Zoekresultaat: 20 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht x Jaar 2021 x
Artikel

Een andere betekenis van het dossier J.A. Poch voor het Nederlandse strafrecht

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden de zaak Poch, uitlevering en kleine rechtshulp, terugwerkende kracht en artikel 7 EVRM respectievelijk 15 IVBPR, vertrouwensbeginsel, verkapte uitlevering
Auteurs Prof. mr. dr. lic. A.J. (Ad) Machielse en Prof. mr. B.E.P. (Egbert) Myjer
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is een reactie op een eerdere publicatie in NTS van de hand van Rozemond en Van der Wilt. Machielse en Myjer schrijven dat Rozemond en Van der Wilt kennelijk geen oog hebben gehad voor de inhoud van de onderzoeksopdracht aan de Commissie Dossier J.A. Poch. De Nederlandse autoriteiten waren in de zaak Poch gebonden aan verdragen, wetgeving, rechtspraak en internationale omgangsvormen. Nederland heeft zich altijd voorstander getoond van internationale samenwerking op het gebied van opsporing en vervolging. Toen Argentinië aan Nederland verzocht rechtshulp te verlenen en inlichtingen te verschaffen nadat tegen Poch verdenking was gerezen van medeplegen van internationale misdrijven heeft Nederland aan dat verzoek gehoor gegeven.


Prof. mr. dr. lic. A.J. (Ad) Machielse
Prof. mr. dr. lic. A.J. (Ad) Machielse was advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden en hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. mr. B.E.P. (Egbert) Myjer
Prof. mr. B.E.P. (Egbert) Myjer was rechter in het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en hoogleraar rechten van de mens aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Een generieke strafbaarstelling van nieuwe psychoactieve stoffen in de Opiumwet: einde van een wapenwedloop in zicht?

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden lijst IA Opiumwet, nieuwe psychoactieve stoffen (NPS), generieke wetgeving, legaliteitsbeginsel
Auteurs Prof. mr. T. (Tom) Blom
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt onderzocht wat de effecten zijn van de invoering van een generieke strafbaarstelling van stofgroepen waarmee (nieuwe) psychoactieve middelen kunnen worden gemaakt. Deze generieke strafbaarstelling is een belangrijke wijziging in ons bestaande systeem van strafbaarstellingen en wordt verondersteld een belangrijk instrument te zijn om de georganiseerde misdaad te bestrijden. Belangrijker is echter dat hiermee ook een wetgevingsgat wordt gedicht dat was ontstaan door het oordeel van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat de productie en handel in NPS’en niet langer mogen worden bestreden als overtreding van de Geneesmiddelenwet. De generieke strafbaarstelling is niet in strijd met het legaliteitsbeginsel, maar zorgt er wel voor dat ook stoffen die niet schadelijk zijn voor de volksgezondheid en mogelijk zelfs geen psychoactief effect hebben onder de Opiumwet komen te vallen. De vraag is hoe de rechtspraktijk in de toekomst met dergelijke verweren zal (moeten) omgaan.


Prof. mr. T. (Tom) Blom
Prof. mr. T. (Tom) Blom is hoogleraar Straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit van Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger in het gerechtshof Amsterdam.
Artikel

Deelneming aan een criminele organisatie en ne bis in idem

De toepasselijkheid van het ne bis in idem-beginsel bij vervolging wegens deelneming aan een criminele organisatie na vervolging wegens een concreet misdrijf en vice versa

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden ne bis in idem, deelneming aan een criminele organisatie, artikel 140 Sr, artikel 68 Sr, beginselen van een behoorlijke procesorde
Auteurs Mr. dr. F.C.W. (Fanny) de Graaf
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de toepassing van het ne bis in idem-beginsel in gevallen waarin de verdachte onder meer wordt verweten te hebben deelgenomen aan een criminele organisatie (art. 140 Sr). Daarbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan twee arresten van de Hoge Raad in zaken waarin het ging om een vervolging wegens deelneming aan een criminele organisatie ná een vervolging wegens een concreet – binnen die organisatie gepleegd – delict en vice versa. Er wordt ingegaan op de vraag op welke wijze kan worden getoetst of het ne bis in idem-beginsel in dergelijke gevallen aan een tweede vervolging in de weg staat, waarbij voornoemde arresten kritisch worden geanalyseerd. De bijzondere structuur van artikel 140 Sr speelt in dit verband een belangrijke rol.


Mr. dr. F.C.W. (Fanny) de Graaf
Mr. dr. F.C.W. (Fanny) de Graaf is wetenschappelijk medewerker bij de Hoge Raad.

    Op 29 juni 2021 veroordeelde de rechtbank Den Haag een Nederlandse vrouw, die vanuit Nederland op sociale media materiaal van IS had gedeeld en uit Syrië afkomstige video’s waarop schendingen van het humanitair oorlogsrecht te zien waren had becommentarieerd, voor onder meer deelname aan een criminele organisatie en het oorlogsmisdrijf van aanranding van de persoonlijke waardigheid. Dit artikel gaat in op de voornoemde aspecten van de uitspraak en bespreekt de interactie tussen het humanitair oorlogsrecht en het strafrecht, specifiek ten aanzien van het geografische, temporele en persoonlijke toepassingsbereik van het humanitair oorlogsrecht.


Prof. mr. dr. M.C. (Marten) Zwanenburg
Prof. mr. dr. M.C. Zwanenburg is hoogleraar militair recht aan de Faculteit Militaire Wetenschappen van de Nederlandse Defensie Academie.

Mr. R.J. (Roger) Bartels
Mr. R.J. Bartels is legal officer in de Chambers van het Internationaal Strafhof en tijdelijk verbonden aan de Nederlandse Defensie Academie als universitair docent.
Artikel

Access_open De regeling van de schriftelijke wilsverklaring euthanasie in artikel 2 lid 2 Wtl

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2021
Trefwoorden euthanasie, schriftelijke wilsverklaring, gevorderde dementie, zorgvuldigheidseisen
Auteurs Mr. dr. L. (Liselotte) Postma
SamenvattingAuteursinformatie

    Een arts kan op grond van artikel 2 lid 2 Wtl euthanasie toepassen bij een inmiddels wilsonbekwame patiënt op basis van een schriftelijke wilsverklaring. In deze bijdrage staat de regeling van de schriftelijke wilsverklaring centraal. Aan de hand van de ontstaansgeschiedenis van de regeling en de huidige stand van zaken met betrekking tot euthanasie op basis van een schriftelijke wilsverklaring, verdedigt de auteur het standpunt dat de huidige wettelijke modaliteit van regeling van de schriftelijke wilsverklaring niet houdbaar is. De bijdrage sluit af met de noodzaak tot wijziging van de regeling naar een adequate(re) modaliteit en een concreet voorstel daartoe.


Mr. dr. L. (Liselotte) Postma
Mr. dr. L. (Liselotte) Postma is universitair docent strafrecht en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Ondergronds bankieren; stand van de rechtspraak

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden witwassen, ondergronds bankieren, hawala, bankieren zonder vergunning, facilitator
Auteurs Mr. D.J. (Dorine) Stahlie en mr. L.M. (Lisette) de Zeeuw
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage bespreekt hoe ondergronds bankieren via de witwasbepalingen kan worden aangepakt. Hoe wordt in de rechtspraak invulling gegeven aan het juridisch kader nu ondergronds bankieren zowel met crimineel als legaal geld kan plaatsvinden? Daarnaast wordt aandacht besteed aan de mogelijkheden om ondergronds bankieren via de Wft, de Wwft en fiscale bepalingen aan te pakken.


Mr. D.J. (Dorine) Stahlie
Mr. D.J. Stahlie is coördinator kennis & expertise bij het Anti Money Laundering Centre.

mr. L.M. (Lisette) de Zeeuw
Mr. L.M. de Zeeuw is beleidsmedewerker witwassen bij het Functioneel Parket van het openbaar ministerie.
Artikel

De betekenis van het dossier J.A. Poch voor het Nederlandse strafrecht

Over de vervolging van internationale misdrijven, de nationaliteitsexceptie, het legaliteitsbeginsel en de verkapte uitlevering

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden rechtshulp, uitlevering, foltering, nationaliteitsexceptie, legaliteitsbeginsel
Auteurs Mr. dr. N. (Klaas) Rozemond en Prof. mr. dr. H.G. (Harmen) van der Wilt
SamenvattingAuteursinformatie

    De Commissie Dossier J.A. Poch is tot de conclusie gekomen dat Nederland niet onrechtmatig heeft gehandeld in de zaak van Julio Poch, die werd verdacht van betrokkenheid bij de doodsvluchten onder de militaire dictatuur in Argentinië. In het rapport van de commissie wordt echter een aantal juridische kwesties niet of slechts zeer summier besproken. Dit artikel bespreekt daarom uitgebreid de nationaliteitsexceptie, het Nederlandse legaliteitsbeginsel, artikel 7 EVRM en de verkapte uitlevering. De conclusie van het artikel is dat Nederland de zaak van Poch in 2009 had moeten voorleggen aan de uitleveringsrechter die alle relevante juridische kwesties had moeten beoordelen.


Mr. dr. N. (Klaas) Rozemond
Mr. dr. N. Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht Vrije aan de Universiteit Amsterdam.

Prof. mr. dr. H.G. (Harmen) van der Wilt
Prof. mr. dr. H.G. van der Wilt is hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Access_open Pleidooi voor de terugdringing van de korte gevangenisstraf

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden korte gevangenisstraf, (herstelgerichte) taakstraf, (herstelgerichte) thuisdetentie, elektronische detentie, herstelrecht
Auteurs Prof. mr. J.A.A.C. (Jacques) Claessen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een pleidooi voor de terugdringing van de korte gevangenisstraf. De positieve effecten van deze straf wegen namelijk niet op tegen de negatieve effecten ervan. Daarom wordt gepleit voor een ruimere inzet van de herstelgerichte taakstraf en de invoering van herstelgerichte thuisdetentie. Uit onderzoek blijkt dat de recidive na een taakstraf of thuisdetentie significant lager ligt dan na een korte gevangenisstraf. Bovendien dient vanuit herstelrechtelijk perspectief de nadruk te liggen op actieve verantwoordelijkheid en omgekeerde vergelding: de dader dient iets goed te maken richting slachtoffer en gemeenschap en dat doet hij niet door in de cel te zitten.


Prof. mr. J.A.A.C. (Jacques) Claessen
Prof. mr. J.A.A.C. Claessen is bijzonder hoogleraar herstelrecht en universitair hoofddocent strafrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht. Daarnaast is hij rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Limburg.
Artikel

Lost in translation? Remedies voor schendingen van het slachtofferrecht op vertolking en vertaling naar Nederlands en Europees recht

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden slachtofferrechten, remedies, vertolking en vertaling, Slachtofferrichtlijn, recht op een effectieve remedie
Auteurs G.M. (Max) de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In de rechtspraktijk komen regelmatig schendingen van slachtofferrechten voor. Een vraag is welke remedies slachtoffers (zouden moeten) kunnen aanwenden tegen schendingen van hun rechten. In deze bijdrage bespreekt de auteur de remedies voor schendingen van het slachtofferrecht op vertolking en vertaling van artikel 51c lid 5 en artikel 51ca Sv. Er wordt betoogd dat de naar Nederlands recht beschikbare remedies niet voldoen aan het Europees recht, te weten het recht op een remedie van artikel 7 lid 7 Slachtofferrichtlijn en het recht op een effectieve remedie van artikel 47 Handvest.


G.M. (Max) de Vries
Max de Vries volgt de Master Rechtswetenschappelijk Onderzoek en de Master Nederlands Recht, specialisatie strafrecht, beide aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De effectiviteit van de medeplichtigheidshandelingen bij internationale misdrijven – de zaken Van Anraat en Kouwenhoven

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden medeplichtigheid, internationale misdrijven, internationaal strafrecht, Van Anraat, Kouwenhoven
Auteurs Prof. mr. G.K. (Göran) Sluiter
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij medeplichtigheid is naar Nederlands recht vereist dat de verleende bijstand enig effect op het gronddelict heeft gehad. Deze bijdrage onderzoekt of bij internationale misdrijven, die zich kenmerken door grootschaligheid en bijzondere ernst, dit effectiviteitsvereiste een andere, meer gevaarzettende, invulling zou moeten krijgen. De zaken Van Anraat en Kouwenhoven, waarin het ging om medeplichtigheid door het leveren van (grondstoffen voor) wapens in langdurige en complexe conflicten, bieden voldoende aanknopingspunten voor zo’n invulling. De bijdrage geeft een kader op grond waarvan de rechter een subjectievere invulling van het effectiviteitsvereiste bij internationale misdrijven zou kunnen rechtvaardigen.


Prof. mr. G.K. (Göran) Sluiter
Prof. mr. G.K. Sluiter is hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam, hoogleraar strafrecht aan de Open Universiteit en advocaat bij Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers.
Artikel

Access_open Het fenomeen ‘pedojagen’: toepassingsbereik van artikel 359a Sv, bezien in het licht van een mogelijke strafzaak tegen de (vermeende) pedoseksueel

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden pedojagen/pedojagers, (evidente) pedoseksueel, (normering) burgeropsporing, (buitensporig) optreden, aanvulling/nuancering artikel 359a Sv
Auteurs Mr. J.D. (Jessica) Schmahl en Mr. L.W. (Lune) Verbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Pedojagen’ is een groeiend fenomeen, zo blijkt uit recente incidenten. Strafvorderlijke autoriteiten dragen uit dat zij door pedojagers ontmaskerde vermeende pedoseksuelen niet zullen vervolgen. Het is de vraag of dit standpunt in de praktijk ook wordt nageleefd en of naleving altijd wenselijk is. De auteurs beargumenteren dat het OM tot vervolging moet kunnen overgaan wanneer door pedojagers een ‘evidente pedoseksueel’ wordt ontmaskerd. Onderzocht is welke ruimte het klassieke beoordelingskader van artikel 359a Sv (genuanceerd in HR 1 december 2020) aan de rechter biedt, dan wel zou moeten bieden, om consequenties te verbinden aan buitensporig optreden door pedojagers jegens de beschuldigde pedoseksueel.


Mr. J.D. (Jessica) Schmahl
Mr. J.D. Schmahl is als docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Mr. L.W. (Lune) Verbeek
Mr. L.W. Verbeek is als docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De black box van de WETS

Gebrek aan transparantie en rechtsbescherming in de procedure van strafoverdracht

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden WETS, strafoverdracht, rechtshulp, wederzijdse erkenning, Handvest
Auteurs Mr. F.T.C. (Frederieke) Dölle en Mr. T. (Tom) de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage bespreekt de erkenning en tenuitvoerlegging van in andere EU-lidstaten opgelegde vrijheidsbenemende sancties in Nederland. De EU-lidstaten wilden door middel van kaderbesluiten de stroperige traditionele rechtshulp efficiënter maken. Nederland heeft aan deze wens gehoor gegeven bij de totstandkoming van de WETS. De WETS kent een belangrijke rol toe aan het hof Arnhem-Leeuwarden, dat de minister adviseert over de toelaatbaarheid van de strafoverdracht. De veroordeelde is niet bij deze procedure betrokken. De auteurs concluderen dat deze procedure op gespannen voet staat met het Unierecht en aanpassing verdient.


Mr. F.T.C. (Frederieke) Dölle
Mr. F.T.C. Dölle is advocaat bij Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers.

Mr. T. (Tom) de Boer
Mr. T. de Boer is advocaat bij Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2021/29

HR 16 februari 2021, 19/02501, ECLI:NL:HR:2021:216

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Artikel

Steekwapens binnen de Wet wapens en munitie

Het voornemen tot een algeheel draagverbod van messen voor minderjarigen bezien na een analyse van de huidige wet.

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden steekwapens, WWM, draagverbod, minderjarigen, messen
Auteurs Mr. J. (Jeroen) Geurts
SamenvattingAuteursinformatie

    Via een brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer lieten ministers Grapperhaus en Dekker weten met een actieplan te komen om het (steek)wapenbezit en -gebruik onder jongeren aan banden te leggen. Als onderdeel van dit plan wordt een algeheel draagverbod van alle messen genoemd. In deze bijdrage wordt beschreven welke voorwerpen onder welke omstandigheden als strafbaar steekwapen onder de WWM vallen. Vervolgens wordt, bezien vanuit de huidige WWM, beschreven waarmee de wetgever rekening moet houden als deze over wil gaan tot een algeheel draagverbod van messen voor minderjarigen.


Mr. J. (Jeroen) Geurts
Mr. J. Geurts is advocaat bij Ausma De Jong Advocaten in Utrecht
Artikel

Niet gelijktijdig (consecutief) vervolgen binnen hetzelfde feitencomplex

De gevolgen van het niet gelijktijdig vervolgen, meer specifiek in het geval van artikel 140 Sr

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden criminele organisatie, artikel 140 Sr, vervolgingsbeslissing, ne bis in idem-beginsel, beginselen van een behoorlijke procesorde
Auteurs Mr. dr. A.N. (André) Kesteloo
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de onderzoeken 13Biscoe en 13Quebec en de daaruit voortkomende uitspraken van de rechtbank Amsterdam worden in deze bijdrage de mogelijke gevolgen beschreven van het niet gelijktijdig vervolgen voor eerst overige gepleegde misdrijven en later voor artikel 140 Sr of andersom, terwijl de misdrijven en artikel 140 Sr wel gaan over hetzelfde feitencomplex. De auteur besteedt hierbij bijzondere aandacht aan de beginselen van een behoorlijke procesorde.


Mr. dr. A.N. (André) Kesteloo
Mr. dr. A.N. Kesteloo is juridisch onderzoeker en auteur.
Artikel

Klachtdelicten: de stand van zaken in de wet en jurisprudentie

Hoe een uitdrukkelijk verzoek om twijfel uit te sluiten een dode letter geworden is

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden klacht, (klacht)termijn, persoonlijke levenssfeer, opportuniteit
Auteurs Mr. P.M. (Maaike) Kampen
SamenvattingAuteursinformatie

    De persoonlijke levenssfeer van een slachtoffer wordt beschermd door het klachtvereiste. De klacht was bedoeld als een uitdrukkelijk verzoek om vervolging. De vraag is hoe het er nu voor staat. In de wet lijkt het onderscheid tussen delicten die wel of geen klacht vereisen willekeurig en deels verouderd geworden. In de rechtspraak wordt behoudens contra-indicaties ruimhartig een bedoeling tot vervolging vastgesteld als de klacht ontbreekt. De wetgever wil de klacht behouden, maar lijkt niet enthousiast deze te eisen bij een nieuwe strafbaarstelling. De conclusie is dat het klachtvereiste ten dode opgeschreven is. Twee mogelijkheden in deze uitzichtloze situatie worden besproken.


Mr. P.M. (Maaike) Kampen
Mr. P.M. Kampen is officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2021/12

HR 8 december 2020, 19/05068, ECLI:NL:HR:2020:1973

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Artikel

Access_open Het opzettelijk in ernstige mate schenden van de verkeersregels

Artikel 5a WVW als effectief wapen tegen de wegpiraat?

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden gevaarlijk rijgedrag, rechtsvergelijking, roekeloosheid, te duchten gevaar, wegpiraat
Auteurs Mr. R. (Rob) ter Haar en Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 5a WVW vult het ‘strafgat’ tussen de artikelen 5 en 6 WVW voor die gevallen waarin ernstig verkeersgevaarlijk gedrag zonder noemenswaardige gevolgen blijft.
    Dit artikel geeft nadere (lees: een meer ruimhartige) invulling aan het begrip roekeloosheid. In deze bijdrage wordt, mede aan de hand van de eerste verschenen jurisprudentie, ingegaan op het voor artikel 5a WVW benodigde ‘in ernstige mate schenden van de verkeersregels’, het opzetvereiste en het ‘te duchten gevaar’.
    Voorts wordt bekeken in hoeverre het ‘onder invloed zijn’ daarop van invloed is en wat de betekenis van deze wetswijziging is voor de invulling van het (omstreden) begrip roekeloosheid.


Mr. R. (Rob) ter Haar
Mr. R. ter Haar is docent strafrecht aan de Universiteit Utrecht en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Overijsel.

Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is werkzaam bij de Belastingdienst.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2021/18

HR 27 oktober 2020, 19/04352, ECLI:NL:HR:2020:1681

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.