Zoekresultaat: 8 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x Rubriek Article x
Artikel

OV-verboden: tussen publiekrecht en privaatrecht

Het rechtskarakter van toegangsverboden op stations en in het openbaar vervoer

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Trefwoorden reisverbod, private regulering, buitengewoon opsporingsambtenaar, handhaving, sancties
Auteurs Mr. dr. A.E. van Rooij en Mr. S.O. Visch
SamenvattingAuteursinformatie

    OV-verboden worden opgelegd om overlast in het openbaar vervoer en op stations te bestrijden. Zowel het privaatrechtelijke huisrecht en contractenrecht als de Wet personenvervoer 2000 bieden vervoerders en hun veiligheidspersoneel een juridische basis voor dit optreden. Bij de totstandkoming van de wettelijke regeling is onduidelijk gebleven wat het rechtskarakter van de OV-verboden is. Dit heeft gevolgen voor de toepasselijkheid van de beginselen van behoorlijk bestuur, grondrechten en de laagdrempelige bestuursrechtelijke rechtsbeschermingsprocedure. Om onduidelijkheid in de (rechts)praktijk te voorkomen, zou in algemene zin nagegaan moeten worden wat privaatrechtelijk al kan en wat de noodzaak is van nadere publiekrechtelijke bevoegdheden, voordat wordt overgegaan tot wettelijke regeling van sancties die worden opgelegd door private partijen.


Mr. dr. A.E. van Rooij
Mr. dr. A.E. (Mandy) van Rooij is wetgevingsjurist bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zij is tevens docent/onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redactiesecretaris van RegelMaat.

Mr. S.O. Visch
Mr. S.O. Visch is advocaat te Den Haag en werkzaam bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Artikel

Het gelijkwaardigheidsbeginsel van de Omgevingswet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2019
Trefwoorden gelijkwaardigheidsbeginsel, algemene regels, Omgevingswet, Bouwbesluit 2012, flexibiliteit
Auteurs Drs. J. in ’t Hout
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage beschrijft het gelijkwaardigheidsbeginsel dat straks in de Omgevingswet en nu onder meer in het Bouwbesluit 2012 is opgenomen. Het gelijkwaardigheidsbeginsel biedt een initiatiefnemer het recht om op een andere manier aan een regel te voldoen dan in de regel is aangegeven. Voorwaarde is wel dat het met de regel beoogde doel ook met die andere oplossing wordt bereikt. Of de andere oplossing gelijkwaardig is, wordt beoordeeld door het bevoegd gezag. De bewijslast van de gelijkwaardigheid berust bij de initiatiefnemer. Een geschil over de gelijkwaardigheid van een alternatieve maatregel kan soms voor advies worden voorgelegd aan een adviescommissie. Deze bijdrage gaat in op een aantal juridische, inhoudelijke, procedurele en uitvoeringsaspecten van het gelijkwaardigheidsbeginsel.


Drs. J. in ’t Hout
Drs. J. (Hans) in ’t Hout is coördinator Bouwregelgeving bij de directie Bouwen & Energie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Vanuit die hoedanigheid heeft hij als lid van het schrijfteam Omgevingswet en projectleider van het Besluit bouwwerken leefomgeving bijgedragen aan het opstellen van de Omgevingswet en de daarbij behorende uitvoeringsregels.
Artikel

Milieuzones: leiden alle wegen nog naar Rome?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2019
Trefwoorden milieuzone, luchtkwaliteit, luchtverontreiniging, harmonisering milieuzones, verkeersbesluit
Auteurs Mr. dr. F.A.G. Groothuijse, Mr. K.M. Landman en Mr. W.S. Zorg
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan auteurs in op de opkomst van milieuzones en een aantal daarmee gepaard gaande juridische knelpunten. De op handen zijnde harmonisering van milieuzones, de verhouding tussen decentralisatie en harmonisatie, de (beperkte) democratische legitimering van milieuzones en de (toetsing van de) evenredigheid van verkeersbesluiten passeren hierbij de revue. Afsluitend komen ook de Omgevingswet, en de eventuele gevolgen van deze wet voor het instellen van milieuzones en de gesignaleerde knelpunten aan bod.


Mr. dr. F.A.G. Groothuijse
Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse is werkzaam op de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht en tevens verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law.

Mr. K.M. Landman
Mr. K.M. (Karlijn) Landman is werkzaam op de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht en tevens verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law.

Mr. W.S. Zorg
Mr. W.S. (Wouter) Zorg is werkzaam op de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open De relatie tussen burgerlijke rechter en wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2018
Trefwoorden Landbouwvliegers-maatstaf, rechtsvormende taak, wetgevingsbevel, rechtstreekse werking, bijna-risicoaansprakelijkheid
Auteurs Mr. L.A.D. Keus
SamenvattingAuteursinformatie

    De wet dwingt de rechter tot een terughoudende opstelling jegens de wetgever. Recente rechterlijke uitspraken hebben (opnieuw) de vraag opgeroepen of de verlangde terughoudendheid uit internationaalrechtelijk oogpunt houdbaar is. In zijn bijdrage bespreekt de auteur de stand van de rechtspraak van de Hoge Raad. Zijn conclusie is dat nog altijd terughoudendheid wordt betracht en dat deze niet onhoudbaar is. Wel signaleert hij een verschuiving in de opvatting van het grondwettelijke begrip ‘eenieder verbindende bepalingen’, alsmede een ruimere overheidsaansprakelijkheid voor niet-onverbindende wetgeving, onder meer in geval van onverenigbaarheid met Europese richtlijnen.


Mr. L.A.D. Keus
Mr. L.A.D. (Leen) Keus was advocaat-generaal bij de Hoge Raad en staatsraad in buitengewone dienst met als functie staatsraad advocaat-generaal.
Artikel

De naleving van wetstechnische aanwijzingen bij ministeriële regelingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden wetgevingstechniek, Aanwijzingen voor de regelgeving, ministeriële regelingen
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage doet de auteur verslag van zijn onderzoek naar de wetstechnische kwaliteit van 28 ministeriële regelingen die in november en december 2017 in de Staatscourant verschenen. Bekeken is in hoeverre deze regelingen afwijkingen bevatten van de wetstechnische aanwijzingen uit de Aanwijzingen voor de regelgeving zoals die vóór 1 januari 2018 golden. Over het geheel genomen lijkt de wetstechnische kwaliteit van ministeriële regelingen te zijn verbeterd ten opzichte van de bevindingen uit eerdere onderzoeken uit 2002 en 2004. Het aantal onvolkomenheden is uiteindelijk immers tamelijk gering en geringer dan bij de eerdere onderzoeken. Nog steeds zijn er echter tamelijk veel onvolkomenheden in het opschrift en het slotformulier. Ook de terminologie ‘bedoeld’ en ‘als bedoeld’ en bijlagen verdienen de aandacht. Opvallend is verder dat de verplichting om in de toelichting melding te maken van het afwijken van de vaste verandermomenten of van de minimuminvoeringstermijn vaak niet wordt nageleefd.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

De Wet raadgevend referendum in de praktijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden Wet raadgevend referendum, referendabiliteit, artikel 12 Wrr, spoedprocedure, Oekraïne-referendum
Auteurs Mr. L.H.M. Weesing-Loeber en Mr. H.M.B. Breunese
SamenvattingAuteursinformatie

    Iets meer dan een jaar geleden is de Wet raadgevend referendum (Wrr) in werking getreden. In dit artikel wordt teruggekeken op dat jaar. Allereerst wordt kort de systematiek van de Wrr uiteengezet. Daarna wordt bezien hoe de wetgever omgaat met de referendabiliteit van wetten en het gebruik van de spoedprocedure uit artikel 12 Wrr. De bijdrage beschrijft tevens in hoeveel gevallen er daadwerkelijk verzoeken tot het houden van een referendum zijn gedaan. Ten slotte gaat het artikel in op de praktische lessen die geleerd kunnen worden van het eerste referendum dat op grond van deze wet is gehouden en op de suggesties die zijn gedaan om de Wrr aan te passen.


Mr. L.H.M. Weesing-Loeber
Mr. L.H.M. (Leontine) Weesing-Loeber is werkzaam bij de directie Advisering van de Raad van State.

Mr. H.M.B. Breunese
Mr. H.M.B. (Henk-Martijn) Breunese is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Onafhankelijkheid en regulerende bevoegdheden van markttoezichthouders in EU-perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2015
Trefwoorden legaliteitsbeginsel, onafhankelijk markttoezicht, zelfstandig bestuursorgaan
Auteurs Prof. dr. S. Lavrijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal of en hoe Europese onafhankelijkheidsvereisten in overeenstemming zijn met het legaliteitsbeginsel en het democratiebeginsel, en of deze beginselen ook op een andere wijze kunnen of moeten worden ingevuld, gelet op de Europese ontwikkelingen inzake markttoezicht. De Europese eisen inzake de onafhankelijkheid van markttoezicht houden enerzijds in dat de toezichthouder onafhankelijk moet zijn en anderzijds dat de toezichthouder ook tot op zekere hoogte onafhankelijk moet zijn van de nationale politiek. Dit laatste element roept de vraag op of zich dat verdraagt met de Nederlandse invulling van het legaliteitsbeginsel, namelijk het primaat van de wetgever. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord, omdat zowel het democratiebeginsel als het legaliteitsbeginsel ruimte laat voor een andere invulling dan de traditionele, mits wordt gewaarborgd dat burgers inspraak hebben en dat de autoriteit verantwoording schuldig is aan de rechter. Daarnaast nopen Europese ontwikkelingen bij markttoezicht ook tot een andere invulling.


Prof. dr. S. Lavrijssen
Prof. dr. S. Lavrijssen is hoogleraar consument en energierecht aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het Tilburg Law and Economics Center van Tilburg University.
Artikel

Grenzen voor de EU-wetgever bij het machtigen van Europese agentschappen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2014
Trefwoorden EU agentschappen, ESMA, Meroni, Romano, institutioneel evenwicht, delegatie
Auteurs Drs. M. Chamon
SamenvattingAuteursinformatie

    Welke bevoegdheden kan de Uniewetgever overdragen aan EU-agentschappen (Europese ZBO's) en welke grenzen dienen hierbij gerespecteerd te worden? Sinds de bestuurlijke verzelfstandigingstendens zich ook op EU-niveau doorzette, vormden deze vragen het voorwerp van debat. Aangezien de Verdragen hier stilzwijgend over zijn, zochten rechtsgeleerden en ook de instellingen houvast in (verouderde) rechtspraak van het Hof van Justitie uit de tijd van de EGKS. In de short selling-zaak heeft het Hof nu voor het eerst zelf antwoord gegeven op deze vragen en dit met betrekking tot een bevoegdheidstoekenning aan de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten.


Drs. M. Chamon
Drs. M. Chamon is assistent en doctoraalonderzoeker aan het Europees Instituut van de Universiteit Gent (Jean Monnet Centre of Excellence).
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.