Zoekresultaat: 21 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x Jaar 2015 x Rubriek Article x
Artikel

De verschuivende functies van de Awb

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2015
Trefwoorden harmonisatie, rechtseenheid, borging van rechtsstatelijkheid
Auteurs Prof. dr. B.J. Schueler
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat aan de hand van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in op een van de drie hoofdcategorieën van rechtseenheid die Stip en Zijlstra onderscheiden, namelijk de rechtseenheid die ziet op het voorkomen van verschillende uitleg en toepassing van dezelfde rechtsnormen binnen een rechtsorde. De auteur bespreekt de vijf belangrijkste redenen om algemene regels van bestuursrecht in de Awb op te nemen in plaats van een regeling te maken voor deelterreinen. Hij bespreekt deze redenen vanuit vijf invalshoeken: rechtseenheid, kenbaarheid, voorspelbaarheid, efficiëntie van wetgeving en borging van rechtsstatelijkheid. In het huidige tijdsgewricht zijn met name die laatste twee van belang door twee ontwikkelingen. Ten eerste proberen bestuur en wetgevers de slagkracht van het bestuur te vergroten. De Awb waarborgt dat burgers de middelen houden die nodig zijn om voor hun belangen en rechten op te komen. Ten tweede komt door verschuivingen het zwaartepunt in wetgeving steeds meer bij het bestuur te liggen: normstelling wordt meer bestuurlijk ingekleurd, de rechter wordt op afstand gezet en de wetgever laat inhoudelijke regelgeving over aan het bestuur. Dit werpt een nieuw licht op de waarborgfunctie van de Awb, die het handelen van het bestuur normeert.


Prof. dr. B.J. Schueler
Prof. dr. B.J. Schueler is hoogleraar bestuursrecht, in het bijzonder het omgevingsrecht, aan de Universiteit Utrecht en staatsraad in de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Artikel

Rechtseenheid binnen het Koninkrijk: kiezen tussen drie kwaden

Het is niet zo democratisch of het werkt niet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2015
Trefwoorden consensusrijkswetgeving, concordantie, eenvormigheid, democratische legitimatie
Auteurs Mr. H.R. Schouten en Mr. C.C. van Niel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt besproken op welke manieren binnen het Koninkrijk der Nederlanden eenheid kan worden bevorderd tussen de rechtsordes van de vier landen (Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten). De eerste vorm die wordt besproken, zijn onderlinge regelingen, met name consensusrijkswetgeving. Onderwerpen die in beginsel door de landen zelf worden geregeld, worden in dit geval door de landen gezamenlijk geregeld in rijkswetgeving. De tweede vorm is eenvormigheid, waarbij via een speciaal vastgestelde procedure wordt bevorderd dat wetgeving van de landen naar de letter hetzelfde is. De derde vorm is concordantie. Ook hier is van belang dat wetgeving van de landen zo veel mogelijk hetzelfde luidt, maar in tegenstelling tot eenvormigheid hoeft wetgeving hier niet naar de letter hetzelfde te luiden. De auteurs betogen dat deze vormen van rechtseenheid ofwel niet effectief zijn, ofwel dat vragen kunnen worden gesteld bij de betrokkenheid van de respectievelijke parlementen, met name die van de Caribische landen. Dit laatste aspect blijft volgens de auteurs in het artikel van Stip en Zijlstra in deze aflevering van RegelMaat onderbelicht, waar zij het hebben over rechtseenheid tussen rechtsordes. Tevens wordt in de bijdrage een verband gelegd tussen de ingewikkelde procedures voor de totstandkoming van consensusrijkswetgeving, eenvormige landsverordeningen en concordante wetgeving en het gebrek aan effectiviteit van deze instrumenten.


Mr. H.R. Schouten
Mr. H.R. Schouten was tot 1 juni 2014 wetgevingsjurist bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en is sinds die datum werkzaam bij het ministerie van Financiën. Zij was tot 1 februari 2015 redactiesecretaris van RegelMaat.

Mr. C.C. van Niel
Mr. C.C. van Niel is wetgevingsjurist bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en redactiesecretaris van RegelMaat.
Artikel

Rechtseenheid: concepten, motieven, actoren en instrumenten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2015
Trefwoorden rechtseenheid, harmonisatie
Auteurs Mr. M.J.C. Stip en Prof. mr. S.E. Zijlstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Rechtseenheid speelt in de juridische dogmatiek en de rechtsvorming een grote rol. Op tal van fronten wordt er onderzoek naar gedaan, beleid over ontwikkeld, en komt rechtseenheidbeogende wetgeving tot stand. Bij nadere bestudering blijkt het daarbij echter niet steeds over hetzelfde te gaan. In dit artikel wordt een typologie van varianten van rechtseenheid ontwikkeld. De auteurs analyseren het debat en trachten het te ontdoen van de begripsmatige verwarring. Vervolgens werken zij een van de varianten uit, namelijk rechtseenheid tussen rechtsnormen die niet logisch tegenstrijdig zijn. Daarna wordt besproken welke actoren en instrumenten een rol spelen bij het bewerkstelligen van die variant van rechtseenheid.


Mr. M.J.C. Stip
Mr. M.J.C. Stip is promovenda en docent staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij bereidt een proefschrift voor over vergelijkende wetgevingstechniek.

Prof. mr. S.E. Zijlstra
Prof. mr. S.E. Zijlstra is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Multilevel regulation op het terrein van de lucht-, zee- en binnenvaart

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2015
Trefwoorden multilevel regulation, betrokkenheid nationale parlementen bij internationale besluitvorming, afstemming tussen nationaal en internationaal recht
Auteurs Mr. N. Kohll
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat over multilevel regulation in de luchtvaart-, zeevaart- en binnenvaartwetgeving. Multilevel regulation ontstaat doordat naast nationale overheden ook veel andere organisaties regelgeving tot stand brengen. Aan de hand van steeds een actueel dossiers uit elk van de drie genoemde wetgevingscomplexen, wordt in dit artikel beschreven hoe regelgeving op internationaal niveau tot stand komt, de regelgeving van de Europese Unie beïnvloedt en uiteindelijk doorwerkt in nationale regelgeving. Ook wordt beschreven hoe in elk van de genoemde wetgevingscomplexen de wisselwerking tussen deze niveaus in de praktijk werkt, hoe de onderlinge afstemming is vormgegeven en op welke wijze in Nederland steeds is voorzien in parlementaire betrokkenheid. Geconcludeerd wordt dat de invloed van de EU de laatste jaren steeds belangrijker lijkt te worden. Eindconclusie is dat er op dit moment geen redenen zijn om de huidige werkwijze bij de voorbereiding van uitvoerende besluitvorming in internationaal en EU-verband te veranderen.


Mr. N. Kohll
Mr. N. Kohll is hoofd van de afdeling Lucht- en Scheepvaart van de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Artikel

Wetgeving en andere normenstelsels: zes aanwijzingen aan de Nederlandse wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2015
Trefwoorden meergelaagde rechtsorde, private regulering
Auteurs Prof. dr. J.M. Smits
SamenvattingAuteursinformatie

    Het doel van deze bijdrage is om na te gaan hoe de nationale wetgever heeft te reageren op de toename van rechtens relevante normenstelsels. Er worden zes vragen verkend waar de nationale wetgever praktisch mee heeft te rekenen. De voorzichtige conclusie is dat de wetgever zich tot nu toe onvoldoende realiseert wat het betekent om in een meergelaagd rechtssysteem te functioneren. Het zou goed zijn indien door politici en wetgevingsjuristen een fundamenteler discussie wordt gevoerd over onder meer de ‘wie doet wat’-vraag, de kenbaarheid en coherentie van het recht, de implementatie van EU-recht, verwijzing naar private regulering en de positionering van Nederland op de internationale ‘rechtsmarkt’. Eén ding moet daarbij vooropstaan: een meergelaagde rechtsorde is geen bedreiging voor de nationale wetgever, maar biedt vooral een kans om opnieuw invulling te geven aan de eisen die in een rechtsstaat aan regelgeving moeten worden gesteld.


Prof. dr. J.M. Smits
Prof. dr. J.M. Smits is hoogleraar Europees Privaatrecht aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Schaduwgebieden van Europese regulering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2015
Trefwoorden soft law, Europese normstelling, bestuurlijke regelgeving
Auteurs Prof. mr. L.A.J. Senden
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden drie trends geschetst op het terrein van Europese regulering die nogal ongrijpbaar zijn, omdat ze zich aftekenen in de schaduw van de formele normenhiërarchie die het Verdrag van Lissabon heeft geïntroduceerd. Dit zijn ‘zachte’ bestuurlijke regelgeving door de Commissie, ten tweede bestuurlijke regelgeving door netwerken en verschillende Europese agentschappen en ten derde de ‘infiltratie’ van private regulering in het Unierecht. Deze trends hebben als gevolg dat Europese normstelling een steeds diffuser karakter krijgt, zowel in termen van feitelijke herkomst en ‘auteurschap’ als in termen van juridische aard en status. Lidstaten en nationale autoriteiten worden hiermee geconfronteerd, maar staan niet helemaal aan de zijlijn van deze ontwikkelingen, althans niet wanneer bevoegdheden op grond van wetgevingshandelingen waarbij de Raad is betrokken (wat doorgaans het geval is), aan de Commissie en agentschappen worden toegekend. De trends roepen wel vragen op ten aanzien van de betrokkenheid van nationale autoriteiten bij de opstelling ervan, alsook van stakeholders.


Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. Senden is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Utrecht en bestuurder bij het onderzoekscentrum RENFORCE van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Digitale identificatie

Reactie op ‘De overheid als verschaffer en beschermer van digitale identiteiten’

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2015
Trefwoorden DigiD, authenticiteit, elektronische identiteitskaart
Auteurs Mr. G.G. Zwanikken
SamenvattingAuteursinformatie

    Het toerekenen van rechtshandelingen blijkt uit de ondertekening. Voor de opkomst van de digitale werkelijkheid was een handtekening ‘de ouderwetse krabbel op een stuk papier’. Digitaal is die natte handtekening niet mogelijk; een scan, kopie of faxafdruk van een natte handtekening is geen echte handtekening en fraudegevoelig. Richting overheid wordt de digitale authenticiteit thans gewaarborgd door DigiD. DigiD is helaas zo lek als een mandje. De overheid werkt zelf de identiteitsfraude in de hand. Nederland loopt achter in het verschaffen van een digitale identiteit aan zijn burgers. De oplossing is de elektronische identiteitskaart in te voeren. Met een blik naar de Belgische regelgeving lijkt het een klusje van niks. De Belgische wetgeving is luid en duidelijk, is opgesteld in de Nederlandse taal en is mede gebaseerd op meer dan tien jaar ervaring met die elektronische identiteitskaart. Onder de noemer ‘beter goed gejat dan slecht verzonnen’ behoeft slechts artikel 3 van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 te worden aangevuld met de bepalingen zoals geregeld in België. Het kabinet dient de elektronische identiteitskaart in te voeren.


Mr. G.G. Zwanikken
Mr. G.G. Zwanikken is notaris te Velp.
Artikel

Klokkenluiden en het belang van een open organisatiecultuur

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2015
Trefwoorden klokkenluiden, ambtelijke professionaliteit
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de problematiek van klokkenluiden in publieke organisaties besproken geplaatst tegen het bredere perspectief van politiek-ambtelijke verhoudingen. Het verschijnsel hangt nauw samen met enerzijds de politieke loyaliteit en anderzijds de professionaliteit van de ambtenaar. Klokkenluiden krijgt steeds meer een positief onthaal door de toegenomen betekenis van de vrijheid van meningsuiting, de toenemende wens tot openbaarheid, veranderde opvattingen over politiek en ministeriële verantwoordelijkheid en een toenemend wantrouwen in de overheid en instituties. Tegelijkertijd signaleert de auteur ook enkele risico’s aan klokkenluiden, zoals de schade voor de betreffende organisatie bij onzorgvuldig gebruik, de onmogelijkheid om het begrip ‘misstand’ helder te definiëren en, in relatie daarmee, het risico op onzuivere motieven bij klokkenluiden. Verder zijn er de gevolgen voor de verhoudingen binnen de organisatie en het miskennen van het gevaar van het naar buiten brengen van schadelijke informatie, voor het openbaar belang, maar ook voor de privacy van burgers. Deze risico’s moeten terdege onder ogen worden gezien. De auteur ziet wetgeving niet als belangrijkste antwoord op dit vraagstuk, maar ziet de oplossing veelal in aanhoudende aandacht voor de cultuur en omgangsvormen binnen een ambtelijke organisatie. Een open organisatiecultuur is de beste garantie dat klokkenluiden een incidenteel verschijnsel blijft.


Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar Kirchheiner leerstoel aan de Universiteit Leiden en Staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Artikel

De dagelijkse praktijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2015
Trefwoorden politiek-bestuurlijke context, rationaliteiten, competenties wetgevingsjurist
Auteurs Mr. M.L. Haimé
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur schetst wat tegenwoordig van de wetgevingsjurist wordt verwacht tegen de achtergrond van de huidige politiek-bestuurlijke context, het samenspel tussen beleid, wetgeving en uitvoering en de positionering van de juridische functie in de ambtelijke organisatie. Ten aanzien van de politiek-bestuurlijke context constateert zij dat er steeds meer sprake is van een ‘gulzig bestuur’: problemen moeten terstond en krachtig worden aangepast, zo nodig met wetgeving. De wetgevingsjurist krijgt ook steeds meer te maken met andere rationaliteiten, die wellicht botsen met zijn eigen, juridische, rationaliteit. Dit maakt het samenspel tussen beleid, wetgeving en uitvoering complex. De positionering van de wetgevende functie is in elke organisatie anders. De auteur ziet ook in de huidige tijd het signaleren van rechtsstatelijke risico’s, het bieden van tegenspraak door op die risico’s te wijzen of alternatieven aan te reiken als een belangrijke taak van de wetgevingsjurist. Dit vergt dat hij goed kan samenwerken en kan netwerken.


Mr. M.L. Haimé
Mr. M.L. Haimé is directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Wetgevingsjuristen ten prooi aan New Political Governance?

Een inventarisatie (2002-2015)

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2015
Trefwoorden politisering, gedelegeerde regelgeving, rechtsstatelijkheid
Auteurs Dr. C.F. van den Berg en Mr. dr. G.S.A. Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage richt zich op de vraag in hoeverre de rol en positie van de wetgevingsjuridische functie in het laatste decennium zijn veranderd, in het bijzonder of het werk van wetgevingsjuristen is gepolitiseerd. Politisering komt voor in drie vormen, namelijk in patronagebenoemingen, het versterken van de partijpolitieke grip op beleid en uitvoering en in New Political Governance. De auteurs concluderen voorlopig dat het werk van wetgevingsjuristen inderdaad is gepolitiseerd, waarbij een transitie heeft plaatsgevonden van de tweede vorm van politisering naar New Political Governance. Dit is met name zichtbaar doordat steeds meer gebruik wordt gemaakt van gedelegeerde wetgeving, waar wetgevingsjuristen van oudsher minder bemoeienis mee hebben. De politisering van hun werk leidt ertoe dat wetgevingsjuristen steeds minder in staat zijn om rechtsstatelijke waarden te waarborgen. De auteurs onderscheiden, in navolging van Van Lochem, vijf verschillende strategieën om hiermee om te gaan, maar er lijkt onder wetgevingsjuristen zelf geen consensus te zijn over wat nu de beste strategie is. De auteurs zijn van mening dat de democratische rechtsstaat moet worden versterkt om de toegenomen politieke spanning in het werk van wetgevingsjuristen te verlichten.


Dr. C.F. van den Berg
Dr. C.F. van den Berg is als universitair hoofddocent verbonden aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden.

Mr. dr. G.S.A. Dijkstra
Mr. dr. G.S.A. Dijkstra is als universitair docent verbonden aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden.
Artikel

De regelgevende bevoegdheid van zelfstandige bestuursorganen, mede in het licht van het EU-recht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2015
Trefwoorden zelfstandige bestuursorganen, regelgevende bevoegdheid, Europese agencies
Auteurs Mr. J.L.W. Broeksteeg
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel onderzoekt de democratische en rechtsstatelijke inbedding van zbo’s, in het bijzonder ten aanzien van hun regelgevende bevoegdheden en in het licht van de Europese regelgeving over zbo’s. Artikel 124c Ar bepaalt dat regelgevende bevoegdheden uitsluitend aan zbo’s worden toegekend voor zover het organisatorische of technische onderwerpen betreft, of indien voorzien is in goedkeuring door de minister. De praktijk is weerbarstiger: een aanzienlijk gedeelte van de zbo’s beschikt over regelgevende bevoegdheden die verder lijken te gaan dan hetgeen artikel 124c Ar bepaalt. Daar komt bij dat zbo’s onder grote EU-invloed staan en langs die weg regelgevende bevoegdheid krijgen toegekend. Zij moeten, op grond van Europese regelgeving, bovendien onafhankelijk zijn van nationale autoriteiten. Het gevolg is een concentratie van bevoegdheden bij deze zbo’s, buiten het bereik van (nationale) parlementaire controle. Deze zbo’s ‘zweven’ tussen het Europese en het nationale bestuur. Beter zou het zijn de fundamentele keuze te maken om de staatsrechtelijke inbedding, de inrichting en de bevoegdheidstoedeling meer over te laten aan de lidstaten, dan wel om deze zbo’s in te richten als (nationale dependances van) Europese agencies. Dan kunnen de zbo’s beter worden ingebed in democratische en rechtsstatelijke structuren.


Mr. J.L.W. Broeksteeg
Mr. J.L.W. Broeksteeg is universitair hoofddocent staatsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Regelgeving en beleid door onafhankelijke toezichthouders: de praktijk van ACM

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Autoriteit Consument & Markt, regelgevende bevoegdheden, zelfstandig bestuursorgaan, onafhankelijk toezicht
Auteurs Mr. J.G. Vegter en Mr. P.I.W.R. Maandag
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage geeft een inkijkje in de dagelijkse praktijk van de ACM. Er wordt beschreven op welke wijze de ACM invulling geeft aan haar wettelijke taken en bevoegdheden om regelgeving en beleid vast te stellen op het gebied van mededinging, consumentenbescherming en sectorspecifiek toezicht op de energie-, telecommunicatie-, post- en vervoersector. Zij heeft hiertoe een aantal wettelijke taken opgelegd gekregen, waaronder het vaststellen van beleidsregels en het maken van marktanalyses, alsmede het voorlichten van consumenten. Daarnaast brengt de ACM handreikingen en visiedocumenten uit, waarmee zij beoogt haar wettelijke doelstellingen en missie te verwezenlijken. Deze zijn niet gebaseerd op een wettelijke taak, maar op de missie en doelstelling van de ACM en zijn dus een meer informele manier om de effectiviteit van het toezicht te vergroten. De auteurs concluderen dat de ACM hierbij onafhankelijk opereert, omdat haar onafhankelijkheid ten opzichte van de verantwoordelijk minister voldoende is geborgd.


Mr. J.G. Vegter
Mr. J.G. Vegter is bestuurslid van ACM.

Mr. P.I.W.R. Maandag
Mr. P.I.W.R. Maandag is als senior jurist werkzaam bij de directie Juridische Zaken van ACM.
Artikel

Onafhankelijkheid en regulerende bevoegdheden van markttoezichthouders in EU-perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2015
Trefwoorden legaliteitsbeginsel, onafhankelijk markttoezicht, zelfstandig bestuursorgaan
Auteurs Prof. dr. S. Lavrijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal of en hoe Europese onafhankelijkheidsvereisten in overeenstemming zijn met het legaliteitsbeginsel en het democratiebeginsel, en of deze beginselen ook op een andere wijze kunnen of moeten worden ingevuld, gelet op de Europese ontwikkelingen inzake markttoezicht. De Europese eisen inzake de onafhankelijkheid van markttoezicht houden enerzijds in dat de toezichthouder onafhankelijk moet zijn en anderzijds dat de toezichthouder ook tot op zekere hoogte onafhankelijk moet zijn van de nationale politiek. Dit laatste element roept de vraag op of zich dat verdraagt met de Nederlandse invulling van het legaliteitsbeginsel, namelijk het primaat van de wetgever. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord, omdat zowel het democratiebeginsel als het legaliteitsbeginsel ruimte laat voor een andere invulling dan de traditionele, mits wordt gewaarborgd dat burgers inspraak hebben en dat de autoriteit verantwoording schuldig is aan de rechter. Daarnaast nopen Europese ontwikkelingen bij markttoezicht ook tot een andere invulling.


Prof. dr. S. Lavrijssen
Prof. dr. S. Lavrijssen is hoogleraar consument en energierecht aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het Tilburg Law and Economics Center van Tilburg University.

    De adviezen van de Afdeling advisering van de Raad van State zijn een goede maatstaf voor de kwaliteit van wetsvoorstellen en algemene maatregelen van bestuur die op de ministeries worden voorbereid. Aan de hand van een aantal horizontale thema’s (zoals motivering van stelselwijzigingen of de introductie van nieuwe bevoegdheden, de reactie op externe adviezen of uitvoeringstoetsen, de inschatting van de effectiviteit van het voorstel) is een analyse gemaakt van de adviezen van de Afdeling in 2013 en eerste helft van 2014. In deze bijdrage worden enige algemene lijnen getrokken, gewezen op de risico’s van slechte wetgeving en aangegeven hoe de kwaliteit van wetsvoorstellen en de motivering van gemaakte keuzes kunnen worden verbeterd.


M.Tj. Bouwes
Mr. M.Tj. Bouwes is hoofd van de sector Strafrecht en Sanctierecht van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Regulation & governance-onderzoek in het rechtenonderwijs in Nederland

Stranger in a strange land?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden onderwijs, wetgeving, regulering, governance, curriculum
Auteurs K. Van Aeken
SamenvattingAuteursinformatie

    Het onderzoeksdomein regulering en governance groeit gestaag sinds 2007. Toch weerspiegelt dit succes zich niet in de curricula van de rechtenopleidingen in Nederland. De kloof tussen het onderzoek en het onderwijs inspireert tot dit artikel. Eerst wordt dit onderzoeksveld afgebakend ten opzichte van klassiek wetgevingsonderwijs en de zogenaamde leg-reg studies. Kenmerkend voor de regulering-en-governancebenadering is de erkenning van de rol van niet-statelijke actoren en niet-hiërarchische vormen van gezag, terwijl de klassieke rechtsstaat wijkt voor een administratieve, regulerende overheid. Dit perspectief is bij uitstek multidisciplinair en empirisch, en zou een verrijking betekenen voor de opleiding van de toekomstige jurist. Personele, perceptieve en institutionele factoren verklaren waarom de bevindingen uit het regulering-en-governanceonderzoeksveld maar beperkt doorsijpelen naar het rechtenonderwijs. Vooral de perceptie van het veld als niet-juridisch lijkt van groot belang te zijn. Een blijvende ondervertegenwoordiging in het onderwijs zou een gemiste kans zijn, temeer omdat de rechtswetenschappen een unieke bijdrage kunnen leveren aan de reguleringsstudies door de instrumenteel ingestelde sociale wetenschappers vertrouwd te maken met normatieve vraagstukken.


K. Van Aeken
Dr. K. Van Aeken is Assistant Professor aan de Tilburg Law School.
Artikel

De postinitiële masteropleiding tot wetgevingsjurist: opzet, resultaten en toekomst

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden opleiding, wetgevingskwaliteit, wetgevingsbeleid, wetgevingsjuristen
Auteurs N.A. Florijn
SamenvattingAuteursinformatie

    De opleiding tot wetgevingsjurist van de Academie voor Wetgeving was ingericht om te voldoen aan een indertijd gevoelde behoefte. De inmiddels behaalde resultaten zijn goed, maar is de opleiding nog steeds nuttig? Er kunnen namelijk vragen worden gesteld over de inhoud van het wetgevingsonderwijs, terwijl ook de rol en functie van wetgevingsjuristen veranderen. Het verdient daarom aanbeveling om opnieuw na te gaan hoe tegenwoordig wetgevingsjuristen feitelijk hun werk doen en resultaten bereiken. Daarna moet worden bepaald in welke opzichten wetgevingsjuristen opleiding behoeven om ervoor te zorgen dat zij hun werk kritisch en constructief kunnen doen. De opleiding kan zich dan tegelijk met de wetgevingsfunctie en de wetenschappelijke studie van wetgeving ontwikkelen en daarmee haar nut voor de toekomst bewijzen.


N.A. Florijn
Dr. N.A. Florijn is programmamanager bij de Academie voor Wetgeving.
Artikel

Waarom is er zo weinig wetgevingsonderwijs in de universitaire rechtenopleiding?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden academische rechtenopleiding, wetgevingsonderwijs, socialiseringsproces, rechtswetenschap, judocentrisme, jurist, rechtsvorming, civiel effect
Auteurs W.J.M. Voermans
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de vraag gesteld waarom er zo weinig wetgevingsonderwijs terug te vinden is in de academische opleidingen rechtsgeleerdheid, en dat terwijl wetgeving toch de voornaamste bron van rechtsvorming is. Dat is waarschijnlijk te wijten aan een combinatie van cultuurelementen in de juridische curricula, die juristen opleiden – socialiseren – in redeneer- en argumentatievaardigheden en het rolmodel van de rechtsvindende rechter centraal stellen. Nu de aard van het juridische werk en de rechtswetenschap van karakter veranderen, is er alle aanleiding de juridische academische opleidingen nader te doordenken. Wie die wil herzien, dient zich wel goed rekenschap te geven van de culturele aspecten van de rechtenopleiding.


W.J.M. Voermans
Prof. dr. W.J.M. Voermans is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Ruimte krijgen en ruimte nemen

De onwenselijkheid van ruime delegatiebepalingen naar aanleiding van de nieuwe zorgwet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden delegatie, Zorgverzekeringswet, Meststoffenwet, motie-Jurgens, tijdelijke delegatie, vrijstelling
Auteurs D.R.P. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2014 sneuvelde de nieuwe zorgwet van minister Schippers in de Eerste Kamer. De fractievoorzitters van de coalitiepartijen suggereerden vervolgens dat de regering dan misschien maar een algemene maatregel van bestuur zou moeten opstellen om de beoogde maatregelen alsnog door te voeren. De basis daarvoor zou worden gevormd door een zeer ruim geformuleerde delegatiebepaling in de Zorgverzekeringswet. Deze suggestie leidde tot veel commotie, zowel binnen het parlement als daarbuiten, omdat het parlement blijkbaar zomaar opzij zou kunnen worden gezet door de regering. Dit artikel gaat in op dergelijke algemene delegatiebepalingen aan de hand van twee casus: de delegatiebepaling in de Zorgverzekeringswet en de eveneens zeer algemene vrijstellingsmogelijkheid in de Meststoffenwet. Bij beide casus wordt eerst besproken hoe de desbetreffende bepaling recentelijk dreigde te worden, respectievelijk werd ingezet. Vervolgens wordt bezien hoe deze delegatiebepalingen in de wet terecht zijn gekomen: wat is er in de wetsgeschiedenis over gewisseld. Ten slotte worden conclusies getrokken over de wenselijkheid van dergelijke bepalingen en hoe ermee zou moeten worden omgegaan als ze er eenmaal zijn.


D.R.P. de Kok
Mr. D.R.P. de Kok is coördinerend jurist bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Economische Zaken en redacteur van RegelMaat.
Artikel

De overheid als verschaffer en beschermer van digitale identiteiten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2015
Trefwoorden digitale identiteit, privacy, digitale overheid, bescherming persoonsgegevens
Auteurs Prof. dr. B. Jacobs
SamenvattingAuteursinformatie

    Traditioneel is de overheid leverancier van de ‘bronidentiteit’ van haar burgers, in de vorm van een paspoort of een identiteitskaart. De vraag wordt besproken of de overheid ook in de digitale wereld zo’n bronidentiteit zou moeten verschaffen en in hoeverre koppelbaarheid van onlineactiviteiten van burgers daardoor mogelijk zou moeten worden. Op de achtergrond spelen daarbij fundamentele vragen over de rol van de wetgever in de digitale wereld, in het bijzonder met betrekking tot de wens van private partijen om burgers te kunnen traceren en profileren.


Prof. dr. B. Jacobs
Prof. dr. B. Jacobs is hoogleraar computerbeveiliging aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Privacyvoorwaarden voor de iOverheid

Vuistregels voor wet- en regelgevers met betrekking tot overheidsinformatiesystemen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2015
Trefwoorden iOverheid, privacy, transparantie, EVRM, Handvest
Auteurs Prof. mr. G.J. Zwenne en Mr. W. Steenbruggen
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid zet steeds vaker en op steeds grotere schaal ICT in als hulpmiddel bij de vervulling van de publieke taak. Over dit ICT-enthousiasme bestaan evenwel de nodige zorgen. Daarbij gaat het niet alleen om de soms spectaculaire budgetoverschrijdingen, vertragingen of mislukkingen, waarnaar de commissie-Elias onderzoek deed, maar ook over de naleving van de vereisten op grond van het recht op privacy, dat onder meer is neergelegd in artikel 8 EVRM en artikel 7 Handvest voor de Grondrechten van de EU. Deze bijdrage schetst aan de hand van een aantal uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van Mens en het Hof van Justitie van de Europese Unie welke voor ICT-projecten van de overheid relevante privacyvereisten kunnen worden afgeleid uit het EVRM en het Handvest.


Prof. mr. G.J. Zwenne
Prof. mr. G.J. Zwenne is hoogleraar Recht en de informatiemaatschappij aan de Universiteit Leiden, alsmede advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Mr. W. Steenbruggen
Mr. W. Steenbruggen is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.
Toont 1 - 20 van 21 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.