Zoekresultaat: 20 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x Jaar 2018 x Rubriek Article x
Artikel

Access_open Signalen van de Hoge Raad naar de wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2018
Trefwoorden Hoge Raad, signalen aan de wetgever, trias politica
Auteurs Mr. M.W.C. Feteris
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel is een bewerking van een lezing die de auteur op 11 april 2018 heeft gehouden voor de Academie voor Wetgeving, en waarin hij de achtergronden heeft toegelicht van het besluit van de Hoge Raad om systematischer werk te gaan maken van signalen naar de wetgever.


Mr. M.W.C. Feteris
Mr. M.W.C. (Maarten) Feteris is president van de Hoge Raad.
Artikel

Is terugkoppeling naar de wetgever een taak van de bestuursrechter?

Ja, maar op het juiste moment en op transparante wijze

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2018
Trefwoorden rechter, wetgever, evaluatie, terugkoppeling, transparantie
Auteurs Mr. dr. R.M. van Male
SamenvattingAuteursinformatie

    In welke mate moet de rechter – meer in het bijzonder de Centrale Raad van Beroep (CRvB) – zijn ervaringen met wetgeving rechtstreeks terugkoppelen naar de wetgever? Bij ervaringen valt te denken aan geconstateerde leemtes of tegenstrijdigheden in wet- en regelgeving, aan strijd met hoger recht, aan problemen met overgangsrecht, of meer fundamenteel, aan de gevolgen van (grote) wetgevingsoperaties zoals de ‘decentralisaties’ in het sociaal domein.


Mr. dr. R.M. van Male
Mr. dr. R.M. (Ron) van Male is senior raadsheer inhoudelijke adviseur bij de Centrale Raad van Beroep.
Artikel

Wetgever en rechter: een vruchtbare wisselwerking

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2018
Trefwoorden rechter, wetgever, signalering, terugkoppeling
Auteurs Mr. J.J. van Eck en Mr. dr. R.K. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    Het leerstuk van de trias politica houdt in dat de drie staatsmachten – de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechterlijke macht – onderscheiden verantwoordelijkheden en taken hebben, maar ook dat zij alle drie deel uitmaken van het geheel van de overheidsmacht. In het dagelijks bestaan worden vooral de verschillen benadrukt, maar de overheid als geheel kan niet zonder de complementaire en signalerende rol van elk van de staatsmachten. Daarvan zijn in de praktijk van de Nederlandse Raad van State voorbeelden te zien, maar sinds kort wordt ook op Europees niveau hiernaar gekeken. Mits ieder van de betrokkenen zich realiseert wat de eigen rol en verantwoordelijkheid is, kan hier een duidelijke meerwaarde ontstaan.


Mr. J.J. van Eck
Mr. J.J. (Jacques) van Eck is staatsraad bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Mr. dr. R.K. Visser
Mr. dr. R.K. (Rob) Visser is secretaris van de Raad van State.
Artikel

Terugkoppeling door de rechter, wat moet de wetgever daarvan vinden?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2018
Trefwoorden wetgeving, terugkoppeling, trias politica, machtenscheiding, rechtspraak
Auteurs Mr. drs. A.G. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat centraal wat de terugkoppeling van de rechter aan de wetgever vraagt van de wetgever. Allereerst wordt geconcludeerd dat ook zonder expliciete terugkoppeling de rechter zich wendt tot de wetgever en dat een expliciete terugkoppeling als zodanig geen verandering in de verhouding tussen rechter en wetgever met zich brengt. Er lijken echter wel tekenen te zijn dat de verhouding tussen rechtspraak en wetgever in beweging is. Daar hoeft de wetgever niet bij te staan kijken. Hij kan door een actieve houding de beweging beïnvloeden. Verschillende mogelijkheden die de wetgever heeft om met inachtneming van de staatsrechtelijke verhoudingen te reageren op rechtspraak en het belang van het tijdig maken van duidelijke keuzes in maatschappelijk gevoelige kwesties door de wetgever zelf, passeren de revue. Ten slotte wordt een oproep gedaan om met elkaar in gesprek te gaan over de kwaliteit van de wetgeving, de betekenis van de jurisprudentie, de overlap tussen politieke afwegingen en rechtsvinding en over de vraag waar de grenzen nu precies liggen.


Mr. drs. A.G. van Dijk
Mr. drs. A.G. (Anneke) van Dijk (directeur wetgeving en juridische zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid).
Artikel

Access_open De relatie tussen burgerlijke rechter en wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2018
Trefwoorden Landbouwvliegers-maatstaf, rechtsvormende taak, wetgevingsbevel, rechtstreekse werking, bijna-risicoaansprakelijkheid
Auteurs Mr. L.A.D. Keus
SamenvattingAuteursinformatie

    De wet dwingt de rechter tot een terughoudende opstelling jegens de wetgever. Recente rechterlijke uitspraken hebben (opnieuw) de vraag opgeroepen of de verlangde terughoudendheid uit internationaalrechtelijk oogpunt houdbaar is. In zijn bijdrage bespreekt de auteur de stand van de rechtspraak van de Hoge Raad. Zijn conclusie is dat nog altijd terughoudendheid wordt betracht en dat deze niet onhoudbaar is. Wel signaleert hij een verschuiving in de opvatting van het grondwettelijke begrip ‘eenieder verbindende bepalingen’, alsmede een ruimere overheidsaansprakelijkheid voor niet-onverbindende wetgeving, onder meer in geval van onverenigbaarheid met Europese richtlijnen.


Mr. L.A.D. Keus
Mr. L.A.D. (Leen) Keus was advocaat-generaal bij de Hoge Raad en staatsraad in buitengewone dienst met als functie staatsraad advocaat-generaal.
Artikel

De Europese kreukelzone van de wetgever

Goede wetgeving vanuit het EU- en EVRM-perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2018
Trefwoorden EU, EVRM, wetgever, toetsing, Verenigbaarheid
Auteurs Mr. dr. A. Cuyvers en Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is een ‘goede wet’ voor de Nederlandse rechter vanuit het EU-recht en het EVRM bezien? Een ‘goede wet’ – daaronder mede begrepen de toelichting bij de wet – stelt de rechter afdoende in staat om (1) de verenigbaarheid van een wet met het EU-recht of het EVRM te beoordelen en (2) potentiële conflicten met het EU-recht of het EVRM constructief op te lossen zonder te hoeven grijpen naar ‘zware’ opties. Maar hoe, en tot op welke hoogte, kan of moet de wetgever rekening houden met de Europese taak en habitat van de Nederlandse rechter, zowel qua inhoud als qua motivering van wetgeving? En welke wetgevende kreukelzone mag de rechter onder Europees recht en het EVRM aan de wetgever laten alvorens in te grijpen? Ter beantwoording van deze vragen gaat deze bijdrage in op de verschillende vereisten die het EU-recht en het EVRM stellen aan goede wetgeving, waarbij mede wordt ingegaan op de structuur van de stapsgewijze toetsing door de Europese Hoven van nationale wetgeving.


Mr. dr. A. Cuyvers
Mr. dr. A. (Armin) Cuyvers is universitair hoofddocent Europees recht aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.

Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr.dr. P.B.C.D.F. (Paul) van Sasse van Ysselt is plaatsvervangend hoofd afdeling Constitutionele Zaken bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Amsterdam en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Worstelen met de wet, wie is aan zet? Op weg naar HOPE

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2018
Trefwoorden rechter en wet, hanteerbaarheid van de wet, Aanwijzingen voor de regelgeving, rechterlijke terugkoppeling, doelmatigheid van de wet
Auteurs Mr. J.H. van Kreveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Centraal staat de vraag: wat is voor de bestuursrechter een goed hanteerbare wet? Dat is een wet waarmee hij zonder veel problemen steeds tot redelijke, juridisch aanvaardbare oplossingen kan komen. Uit zijn ervaringen als bestuursrechter concludeert de auteur dat daarvoor nodig is dat de wet (1) helder is qua tekst, opbouw en toelichting, (2) juridisch deugt en deugdelijk onderbouwd is, en (3) in concrete gevallen niet te veel knelt. De wet moet HOPE zijn: Helder, Overtuigend en Proportioneel jegens Eenieder. De toelichting van de wet is in het bijzonder belangrijk voor de beoordeling van de juridische deugdelijkheid van de wet. Het is tenslotte nuttig als er goed lopende systemen van terugkoppeling door rechters naar wetgevers ontstaan, om de hanteerbaarheid van bestaande wetten te vergroten en als leerervaring bij nieuwe wetten. Dit leidt tot de slotsom: wetgever én rechter zijn aan zet.


Mr. J.H. van Kreveld
Mr. J.H. (Jan) van Kreveld was hoofd wetgevingskwaliteitsbeleid bij het ministerie van Justitie en hoogleraar wetgevingsleer aan Tilburg University en daarna lid van de Centrale Raad van Beroep en de Afdeling bestuursrechtspraak. Nu is hij voorzitter van de bezwarencommissie van de provincie Zuid-Holland. In 1991-2001 maakte hij deel uit van de redactie van RegelMaat.
Artikel

De constitutionele advisering door de Venice Commission

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2018
Auteurs Prof. mr. drs. B.P. Vermeulen en Mr. dr. A. Jasiak
SamenvattingAuteursinformatie

    De Venice Commission heeft zich sinds 1990 ontwikkeld tot een gezaghebbende constitutioneel raadgever met betrekking tot de verenigbaarheid van (grond)wetgeving met de beginselen van de rule of law, mensenrechten en democratie voor de lidstaten van de Raad van Europa. Besproken wordt wat de Commissie is, wat zij doet en hoe zij dat doet. Vervolgens wordt ingegaan op de maatstaven die zij hanteert, en de specifieke uitdagingen die haar internationale positie, mede gezien het opkomend populisme en het spanningsveld tussen democratie en rechtsstaat, met zich brengen voor de mate van terughoudendheid in haar oordeelsvorming. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de ‘casus Polen’.


Prof. mr. drs. B.P. Vermeulen
Prof. mr. drs. B.P. (Ben) Vermeulen is lid van de Raad van State en lid van de Venice Commission (2007-2011 substituut-lid).

Mr. dr. A. Jasiak
Mr. dr. A. (Anna) Jasiak is sectorhoofd (sectie III) in de Afdeling advisering van de Raad van State; in 2014 was zij gedetacheerd bij het secretariaat van de Venice Commission.

    Iedereen wil betere kwaliteit van wetgeving, maar het daadwerkelijk realiseren hiervan is gemakkelijker gezegd dan gedaan. De rijksbrede wetgevingstoetsing, onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Justitie en Veiligheid, levert hieraan op verschillende manieren een bijdrage. De auteur gaat in op de organisatie en meerwaarde van de rijksbrede wetgevingstoetsing en de dilemma’s die hierbij spelen. Ook komen de effecten van de toetsing aan de orde, de relatie met de Raad van State en de parlementaire aandacht voor wetgevingskwaliteit. Aan de hand van internationale ontwikkelingen worden verder te onderzoeken opties geschetst voor de toekomstige ontwikkeling van de rijksbrede wetgevingstoetsing.


Drs. S.A.P.J. van Melis
Drs. S.A.P.J. (Suzanne) van Melis is strategisch raadadviseur en coördinator rijksbrede wetgevingstoetsing bij de sector Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid, directie Wetgeving en Juridische Zaken, ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Access_open Wetgeving en de toets der kritiek

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2018
Trefwoorden regeldruk, tegenspraak, procedurele toets, koppeling ex-ante- en ex-postevaluatie
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De ex-antewetgevingstoetsing heeft sinds 1990 onder invloed van met name het streven naar vermindering en vereenvoudiging van regelgeving een hoge vlucht genomen. Het lijkt er echter op dat juist op het punt van deregulering en alternatieven voor wetgeving de meerwaarde ervan de afgelopen decennia beperkt is gebleven, mede omdat het toetsingsproces te veel gericht is op het vinden van consensus in plaats van het organiseren van kritiek en tegenspraak. Deze bijdrage stelt voor om een andere weg in te slaan, waarin meer nadruk ligt op procedurevoorschriften, afstandelijker toetsing en een meer systematische koppeling van ex-ante- en ex-postevaluatie.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Artikel

Empathie in het sociaal domein

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2018
Trefwoorden mensbeeld, beleidstheorie, implementatie, sociale zekerheid
Auteurs Mr. dr. A. Tollenaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan wetgeving ligt altijd een mensbeeld ten grondslag. Het mensbeeld bestaat uit het geheel aan eigenschappen (voorkeuren, vaardigheden, motieven) van degene die door de wet wordt geraakt of beschermd. De mensbeelden kunnen worden onderscheiden in een drietal dimensies: zelfredzaam, bureaucratische vaardigheden en calculerend gedrag. De analyse van de totstandkoming van de wetgeving in de sociale zekerheid leert dat de mensbeelden van verschillende recente wetten verschillend scoren op deze dimensies. Onduidelijk is waar de wetgever zijn mensbeeld op baseert. Bij wetgeving lijken mensbeelden vooral te worden gebruikt om wettelijke voorschriften te legitimeren. Bij de uitvoering van de wetten blijken weer andere mensbeelden te domineren. Dit is ingegeven door enerzijds meer specifieke kennis van de normadressaat (voorschriften worden niet zo streng gehandhaafd als de wetgever zou willen, omdat de handhaving ongewenste effecten heeft) en anderzijds bezuinigingsdrift (waardoor procedurele barrières worden opgeworpen die de wetgever niet voor ogen stonden). Dit geconstateerde verschil tussen uitvoering en wetgeving leidt tot de aanbeveling om bij wetgeving meer kennis over de mensbeelden in de uitvoeringspraktijk te betrekken.


Mr. dr. A. Tollenaar
Mr. dr. A. (Albertjan) Tollenaar is universitair hoofddocent aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De empathische Belastingdienst

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2018
Trefwoorden vertrouwen, adequate klantinteractie, redzaamheid, inclusiviteit
Auteurs Drs. E.M. Nijenhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Om regels na te kunnen leven hebben mensen het nodig vertrouwen te stellen in de overheid: de wetgever en de uitvoeringsinstantie. Basis voor het zich houden aan afspraken is wederzijds vertrouwen. Empathie voedt dit vertrouwen. Zonder begrip voor situaties en emoties die ontstaan bij het (niet-)nakomen van regels of het verkrijgen van rechten keldert het vertrouwen en daarmee de grond voor vrijwillige naleving. Een empathische Belastingdienst leert van belastingplichtigen wat ze nodig hebben bij het zakendoen met de Belastingdienst én trekt zich daar wat van aan. Zo hoopt de Belastingdienst de fiscale redzaamheid te versterken. Uit onderzoek blijkt hoe door die kennis processen verbeteren, waardoor mensen met meer zekerheid hun aangifte doen en toeslagen aanvragen. Ook blijkt wat er lastig is aan het toepassen van die kennis en waar grenzen aan het empathisch vermogen zitten vaak door wet- en regelgeving.


Drs. E.M. Nijenhuis
Drs. E.M. (Edith) Nijenhuis is psycholoog en statisticus en als senior onderzoeker werkzaam bij de afdeling Onderzoek van de Belastingdienst. Zij houdt zich voornamelijk bezig met fiscale redzaamheid. Ze onderzoekt verschillen tussen zelfredzamen, hulpvragend redzamen en onredzamen en hoe de Belastingdienst adequaat op bestaande behoeften en mogelijkheden kan aansluiten. Ze is betrokken bij divers onderzoek onder belastingplichtigen naar meningen over, ervaringen met en motieven bij hun interactie met de Belastingdienst.
Artikel

Access_open Wetgeving in de responsieve rechtsstaat

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2018
Trefwoorden responsieve rechtsstaat, procedurele rechtvaardigheid, gelijkheidsbeginsel, schulden
Auteurs Prof. dr. M. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    De burger is niet een altijd rationeel handelende persoon, zoals de wetgever veronderstelt. Zijn doenvermogen, zoals de WRR het noemt, verschilt soms sterk van dat beeld. Doordat de wetgever van het verkeerde beeld uitgaat, bouwt hij een rechtsstaat op die op papier klopt (bureaucratische rechtsstaat) maar voor de echte burger geen werkelijkheid wordt (geen responsieve rechtsstaat is). Zoals economen inmiddels afstand hebben genomen van het rationele-actormodel, zullen juristen dat ook moeten doen. Wanneer rechtsstaat, recht en overheidsbeleid worden gebaseerd op een beeld van de burger zoals die echt is, wordt de rechtsstaat responsief, en worden wet en beleid doeltreffender.
    In dit artikel wordt geschetst hoe de wetgever invulling kan geven aan de responsieve rechtsstaat. De inzichten uit het recente WRR-rapport en het denken over procedurele rechtvaardigheid leiden daarbij tot een benadering die – in drie lagen verdeeld – aangeeft hoe dat zou kunnen.


Prof. dr. M. Scheltema
Prof. M. (Michiel) Scheltema is regeringscommissaris algemene regels van bestuursrecht. Hij was eerder hoogleraar bestuursrecht en voorzitter van de WRR.
Artikel

Toegankelijk wetgeven onder de Omgevingswet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden Aanwijzingen, harmonisatie, wetgevingskwaliteit, stelselherziening, Omgevingswet
Auteurs Mr. dr. H.A. Oldenziel en Mr. H.W. de Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    Er wordt op dit moment gewerkt aan een nieuw stelsel voor het omgevingsrecht. Een belangrijk verbeterdoel van deze grote wetgevingsoperatie is de vereenvoudiging en harmonisatie van regels. Om daarvoor te zorgen is een leidraad wetgevingskwaliteit opgesteld. Daarin zijn, in aanvulling op de Aanwijzingen voor de regelgeving, vuistregels opgenomen over de structuur en vormgeving van wetgeving en over modern taalgebruik. Enkele van deze vuistregels lenen zich voor bredere toepassing. Deze zouden een plek in de Aanwijzingen kunnen krijgen. Dit zou het harmoniserende effect van de Aanwijzingen kunnen vergroten. Belangrijker is nog dat het bevorderen van de eenheid en toegankelijkheid in de dagelijkse wetgevingspraktijk gestalte krijgt. Alleen dan kunnen concrete resultaten worden geboekt.


Mr. dr. H.A. Oldenziel
Mr. dr. H.A. (Harald) Oldenziel is als juridisch projectleider – thans bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en daarvoor bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu – betrokken bij de totstandkoming van het nieuwe stelsel van het omgevingsrecht.

Mr. H.W. de Vos
Mr. H.W. (Wilco) de Vos is als juridisch projectleider – thans bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en daarvoor bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu – betrokken bij de totstandkoming van het nieuwe stelsel van het omgevingsrecht.
Artikel

Gidsen voor het wetgeven in de Benelux en Latijns Europa – een poging tot een rechtsculturele benadering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden Aanwijzingen voor de regelgeving, wetgevingsgids België, wetgevingsgids Luxemburg, wetgevingsgids Frankrijk, wetgevingsgids Italië, wetgevingsgids Spanje
Auteurs Prof. mr. W. Konijnenbelt
SamenvattingAuteursinformatie

    De 25 jaar oude Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar) gaan terug op een VAR-rapport uit 1948. Ze zijn grotendeels overgenomen in Suriname, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De Belgische ‘Beginselen van de wetgevingstechniek’, opgesteld door de Raad van State, zijn doorgaans veel gedetailleerder dan de Ar en bevatten vaak uitleggende beschouwingen. Ze betreffen uitsluitend de wetgevingstechniek en de keus tussen de vele typen wettelijke regelingen die het land kent. Luxemburg heeft geen officiële gids voor het regelgeven, maar wel een ‘traité’ van de hand van de secretaris-generaal van de Raad van State met praktische en overzichtelijke regelgevingstechnische aanwijzingen, geïnspireerd door de Belgische ‘Beginselen’ en de Franse wetgevingspraktijk. Frankrijk heeft een gids voor de legistiek in de vorm van een omvangrijke digitale ‘kaartenbak’, samengesteld door de Raad van State en het secretariaat-generaal van de regering. Het gaat over zaken als verstandig regelgeven, de keus voor een bepaald type regeling en wetgevingstechniek. Veel zaken zijn hier, evenals in België, een stuk ingewikkelder dan in Nederland. Italië heeft een heel beknopte set van 37 wetgevingstechnische regels, vastgesteld door de kanselarij en overgenomen door beide Kamers, die een heel andere wetgevingscultuur verraden dan wij gewend zijn. Spanje ten slotte kent ongeveer honderd richtlijnen voor de wetgevingstechniek, vastgesteld door de regering, aangenaam duidelijk en beknopt. Een Spaanse wettelijke regeling is in beginsel strak gestructureerd, maar kent vaak diverse ‘loshangende’ slotbepalingen. Er is veel aandacht voor eenvoudige en duidelijke taal. Afgesloten wordt met enkele rechtsculturele indrukken en enige aan de besproken buitenlandse gidsen ontleende suggesties voor verdere verbetering van de Ar.


Prof. mr. W. Konijnenbelt
Prof. mr. W. (Willem) Konijnenbelt is wetgevingsadviseur bij Konijnenbeltwetgeving.nl. Hij is emeritus hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam, oud-staatsraad en oud-lid van de redactie van RegelMaat.
Artikel

Access_open De tiende wijziging van de Aanwijzingen voor de regelgeving – van: a naar ‘b’

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden wetgevingstechniek, Aanwijzingen voor de regelgeving, wetgeving
Auteurs mr. L.J. Vester
SamenvattingAuteursinformatie

    In het artikel wordt naar aanleiding van de tiende wijziging daarvan de betekenis van de Aanwijzingen voor de regelgeving voor de wetgevingspraktijk beschreven, alsmede de wijze van totstandkoming daarvan. Verder worden de belangrijkste wetgevingstechnische veranderingen beschreven die het gevolg zijn van deze wijziging. Afsluitend wordt vooruitgekeken naar mogelijke of reeds voorgenomen toekomstige wijzigingen van de Aanwijzingen.


mr. L.J. Vester
Mr. L.J. (Leo) Vester is strategisch raadadviseur bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken, sector Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, en voorzitter van de werkgroep Aanwijzingen voor de regelgeving.
Artikel

Een internationale vergelijking van wetgevingstechnische aanwijzingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden wetgevingstechniek, Aanwijzingen voor de regelgeving, Interpretation Act, Gemeenschappelijke Praktische Handleiding
Auteurs Mr. M.J.C. Stip
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat een rechtsvergelijkend onderzoek naar wetgevingstechnische aanwijzingen van Nederland, Duitsland, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk, de Europese Unie, Canada en de Canadese provincie Brits-Columbia centraal. Hierbij wordt de vraag gesteld in hoeverre er overeenkomsten en verschillen zijn tussen de Nederlandse Aanwijzingen voor de regelgeving en de equivalenten daarvan van andere rechtsordes. Daartoe wordt allereerst beschreven welke instrumenten in de verschillende rechtsordes worden gebruikt, welke doelen daarmee worden nagestreefd, hoe de instrumenten zijn opgebouwd en de bindende kracht die van het instrument uitgaat. Daarna worden de instrumenten op twee punten met elkaar vergeleken, te weten beknoptheid en het voorkomen van dubbelzinnigheid. In alle besproken instrumenten zijn dit nastrevenswaardige zaken, hoewel de wijze waarop dat gebeurt, verschilt. Ook de doelstellingen van de instrumenten zelf verschillen, hoewel de onderzochte wetgevingstechnische principes veel gelijkenissen vertonen.


Mr. M.J.C. Stip
Mr. M.J.C. (Catharine) Stip is promovenda en docent staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

100 Ideeën en 1 suggestie voor de Aanwijzingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden gemeenten, regelgeving, regelgevingstechniek, aanwijzingen, Konijnenbelt
Auteurs Mr. D. Corver
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor de meeste gemeentejuristen is het schrijven van regelgeving iets dat ze er slechts sporadisch bij doen. Het is dan ook een goede zaak dat hun een helpende hand wordt toegestoken met de 100 Ideeën voor de gemeentelijke regelgever, opgesteld door Willem Konijnenbelt en uitgegeven door de VNG. In deze bijdrage wordt eerst kort nader ingegaan op de 100 Ideeën, alvorens drie verschillen tussen de 100 Ideeën en de Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar) te bespreken en twee punten van kritiek ten aanzien van de 100 Ideeën. Tot slot volgt ook nog een suggestie ter verdere verbetering van de Ar.


Mr. D. Corver
Mr. D. (Daan) Corver is senior jurist bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen. In het verleden was hij als wetgevingsjurist werkzaam bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Artikel

De naleving van wetstechnische aanwijzingen bij ministeriële regelingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden wetgevingstechniek, Aanwijzingen voor de regelgeving, ministeriële regelingen
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage doet de auteur verslag van zijn onderzoek naar de wetstechnische kwaliteit van 28 ministeriële regelingen die in november en december 2017 in de Staatscourant verschenen. Bekeken is in hoeverre deze regelingen afwijkingen bevatten van de wetstechnische aanwijzingen uit de Aanwijzingen voor de regelgeving zoals die vóór 1 januari 2018 golden. Over het geheel genomen lijkt de wetstechnische kwaliteit van ministeriële regelingen te zijn verbeterd ten opzichte van de bevindingen uit eerdere onderzoeken uit 2002 en 2004. Het aantal onvolkomenheden is uiteindelijk immers tamelijk gering en geringer dan bij de eerdere onderzoeken. Nog steeds zijn er echter tamelijk veel onvolkomenheden in het opschrift en het slotformulier. Ook de terminologie ‘bedoeld’ en ‘als bedoeld’ en bijlagen verdienen de aandacht. Opvallend is verder dat de verplichting om in de toelichting melding te maken van het afwijken van de vaste verandermomenten of van de minimuminvoeringstermijn vaak niet wordt nageleefd.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.