Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 755 artikelen

x
Artikel

Zorgen om zeden

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden artikel 139h Sr, kinderpornografie, grooming, seksuele intimidatie in de openbare ruimte, seks tegen de wil
Auteurs Mr. S.F.J. (Sidney) Smeets
SamenvattingAuteursinformatie

    Tegen de achtergrond van de reeds aangekondigde integrale herziening en modernisering van de zedenmisdrijven in het Wetboek van Strafrecht en in relatie tot recente en in voorbereiding zijnde strafbaarstellingen op zedengebied brengt de auteur in deze bijdrage een aantal ‘zorgen om zeden’ voor het voetlicht. De auteur wil de wetgever daarmee handvatten aanreiken om de zedentitel inhoudelijk en systematisch tot een helder en werkbaar geheel om te vormen


Mr. S.F.J. (Sidney) Smeets
Mr. S.F.J. Smeets is advocaat bij Spong Advocaten te Amsterdam.
Kroniek

Kroniek concentratiecontrole 2019

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2020
Auteurs Bart de Rijke en Vivian van Weperen
Auteursinformatie

Bart de Rijke
Mr. B. de Rijke is partner en advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam en Brussel.

Vivian van Weperen
Mr. V.Y.H. van Weperen is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam.
Artikel

De benchmarktransitie: van IBOR’s naar RFR’s door een civielrechtelijk labyrint?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden IBOR, benchmark, transitie, fallback, risk-free rate
Auteurs Mr. S. Uiterwijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Bekende benchmarks om renteverplichtingen mee te berekenen, zoals LIBOR en EURIBOR, zullen mogelijk verdwijnen. Dit zal een impact hebben op allerlei financiële producten, met een marktwaarde geschat op honderden biljoenen euro’s. Naast professionele partijen kunnen ook consumenten hierdoor worden geraakt. Dit artikel beschrijft de benchmarktransitie en de civielrechtelijke aandachtspunten.


Mr. S. Uiterwijk
Mr. S. Uiterwijk is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

    De grote toestroom van migranten en asielzoekers in de EU houdt vandaag nog steeds verschillende regelgevers wakker. Niet alleen de nationale overheden, maar ook de EU-regelgevers zoeken naarstig naar oplossingen voor de problematiek. Daartoe trachten de EU-regelgevers het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (GEAS) bij te werken.
    Binnen de groep migranten en asielzoekers bestaat een specifiek kwetsbaar individu: de niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV). Hij is zowel vreemdeling als kind en kreeg reeds ruime aandacht binnen de rechtsleer. Nochtans werd deze aandacht niet altijd weerspiegeld in de EU-wetgeving. Het lijkt alsof hij door de regelgevers af en toe uit het oog verloren werd.
    Uit het onderzoek blijkt dat de EU-regelgevers nog een zekere weg te gaan hebben. In de eerste plaats bestaat er wat betreft het geheel aan regels met betrekking tot de NBMV weinig coherentie. De EU-regelgevers zouden bijvoorbeeld meer duidelijkheid kunnen scheppen door een uniforme methode vast te leggen voor de bepaling van de leeftijd van de NBMV. Hetzelfde geldt voor een verduidelijking van de notie ‘het belang van het kind’ binnen asiel en migratie. Verder blijken de Dublinoverdrachten en de vrijheidsontneming van de NBMV nog steeds gevoelige pijnpunten. Hier en daar moet aan de hervorming van het asielstelsel nog wat gesleuteld worden, zodat de rechten van de NBMV optimaal beschermd kunnen worden.
    ---
    Today, the large influx of migrants and asylum seekers into the European Union (EU) keeps several regulators awake. Not only national authorities, but EU regulators too are diligently searching for solutions to the problems. To this end, EU regulators are seeking to update the Common European Asylum System (CEAS).
    There is however a particularly vulnerable individual within the group of migrants and asylum seekers: the unaccompanied alien minor (UAM). These minors already received a great deal of attention within legal doctrine. However, this attention was not always reflected in EU legislation. It seems as if UAM are occasionally lost from sight by the regulators.
    This article shows that the EU regulators still have a certain way to go. First, there is little coherence in the set of rules relating to the UAM. The EU regulators could, for example, create more clarity by laying down a uniform method for determining the age of the UAM. The same applies to a clarification of the notion of 'best interests of the child' within the context of asylum and migration. Second, the proposal for a new Dublin Regulation and the proposal for a new Reception Conditions Directive still appear to be sensitive. Here and there, the reform of the asylum system still needs adjustments, so that the rights of UAM can be optimally protected."


Caranina Colpaert LLM
Caranina Colpaert is PhD researcher
Artikel

Het toepasselijk recht op gebundelde kartelschadeclaims

Van mozaïek tot Rubik’s Cube

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden kartelschade, Rome II, WCOD, marktregel, lex fori
Auteurs Mr. dr. L.M. van Bochove
SamenvattingAuteursinformatie

    Een internationale kartelschadevordering wordt beheerst door het recht van het land waar de markt is beïnvloed. In de praktijk blijkt deze marktregel echter moeilijk toepasbaar, vooral wanneer vorderingen gebundeld worden ingediend. Dit artikel bespreekt de knelpunten van de marktregel en onderzoekt de praktische en juridische haalbaarheid van alternatieve aanknopingspunten.


Mr. dr. L.M. van Bochove
Mr. dr. L.M. van Bochove is universitair docent Internationaal Privaatrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open De blinde vlek in praktijk en discussie rond orgaandonatie

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2020
Trefwoorden organ donation, ethics of organ donation, symbolic nature of the human body, ethics and ritual, symbolic legislation theory
Auteurs Herman De Dijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In countries like Belgium and The Netherlands, there seems to be overwhelming public acceptance of transplantation and organ donation. Yet, paradoxically, part of the public refuses post-mortal donation of their own organs or of those of family members. It is customary within the transplantation context to accept the refusal of organ donation by family members “in order to accommodate their feelings”. I argue that this attitude does not take seriously what is really behind the refusal of donation by (at least some) family members. My hypothesis is that even in very secularized societies, this refusal is determined by cultural-symbolic attitudes vis-à-vis the (dead) human body (and some of its parts). The blind spot for this reality, both in the practice of and discussions around organ donation, prevents understanding of what is producing the paradox mentioned.


Herman De Dijn
Herman De Dijn is emeritus hoogleraar wijsbegeerte aan de KU Leuven.

Eric van Damme
Prof. dr. E. van Damme is verbonden aan Tilburg University en aan het onderzoeksinstituut Tilec aldaar.

Rein Wesseling
Prof. mr. R. Wessling is hoogleraar Competition Law and Regulation aan de Universteit van Amsterdam en partner bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Energieregulatoren in België: de rol van het parlement en de regering

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden energie, toezichthouder, Grondwet, België, parlement
Auteurs Laura De Deyne
SamenvattingAuteursinformatie

    Het EU-recht vereist dat een toezichthouder binnen de energiesector onafhankelijk is van alle marktpartijen. Dat geldt ook voor de politiek. Het zogenoemde ‘Clean Energy Package’ versterkt deze onafhankelijkheidsvereisten nog verder. In België, maar ook in Nederland, rijzen er vaak discussies over hoe ver deze onafhankelijkheid mag gaan, en hoe een politiek onafhankelijke regulator zich verhoudt tot de grondwettelijke regels. Bij hun oprichting werden in België, maar ook in Nederland, de toezichthouders opgenomen binnen de uitvoerende macht. Dit heeft tot gevolg dat ze onderhevig zijn aan administratief toezicht. Dit toezicht staat evenwel haaks op de Europese (politieke) onafhankelijkheidsvereisten. Wanneer dit administratief toezicht evenwel ontbreekt, dan wordt het nationale grondwettelijke principe van de ministeriële verantwoordelijkheid (en daaruit voortvloeiend ook de parlementaire controle) uitgehold. In het Vlaams Gewest, en nu recent ook op Waals niveau, heeft men deze tegenstelling weggewerkt door de energieregulator institutioneel onder te brengen bij het Parlement. Deze verhuis neemt echter niet weg dat er nog steeds een spanningsveld aanwezig blijft tussen de onafhankelijkheid van de regulator en de politiek.


Laura De Deyne
Dr. L. De Deyne is als gastmedewerker verbonden aan de Universiteit Hasselt.
Artikel

Tussen wal en schip

Etnografische inzichten in lokale havenbeveiliging

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2019
Trefwoorden ethnography, ports of Rotterdam and Hamburg, security personnel, customs, global commerce
Auteurs Dr. Yarin Eski
SamenvattingAuteursinformatie

    This ethnography of everyday policing realities in the European ports of Rotterdam and Hamburg presents an understanding of policing spaces where protecting and supporting global commerce dominate. In undertaking this research, the author participated in the daily activities of 85 participants in Rotterdam (N=52) and Hamburg (N=33), consisting of 30 operational port police officers, 31 security officers, 10 customs officers and 14 others involved in port security-related matters (e.g. shipping agents, port authorities, boatmen and maritime engineers). These participants were collectively responsible for protecting the vulnerability of the just-in-time logistics by becoming the intervention, through which they become the very local threat to global commerce itself. A struggle that reveals itself in their (narrated) policing struggles with management, colleagues and multi-agency partners, as well as with the maritime business community and dangerous others.


Dr. Yarin Eski
Dr. Y. Eski is als universitair docent verbonden aan de afdeling Bestuurswetenschap en Politicologie van de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Praktijkberichten

Het Europese mededingingsrechtelijke marktonderzoek gesyndiceerde leningen: oude wijn in nieuwe zakken?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2019
Trefwoorden mededingingsrecht, kartelverbod, gesyndiceerde leningen, financiering, compliance
Auteurs Mr. drs. M.C. Brabers en Mr. R.A. Struijlaart
SamenvattingAuteursinformatie

    Onlangs publiceerde de Europese Commissie de resultaten van het mededingingsrechtelijke marktonderzoek gesyndiceerde leningen. Het rapport onderstreept eens te meer dat er mededingingsrisico’s bestaan wanneer banken samenwerken om een gesyndiceerde lening te verstrekken aan een geldlener. Met het rapport heeft de Commissie een gedetailleerde beschrijving van de markt vanuit mededingingsrechtelijk perspectief in handen, waardoor deze mededingingsrisico’s nu duidelijk op haar radar staan. Banken moeten dus oppassen en hebben daarom baat bij een steekhoudende mededingingsrechtelijke paragraaf in het complianceprogramma. Dit artikel gaat in op het rapport en (compliance)maatregelen die banken en geldleners kunnen nemen om mededingingsrisico’s te ondervangen.


Mr. drs. M.C. Brabers
Mr. drs. M.C. (Mark) Brabers is advocaat mededingingsrecht bij Loyens & Loeff (praktijkgroep Mededinging & Overheid) te Amsterdam, tevens is hij soms werkzaam in de financieringspraktijk van zijn kantoor.

Mr. R.A. Struijlaart
Mr. R.A. (Robin) Struijlaart is advocaat mededingingsrecht bij Loyens & Loeff (praktijkgroep Mededinging & Overheid) te Amsterdam.

    In this article, the author discusses mediation law and practice in Australia, with a focus on commercial disputes. Statistical data collected in several Australian jurisdictions suggest that mandatory referral works out positively. The author concludes with some observations as to the potential usefulness of the Australian model for court-referred mediation in Europe.


Justus Hoefnagel
Justus Hoefnagel is advocaat bij Linklaters LLP in Amsterdam en werkte van eind 2017 tot eind 2019 in Australië bij Allens, een advocatenkantoor in Perth, West-Australië, in het kader van een tweejarig secondment. Hij werkte daar mee aan de behandeling van procedures ter zake commerciële geschillen bij Australische rechtbanken.
Redactioneel

De aanpak van verkeersongevallen

De zoektocht naar een middenweg tussen straf- en herstelrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2019
Auteurs Ivo Aertsen, Jacques Claessen en Mieke Wouters
Auteursinformatie

Ivo Aertsen
Ivo Aertsen is emeritus hoogleraar herstelrecht en victimologie en verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC).

Jacques Claessen
Jacques Claessen is als bijzonder hoogleraar herstelrecht en universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht verbonden aan de vakgroep Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht. Hij is daarnaast rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Limburg en bestuurslid van Stichting Mens en Strafrecht. Hij is redactielid van dit tijdschrift.

Mieke Wouters
Mieke Wouters is communicatie- en beleidsadviseur bij Perspectief Herstelbemiddeling en redactielid van dit tijdschrift.

Iris Becx
Iris Becx is victimoloog en is promovenda aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) en het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR). Ze doet onderzoek naar de mogelijkheden van Restorative Justice binnen conflictoplossing van verkeersongevallen en medische incidenten.
Kroniek

Jongeren, leeftijdsgenoten en criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Peer relations, Delinquency, Social influence, Social networks, Peer status
Auteurs Dr. Jan Kornelis Dijkstra en Prof. dr. René Veenstra
SamenvattingAuteursinformatie

    This article relates criminological research on youth delinquency to the social development of adolescents. Starting point is a goal-framing approach which assumes that young people aim for the achievement of two goals: status (‘getting ahead’) and belonging (‘getting along’). Peers form an important context for achieving these goals. Therefore, the role of delinquency in peer networks is examined: on the one hand, the extent to which delinquency contributes to peer status, and on the other hand, how delinquency contributes to the formation of network relationships and, vice versa, how network relationships influence adolescents’ delinquency. Finally, several directions for further research are discussed.


Dr. Jan Kornelis Dijkstra
Dr. J.K. Dijkstra is werkzaam als universitair hoofddocent sociologie aan de faculteit Gedrags- & Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. dr. René Veenstra
Prof. dr. R. Veenstra is directeur van de onderzoeksschool ICS en werkzaam als hoogleraar sociologie aan de faculteit Gedrags- & Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.
Redactioneel

Access_open 60 jaar TvC

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2019
Auteurs Arjan Blokland, André van der Laan, Stefaan Pleysier e.a.

Arjan Blokland

André van der Laan

Stefaan Pleysier

Lisa van Reemst

Robby Roks

Toine Spapens

Antoinette Verhage

Karin van Wingerde
Artikel

Drie ingrepen om de jeugdzorg te redden

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2019
Trefwoorden Dutch youth care, decentralization, evaluation, crisis, access to youth mental health care
Auteurs Dr. Ido Weijers
SamenvattingAuteursinformatie

    Dutch youth care was decentralized in 2015. Since the transfer to the municipalities, youth care is in a state of deep crisis. There are long waiting lists, even in situations of acute need; there is lack of money, of professional and experienced staff, of adequate care, and of central coordination and guidance. In contrast to Denmark, where youth care was transferred to municipalities in 2007, there was barely time to prepare the transfer in the Netherlands. Moreover, the number of municipalities was not significantly reduced and the funding was extremely cut back. In this article, a number of interventions is being proposed to save what can still be saved. First, funding will have to be substantially increased. Second, the access to youth mental health care should not be a matter of municipal authority.


Dr. Ido Weijers
Dr. I. Weijers is emeritus hoogleraar Jeugdbescherming en Jeugdrechtspleging aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Van sleutelen aan het stelsel naar bouwen aan inhoudelijke vernieuwing

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2019
Trefwoorden Decentralization Dutch youth care, System change, Pedagogical civil society, Prevention, Social issues
Auteurs Dr. Saskia Wijsbroek, Dr. Marije Kesselring en Dr. Dorien Graas
SamenvattingAuteursinformatie

    This article analyzes the decentralization and transformation of Dutch youth care since 2015. The authors point out that many problems still exist and in some cases have become worse. To fundamentally reform youth care much more is needed than just money or a system change. It is necessary, also according to international research, to create a strong pedagogical basis or ‘pedagogical civil society’. Also prevention on various levels (universal, selective, indicated) should receive a lot of attention, while the same applies to improving primary care support, such as youth health care, GP practice support, youth work and school social work. It would also be wise to invest in intensive youth care with long-lasting effects. Generally there should be a strong focus on tackling local and (supra)regional social issues.


Dr. Saskia Wijsbroek
Dr. S.A.M. Wijsbroek werkt als lector Jeugd bij het Kenniscentrum Sociale Innovatie aan de Hogeschool Utrecht en als universitair docent bij de onderzoeksgroep Jeugd en Gezin aan de Universiteit Utrecht.

Dr. Marije Kesselring
Dr. M. Kesselring is als onderzoeker verbonden aan het lectoraat Jeugd bij het Kenniscentrum Sociale Innovatie aan de Hogeschool Utrecht.

Dr. Dorien Graas
Dr. T.A.M. Graas werkt als lector Jeugd bij het Kenniscentrum Gezondheid en Welzijn aan de Hogeschool Windesheim.
Artikel

Access_open Burgerparticipatie onder de Omgevingswet: niet omdat het moet, maar omdat het kan?!

De juridische waarborging van burgerparticipatie in de Omgevingswet

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Burgerparticipatie, Omgevingswet, Rechtsbescherming, Inspraak, maatschappelijk draagvlak, Kerninstrumenten, snellere en betere aanpak
Auteurs Mr. dr. Marlon Boeve en Mr. dr. Frank Groothuijse
SamenvattingAuteursinformatie

    Public participation is an important issue in the forthcoming Dutch Environment and Planning Act (2021). The importance of participation is emphasized in numerous places in the parliamentary documents to the Act. This contribution discusses how the new Act gives legal substance to the objectives that the government is pursuing regarding participation and whether the involvement of citizens is indeed better imbedded by this act. It addresses the important subject of the ‘right moment of participation’ in the fragmented Dutch policy and decision system. Consecutively it deals with the question of potential legal consequences for non-compliance by administrative bodies to the legal participation obligations when drawing up plans and decisions. Can a citizen enforce (substantive) participation in the administrative court after the Environmental and Planning Act comes into force? The possibilities are limited. Findings show that the new Environment and Planning Act does not address the essential problems that arise with participation. The successful creation of local support, better quality and faster decision-making through participation all depend on how the (local) government shapes participation. From a legal perspective, the Environment and Planning Act makes little contribution to this. In the view of the authors this is not surprising, because the role of legislation in safeguarding substantive participation should not be overestimated.


Mr. dr. Marlon Boeve
Marlon Boeve is universitair docent omgevingsrecht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law.

Mr. dr. Frank Groothuijse
Frank Groothuijse is universitair hoofddocent omgevingsrecht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law.
Discussie

De thorbeckiaanse omwenteling in de Omgevingswet

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Omgevingswet, Thorbecke, Subsidiariteitsbeginsel, Lokale democratie, Maatwerk
Auteurs Prof. mr. Geerten Boogaard
Auteursinformatie

Prof. mr. Geerten Boogaard
Geerten Boogaard is hoogleraar Decentrale Overheden (Thorbecke-leerstoel) aan de Universiteit Leiden.
Toont 1 - 20 van 755 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 37 38
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.