Zoekresultaat: 91 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x
Artikel

Bouwbesluit 2012 en Bbl: bouwen op een duurzaam fundament

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden Bouwbesluit, functionele eisen, prestatie-eisen, gebruiksmelding, gelijkwaardige oplossing
Auteurs Mr. A. (Anneke) Franken en Mr. H. (Hans) Koolen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het juridisch kader van de belangrijkste aspecten van het Bouwbesluit 2012 (Bb) gegeven. In het artikel gaan auteurs in op de oorsprong en grondslag van het Bb (par. 2), de hoofdstukindeling, de begrippen en de verschillende gebruiksfuncties in het Bb (par. 3), de (minimum)eisen en de beschermingsniveaus (par. 4), het instrument gebruiksmelding (par. 5), de mogelijkheden van een gelijkwaardige oplossing (par. 6), de opbouw en systematiek van de functionele eisen en de prestatie-eisen (par. 7), bouw- en sloopwerkzaamheden in het Bb (par. 8), handhaving (par. 9), overgangsrecht (par. 10) en de verhouding tot de Wabo en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (par. 11). Ook wordt ingegaan op de toekomst van het Bb onder de Omgevingswet (par. 12).


Mr. A. (Anneke) Franken
Mr. A. Franken is advocaat bij Hemwood

Mr. H. (Hans) Koolen
Mr. H. Koolen is advocaat bij Hemwood
Artikel

Corona en potentiële aansprakelijkheidsclaims

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2020
Trefwoorden informatieplicht staat, operationele plicht staat, corona, aansprakelijkheid jegens bezoekers, ziekenhuizen
Auteurs Prof. mr. C.C. van Dam
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage inventariseert mogelijke schadeclaims die zouden kunnen worden ingesteld in verband met de coronacrisis. Achtereenvolgens komen aan de orde de potentiële aansprakelijkheid van de Staat, deels als gevolg van niet-genomen maatregelen (nalaten), deels als gevolg van wel genomen maatregelen (doen) en de potentiële aansprakelijkheid van private partijen. Bij dit laatste gaat het om de potentiële aansprakelijkheid van ziekenhuizen en verpleeg- en verzorgingshuizen, van werkgevers, van eigenaren en uitbaters van openbaar toegankelijke gebouwen (inclusief winkels), van producenten, van sociale media en van burgers onderling. De bijdrage wordt afgesloten met enkele algemene beschouwingen over schade en causaliteit.


Prof. mr. C.C. van Dam
Prof. mr. C.C. van Dam is hoogleraar aan Maastricht University, de Erasmus Universiteit Rotterdam en King’s College London.
Artikel

Kroniek Bestuursprocesrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 9 2020
Auteurs Marieke Dankbaar, Rachel Hoeneveld en Laurien Mulder

Marieke Dankbaar

Rachel Hoeneveld

Laurien Mulder
Artikel

Ruzie op de werkvloer, over een verstoorde horizontale arbeidsverhouding

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Arbeidsrecht, Ontslag, Verstoorde arbeidsverhouding, Ruzie, Werknemers
Auteurs mr. Alexander Briejer
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat over een verstoorde horizontale arbeidsverhouding als g-grond. De auteur gaat aan de hand van wetgeving en rechtspraak dieper in op dit onderwerp. Diverse vraagstukken komen uitgebreid aan bod, zoals de vraag in hoeverre van een werkgever mag worden verwacht een dergelijke verstoring te herstellen. Het beoordelingskader van een rechter komt ook ter sprake. Slechts in bijzondere gevallen kan een verstoorde arbeidsrelatie tussen werknemers onderling een verstoorde arbeidsverhouding met de werkgever opleveren. Er dient ten minste sprake te zijn van een verstoorde horizontale arbeidsverhouding die doorwerkt in de verticale arbeidsrelatie. Uit de door de auteur in dit artikel besproken rechtspraak blijkt dat er meer aan de hand is dan een puur horizontale verstoorde arbeidsverhouding, zoals een situatie waarin de werknemer zich weigerachtig opstelt in een mediationtraject. Die verstoring werkt dan door in de verticale arbeidsverhouding waardoor een geslaagd beroep op de g-grond mogelijk is.


mr. Alexander Briejer
Alexander Briejer is advocaat bij Van Doorne.
Artikel

Conflicten bij pensioenontslag

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden pensioenonstslag, pensioenontslagbeding, doorwerken, pensioenleeftijd, ouderenregeling
Auteurs mr. Cornelien Donner-Broersma
SamenvattingAuteursinformatie

    De centrale vraag in dit artikel is tegen welke juridische discussies werkgevers kunnen aanlopen indien zij de leeftijd van de werknemer als reden hanteren voor het beëindigen van de arbeidsovereenkomst dan wel het aftoppen van de vergoeding in een sociaal plan. Voor het beantwoorden van deze vraag worden achtereenvolgens de volgende onderwerpen behandeld: het pensioenontslagbeding, een ouderenregeling in een sociaal plan en een vermeend recht op doorwerken. Vervolgens worden – mede aan de hand van de in dit artikel aangehaalde jurisprudentie – enkele aanbevelingen voor werkgevers geformuleerd.


mr. Cornelien Donner-Broersma
Cornelien Donner-Broersma is advocaat pensioenrecht en legal director bij KWPS Employee Benefits & Risk Management. Zij publiceert regelmatig over pensioengerelateerde onderwerpen.
Artikel

Cassatie in Caribische strafzaken

Opmerkelijke cassatietechnische verschillen tussen het Nederlandse en het Caribische strafprocesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2020
Trefwoorden cassatie, Caribische strafzaken, exequatur, verstek, rijkswet
Auteurs Mr. S. van den Akker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de auteur in op de (cassatietechnische) verschillen in het strafprocesrecht tussen de Cariben en Nederland. Die verschillen worden vanuit het perspectief van de cassatieadvocaat kritisch beschouwd in het licht van het concordantiebeginsel en het EVRM. De auteur is van mening dat er voor de Hoge Raad een taak is weggelegd met betrekking tot de interpretatie van het Caribische verstekbegrip in het licht van het concordantiebeginsel. Daarbij is voor de Antilliaanse wetgever de taak weggelegd om diens omissie te herstellen door beroep in cassatie open te stellen in exequaturzaken.


Mr. S. van den Akker
Mr. S. (Sam) van den Akker is strafrechtadvocaat bij Baumgardt Strafcassatie te Rotterdam.
Artikel

Vrijheid rond vergoeden

Over de (te) losse teugels in het nadeelcompensatierecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden nadeelcompensatie, concernbenadering, speciale last, advisering, normaal maatschappelijk risico
Auteurs Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans en Mr. N. van Triet
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs behandelen in deze bijdrage vijf vormen van vrijheid die de overheid heeft bij de besluitvorming op een verzoek om nadeelcompensatie. Aan de orde komen de vrijheid rond advisering door een adviescommissie, de invulling van het normaal maatschappelijk risico, de invulling van de voorzienbaarheid van overheidsmaatregelen, het al dan niet hanteren van de concernbenadering en de invulling van de speciale last.


Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans
Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans is bijzonder hoogleraar Onteigeningsrecht aan de Radboud Universiteit (Nijmegen) en partner bij Van der Feltz advocaten in Den Haag.

Mr. N. van Triet
Mr. N. van Triet is promovenda op het gebied van de overheidsaansprakelijkheid aan de Radboud Universiteit (Nijmegen) en advocaat bij Van der Feltz advocaten in Den Haag.
Artikel

Schadeclaims en de vrijheid van meningsuiting

Ierse toestanden in Nederland?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden artikel 10 EVRM, schadevergoeding, chilling effect, onrechtmatige publicatie, journalist
Auteurs Mr. O.G. Trojan en Mr. drs. W. Kroeze
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs onderzoeken aan de hand van de jurisprudentie hoe de toekenning van hoge schadevergoedingen wegens onrechtmatige perspublicaties zich verhoudt met de vrijheid van meningsuiting. In dat verband besteden zij aandacht aan het zogenoemde chilling effect. Ook komt aan de orde hoe de rechter omgaat met hoge schadevergoedingen in het buitenland.


Mr. O.G. Trojan
Mr. O.G. Trojan is advocaat bij Bird & Bird in Den Haag.

Mr. drs. W. Kroeze
Mr. drs. W. Kroeze is advocaat bij Bird & Bird in Den Haag.
Covid-19

Access_open De mededingingsregels tijdens de Covid-19-crisis: een flexibel instrument voor de bescherming van de interne markt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden Covid-19, staatssteun, mededingingsregels, Tijdelijke Kaderregeling, Tijdelijk Raamwerk
Auteurs Mr. M.C. van Heezik, Mr. drs L.N.M. van Uden en Mr. L.G.J. Fiorilli
SamenvattingAuteursinformatie

    De mededingingsregels, waaronder de staatssteunregels, bieden ruimte aan overheden en ondernemingen om de ingrijpende economische gevolgen als gevolg van de Covid-19-crisis op te vangen. In tijdelijke kaders heeft de Europese Commissie uiteengezet welke bijzondere steunmaatregelen en welke samenwerkingsvormen tussen concurrerende ondernemingen zijn toegestaan. Om snel ingrijpen mogelijk te maken heeft de Commissie voorzien in flexibele procedures die op korte termijn rechtszekerheid bieden. In deze bijdrage bespreken wij de specifieke invulling van de mededingingsregels in de tijdelijke kaders en gaan wij in op de vraag wat de tijdelijke materiële en procedurele flexibiliteit betekent voor de toekomst van deze regels.


Mr. M.C. van Heezik
Mr. M.C. (Greetje) van Heezik is advocaat bij Houthoff te Brussel.

Mr. drs L.N.M. van Uden
Mr. drs. L.N.M. (Lumine) van Uden is advocaat bij Houthoff te Amsterdam.

Mr. L.G.J. Fiorilli
Mr. L.G.J. (Lorenzo) Fiorilli is advocaat bij Houthoff te Brussel.
Rechtsbescherming

Prejudiciële vragen over de geldigheid van EU-handelingen en effectieve rechtsbescherming: Eurobolt-arrest

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden prejudiciële procedure, geldigheid van EU-recht, nationale rechters, loyale samenwerking
Auteurs Dr. U. Jaremba MA LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In juli 2019 heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan in de zaak Eurobolt BV. Het verzoek om een prejudiciële beslissing is ingediend door de Hoge Raad in een nationale procedure die door Eurobolt is aangespannen in reactie op de heffing van antidumpingrechten. Dit arrest van het Hof van Justitie is zeer relevant voor het stelsel van rechtsbescherming in de EU in het kader van rechterlijke toetsing van geldigheid van EU-recht. De kernvraag in deze zaak is of een nationale rechter informatie van EU-instellingen kan opvragen om de mogelijke ongeldigheid van een EU-handeling nader te onderzoeken. In deze bijdrage worden de uitspraak van het Hof van Justitie en de gevolgen daarvan voor het functioneren van nationale rechters geëvalueerd in de context van het EU-recht en met name de prejudiciële procedure.
    HvJ 3 juli 2019, zaak C-644/17, ECLI:EU:C:2019:555 (Eurobol BV)


Dr. U. Jaremba MA LLM
Dr. U. (Urszula) Jaremba MA LLM is universitair docent Europees recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

OV-verboden: tussen publiekrecht en privaatrecht

Het rechtskarakter van toegangsverboden op stations en in het openbaar vervoer

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Trefwoorden reisverbod, private regulering, buitengewoon opsporingsambtenaar, handhaving, sancties
Auteurs Mr. dr. A.E. van Rooij en Mr. S.O. Visch
SamenvattingAuteursinformatie

    OV-verboden worden opgelegd om overlast in het openbaar vervoer en op stations te bestrijden. Zowel het privaatrechtelijke huisrecht en contractenrecht als de Wet personenvervoer 2000 bieden vervoerders en hun veiligheidspersoneel een juridische basis voor dit optreden. Bij de totstandkoming van de wettelijke regeling is onduidelijk gebleven wat het rechtskarakter van de OV-verboden is. Dit heeft gevolgen voor de toepasselijkheid van de beginselen van behoorlijk bestuur, grondrechten en de laagdrempelige bestuursrechtelijke rechtsbeschermingsprocedure. Om onduidelijkheid in de (rechts)praktijk te voorkomen, zou in algemene zin nagegaan moeten worden wat privaatrechtelijk al kan en wat de noodzaak is van nadere publiekrechtelijke bevoegdheden, voordat wordt overgegaan tot wettelijke regeling van sancties die worden opgelegd door private partijen.


Mr. dr. A.E. van Rooij
Mr. dr. A.E. (Mandy) van Rooij is wetgevingsjurist bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zij is tevens docent/onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redactiesecretaris van RegelMaat.

Mr. S.O. Visch
Mr. S.O. Visch is advocaat te Den Haag en werkzaam bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Brexit

Europese en Nederlandse visserij na Brexit

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden Brexit, markt, toegang, vis, visgronden
Auteurs Mr. T.P.J.N. van Rijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds het Britse referendum van juni 2016 was duidelijk dat Brexit voor de Europese en Nederlandse visserij een enorm probleem zou worden. De Leavers hadden immers campagne gevoerd met de leuze ‘soevereiniteit in eigen wateren’, dat betekende dat ze de Britse visgronden wilden reserveren voor Britse vissers en de buitenlandse vissersschepen daaruit wilden weren. Dit betrof vooral het Kanaal, de Noordzee en de wateren rond Schotland, waar bijvoorbeeld Nederlandse vissersschepen al decennia lang vissen op bijvoorbeeld tong, schol, makreel, haring.
    De vraag kan gesteld worden of en in hoeverre het Verenigd Koninkrijk de toegang tot zijn visgronden kan verbieden of beperken. Deze vraag zal in dit artikel als eerste behandeld worden.
    Ook Britse schepen vissen in wateren van de lidstaten van de Europese Unie en zouden dit na Brexit zonder toestemming niet meer mogen doen. Het lijkt dan ook in het belang van beide partijen om een overeenkomst te sluiten waarin men elkaars schepen in zekere mate toegang tot elkaars visgronden geeft. In dat geval komt de volgende vraag aan de orde: hoe zit het met de toewijzing aan de Europese Unie van de in de Britse respectievelijk EU-wateren te vangen hoeveelheden vis? Deze zijn immers beperkt teneinde de visbestanden niet uit te putten.
    Tot slot, er is natuurlijk een nauw verband tussen de gevangen vis en de toegang tot de markt. Daarom is de laatste vraag die hier behandeld zal worden die van de toegang tot de Europese en Britse markten.


Mr. T.P.J.N. van Rijn
Mr. T.P.J.N. (Thomas) van Rijn is voormalig juridisch hoofdadviseur bij de Juridische Dienst van de Europese Commissie. Het artikel is op 23 juni 2020 afgesloten.

Léon Korsten
Mr. L.E.J. Korsten is advocaat en partner bij DLA Piper Nederland N.V.

Jolein Movig
Mr. J.D. Movig is advocaat bij DLA Piper Nederland N.V.
Artikel

Access_open De vrijheden van vestiging en ondernemerschap en de preventieve toetsing van de a-grond door het UWV: is de toetsing in overeenstemming met AGET Iraklis?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Preventieve toetsing van ontslagen op de a-grond door het UWV, Vrijheid van vestiging, Vrijheid van ondernemerschap
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage onderzoekt de vraag of ons Nederlandse systeem van de preventieve toetsing door het UWV van ontslagen die het gevolg zijn van bedrijfseconomische omstandigheden als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub a BW (de a-grond) in overeenstemming is met het Unierecht. Een nauwgezette analyse van de rechtspraak van het HvJ EU, waaronder in het bijzonder het AGET Iraklis-arrest uit 2016, wijst uit dat de aanwijzingen die het HvJ geeft omtrent de uitlegging van het Unierecht, in het bijzonder ten aanzien van de toepassing van de vrijheid van vestiging in samenhang met de vrijheid van ondernemerschap, repercussies hebben voor het Nederlandse systeem van de preventieve toetsing van ontslagen op de a-grond. De conclusie luidt dat de toetsing door het UWV van het besluit van de ondernemer dat de arbeidsplaats van een werknemer is vervallen door beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming of structureel vervalt door maatregelen die om bedrijfseconomische redenen noodzakelijk zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering, strijdig is met het Unierecht en daarom achterwege moet blijven. De oorzaak ligt bij het ontbreken van concrete, objectieve en controleerbare uitvoeringsbepalingen. De toetsing van de vervolgvraag betreffende de ontslagvolgorde lijkt wel te voldoen aan de eisen die voortvloeien uit de rechtspraak van het HvJ EU.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit.
Artikel

Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad. Civielrechtelijke en strafrechtelijke normen voor bestuurders van noodlijdende ondernemingen

Bespreking van het proefschrift van mr. A. Karapetian

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, taak bestuurder, oplichting
Auteurs Prof. mr. L. Timmerman
SamenvattingAuteursinformatie

    Mevrouw mr. A. Karapetian heeft een waardevol proefschrift geschreven over bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad. Daarbij komen ook strafrechtelijke aspecten aan de orde. De auteur maakt ook uitstapjes naar het Engelse recht. Eenieder die in bestuurdersaansprakelijkheid is geïnteresseerd, dient van deze studie kennis te nemen.


Prof. mr. L. Timmerman
Prof. mr. L. Timmerman is advocaat-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Het gelijkwaardigheidsbeginsel van de Omgevingswet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2019
Trefwoorden gelijkwaardigheidsbeginsel, algemene regels, Omgevingswet, Bouwbesluit 2012, flexibiliteit
Auteurs Drs. J. in ’t Hout
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage beschrijft het gelijkwaardigheidsbeginsel dat straks in de Omgevingswet en nu onder meer in het Bouwbesluit 2012 is opgenomen. Het gelijkwaardigheidsbeginsel biedt een initiatiefnemer het recht om op een andere manier aan een regel te voldoen dan in de regel is aangegeven. Voorwaarde is wel dat het met de regel beoogde doel ook met die andere oplossing wordt bereikt. Of de andere oplossing gelijkwaardig is, wordt beoordeeld door het bevoegd gezag. De bewijslast van de gelijkwaardigheid berust bij de initiatiefnemer. Een geschil over de gelijkwaardigheid van een alternatieve maatregel kan soms voor advies worden voorgelegd aan een adviescommissie. Deze bijdrage gaat in op een aantal juridische, inhoudelijke, procedurele en uitvoeringsaspecten van het gelijkwaardigheidsbeginsel.


Drs. J. in ’t Hout
Drs. J. (Hans) in ’t Hout is coördinator Bouwregelgeving bij de directie Bouwen & Energie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Vanuit die hoedanigheid heeft hij als lid van het schrijfteam Omgevingswet en projectleider van het Besluit bouwwerken leefomgeving bijgedragen aan het opstellen van de Omgevingswet en de daarbij behorende uitvoeringsregels.
Artikel

De (Belgische) Wet Medische Ongevallen en het medisch ongeval zonder aansprakelijkheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Belgische Wet Medische Ongevallen, Fonds Medische Ongevallen, abnormale schade, medisch ongeval zonder aansprakelijkheid (MOZA), vermijdbare schade
Auteurs Dr. W. Buelens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 juni 2018 verdedigde de auteur succesvol zijn doctoraal proefschrift over het medisch ongeval zonder aansprakelijkheid. Dit begrip omvat een nieuw, subjectief vergoedingsrecht voor slachtoffers van medische ongevallen, los van de aansprakelijkheid van een zorgverlener, en werd ingevoerd door de wet van 31 maart 2010 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg. Deze bijdrage bevat enkele krachtlijnen met betrekking tot de invulling van dit begrip.


Dr. W. Buelens
Dr. W. Buelens is praktijkassistent Gezondheidsrecht aan de Universiteit Gent, vrijwillig academisch medewerker aan de Universiteit Antwerpen en advocaat.
Artikel

Access_open Conservatrix: afwikkeling van verzekeraars in de praktijk

Lessen uit de Conservatrix-uitspraak en de Wet herstel en afwikkeling verzekeraars

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2019
Trefwoorden verzekeraar, noodregeling, DNB, afwikkeling, bail-in
Auteurs Mr. B. Bierman en Mr. P. Kerckhaert
SamenvattingAuteursinformatie

    Bierman en Kerckhaert onderzoeken de Conservatrix-casus en gaan in op de vraag of er, na de introductie van de Wet herstel en afwikkeling verzekeraars, lessen uit deze zaak zijn te trekken. Uiterst actueel, nu een aantal verzekeraars de afgelopen jaren (bijna) in de problemen is gekomen, meest recent Yarden in oktober 2019.


Mr. B. Bierman
Mr. B. Bierman is advocaat bij Finnius te Amsterdam en is daarnaast verbonden als visiting faculty aan het Hazelhoff Centre for Financial Law van de Universiteit Leiden.

Mr. P. Kerckhaert
Mr. P. Kerckhaert is advocaat bij Finnius te Amsterdam.
Artikel

Milieuzones: leiden alle wegen nog naar Rome?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2019
Trefwoorden milieuzone, luchtkwaliteit, luchtverontreiniging, harmonisering milieuzones, verkeersbesluit
Auteurs Mr. dr. F.A.G. Groothuijse, Mr. K.M. Landman en Mr. W.S. Zorg
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan auteurs in op de opkomst van milieuzones en een aantal daarmee gepaard gaande juridische knelpunten. De op handen zijnde harmonisering van milieuzones, de verhouding tussen decentralisatie en harmonisatie, de (beperkte) democratische legitimering van milieuzones en de (toetsing van de) evenredigheid van verkeersbesluiten passeren hierbij de revue. Afsluitend komen ook de Omgevingswet, en de eventuele gevolgen van deze wet voor het instellen van milieuzones en de gesignaleerde knelpunten aan bod.


Mr. dr. F.A.G. Groothuijse
Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse is werkzaam op de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht en tevens verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law.

Mr. K.M. Landman
Mr. K.M. (Karlijn) Landman is werkzaam op de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht en tevens verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law.

Mr. W.S. Zorg
Mr. W.S. (Wouter) Zorg is werkzaam op de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Pye v. United Kingdom: Hoe het constitutionele goederenrecht een kans miste onbillijke verjaringsverkrijgingen tegen te gaan

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden verkrijging door verjaring, adverse possession, Pye, openbare registers, constitutioneel goederenrecht
Auteurs Mr. dr. B. Hoops
SamenvattingAuteursinformatie

    In Pye besliste het EHRM dat het Engelse equivalent van verjaringsverkrijgingen niet in strijd was met art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM. Het EHRM hield hierbij onvoldoende rekening met de verschillen tussen verjaringszaken. Dit artikel toont aan hoe een meer genuanceerde beoordeling onbillijke van billijke verjaringsverkrijgingen had kunnen scheiden.


Mr. dr. B. Hoops
Mr. dr. B. Hoops is universitair docent aan de Vakgroep privaatrecht en notarieel recht van de Rijksuniversiteit Groningen.
Toont 1 - 20 van 91 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.