Zoekresultaat: 17 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x Rubriek Article x
Artikel

De bestrijding van het coronavirus in de eerste fase van de crisisbestrijding

Over de rol van het Veiligheidsberaad als overleggend en beslissend orgaan

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Veiligheidsregio, bindende aanwijzingen, Noodverordening, uniforme differentiatie, aanpak coronavirus
Auteurs R.G. Becker en G.J.A. Geertjes
SamenvattingAuteursinformatie

    In de periode tussen 12 maart en 1 december 2020 hadden de 25 veiligheidsregio’s een sleutelrol bij de bestrijding van het coronavirus. Zij volgden de bindende aanwijzingen van de Minister van VWS op en hadden daarnaast de bevoegdheid om eigen maatregelen voor hun regio te nemen. Dankzij het afstemmingsoverleg tussen de veiligheidsregio’s in het Veiligheidsberaad is in de corona-aanpak niettemin steeds een grote mate van uniformiteit zichtbaar geweest. In deze bijdrage komt aan de orde hoe beperkt de ruimte voor een gedifferentieerde corona-aanpak in de afgelopen maanden is geweest en waarom de betrokkenheid van de veiligheidsregio’s bij de coronabestrijding achteraf gezien als een gelukkige greep kan worden beschouwd.


R.G. Becker
Mr. R.G. (Roel) Becker is als onderwijs- en onderzoeksmedewerker verbonden aan de Afdeling Staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden.

G.J.A. Geertjes
Mr. G.J.A. (Gert Jan) Geertjes is als universitair docent staatsrecht verbonden aan de Afdeling Staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden.
Artikel

Van noodsprong naar tijdelijke noodwet, het failliet van het staatsnoodrecht?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden noodrecht, Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, Ongeschreven staatsnoodrecht, Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag, Veiligheidsregio’s
Auteurs T.D. Cammelbeeck
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse wetgeving was net als elders niet toereikend om de coronapandemie te kunnen bestrijden. Toch heeft de regering op grond daarvan de voorzitters van de veiligheidsregio’s opgedragen om ingrijpende maatregelen in noodverordeningen op te nemen. Die aanpak kent ernstige juridische tekortkomingen, niet alleen vanwege de beperkingen die aan het gebruik van noodverordeningen kleven, maar ook omdat de grondslag voor dergelijke opdrachten dubieus is en deze voorzitters in een bestuurlijke leegte functioneren. Het parlement zat op de tweede rang. Rechtsstatelijke beginselen die juist in een noodsituatie waarin grondrechten in het geding komen, hooggehouden moeten worden, kwamen daardoor in het gedrang. Daaraan kwam pas na tien maanden met de coronawet een einde. De regering had daarom een beroep moeten doen op het staatsnoodrecht. Ook dat kent tekortkomingen en ook dan was extra wetgeving nodig geweest, maar de democratische legitimatie en de democratische controle waren niet in het gedrang gekomen. Het parlement was vanaf het begin in de juiste positie gebracht.


T.D. Cammelbeeck
Mr. T.D. (Tom) Cammelbeeck is gepensioneerd wetgevingsjurist en was tot eind 2018 coördinator van het cluster bestuur bij de wetgevingsafdeling staatsinrichting en bestuur van de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Covidiaans wetgeven in den vreemde

De eerste golf coronamaatregelen in Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk vanuit wetgevingsperspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden COVID-19, staatsnoodrecht, parlementaire betrokkenheid, publieke gezondheidswetgeving, bevoegdheidsverdeling
Auteurs S.P. van Oort
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanuit wetgevingsperspectief bespreek ik de regelgevende maatregelen die ter bestrijding van de coronapandemie zijn genomen tussen 12 maart en 1 juli 2020 in Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Per land bespreek ik zaken als het staatsnoodrecht, de bevoegdheidsverdeling tussen overheden en parlementaire betrokkenheid. De conclusie is dat elk land opereerde binnen de bestaande kaders van de publieke gezondheidswetgeving en met vaak staatsnoodrechtelijke vormen. De état d’urgence sanitaire en de epidemischen Lage von nationaler Tragweite doen daarbij de vraag rijzen of zulke op de aard van de crisis toegespitste rechtstoestanden geen plaats verdienen in het te moderniseren Nederlandse staatsnoodrecht.


S.P. van Oort
Mr. drs. S.P. (Simon) van Oort is wetgevingsadviseur en kwartiermaker Wet open overheid bij de Raad van State.
Artikel

Access_open Tijd voor een Wet maatregelen virusuitbraak?

Over grondslagen voor afdwingbare gedragsvoorschriften

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden veiligheidsregio, noodverordening, corona, grondrechten, COVID-19
Auteurs M.A.D.W. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Bestrijding van een virusuitbraak die noodzaakt tot het opleggen van gedragsvoorschriften aan vrijwel de gehele bevolking moet wettelijk worden geregeld. De kans op een dergelijke uitbraak in de toekomst is reëel en de impact op het maatschappelijke leven is enorm. Dit gegeven én de taak die op de wetgever rust om de beperking van grondwettelijk beschermde grondrechten door middel van een wet in formele zin te regelen, vereisen dat er een opvolger komt voor de Tijdelijke wet maatregelen covid-19. Aan regionale regulering met noodverordeningen kleven meerdere grote nadelen, onder meer betreffende grondrechtenbescherming en democratische legitimatie.


M.A.D.W. de Jong
Mr. dr. M.A.D.W. (Rian) de Jong is universitair hoofddocent bij de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De betekenis van grondwettelijke grondrechten voor de wetgever: dode letter of zelfstandig ijkpunt?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Trefwoorden Grondwet, beperkingssystematiek, constitutionele toetsing
Auteurs Mr. dr. L.C. Groen en Prof. mr. L.F.M. Verhey
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de letterlijke tekst van de grondrechtenbepalingen in de Grondwet volgt strikt genomen alleen de eis dat een grondrechtsbeperking op een formele wet moet zijn gebaseerd. Hieruit moet echter niet worden afgeleid dat er geen materiële vereisten gelden waaraan beperkingen van grondwettelijke grondrechten moeten voldoen: het grondwettelijk wetsbegrip leent zich voor een materiële invulling. Uit diverse passages in de parlementaire stukken blijkt dat de grondwetgever deze materiële invulling ook voor ogen had, en ook in de ontwikkelingen na de grondwetsherziening van 1983 zijn daarvoor aanknopingspunten te vinden. Met een dergelijke invulling kan de toetsing aan de Grondwet in het wetgevingsproces meer inhoud en diepgang krijgen. Het artikel beschrijft dit en biedt handvatten voor deze toetsing.


Mr. dr. L.C. Groen
Mr. dr. L.C. (Lisanne) Groen is wetgevingsadviseur bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. (Luc) Verhey is staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State en hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden (Kirchheiner-leerstoel).
Artikel

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft een aantal opmerkingen

Kroniek van twee jaar wetgevingsadviezen van de Autoriteit Persoonsgegevens onder de Algemene verordening gegevensbescherming

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2020
Trefwoorden consultatieverplichting, adviesrecht, bescherming persoonsgegevens, privacy
Auteurs Mr. L.H. von Meijenfeldt
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft een thematisch overzicht van de wetgevingsadviezen die de Autoriteit Persoonsgegevens sinds de inwerkingtreding van de Algemene verordening gegevensbescherming heeft gepubliceerd. Deze adviezen geven een fraai inzicht in de uitleg die de Autoriteit aan de verordening geeft en in de verwachtingen die zij heeft van de wetgever.


Mr. L.H. von Meijenfeldt
Mr. L.H. (Lester) von Meijenfeldt is coördinerend jurist bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel

De algemeenverbindendverklaring van landbouwvoorschriften in het Europese marktordeningsrecht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2020
Trefwoorden uitbreiding van voorschriften, marktordening, producentenorganisatie, brancheorganisatie, avv
Auteurs Mr. H.C.E.P.J. Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    EU-lidstaten zijn op grond van de Europese marktordeningsregels bevoegd door (unies van) producentenorganisaties en brancheorganisaties vastgestelde landbouwvoorschriften uit te breiden tot niet-leden. Deze niet-leden kunnen tevens worden verplicht een financiële bijdrage te betalen. In de Nederlandse landbouw wordt dit avv-instrument pas vrij recent en dan ook nog eens uitsluitend voor onderzoek en ontwikkeling ingezet. De Europese regels bieden echter ruimte voor een veel bredere toepassing, zoals bijvoorbeeld op het gebied van dierenwelzijn, voedselveiligheid en milieubescherming. De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft de Raad van State inmiddels gevraagd welke ruimte zij daarvoor heeft.


Mr. H.C.E.P.J. Janssen
Mr. H.C.E.P.J. (Eric) Janssen is advocaat/of counsel bij DVAN Advocaten te Utrecht.
Artikel

De wettelijke regeling van het right to challenge in de praktijk

Much ado about nothing?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2019
Trefwoorden Right to challenge, Burgerinitiatieven, Wmo, Subsidie, artikel 150 Gemeentewet
Auteurs Mr. E.M.M.A. Driessen, Prof. mr. G. Boogaard en Prof. mr. W. den Ouden
SamenvattingAuteursinformatie

    In het regeerakkoord werd een right to challenge-regeling aangekondigd, maar op welke manier deze regeling vorm moest krijgen, was nog de vraag. In hun eerder verrichte onderzoek komen de auteurs tot de conclusie dat zo’n regeling geen begaanbare weg is. Dat neemt niet weg dat er door het hele land verschillende regelingen te vinden zijn die worden gepresenteerd als een vorm van invoering van het right to challenge. In dit artikel onderzoeken de auteurs deze regelingen. Zijn het wel échte right to challenge-regelingen en komen zij tegemoet aan de knelpunten waarmee challengers te maken hebben?


Mr. E.M.M.A. Driessen
Mr. E.M.M.A. (Esmée) Driessen is promovenda op het gebied van right to challenge en burgerinitiatieven en tevens Thorbecke-fellow.

Prof. mr. G. Boogaard
Prof. mr. G. (Geerten) Boogaard is hoogleraar Decentrale Overheden (Thorbeckeleerstoel) aan de Universiteit Leiden.

Prof. mr. W. den Ouden
Prof. mr. drs. W. (Willemien) den Ouden is hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de afdeling Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden en research fellow van het E.M. Meijers Institute. Zij is tevens werkzaam als wetenschappelijk directeur van het Instituut Publiekrecht.
Artikel

Het mededingingsrechtelijke speelveld bij bestuursakkoorden

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2019
Trefwoorden bestuursakkoorden, mededingingsrecht, Unietrouw, nuttig effect, wetsvoorstel duurzaamheidsinitiatieven
Auteurs Mr. G.J. van Midden
SamenvattingAuteursinformatie

    Afspraken die overheden en ondernemingen in bestuursakkoorden maken kunnen in strijd komen met de (Europese) mededingingsregels. Daarbij lopen niet alleen de ondernemingen een risico, ook overheden riskeren het verwijt tot mededingingsbeperkende gedragingen ‘aan te zetten’ en daarmee de nuttige werking van de mededingingsregels in gevaar te brengen. In een recent wetsvoorstel heeft de regering een wettelijk systeem voorgesteld, waarmee duurzaamheidsinitiatieven van de mededingingsregels kunnen worden uitgezonderd. Dit wetsvoorstel lijkt ook interessant voor bestuursakkoorden. Het is echter onzeker of deze wet in lijn is met het Europese recht. Alternatieven, waaronder de leer van de inherente beperkingen, zijn denkbaar. Zekerheid hierover zal echter van de Commissie of het Hof van Justitie moeten komen.


Mr. G.J. van Midden
Mr. G.J. (Gijs) van Midden is EU-jurist bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Artikel

De naleving van wetstechnische aanwijzingen bij ministeriële regelingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden wetgevingstechniek, Aanwijzingen voor de regelgeving, ministeriële regelingen
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage doet de auteur verslag van zijn onderzoek naar de wetstechnische kwaliteit van 28 ministeriële regelingen die in november en december 2017 in de Staatscourant verschenen. Bekeken is in hoeverre deze regelingen afwijkingen bevatten van de wetstechnische aanwijzingen uit de Aanwijzingen voor de regelgeving zoals die vóór 1 januari 2018 golden. Over het geheel genomen lijkt de wetstechnische kwaliteit van ministeriële regelingen te zijn verbeterd ten opzichte van de bevindingen uit eerdere onderzoeken uit 2002 en 2004. Het aantal onvolkomenheden is uiteindelijk immers tamelijk gering en geringer dan bij de eerdere onderzoeken. Nog steeds zijn er echter tamelijk veel onvolkomenheden in het opschrift en het slotformulier. Ook de terminologie ‘bedoeld’ en ‘als bedoeld’ en bijlagen verdienen de aandacht. Opvallend is verder dat de verplichting om in de toelichting melding te maken van het afwijken van de vaste verandermomenten of van de minimuminvoeringstermijn vaak niet wordt nageleefd.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Realisering van het recht op onaantastbaarheid van het lichaam door middel van wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2017
Trefwoorden Onaantastbaarheid van het menselijk lichaam, Recht op lichamelijke integriteit, Artikel 11 Grondwet
Auteurs Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het nut en de meerwaarde van het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam onderzocht, alsmede de grondrechtelijke randvoorwaarden die van belang zijn bij de realisering van het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam. Dit wordt onder meer in het licht geplaatst van de rechtspraktijk en huidige en toekomstige dilemma’s en technologische ontwikkelingen. De meerwaarde van artikel 11 Grondwet wordt, met name ten opzichte van artikel 10 Grondwet (bescherming persoonlijke levenssfeer), wel als beperkt ingeschat omdat beide bepalingen ten aanzien van de onaantastbaarheid van het menselijk lichaam juridisch dezelfde bescherming bieden. De vraag is echter of dat terecht is, nu artikel 11 Grondwet het menselijk lichaam expliciet als rechtsobject beschermt. Technologische ontwikkelingen, waarbij enerzijds het menselijk lichaam steeds meer maakbaar wordt en aan veranderingen kan worden onderworpen. Juist in die context heeft het recht op onaantastbaarheid van het menselijk lichaam betekenis en urgentie. Anderzijds roepen ook de steeds grotere medische mogelijkheden en de hoge kosten waarmee dat gepaard gaat vragen op. Het belang van de bescherming die artikel 11 Grondwet biedt, is daarmee juist in het huidige tijdsgewricht van belang.


Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr. P.B.C.D.F. (Paul) van Sasse van Ysselt is waarnemend hoofd van de afdeling Constitutionele Zaken bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en verbonden aan de Afdeling staats- en bestuursrecht van de VU Amsterdam.
Artikel

Realisering van grondwettelijke sociale grondrechten; wetgever, ubi est?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2016
Trefwoorden sociale grondrechten, positieve verplichtingen, zorgplicht
Auteurs Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de grondwetsherziening van 1983 zijn sociale grondrechten in de Grondwet opgenomen. Van een aantal onderwerpen, als werkgelegenheid, volksgezondheid en leefmilieu, is toen vastgesteld dat zij een ‘voorwerp van zorg’ van de overheid zijn. Zij leggen inspanningsverplichtingen op aan de overheid. In deze bijdrage staat de vraag centraal of, en zo ja op welke wijze, de wetgever gevolg heeft gegeven aan de grondwettelijk verankerde sociaal grondrechtelijke zorgplichten, alsmede welke consequenties uit de desbetreffende bevindingen kunnen worden getrokken. De bijdrage is aldus een eerste aanzet voor een evaluatieonderzoek naar de gevolgen van de introductie van sociale grondrechten voor de wetgevingspraktijk. Het lijkt erop dat deze gevolgen gering zijn. Het lijkt er echter ook op dat het belang van sociale grondrechten wel toeneemt en dat dit voornamelijk wordt gestimuleerd door andere actoren dan de wetgever zelf.


Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr. P.B.C.D.F. (Paul) van Sasse van Ysselt BA is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en tevens verbonden aan de Afdeling Staats- en bestuursrecht van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Wet kwaliteitsborging voor het bouwen; nieuw stelsel voor het bouwtoezicht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden bouwkwaliteit, kwaliteitsborging, nalevingstoezicht, toelatingsorganisatie, stelselwijziging
Auteurs R. Ahraoui
SamenvattingAuteursinformatie

    Het langverwachte wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen ter introductie van een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen en versterking van de privaatrechtelijke positie van de bouwconsument is ingediend bij de Tweede Kamer. Bouwpartijen moeten bij het bouwen zelf voorzien in privaatrechtelijk georganiseerd toezicht om te voldoen aan het Bouwbesluit 2012. Dit heeft gevolgen voor het nalevingstoezicht door de gemeente. Ingegaan wordt op de gemaakte keuzes. Tevens wordt ingegaan op de verschillende mogelijkheden waarop het toezicht op de naleving van de regels en afspraken vorm krijgt in het nieuwe stelsel.


R. Ahraoui
Mr. R. (Rachida) Ahraoui is senior wetgevingsjurist bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Private kwaliteitsborging als wetgevingsvraagstuk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden private kwaliteitsborging, regulering, toezicht
Auteurs dr. A.R. Neerhof
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij zowel de Europese als de nationale overheid is er al meer dan twee decennia lang een duidelijke belangstelling voor private kwaliteitsborging als een instrument voor regulering en toezicht naast exclusief overheidsoptreden. Dit past bij de gedachte dat in de samenleving ook veel kan worden gereguleerd zonder dat de overheid daar meteen aan te pas hoeft te komen. De auteur bespreekt dit instrument als wetgevingsvraagstuk. Daarbij komen de modaliteiten van private kwaliteitsborging aan bod en welke aandachtspunten in acht moeten worden genomen als de wetgever kiest voor private kwaliteitsborging. Deze aandachtspunten zijn te ontlenen aan beginselen van de democratische rechtsstaat en beginselen van behoorlijke wetgeving, goed bestuur en de open markt. Aan het slot trekt de auteur enkele conclusies over op welke wijze de overheid rekening moet houden met private kwaliteitsborging bij de totstandkoming van wetgeving.


dr. A.R. Neerhof
dr. A.R. (Richard) Neerhof is als universitair hoofddocent bestuursrecht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verricht onderzoek in het programma ‘Public Contracts: Law & Governance’.
Artikel

Van meezeggen en tegenspreken – van democratisering naar een lastig gesprek

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Medezeggenschap, Onderwijs, Commissie Behoorlijk Bestuur
Auteurs drs. D.P. van den Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt beschreven hoe de opvattingen inzake medezeggenschap in het overheidsbeleid zich hebben ontwikkeld sinds de opkomst van de gedachten daarover in de jaren zeventig. Nadat de studentenprotesten van 1968 ook in Nederland tot democratisering van de universiteiten hadden geleid met de Wet Universitaire Bestuurshervorming (1970), werd de aanzet voor medezeggenschap in de hele semipublieke sector vooral gegeven door de commissie-Van der Burg, die in 1977 rapport uitbracht. In alle sectoren werd nadien de medezeggenschap wettelijk geregeld, soms na zeer lange discussies. En nog altijd is de discussie niet uitgewoed. De commissie-Halsema besprak in haar rapport van 2013 voor een deel dezelfde thema’s als de commissie-Van der Burg, in het licht van beoogde verbeteringen in het besturen van de inmiddels sterk veranderde instellingen. En de WRR liet in 2014 zijn licht over deze materie schijnen. Welke beleidsagenda levert dit nu op?


drs. D.P. van den Bosch
Drs. D.P. (Dick) van den Bosch is hoofd van de afdeling Wonen en Rijksdienst bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Privacyvoorwaarden voor de iOverheid

Vuistregels voor wet- en regelgevers met betrekking tot overheidsinformatiesystemen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2015
Trefwoorden iOverheid, privacy, transparantie, EVRM, Handvest
Auteurs Prof. mr. G.J. Zwenne en Mr. W. Steenbruggen
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid zet steeds vaker en op steeds grotere schaal ICT in als hulpmiddel bij de vervulling van de publieke taak. Over dit ICT-enthousiasme bestaan evenwel de nodige zorgen. Daarbij gaat het niet alleen om de soms spectaculaire budgetoverschrijdingen, vertragingen of mislukkingen, waarnaar de commissie-Elias onderzoek deed, maar ook over de naleving van de vereisten op grond van het recht op privacy, dat onder meer is neergelegd in artikel 8 EVRM en artikel 7 Handvest voor de Grondrechten van de EU. Deze bijdrage schetst aan de hand van een aantal uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van Mens en het Hof van Justitie van de Europese Unie welke voor ICT-projecten van de overheid relevante privacyvereisten kunnen worden afgeleid uit het EVRM en het Handvest.


Prof. mr. G.J. Zwenne
Prof. mr. G.J. Zwenne is hoogleraar Recht en de informatiemaatschappij aan de Universiteit Leiden, alsmede advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Mr. W. Steenbruggen
Mr. W. Steenbruggen is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.
Artikel

De Algemene verordening gegevensbescherming

De rechtsopvolger van de Wbp

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2015
Trefwoorden bescherming van persoonsgegevens, Algemene verordening gegevensbescherming, implementatie van EU-verordeningen
Auteurs Mr. dr. J.P. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Het nieuwe gegevensbeschermingsrecht in de Algemene verordening gegevensbescherming zal voor bedrijven, burgers en de overheid ingrijpende gevolgen hebben. Het gegevensbeschermingsrecht wordt voortaan in Brussel vastgesteld. De Wet bescherming persoonsgegevens zal verdwijnen. In deze bijdrage wordt beschreven waar zich de grootste veranderingen in het recht voordoen en wat behouden blijft. Daarbij gaat aandacht uit naar de beginselen van gegevensbeschermingsrecht, de rechten van de betrokkene, de plichten van de verantwoordelijke, het toezicht, de handhaving en de rechtsbescherming. Er komt een ingewikkelde wetgevingsoperatie in Nederland aan om dat alles goed te implementeren. Aan de hand van adviezen van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en de Afdeling advisering van de Raad van State wordt geïnventariseerd waar wetgevingsambtenaren mee worden geconfronteerd.


Mr. dr. J.P. de Jong
Mr. dr. J.P. de Jong is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.