele rechtshulp efficiënter maken. Nederland heeft aan deze wens gehoor gegeven bij de totstandkoming van de WETS. De WETS kent een belangrijke rol toe aan het hof Arnhem-Leeuwarden, dat de minister adviseert over de toelaatbaarheid van de strafoverdracht. De veroordeelde is niet bij deze procedure betrokken. De auteurs concluderen dat deze procedure op gespannen voet staat met het Unierecht en aanpassing verdient.


Mr. F.T.C. (Frederieke) Dölle
Mr. F.T.C. Dölle is advocaat bij Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers.

Mr. T. (Tom) de Boer
Mr. T. de Boer is advocaat bij Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers.
Artikel

Niet gelijktijdig (consecutief) vervolgen binnen hetzelfde feitencomplex

De gevolgen van het niet gelijktijdig vervolgen, meer specifiek in het geval van artikel 140 Sr

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden criminele organisatie, artikel 140 Sr, vervolgingsbeslissing, ne bis in idem-beginsel, beginselen van een behoorlijke procesorde
Auteurs Mr. dr. A.N. (André) Kesteloo
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de onderzoeken 13Biscoe en 13Quebec en de daaruit voortkomende uitspraken van de rechtbank Amsterdam worden in deze bijdrage de mogelijke gevolgen beschreven van het niet gelijktijdig vervolgen voor eerst overige gepleegde misdrijven en later voor artikel 140 Sr of andersom, terwijl de misdrijven en artikel 140 Sr wel gaan over hetzelfde feitencomplex. De auteur besteedt hierbij bijzondere aandacht aan de beginselen van een behoorlijke procesorde.


Mr. dr. A.N. (André) Kesteloo
Mr. dr. A.N. Kesteloo is juridisch onderzoeker en auteur.
Van de redactie

Access_open Keskin en het onderbouwen van verzoeken tot het horen van getuigen: een presumptie van verdedigingsbelang

“Uitspraak EHRM: Hoge Raad zal jurisprudentie t.a.v. het horen van getuigen à charge moeten aanpassen!”

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Artikel

De bedreigde getuige en artikel 226a Sv: knelpunten uit de praktijk

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden getuige, bedreigde getuige, anonieme getuige, artikel 226a Sv
Auteurs Mr. R. (Robin) Cozijnsen en Mr. dr. W.N. (Ward) Ferdinandusse
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt de wettelijke regeling omtrent de bedreigde getuige nader bezien. Na een korte omschrijving van de totstandkoming en de inhoud van de wettelijke regeling (art. 226a-226f Sv), wordt uitgebreid ingegaan op verschillende vragen en knelpunten die in de praktijk naar voren komen. Achtereenvolgens worden de volgende onderwerpen besproken: de wettelijke plicht om verdachte vooraf op de vordering te horen, de bedreigde getuige in een zaak van een NN-verdachte en in zaken met meerdere verdachten, de praktische (on)uitvoerbaarheid van het waarborgen van anonimiteit en ten slotte het toetsingskader dat wordt gehanteerd bij een appel tegen een statusverlening.


Mr. R. (Robin) Cozijnsen
Mr. R. Cozijnsen is wetenschappelijk medewerker bij het landelijk parket van het openbaar ministerie.

Mr. dr. W.N. (Ward) Ferdinandusse
Mr. dr. W.N. Ferdinandusse is officier van justitie bij het landelijk parket van het openbaar ministerie.
Artikel

Access_open Kroniek jeugdstraf(proces)recht: the good, the bad & the ugly

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden jeugdstrafrecht, jeugdstrafprocesrecht, IVRK, rechtsbijstand, tenuitvoerlegging
Auteurs Mr. drs. M. (Marije) Jeltes
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de belangrijkste ontwikkelingen vanaf juni 2019 met betrekking tot het jeugdstraf(proces)recht uit de doeken gedaan. Zo worden de wijziging van het Wetboek van Strafvordering na implementatie van Richtlijn 2016/800/EU en de Wet USB besproken. Daarnaast zal inzicht worden gegeven in beleid over onder meer DNA-afname, verblijf in politiecellen en de reprimande. Ook een nieuw General Comment van het VN-Kinderrechtencomité en een mondiaal onderzoek naar vrijheidsbeneming komen aan de orde. Vervolgens worden wetsvoorstellen besproken, gevolgd door een korte reflectie op deze ontwikkelingen in het licht van het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind.


Mr. drs. M. (Marije) Jeltes
Mr. drs. Marije Jeltes is docent en onderzoeker bij de afdeling Jeugdrecht van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Daarvoor was zij 13 jaar werkzaam als (jeugd)strafrechtadvocaat. Zij is tevens (kinder)rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Amsterdam en rechtbank Rotterdam en lid van de afdeling Advisering van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ).
Artikel

Advocaten die vragen, worden door de rechter-commissaris overgeslagen

Over wie een getuige à decharge het eerst mag verhoren

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden getuigen, ondervragen, rechter-commissaris, advocaat, volgorde vragen
Auteurs Mr. R. (Rick) van Leusden en Mr. B.J. (Ben) Polman
SamenvattingAuteursinformatie

    Ter terechtzitting is de regel dat een toegewezen getuige die door de verdediging, à decharge, is opgeroepen en niet eerder is gehoord, door de verdediging wordt ondervraagd. Dat betekent dat zij ter terechtzitting met voorrang boven de andere procespartijen begint ‘haar’ getuige te ondervragen, zij de volgorde van de vragen bepaalt en ook vrij is te kiezen om vragen niet te stellen. Die regel zou ook moeten gelden voor getuigenverhoren bij de rechter-commissaris en wettelijk moeten worden verankerd. In de praktijk vist de verdediging in laatstgenoemde verhoren namelijk nog te vaak achter het net. Advocaten die vragen, worden door de rechter-commissaris overgeslagen.


Mr. R. (Rick) van Leusden
Mr. R. van Leusden is als advocaat werkzaam bij Cleerdin en Hamer Advocaten te Amsterdam.

Mr. B.J. (Ben) Polman
Mr. B.J. Polman is als advocaat werkzaam bij Cleerdin en Hamer Advocaten te Amsterdam.
Artikel

De ‘Blue Whale Challenge’ en het strafrecht

Een strafrechtelijke analyse van een spel dat automutilatie en zelfmoord promoot, is er noodzaak tot strafrechtelijke heroriëntatie?

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Blue Whale Challenge, aanzetten tot zelfdoding, hulp bij zelfdoding, artikel 294 Sr, zelfmoordspel
Auteurs Mr. S. (Sam) van den Akker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het weerzinwekkende zelfmoordspel de ‘Blue Whale Challenge’ geanalyseerd. De auteur staat in het artikel stil bij de strafbaarstellingen van het aanzetten tot zelfdoding en het bieden van hulp bij zelfdoding, waarna een analyse volgt van de ‘Blue Whale Challenge’ naar Nederlands strafrecht. In deze bijdrage wordt door de auteur gezocht naar andere strafrechtelijke grondslagen om in een vroeg(er) stadium van deze ‘challenge’ in te grijpen. De bijdrage wordt afgesloten met een voorstel voor een nieuwe strafbepaling, mede ingegeven door de positieve verplichtingen van het EVRM.


Mr. S. (Sam) van den Akker
Mr. S. (Sam) van den Akker is strafrechtadvocaat bij Baumgardt Strafcassatie Advocatuur te Rotterdam. Hij behandelt voornamelijk cassatiezaken.
Toont 1 - 20 van 39 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.