Zoekresultaat: 24 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x Jaar 2016 x Rubriek Article x
Artikel

Reguleringsinstrumenten in de spoorsector: wisselend succes

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden overheidsregulering, aandeelhouderschap, regulering met contracten, zelfstandig bestuursorgaan, publiekrechtelijke concessie
Auteurs mr. S. Pereth
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid beschikt over verschillende instrumenten om een sector mee te reguleren. In de spoorsector is met een aantal van deze instrumenten ervaring opgedaan. Meer specifiek betreft het regulering door middel van contracten en het aandeelhouderschap. Deze instrumenten en de mogelijkheden om ermee te sturen zijn in de afgelopen decennia veelvuldig onderwerp van (parlementaire) discussie geweest. Wat bleek is dat die mogelijkheden meer dan eens beperkt waren. Gesteld kan worden dat de genoemde privaatrechtelijke instrumenten enkele inherente beperkingen kennen, die in de weg kunnen staan aan effectieve sturing en toezicht van overheidswege. Bij een contract is per definitie meer dan één partij betrokken, waardoor beslissingen niet eenzijdig genomen kunnen worden en het aandeelhouderschap betreft nu eenmaal een rol op afstand. Deze bezwaren kunnen worden ondervangen door in plaats van een contract te kiezen voor een publiekrechtelijke concessie. In plaats van het aandeelhouderschap in een private rechtspersoon kan voor een zelfstandig bestuursorgaan worden geopteerd. De conclusie is niet dat contracten en het aandeelhouderschap kunnen worden afgeschreven als instrumenten om mee te sturen. Contracten en het aandeelhouderschap kunnen in andere gevallen wel voldoende handvatten bieden. Veel is bijvoorbeeld ook afhankelijk van de inhoud en vormgeving van het contract. Ook de onderhandelingspositie bij het vormgeven van de contracten en de mate van verantwoordelijkheid die de overheid wenst te dragen zijn relevant. Per geval zullen die afwegingen moeten worden gemaakt.


mr. S. Pereth
mr. S. (Sven) Pereth is wetgevingsjurist bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Artikel

Ligplaatsen voor woonboten: het reguleren van een privaatrechtelijke rechtsverhouding

Lessen voor de wetgevingspraktijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden overheidsovereenkomst, doorkruisingsleer, woonboten, ligplaatsen
Auteurs mr. C.C. van Niel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal waar de wetgever rekening mee moet houden bij het reguleren van privaatrechtelijke verhoudingen, waarbij de overheid vaak partij is en waarbij publieke belangen een grote rol spelen. Dit wordt besproken aan de hand van het wetsvoorstel tot verbetering van de huurbescherming van huurders van ligplaatsen. Uit dit voorbeeld worden algemene lessen getrokken. Hieruit blijkt dat het ten eerste van belang is om alle betrokken belangen, zowel publieke als private, in kaart te brengen. Ook dient een zorgvuldige belangenafweging plaats te vinden, zodat er niet een te zeer wordt benadrukt ten koste van de andere. Tot slot dient rekening te worden gehouden met de aard van de rechtsverhouding. Als publieke belangen een belangrijke rol spelen, is enige verwevenheid van het publiekrecht met het privaatrecht onvermijdelijk, maar dit dient zo veel mogelijk te worden beperkt.


mr. C.C. van Niel
mr. C.C. (Charlotte) van Niel is wetgevingsjurist bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en redactiesecretaris van RegelMaat.
Artikel

Regulering door middel van het privaatrecht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden regulering, privaatrecht, Airbnb, effectiviteit
Auteurs prof.mr. M.W. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Regulering door middel van het privaatrecht is tot op heden in beperkte mate onderzocht. Het gaat om het stellen van regels die bedoeld zijn om in meerdere gevallen te worden gebruikt en die bindend worden gemaakt door middel van het privaatrecht, zoals in contracten of op grond van eigendomsbevoegdheden. Deze vorm van reguleren heeft een aantal voordelen en kan soms de enige manier zijn om in de internationale context te reguleren. Dat neemt niet weg dat er ook evidente nadelen aan kleven, zoals op het terrein van legitimiteit en rechtsbescherming. Deze vorm van reguleren moet daarmee niet principieel worden uitgesloten, maar het is wel belangrijk om randvoorwaarden te stellen die deze nadelen zo veel mogelijk wegnemen.


prof.mr. M.W. Scheltema
Prof.mr. M.W. (Martijn) Scheltema is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus School of Law en advocaat en partner bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn
Artikel

De Wet raadgevend referendum in de praktijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden Wet raadgevend referendum, referendabiliteit, artikel 12 Wrr, spoedprocedure, Oekraïne-referendum
Auteurs Mr. L.H.M. Weesing-Loeber en Mr. H.M.B. Breunese
SamenvattingAuteursinformatie

    Iets meer dan een jaar geleden is de Wet raadgevend referendum (Wrr) in werking getreden. In dit artikel wordt teruggekeken op dat jaar. Allereerst wordt kort de systematiek van de Wrr uiteengezet. Daarna wordt bezien hoe de wetgever omgaat met de referendabiliteit van wetten en het gebruik van de spoedprocedure uit artikel 12 Wrr. De bijdrage beschrijft tevens in hoeveel gevallen er daadwerkelijk verzoeken tot het houden van een referendum zijn gedaan. Ten slotte gaat het artikel in op de praktische lessen die geleerd kunnen worden van het eerste referendum dat op grond van deze wet is gehouden en op de suggesties die zijn gedaan om de Wrr aan te passen.


Mr. L.H.M. Weesing-Loeber
Mr. L.H.M. (Leontine) Weesing-Loeber is werkzaam bij de directie Advisering van de Raad van State.

Mr. H.M.B. Breunese
Mr. H.M.B. (Henk-Martijn) Breunese is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Meer zeggenschap van burgers en organisaties over regulering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden zeggenschap, burgers, reguleringsstijlen, internetconsultatie
Auteurs Dr. A.M. Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    De centrale vraag in dit artikel is hoe de wetgever de zeggenschap van burgers, organisaties en belanghebbenden kan versterken en onbedoelde gevolgen van technocratie daarbij kan tegengaan. De inzet van alternatieve reguleringsstijlen, zoals beter reguleren, verbetert de kwaliteit van regelgeving. Zo maakt internetconsultatie het wetgevingsproces transparanter en responsiever, maar door het beperkte bereik neemt de collectieve zeggenschap van burgers er niet substantieel door toe. Dereguleren lijkt zoals beoogd de individuele zeggenschap van belanghebbenden te versterken. Maar niet iedereen waardeert die individuele zeggenschap evenzeer of kan er even goed mee omgaan. Om sociale zeggenschap van organisaties te versterken zet de overheid in op meer ruimte voor co- en zelfregulering. Het verschilt sterk per dossier in hoeverre de sociale zeggenschap is toegenomen. Als onbedoeld gevolg blijkt bij alternatieve reguleringsstijlen dat technocraten zoals toezichthouders in het gat springen dat de wetgever achterlaat. Vervolgens kan het parlement als medewetgever met een initiatiefwet proberen om de autonomie van burgers, organisaties en belanghebbenden te bewaken, zoals geïllustreerd wordt met de casus van de initiatiefwet Bisschop. Deze casus roept wel de vraag op of de regering en het parlement niet systematischer kunnen reflecteren op de (dis)balans tussen participatieve, technocratische en representatieve democratie.


Dr. A.M. Bokhorst
Dr. A.M. (Meike) Bokhorst is senior wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en associate researcher bij Institutions for Open Societies van de Universiteit Utrecht. Ze werkte eerder als programmasecretaris Bruikbare rechtsorde bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Artikel

De Eerste Kamer had het laatste woord

Over het interactieve totstandkomingsproces van STROOM en de behandeling in de Staten-Generaal

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden STROOM, horizontale beleidsvorming, wetgevingsproces, wetsbehandeling
Auteurs mr. J.B. van Beuningen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 22 december 2015 werd het wetsvoorstel STROOM verworpen door de Eerste Kamer. Het voorstel betrof een herziening van de Gaswet en de Elektriciteitswet 1998, gaf uitvoering aan het Energieakkoord en zou ondersteuning bieden aan de energietransitie. Dit artikel beschrijft het intensieve totstandkomingsproces van het wetsvoorstel dat werd ingericht met transparantie en interactie als uitgangspunten en beschrijft het parlementaire proces dat met STROOM doorlopen werd. Het doel van het totstandkomingsproces was om via horizontale beleidsvorming te komen tot een solide wetsvoorstel, dat door partijen gedragen werd en waarmee het noodzakelijk vertrouwen tussen partijen onderling en in hun verhouding tot de overheid werd hersteld. Uiteindelijk lag er een goed en gedragen wetsvoorstel in de Tweede Kamer, een fair deal, waarbij men op individuele punten had ingeleverd ten behoeve van een groter doel: de energietransitie. Het parlement had echter relatief weinig oog voor de nieuwe beleidsvoornemens, maar focuste zich op de splitsing van de energiebedrijven, een onderwerp dat geen onderdeel had uitgemaakt van het voorbereidingsproces, omdat over de splitsing rechtszaken werden gevoerd. Uiteindelijk is omwille van de splitsing het wetsvoorstel met één stem verschil verworpen. Een onbevredigende uitkomst: de energietransitie liep vertraging op en de splitsingsbepalingen bleven onverkort van toepassing. Hoe kon dat gebeuren?


mr. J.B. van Beuningen
Mr. J.B. (Jan) van Beuningen is werkzaam bij het ministerie van Economische Zaken als clusterleider Gasmarkt en Gasgebouw. Van 2011 tot mei 2015 was hij als projectleider vanuit de directie Wetgeving en Juridische Zaken betrokken bij STROOM.
Artikel

De invloed van niet-rechtstreeks werkende grondrechtelijke verdragsbepalingen en de wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2016
Trefwoorden niet-rechtstreeks werkende verdragsbepalingen, sociaal-economische rechten, interpretatie van grondrechtelijke verdragsbepalingen, proportionaliteitvereiste
Auteurs Mr. dr. A.E.M. Leijten
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat centraal hoe niet-rechtstreeks werkende verdragsbepalingen doorwerken in wetgeving. Dergelijke bepalingen komen in allerlei soorten en maten voor en in deze bijdrage gaat het om de grondrechtelijke soort, die vaak zogenaamde sociaal-economische rechten betreffen. Het blijkt dat, hoewel dergelijke bepalingen niet direct doorwerken in de Nederlandse rechtsorde, zij toch hun invloed daarop uitoefenen. Ook de wetgever dient zich rekenschap te geven van dergelijke verdragsbepalingen, omdat het sluiten van een verdrag verplichtingen met zich brengt. In deze bijdrage wordt de wetgever een aantal handvatten aangereikt waar hij rekening mee moet houden. Proportionaliteit speelt hierbij een belangrijke rol. Tot slot wordt de relatie tussen wetgever en rechter in deze context beschreven, met name hoe de competentie tussen beide staatsmachten dient te worden afgebakend.


Mr. dr. A.E.M. Leijten
Mr. dr. A.E.M. (Ingrid) Leijten LL.M. is als universitair docent verbonden aan de Afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Leiden
Artikel

Better Regulation 2.0 in de Europese Unie: het nieuwe Interinstitutioneel Akkoord en de nieuwe Better Regulation-richtlijnen voor de Europese Commissie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Better Regulation, Interinstitutioneel Akkoord, legislative cyclus, Europees wetgevingsbeleid
Auteurs Mr. T.J.A. van Golen MA
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds het begin van het nieuwe millennium is er sprake van wetgevingsbeleid in de Europese Unie. Dit wordt met name vormgegeven door de Europese Commissie die verschillende agenda’s heeft vastgesteld om aan dit beleid vorm te geven. Sinds de komst van de commissie-Juncker is er weer een nieuwe agenda gekomen in mei 2015, echter met de oude naam Better Regulation. Twee speerpunten uit deze nieuwe agenda worden in dit artikel besproken. Het nieuwe Interinstitutioneel Akkoord voor beter wetgeven ziet op de samenwerking tussen de drie wetgevende instellingen van de Europese Unie, en heeft een aantal vernieuwingen opgeleverd. Daarnaast wordt de bundeling van de richtlijnen voor de wetgevingsinstrumenten van de Europese Commissie zoals impact assessments en ex-post evaluaties besproken. Van belang is het idee van een ‘legislative cyclus’ dat de Europese Commissie nastreeft: het constant kunnen aanpassen van wetgeving op basis van informatie die verzameld wordt. Hierbij is van belang dat alle instrumenten goed op elkaar aansluiten. Dit artikel beziet of dat gelukt is met de nieuwe Better Regulation-agenda en de instrumenten die daarmee zijn verbonden.


Mr. T.J.A. van Golen MA
Mr. T.J.A. (Thomas) van Golen MA is PhD Candidate aan de Tilburg Law School, Department of Private Law

C.F. van den Berg

G.S.A. Dijkstra

Mr. L.J. Vester
Mr. L.J. (Leo) Vester is coördinerend raadadviseur bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Realisering van grondwettelijke sociale grondrechten; wetgever, ubi est?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2016
Trefwoorden sociale grondrechten, positieve verplichtingen, zorgplicht
Auteurs Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de grondwetsherziening van 1983 zijn sociale grondrechten in de Grondwet opgenomen. Van een aantal onderwerpen, als werkgelegenheid, volksgezondheid en leefmilieu, is toen vastgesteld dat zij een ‘voorwerp van zorg’ van de overheid zijn. Zij leggen inspanningsverplichtingen op aan de overheid. In deze bijdrage staat de vraag centraal of, en zo ja op welke wijze, de wetgever gevolg heeft gegeven aan de grondwettelijk verankerde sociaal grondrechtelijke zorgplichten, alsmede welke consequenties uit de desbetreffende bevindingen kunnen worden getrokken. De bijdrage is aldus een eerste aanzet voor een evaluatieonderzoek naar de gevolgen van de introductie van sociale grondrechten voor de wetgevingspraktijk. Het lijkt erop dat deze gevolgen gering zijn. Het lijkt er echter ook op dat het belang van sociale grondrechten wel toeneemt en dat dit voornamelijk wordt gestimuleerd door andere actoren dan de wetgever zelf.


Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr. P.B.C.D.F. (Paul) van Sasse van Ysselt BA is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en tevens verbonden aan de Afdeling Staats- en bestuursrecht van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De functie van de kwaliteitsborging in het zorgstelsel

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden kwaliteit van zorg, professionele standaard, private regulering
Auteurs Prof. mr. J.G. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    In het gezondheidsrecht is de ontwikkeling van private normen van groot belang. Tussen normen van de wetgever en toetsing door de rechter ontwikkelt zich steeds meer een laag van standaarden, richtlijnen en protocollen. Deze geven invulling aan de meer globale normen en plichten die in formele wetgeving zijn neergelegd. Het Zorginstituut Nederland speelt hierin een belangrijke rol door registratie van richtlijnen en protocollen. De auteur gaat onder meer in op de ontwikkeling en vormgeving van de kwaliteitsnormering en plaatst enkele kanttekeningen daarbij. Zo zal de verwachting dat met deze ontwikkeling ook transparantie bij kwaliteit van zorg kan worden bevorderd, voorlopig niet zijn gerealiseerd. Integendeel, het heeft eerder de ondoorzichtigheid van het kwaliteitsvraagstuk in beeld gebracht. Het is zelfs de vraag of met een tendens naar standaarden als algemene, minimale kwaliteitsnormen met optimale doelmatigheid met de registratie wel de goede sleutel tot het goed functioneren van het stelsel is gevonden.


Prof. mr. J.G. Sijmons
Prof. mr. J.G. (Jaap) Sijmons is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en advocaat bij Nysingh te Zwolle.
Artikel

Wet kwaliteitsborging voor het bouwen; nieuw stelsel voor het bouwtoezicht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden bouwkwaliteit, kwaliteitsborging, nalevingstoezicht, toelatingsorganisatie, stelselwijziging
Auteurs R. Ahraoui
SamenvattingAuteursinformatie

    Het langverwachte wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen ter introductie van een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen en versterking van de privaatrechtelijke positie van de bouwconsument is ingediend bij de Tweede Kamer. Bouwpartijen moeten bij het bouwen zelf voorzien in privaatrechtelijk georganiseerd toezicht om te voldoen aan het Bouwbesluit 2012. Dit heeft gevolgen voor het nalevingstoezicht door de gemeente. Ingegaan wordt op de gemaakte keuzes. Tevens wordt ingegaan op de verschillende mogelijkheden waarop het toezicht op de naleving van de regels en afspraken vorm krijgt in het nieuwe stelsel.


R. Ahraoui
Mr. R. (Rachida) Ahraoui is senior wetgevingsjurist bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Private kwaliteitsborging als wetgevingsvraagstuk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden private kwaliteitsborging, regulering, toezicht
Auteurs dr. A.R. Neerhof
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij zowel de Europese als de nationale overheid is er al meer dan twee decennia lang een duidelijke belangstelling voor private kwaliteitsborging als een instrument voor regulering en toezicht naast exclusief overheidsoptreden. Dit past bij de gedachte dat in de samenleving ook veel kan worden gereguleerd zonder dat de overheid daar meteen aan te pas hoeft te komen. De auteur bespreekt dit instrument als wetgevingsvraagstuk. Daarbij komen de modaliteiten van private kwaliteitsborging aan bod en welke aandachtspunten in acht moeten worden genomen als de wetgever kiest voor private kwaliteitsborging. Deze aandachtspunten zijn te ontlenen aan beginselen van de democratische rechtsstaat en beginselen van behoorlijke wetgeving, goed bestuur en de open markt. Aan het slot trekt de auteur enkele conclusies over op welke wijze de overheid rekening moet houden met private kwaliteitsborging bij de totstandkoming van wetgeving.


dr. A.R. Neerhof
dr. A.R. (Richard) Neerhof is als universitair hoofddocent bestuursrecht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verricht onderzoek in het programma ‘Public Contracts: Law & Governance’.
Artikel

Private toezichthouders als radertjes in wiens machine: die van de overheid of van bedrijven?

De casus van zelfregulering in de uitzendbranche

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden vervangende zelfregulering, private toezichthouders, toezicht, uitzendbureaus
Auteurs Dr. H.G. van der Voort
SamenvattingAuteursinformatie

    Overheden accepteren vaak private, helpende handen voor toezichtstaken, zoals normstelling, informatieverzameling en handhaving. Publieke toezichthouders ontmoeten in een dergelijk geval hun private collega’s. Voorbeelden van deze collega’s zijn zelfregulerende brancheorganisaties, die op hun beurt toezichtstaken hebben. Zij zijn te zien als de facto private toezichthouders tussen publieke toezichthouders en bedrijven. Hoe is de rol van private toezichthouders te typeren? In een uitgebreide casusbeschrijving over vervangende zelfregulering in de uitzendbranche exploreert de auteur de rol van private toezichthouders tussen overheid en de bedrijven waarop zij toezicht houden in. Zijn zij heel afhankelijk van de overheid, een radertje in haar machine? Of juist een radertje in de machine van de bedrijven die de schone schijn willen ophouden voor de overheid? De casus laat zien dat private toezichthouders niemands radertje zijn, maar beter te zien zijn als zelfstandige module die een ingewikkeld systeem van publieke en private regels gaande houdt. De casus is inspirerend voor de wetgever, want deze heeft de branche zelf de prikkels gegeven om zich op de huidige wijze te reguleren en daarmee de private toezichthouders de huidige rol gegeven. De bijdrage sluit af met een uiteenzetting van deze prikkels en de verklaring van hun werking.


Dr. H.G. van der Voort
Dr. H.G. (Haiko) van der Voort is universitair docent aan de TU Delft, faculteit Techniek, Bestuur en Management.
Artikel

Regels voor de digitale deeleconomie, oftewel ‘uber-regulering’

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2016
Trefwoorden deeleconomie, experimenteerbepaling, innovatie
Auteurs Sofia Ranchordas
SamenvattingAuteursinformatie

    De zogenoemde ‘deeleconomie’ wordt steeds populairder en steeds meer elektronische platformen bieden goederen en diensten aan die niet door professionals, maar door gewone burgers geleverd worden. Dit levert kansen op, maar er zijn ook risico’s aan verbonden. Omdat de deeleconomie gebaseerd is op gedeelde consumptie, kunnen deze initiatieven in principe leiden tot een lager verbruik van hulpbronnen, minder CO2-uitstoot en een grotere vraag naar duurzamere producten van goede kwaliteit. Als nadelen worden vaak genoemd een gebrek aan regels, arbeidsonzekerheid, gevaren voor de veiligheid van de gebruikers en schending van de privacy van consumenten. Dit alles werpt de vraag op hoe de wetgever met de opkomst van de deeleconomie moet omgaan: moet hij maatregelen nemen om de deeleconomie te bevorderen of bestaande regelgeving toepassen? De auteur neemt het standpunt in dat, omdat de deeleconomie nog in grote beweging is, er een voorlopige oplossing moet worden gevonden waarbij de voordelen van de deeleconomie afgewogen worden tegen de publieke belangen die op dit moment onbeschermd blijven. Deze derde weg kan worden bewandeld door de invoering van afwijkende regels of via experimenten. De wijze waarop de gemeente Amsterdam omgaat met Airbnb is volgens de auteur hiervan een goed voorbeeld.


Sofia Ranchordas
Mr. dr. Sofia Ranchordas is universitair docent aan de Tilburg Law School en Resident Fellow aan de Yale Law School, Information Society Project.
Artikel

Paden naar Utopia

Over regels, regeldruk en experimenten in het onderwijs

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2016
Trefwoorden experimenten, regeldruk, toekomstbestendige wetgeving
Auteurs Erik Florijn
SamenvattingAuteursinformatie

    De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) maakte onlangs bekend dat hij een experiment met regelluwe scholen wil starten. Het experiment houdt in dat ongeveer zestig ‘excellente’ scholen zes jaar lang de ruimte krijgen om met het oog op verbetering van de kwaliteit of de doelmatigheid van het onderwijs af te wijken van vrijwel alle onderwijsrechtelijke bepalingen. In dit artikel gaat de auteur na of het experiment met regelluwe scholen als een voorbeeld kan dienen voor het werken met experimenteerbepalingen zoals het kabinet dat voor ogen staat, of dat uit de opzet van dit experiment juist andere lessen kunnen worden getrokken. De auteur ziet een aantal knelpunten bij dit experiment. Zo worden onder meer opmerkingen gemaakt over de meetbaarheid van kwaliteit van onderwijs, de vormgeving van het experiment, de verhouding tussen het experimentenbesluit en de bovenliggende wet, en de praktische uitvoerbaarheid van een evaluatie.


Erik Florijn
Dr. Erik Florijn is wetgevingsjurist bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Artikel

Een algemene bepaling of preambule voor de Nederlandse Grondwet – gerommel in de marge?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Grondwet, preambule, algemene bepaling
Auteurs Mirjam von Meijenfeldt en Roos Molendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    De regering heeft voorgesteld een algemene bepaling aan de Grondwet toe te voegen waarin staat dat de Grondwet de kernwaarden democratie, rechtsstaat en grondrechten waarborgt. In reactie op het door Adams en Leenknegt geschreven artikel wordt betoogd dat zowel een algemene bepaling als een preambule bij de huidige constitutionele stand van zaken slechts gerommel in de marge is. Het voorstel gaat voorbij aan waar het daadwerkelijk om gaat: een fundamentele herbezinning op de Grondwet en diens plaats in de samenleving.


Mirjam von Meijenfeldt
Mirjam von Meijenfeldt volgt de master Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht.

Roos Molendijk
Roos Molendijk volgt de master Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Toekomstbestendige wetgeving: duurzaam? wendbaar? duurzaam wendbaar?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2016
Trefwoorden toekomstbestendige wetgeving, Right to Challenge, experimenteerbepaling, doelregulering
Auteurs Gert Jan Veerman
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Toekomstbestendigheid’ is in de mode, dat geldt ook voor het idee van de toekomstbestendige wetgeving. Van oorsprong betekent toekomstbestendig: duurzaam. Dat wordt geïllustreerd aan de hand van het materiaal waarop teksten vroeger werden vastgelegd en van ideeën over de aard en oorsprong van regels: een godheid, de natuur, het wezen van de mens. Empirisch gesproken, is wetgeving niet zo duurzaam, maar wordt zij aangepast aan de maatschappelijke omstandigheden. Dat is in het algemeen zo, maar is ook vast te stellen voor de recente tijd. Een onderzoek naar wetten die de laatste tien jaar niet zijn gewijzigd, laat zien dat dergelijke wetgeving nauwelijks voorkomt en dat die zeer specifieke situaties betreft.
    In een recente brief van de Minister van Economische Zaken over ‘Toekomstbestendige wetgeving’ lijkt toekomstbestendigheid een andere inhoud te hebben gekregen. Wetgeving moet wendbaar zijn om innovatie te faciliteren. Om niettemin tegemoet te komen aan de bescherming van publieke belangen wordt van de wetgever gevraagd ‘duurzaam wendbare’ wetgeving te ontwerpen. Drie operationaliseringen worden gegeven van dergelijke structureel wendbare wetgeving: doelregulering, ‘Right to Challenge’ en experimenteerbepalingen. Nadere analyse leert dat sprake is van een conceptuele vergissing, dat een politieke belangenafweging wordt vermomd als een technisch-legislatieve, dat de drie operationaliseringen zo structureel niet zijn en de nodige nadelen hebben. Wetgeving is al wendbaar, wordt aangepast aan de maatschappelijke omstandigheden en het daarvoor gewenste beleid. Zo worden (de) drie betekenissen van het concept van ‘toekomstbestendige wetgeving’ in het artikel ten grave gedragen.


Gert Jan Veerman
Mr. dr. Gert Jan Veerman was werkzaam bij het Kenniscentrum Wetgeving en is emeritus-hoogleraar Wetgeving en Wetgevingskwaliteit bij Maastricht University.
Toont 1 - 20 van 24 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.