Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 262 artikelen

x
Jaar 2021 x
Vrij verkeer

Access_open Regulering van toeristische verhuur: grenzen en mogelijkheden

De gevolgen van het arrest Cali Apartments voor de Nederlandse rechtspraktijk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Vakantieverhuur, regulering B&B’s, woningtekort, Vrijheid van vestiging
Auteurs Mr. dr. M.R. Botman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aan de hand van het arrest Cali Apartments onderzocht welke ruimte de Europese Dienstenrichtlijn laat om toeristische verhuur van woonruimte te reguleren. In dit licht wordt tevens de Wet toeristische verhuur besproken.
    HvJ 22 september 2020, gevoegde zaken C-724/18 en C-727/18, ECLI:EU:C:2020:743 (Cali Apartments en HX).


Mr. dr. M.R. Botman
Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman is senior advocaat bij Pels Rijcken en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Brexit

Brexit en de gevolgen voor het internationaal privaatrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden Brexit, internationaal privaatrecht, internationale bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging
Auteurs Prof. mr. I. Sumner
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanaf 1 januari 2021 is het EU-recht formeel niet meer van toepassing in het Verenigd Koninkrijk. Dit geldt ook op het terrein van het internationaal privaatrecht. In dit artikel wordt een globaal overzicht gegeven van de verschillende instrumenten die in de plaats treden van de EU-vorderingen die niet meer zullen gelden binnen het Verenigd Koninkrijk.


Prof. mr. I. Sumner
Prof. mr. I. (Ian) Sumner is hoogleraar Familierecht en Internationaal Privaatrecht, Tilburg University, rechter-plaatsvervanger (met unus belasting), Team Familie- en Jeugd, Rechtbank Overijssel.
Overheidsaanbestedingen

Een nieuwe impuls aan het begrip ‘publiekrechtelijke instelling’: een aanbestedingsplicht voor nationale sportbonden?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden aanbestedingsrecht, Hof van Justitie, publiekrechtelijke instelling, nationale sportbond, Richtlijn 2014/24/EU
Auteurs Mr. L. Bozkurt en Mr. T. Heystee
SamenvattingAuteursinformatie

    Prejudiciële beslissing over de aanbestedingsrechtelijke kwalificatie van de Italiaanse voetbalbond. Een marktpartij meent dat de Italiaanse voetbalbond kwalificeert als een aanbestedende dienst in de zin van de Aanbestedingsrichtlijn en daarom opdrachten via een aanbesteding dient te vergeven. Het Hof van Justitie benoemt in zijn beslissing de relevante criteria om te oordelen of sprake is van een publiekrechtelijke instelling, te weten: de instelling (1) is opgericht met het specifieke doel te voorzien in andere behoeften van algemeen belang dan die van industriële en commerciële aard, (2) bezit rechtspersoonlijkheid en (3) vertoont overheidsafhankelijkheid. Het Hof van Justitie geeft de Italiaanse feitenrechter handvatten om te onderzoeken of voldaan is aan het derde vereiste, en meer specifiek of sprake is van overheidstoezicht op het beheer van de voetbalbond.
    HvJ 3 februari 2021, gevoegde zaken C-155/19 en C-156/19, ECLI:EU:C:2021:88 (Federazione Italiana Giuoco Calcio (FIGC)).


Mr. L. Bozkurt
Mr. L. (Leyla) Bozkurt is Counsel aanbestedingsrecht bij Maverick Advocaten.

Mr. T. Heystee
T. (Tess) Heystee is juridisch medewerker bij Maverick Advocaten.
Artikel

Access_open Onderwijs juridische beroepsethiek aan rechtenstudenten

Special issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, juli 2021
Trefwoorden professional ethics, legal ethics, research ethics, moral psychology
Auteurs Anne Ruth Mackor
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel geeft de auteur haar visie op het onderwijs in beroepsethiek aan rechtenstudenten. Ze bespreekt de inhoud van de juridische beroepsethiek en enkele didactische aspecten. De auteur maakt onderscheid tussen rechtvaardigende perspectieven, die een explicatie en rechtvaardiging van een onderscheidende juridische beroepsethiek en -moraal mogelijk maken, en kritische perspectieven, die een kritische beoordeling van die rechtvaardigende verhalen mogelijk maken. Ze benadrukt daarbij het belang van empirische, in het bijzonder sociaal- en moraalpsychologische benaderingen in het onderwijs van beroepsethiek. Ze wijst op het feit dat studenten niet beschikken over relevante praktijkervaring en dat dit een obstakel vormt voor diepgaande casusanalyses. In de conclusie betoogt de auteur dat de belangstelling en de ruimte voor het onderwijs in beroepsethiek aan rechtenstudenten sinds het nieuwe millennium wel is toegenomen, maar dat meer systematische reflectie op deze vakken nodig is. Ook stelt ze dat bij het onderwijs in beroepsethiek aan rechtenstudenten die nog geen werkervaring hebben in een specifieke beroepspraktijk, de nadruk zou moeten liggen op thema’s die in de beroepsopleiding minder aandacht krijgen. Het accent moet meer liggen op het verwerven van ethische en empirische theoretische kennis en kritische reflectie op rechtvaardigende verhalen, en minder op discussie over concrete gevallen. Haar laatste aanbeveling is dat in het onderwijs niet alleen normatief-ethische theorieën aan de orde moeten komen, maar ook empirische inzichten over bounded ethicality.


Anne Ruth Mackor
Prof. mr. dr. Anne Ruth Mackor is als hoogleraar professie ethiek, in het bijzonder van juridische professies, verbonden aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Professional Ethics for Judges – Lessons Learned from the Past. Dialogue as Didactics to Develop Moral Leadership for Judges

Special Issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, juli 2021
Trefwoorden professional ethics, ethical dilemmas, judiciary, independence
Auteurs Alex Brenninkmeijer en Didel Bish
SamenvattingAuteursinformatie

    There is an intimate link between good conduct by judges and the rule of law. The quintessence of their role is that judges shape a trustworthy and fair legal system from case to case. Ethical trading is not carved in granite, and judges must determine their course on different levels. First, it concerns personal conduct and requires integrity and reliability. On the second level, the challenge is to achieve proper adjudication by conducting a fair trial in accordance with professional standards. Third, judges exercise discretion, in which normative considerations run the risk of becoming political. They should act independently as one of the players in the trias politica. A triptych of past cases illustrate moral dilemmas judges may encounter in their profession. Calibrating the ethical compass is not an abstract or academic exercise. A dialogue at the micro (internal), meso (deliberation in chambers) and macro levels (court in constitutional framework) could be incorporated in the legal reasoning as a didactic framework to make future judges aware of their ethical challenges.


Alex Brenninkmeijer
A.F.M. Brenninkmeijer, PhD is Member of the European Court of Auditors, Luxembourg. Professor of Institutional Aspects of the Rule of Law at Utrecht University.

Didel Bish
D.A. Bish, LLM is a trainee at the European Court of Auditors, Luxembourg.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

De tijd heelt alle wonden … maar de littekens blijven

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Tijdsverloop, Vervolgingsverjaring, Recht tot strafvordering, Afschaffing van de verjaring, Opportuniteitsbeginsel
Auteurs Mr. A.J.A. (Leo) van Dorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Van oudsher vervalt na verloop van tijd het recht tot strafvordering. De wettelijke regeling van deze zogeheten vervolgingsverjaring vormt echter allang geen rustig bezit meer. Zij is de laatste decennia zo vaan en zo ingrijpend gewijzigd dat de vraag rijst of ze niet evengoed helemaal kan worden afgeschaft. Dat is de vraag die in dit artikel onder ogen wordt gezien.


Mr. A.J.A. (Leo) van Dorst
Leo van Dorst is oud-vicepresident van de Hoge Raad.
Artikel

Een voorstel om versneld te procederen in strafzaken bij het Haagse Hof

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Innovatie, Procesafspraken, Consensualiteit, Strafprocesrecht, Tardief
Auteurs Mr. H.C. (Hermine) Wiersinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Is het mogelijkheid de strafprocedure in hoger beroep op innovatieve wijze te verkorten? Hier wordt een voorstel gedaan om op basis van consensualiteit te komen tot afspraken over versnelde afdoening in oude zaken. Het proces moet fair zijn en in lijn met uitgangspunten van het Wetboek van Strafvordering. Afspraken gemaakt tussen openbaar ministerie en verdediging worden voorgelegd aan de rechter. Een ingelaste schriftelijke ronde waarin standpunten worden uitgewisseld, goede planning van openbare (avond)zittingen en strakke handhaving van termijnen moeten daadwerkelijke versnelling mogelijk maken.


Mr. H.C. (Hermine) Wiersinga
Hermine Wiersinga is raadsheer bij het Gerechtshof Den Haag.
Artikel

Snelrecht: voor elk wat wils, maar wat willen we?

De (on)mogelijkheden van snelrecht in het kader van ‘lik-op-stuk’ en efficiency

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Snelrecht, Lik-op-stuk, Taakstrafverbod, Voorlopige hechtenis, Snelrechtgrond
Auteurs Mr. dr. J.M.W. (Joep) Lindeman, mr. dr. L. (Leonie) van Lent en mr. dr. B. (Benny) van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staan wij stil bij het snelrecht, een fenomeen dat al lang bekend is in de strafrechtspleging, maar waar tegelijk veel verschillende beelden bij bestaan. Enerzijds wordt snelrecht gezien als hét instrument in de ‘lik-op-stuk’-aanpak. Anderzijds is het een middel om snel en efficiënt strafzaken af te doen en achterstanden weg te werken. Het snelrecht voldoet echter lang niet altijd aan de verwachtingen en is onvoldoende met procedurele waarborgen omkleed. We proberen de (on)mogelijkheden op een rij te zetten.


Mr. dr. J.M.W. (Joep) Lindeman
Joep Lindeman is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht. Hij is werkzaam bij het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van dezelfde universiteit.

mr. dr. L. (Leonie) van Lent
Leonie van Lent is universitair docent straf- en strafprocesrecht. Ze is werkzaam bij het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van dezelfde universiteit.

mr. dr. B. (Benny) van der Vorm
Benny van der Vorm is universitair docent straf- en strafprocesrecht. Hij is werkzaam bij het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van dezelfde universiteit.
Artikel

Europese ontwikkelingen in het insolventierecht

Een civielrechtelijk perspectief

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2021
Trefwoorden harmonisatie, faillissementsrecht, faillissementspauliana, bestuurdersaansprakelijkheid, rangorde van schuldeisers
Auteurs Mr. Y. Diamant
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanuit ‘Europa’ wordt aangestuurd op verdere eenvormigheid van het insolventierecht van de EU-lidstaten. De Europese ontwikkelingen in het insolventierecht worden in dit artikel besproken, waarbij wordt ingezoomd op vier civielrechtelijke onderwerpen: bestuurdersaansprakelijkheid, faillissementspauliana, de positie van zekerheidsgerechtigden en de rangorde van schuldeisers.


Mr. Y. Diamant
Mr. Y. Diamant werkt als jurist bij de divisie Juridische Zaken van De Nederlandsche Bank N.V.
Artikel

De zaakafbakening: ratio en werking

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2021
Trefwoorden rechtseconomie, waardemotief, modulariteit, complementariteit
Auteurs Mr. R. Bloemink
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel zoekt naar een rechtseconomische verklaring voor het gegeven dat sommige (samenstellingen van) objecten dwingend als ‘zaak’ worden aangemerkt. Die verklaring wordt niet gevonden in het streven om bepaalde waardevolle samenstellingen te conserveren, maar in het streven naar inzichtelijkheid van de rechtstoestanden, en de verhandelbaarheid, van objecten.


Mr. R. Bloemink
Mr. R. Bloemink is wetenschappelijk medewerker bij de sectie civiel van het Wetenschappelijk Bureau bij de Hoge Raad en als buitenpromovendus verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open Contractuele vaccinatieplichten, coronaclausules en wijziging van overeenkomsten

Contractsvrijheid in tijden van corona

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2021
Trefwoorden COVID-19, testverplichting, privileges, pandemieclausule, onvoorziene omstandigheden
Auteurs Prof. mr. H.N. Schelhaas
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat vanuit het perspectief van de contractsvrijheid de invloed van coronamaatregelen op contracten centraal. Ingegaan wordt op de vraag of contractuele vaccinatie- of testverplichtingen kunnen worden afgedwongen, of en in hoeverre contracten kunnen worden aangepast op grond van onvoorziene coronaomstandigheden, en of in coronaclausules de gevolgen van coronamaatregelen kunnen worden vastgesteld.


Prof. mr. H.N. Schelhaas
Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam, en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Aansprakelijkheids- en verhaalsproblemen rondom een FGR

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2021
Trefwoorden beleggingsinstelling, juridisch eigenaar, beheerder, afgescheiden vermogen, beleggingsrestricties
Auteurs Prof. mr. W.A.K. Rank
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de vraag hoe men dient te contracteren met een fonds voor gemene rekening (FGR) om zeker te stellen dat het fonds aansprakelijk is voor de uit een dergelijke overeenkomst voortvloeiende verbintenissen en dat verhaal op de activa van het fonds tot de mogelijkheden behoort.


Prof. mr. W.A.K. Rank
Prof. mr. W.A.K. Rank is hoogleraar financieel recht aan de Universiteit Leiden, Of Counsel bij NautaDutilh te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De beheerder van aandelen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden Ondernemingskamer, enquête, beheerder van aandelen
Auteurs Mr. E.L.A. Van Emden en Mr. J. Wareman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Ondernemingskamer heeft in haar uitspraak van 30 april 2019 duidelijkheid geschapen over het rechtskarakter van het tijdelijk beheer van aandelen. Een aantal vragen is daarmee nog niet beantwoord. In dit artikel worden de volgende vraagpunten behandeld: kan de Beheerder meewerken aan het ontslag van de bestuurder, kan de Beheerder meewerken aan verkoop van de activa, hoe kan de Beheerder dekking krijgen voor mogelijke proceskosten indien hij aansprakelijk wordt gesteld en, ten slotte, dient de regelgeving met betrekking tot de openbare registers te worden aangepast?


Mr. E.L.A. Van Emden
Mr. E.L.A. van Emden is voormalig advocaat, en wordt door de Ondernemingskamer regelmatig benoemd tot beheerder.

Mr. J. Wareman
Mr. J. Wareman is advocaat bij Van Benthem & Keulen advocaten te Utrecht.
Artikel

De OK-functionaris: ervaringen uit het veld

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden lege holding, vormvoorschriften, enquêteprocedure, hindsight bias, aandeelhouders
Auteurs Mr. W.G. Van Hassel
SamenvattingAuteursinformatie

    Veertig jaar OK-ervaring levert een bont palet van opmerkelijke casus en getroebleerde relaties, en ook lege holdings, beursfondsen, familiebedrijven en zelfs een artikel 12 Sv-procedure. Deze terugblik rondt de auteur af met enkele gedachten over vormvoorschriften, hindsight bias, gesprekstechniek van onderzoekers, en een oplossing voor duurzaam ontwrichte relaties tussen aandeelhouders.


Mr. W.G. Van Hassel
Mr. W.G. van Hassel is vice-voorzitter van de Raad van Commissarissen van AMG te Amsterdam.
Artikel

De raad in de Ondernemingskamer

Deskundigheid ten dienste van recht en onderneming

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden deskundig lid, Raad, raadsheren, interviews, ondernemingsrecht
Auteurs Mr. drs. M.D. Hendriks, Mr. S.C. Prins en Prof. dr. mr. S. ten Have
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs hebben de raden en twee raadsheren van de Ondernemingskamer geïnterviewd over de toegevoegde waarde van de raden en hun persoonlijke ervaringen. Hieruit volgt dat de raden van de Ondernemingskamer met hun brede ervaring in de top van het bedrijfsleven een waardevolle bijdrage aan het oordeelvormende vermogen van de Ondernemingskamer leveren.


Mr. drs. M.D. Hendriks
Mr. drs. M.D. Hendriks is organisatieadviseur bij TEN HAVE Change Management.

Mr. S.C. Prins
Mr. S.C. Prins is secretaris van de Ondernemingskamer.

Prof. dr. mr. S. ten Have
Prof. dr. mr. S. ten Have is raad van de Ondernemingskamer, hoogleraar Strategie en Verandering aan de Vrije Universiteit Amsterdam en organisatieadviseur en partner bij TEN HAVE Change Management.
Artikel

De door de Ondernemingskamer benoemde tijdelijke bestuurder en commissaris

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden OK-functionaris, enquêterecht, voorzieningen, aansprakelijkheid, toezicht
Auteurs Mr. D.J.F.F.M. Duynstee en Mr. T. Drenth
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs wat een OK-functionaris is, en gaan zij in op zijn aansprakelijkheidspositie en op enige recente ontwikkelingen in de jurisprudentie ten aanzien van de rol van de Ondernemingskamer in het beperken van de risico’s voor de OK-functionaris. Afgesloten wordt met een kort pleidooi voor een bredere toepassing van artikel 16 lid 5 Rv en meer structureel toezicht.


Mr. D.J.F.F.M. Duynstee
Mr. D.J.F.F.M. Duynstee is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.

Mr. T. Drenth
Mr. T. Drenth is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.
Artikel

De positie van de onderzoeker in het enquêterecht

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden enquêteprocedure, verzoekschriftprocedure, onderzoeken, Ondernemingskamer
Auteurs Mr. dr. C.E.J.M. Hanegraaf
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in op de positie van de persoon die het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon uitvoert, de onderzoeker. Hij besteedt aandacht aan de belangrijkste taken, bevoegdheden en verplichtingen van de onderzoeker, alsmede aan enkele discussies die in dat kader spelen.


Mr. dr. C.E.J.M. Hanegraaf
Mr. dr. C.E.J.M. Hanegraaf is advocaat ondernemingsrecht.
Artikel

Access_open Het classicistische politieke denken van Van Hogendorp

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2021
Trefwoorden classicistisch politiek denken, constitutie, Van Hogendorp, Grondwet, politieke filosofie
Auteurs Alban Mik
SamenvattingAuteursinformatie

    Gijsbert Karel van Hogendorp is the auctor intellectualis of the 1818 Dutch constitution. It was his sketch for a new constitution that was used as a starting point for the deliberations of its original drafting committee. Van Hogendorp justifies his constitution as a restoration of the Burgundian constitution that applied before the Dutch Republic. In recent literature Van Hogendorp’s restorational argument is presented as an invention of tradition. In this article an alternative explanation is presented, namely that it is part of a form of classicist political thought that was common during the ancien régime. Van Hogendorp describes his constitution as a moderate monarchy, in which the three principles of monarchy, aristocracy and democracy are properly balanced. And he mainly defends this mixed regime by pointing out that it is a restoration of the old Burgundian constitution of the Netherlands. This way of reasoning is, as will be shown, typically classicistic.


Alban Mik
Alban Mik is onderzoeker aan de Afdeling Metajuridica, vakgroep Rechtsfilosofie van de Universiteit Leiden.
Redactioneel

Access_open Where Were the Law Schools?

On Legal Education as Training for Justice and the Rule of Law (Against the ‘Dark Sides of Legality’)

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2021
Auteurs Iris van Domselaar
Auteursinformatie

Iris van Domselaar
Iris van Domselaar is associate professor in legal philosophy and legal ethics at the Amsterdam Law School, University of Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 262 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 13 14
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.