Zoekresultaat: 12 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging x Jaar 2015 x Rubriek Article x
Artikel

Het EVRM, Unierecht en de nationale rechter

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden dialoog, EHRM, HvJ EU, Protocol 16, Bosphorus-vermoeden
Auteurs Mr. J. Silvis
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de dialoog tussen nationale gerechten en het EHRM en op die tussen het EHRM en het Hof van Justitie. Voor de dialoog tussen de hoogste nationale gerechten en het EHRM is het optioneel Protocol 16 bij het EVRM van grote betekenis. De toetreding van de EU tot de mensenrechtenconventie staat onder druk, aangezien het Hof van Justitie in opinie 2/13 een reeks zwaarwegende problemen heeft gesignaleerd en negatief heeft geadviseerd op een concept-toetredingsakkoord.


Mr. J. Silvis
Mr. J. Silvis is rechter in het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te Straatsburg.
Artikel

De Hoge Raad en het Hof van Justitie van de EU als partners in de prejudiciële procedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden samenwerking Hoge Raad en Hof van Justitie van de EU, prejudiciële procedure van de EU, praktische wenken, relatie prejudiciële verwijzingsplicht en prejudiciële adviesbevoegdheid ex Protocol 16 EVRM
Auteurs Prof. mr. C.W.A. Timmermans
SamenvattingAuteursinformatie

    De relatie tussen de Hoge Raad en het Hof van Justitie van de EU is er een van samenwerking, niet van hiërarchie. Instrument voor deze samenwerking is de prejudiciële procedure. Hoe deze procedure optimaal te benutten? De auteur doet enkele, meer praktische suggesties, onder andere inzake de formulering van de verwijzingsbeschikking en de deelneming aan de procedure voor het Hof. Ten slotte wordt ingegaan op de prejudiciële adviesbevoegdheid voor hoogste, nationale gerechten ex Protocol 16 bij het EVRM en de relatie tot een eventuele verwijzingsplicht ex art. 267 VWEU.


Prof. mr. C.W.A. Timmermans
Prof. mr. C.W.A. Timmermans is oud-rechter in het Hof van Justitie van de EU.
Artikel

De regisserende zaaksrechter: de regierol van de rechter volgens KEI

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden zaaksrechter, KEI, regierol, casemanagement
Auteurs Prof. mr. J.D.A. den Tonkelaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat wetsvoorstel 34059 bedoelt met de regierol van de rechter werkt door bij het opstellen van procesreglementen en het doordenken van werkprocessen zoals dat nu in het project KEI gebeurt. De opvatting over de regierol die het wetsvoorstel uitdraagt, plaatst de zaaksrechter, die zo vroeg als mogelijk is bij de behandeling van de zaak wordt betrokken, op de voorgrond. Dit eist een andere aanpak van zaken dan tot nu toe bij veel gerechten gebruikelijk is.


Prof. mr. J.D.A. den Tonkelaar
Prof. mr. J.D.A. den Tonkelaar is senior rechter inhoudelijk bij Rechtbank Gelderland en hoogleraar Rechtspraak aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De hoogste nationale rechter en de Europese hoven

Naar een systeem van checks-and-balances tússen gerechten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden grondrechtenbescherming, rechterlijke dialoog, Hof van Justitie van de Europese Unie, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, checks-and-balances
Auteurs Prof. mr. M.A. Loth
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is gewijd aan de verhoudingen tussen de hoogste nationale rechters, het HvJ EU en het EHRM. Enerzijds behouden diverse hoogste nationale rechters zich de mogelijkheid van het laatste woord voor, zonder daarvan daadwerkelijk gebruik te maken. Anderzijds heeft het HvJ EU de mogelijkheid erkend van lidstaataansprakelijkheid voor een gekwalificeerde schending van het Unierecht als een afbakening van het speelveld, niet als een remedie voor rechtszoekenden. Ook de verhouding tussen het HvJ EU en het EHRM is nog niet uitgekristalliseerd. De gesignaleerde verschuivingen kunnen het beste worden begrepen als onderdeel van een systeem van checks-and-balances tússen de betrokken gerechten.


Prof. mr. M.A. Loth
Prof. mr. M.A. Loth is hoogleraar Privaatrecht aan Tilburg University.
Artikel

Internationaal procederen

Verslag van de voorjaarsvergadering 2015 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Auteurs Mr. J.J. Dammingh en Mr. L.M. van den Berg
Auteursinformatie

Mr. J.J. Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. L.M. van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is senior juridisch medewerker in de Rechtbank Gelderland en tevens verbonden aan de sectie burgerlijk (proces)recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De koers van de Hoge Raad: (on)voorspelbaar?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 5 2015
Trefwoorden werkgeversaansprakelijkheid, art. 81 Wet RO, rechtseenheid, rechtsvorming, onvoorspelbaarheid
Auteurs Prof. mr. C.J.M. Klaassen
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in op de taak van de Hoge Raad om de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling te bevorderen. Aan de hand van een aantal arresten op het terrein van het aansprakelijkheidsrecht stelt zij de vraag of de koers van de Hoge Raad wel voldoende voorspelbaar is en op welke wijze de Hoge Raad de voorspelbaarheid van zijn beslissingen kan verbeteren.


Prof. mr. C.J.M. Klaassen
Mw. prof. mr. C.J.M. Klaassen is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De bijdrage van de civiele cassatieadvocatuur aan de rechterlijke rechtsvorming

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 5 2015
Trefwoorden rechtsontwikkeling, rechtsbescherming, kosteloze cassatie in het belang van de maatschappij, rechtsvergelijking
Auteurs Prof. mr. J.B.M. Vranken
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur behandelt de bijdrage van de cassatieadvocatuur aan de rechtsontwikkeling door de Hoge Raad in civiele zaken aan de hand van twee stellingen. De eerste stelling luidt dat de cassatieadvocatuur mede verantwoordelijk is voor de toegang tot de cassatierechtspraak, dat wil zeggen dat de cassatieadvocatuur ervoor dient te zorgen dat bepaalde zaken de Hoge Raad daadwerkelijk bereiken. De tweede stelling is dat versterking van de rechtsvormende taak van de Hoge Raad soms een bredere kennis van de context van de zaak vereist.


Prof. mr. J.B.M. Vranken
Prof. mr. J.B.M. Vranken is emeritus hoogleraar methodologie van het privaatrecht aan de Universiteit Tilburg.
Artikel

Vorderingen in b2c-verstekken: toetsen of toewijzen?

Ambtshalve toetsen op grond van Heesakkers/Voets, de waarheidsplicht en art. 139 Rv

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2015
Trefwoorden ambtshalve toetsing, Verstek, Consumentenrecht, oneerlijke bedingen, Waarheidsplicht
Auteurs Mr. C.J-A. Seinen en mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook in verstekzaken tussen een professionele eiser en een gedaagde consument zal de civiele rechter ambtshalve moeten toetsen of de vordering (deels) berust op een beding dat dwingendrechtelijke consumentenbeschermende bepalingen schendt. De auteurs schetsen het toetsingskader in het licht van art. 139 Rv. Nu verstekzaken het leeuwendeel van de civiele zaken vormen, kan de plicht tot ambtshalve toetsing tot veel extra werk, kosten en vertraging leiden. De auteurs stellen voor om in verstekzaken een op de waarheidsplicht geënt standaardformulier te gebruiken dat recht doet aan zowel de openbare belangen van consumentenbescherming, waarheidsvinding en efficiënte inzet van overheidsmiddelen als het particuliere belang van efficiënte incasso.


Mr. C.J-A. Seinen
Mr. C.J-A. Seinen is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en gastonderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam

mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en universitair docent burgerlijk procesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen
Artikel

De procesovereenkomst

Bespreking van de dissertatie van Marte Knigge

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2015
Auteurs Prof. mr. W.D.H. Asser
Auteursinformatie

Prof. mr. W.D.H. Asser
Prof. mr. W.D.H. Asser is hoogleraar burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Leiden en oud-raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden.

Mr. M. Zilinsky
Artikel

Wetsvoorstel Afwikkeling massaschade in een collectieve actie: ontbrekende schakel of brug te ver?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2015
Trefwoorden wetsvoorstel Afwikkeling massaschade, internetconsultatie, collectieve actie, strooischade, kritiek
Auteurs Mr. J.M.L. van Duin en Mr. R.S.I. Lawant
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt op hoofdlijnen (de belangrijkste kritiek op) het voorontwerp van het wetsvoorstel Afwikkeling massaschade in een collectieve actie besproken, dat op 7 juli 2014 in (internet)consultatie is gegeven. De collectieve schadevergoedingsactie is bedoeld als ontbrekende schakel (‘stok achter de deur’), maar de toegevoegde waarde hiervan is vooral zichtbaar in strooischadezaken. Met de voorgestelde procedure voor alle soorten schade is het voorontwerp een brug te ver, aldus de auteurs.


Mr. J.M.L. van Duin
Mw. mr. J.M.L. van Duin en Mw. mr. R.S.I. Lawant zijn beiden advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. R.S.I. Lawant
Artikel

Belgische consumenten-class action

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2015
Trefwoorden massaschade, class action, consumenten, België
Auteurs Dr. S. Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    De Belgische wet van 28 maart 2014 voegde in het Wetboek van economisch recht een rechtsvordering tot collectief herstel (of class action) in. Deze bijdrage bespreekt dit nieuwe instrument, dat enkel van toepassing is op consumenten-massaschade. Vooreerst komen de drie ontvankelijkheidsvoorwaarden aan bod: de rechtsvordering moet een inbreuk betreffen op één of meerdere Belgische of Europese consumentenwetten, zij moet worden ingesteld door een geschikte groepsvertegenwoordiger (die enkel een vereniging kan zijn) en de rechtsvordering tot collectief herstel moet doelmatig zijn. Vervolgens wordt het facultatieve opt-in- of opt-out-systeem besproken. Tot slot wordt dieper ingegaan op de vier fases van de procedure: de ontvankelijkheidsfase, een verplichte onderhandelingsfase, de eventuele gegrondheidsfase en de uitvoeringsfase.


Dr. S. Voet
Dr. S. Voet is postdoctoraal onderzoeker van het FWO-Vlaanderen, Instituut voor Procesrecht, Universiteit Gent.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.