Zoekresultaat: 21 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging x Rubriek Article x
Artikel

Access_open WAMCA – exclusieve belangenbehartiger, inclusief complicaties

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2021
Trefwoorden WAMCA, concurrerende vordering, exclusieve belangenbehartiger, collectieve actie, collectief schadeverhaal
Auteurs Branda Katan en Marnix Wallinga
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs onderzoeken de figuur van de exclusieve belangenbehartiger in de WAMCA. De exclusieve belangenbehartiger treedt in een samengevoegde procedure op voor de belangen van alle personen voor wie de collectieve actie is ingesteld, en als vertegenwoordiger van de mede-eiseressen. Deze bijdrage verkent de knelpunten die zich kunnen voordoen bij conflicten tussen concurrerende belangenbehartigers en andere complicaties in verschillende fases van een collectieve procedure.


Branda Katan
Mr. dr. B.M. Katan is advocaat bij Stibbe te Amsterdam en fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Marnix Wallinga
Mr. dr. M.W. Wallinga is advocaat bij Stibbe te Amsterdam en verbonden aan het Groningen Centre for European Financial Services Law.
Artikel

Access_open Rechtsmiddelen tegen niet-appellabele kantonuitspraken

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2021
Trefwoorden art. 332 lid 1 Rv, art. 80 lid 1 Wet RO, rechtsklachten, kantonrechter, doorbreking
Auteurs Frank Bentvelzen
SamenvattingAuteursinformatie

    Door de appelgrens in art. 332 lid 1 Rv en de beperkte cassatiegronden in art. 80 lid 1 Wet RO is beoordeling door een hogere rechter van kantonuitspraken slechts beperkt mogelijk. Dit leidt ertoe dat de kantonrechter soms als hoogste nationale rechter rechtsregels toepast en uitlegt. Deze bijdrage verkent verruiming van de mogelijkheden van hoger beroep en cassatie en bespreekt daartoe aanknopingspunten voor ruimere toepassing van de doorbrekingsleer en afschaffing dan wel aanpassing van art. 80 lid 1 Wet RO. Daarbij wordt aandacht besteed aan verruiming in algemene zin, maar ook specifiek gekeken naar verruiming voor gevallen met een Unierechtelijke dimensie.


Frank Bentvelzen
Mr. F.C. Bentvelzen is werkzaam als PhD-fellow bij het Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Leiden.
Artikel

Brexit: de gevolgen voor forumkeuzeclausules en de erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in burgerlijke en handelszaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2021
Trefwoorden internationaal procesrecht, Forumkeuze, Brexit, Tenuitvoerlegging, Burgerlijke en handelszaken
Auteurs Marek Zilinsky
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage komt de beoordeling van een forumkeuze voor de Nederlandse rechter en voor de Engelse rechter in burgerlijke en handelszaken na Brexit aan de orde. Aansluitend wordt aandacht besteed aan de grensoverschrijdende erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen gegeven door deze rechters. Op deze terreinen is na Brexit veel onduidelijkheid in verhouding tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk ontstaan.


Marek Zilinsky
Mr. dr. M. Zilinsky is als adviseur verbonden aan Houthoff te Amsterdam en als universitair docent internationaal privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij is ook vaste medewerker van dit tijdschrift.
Artikel

De Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging nader beschouwd

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden burgerlijk procesrecht, experimentenwet, wetgeving
Auteurs Elselique Hoogervorst en Parisa Jahan
SamenvattingAuteursinformatie

    De Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging is geïntroduceerd ter bevordering van een eenvoudige, snelle, effectieve en de-escalerende geschilbeslechting. De wet maakt een scala aan afwijkingen van het reguliere procesrecht mogelijk. Een experimentele procedure wordt opgenomen in een amvb en heeft een tijdelijk karakter van in beginsel maximaal drie jaar. De wetgever heeft een aantal concrete experimenten voor ogen waaronder een experiment met een toegevoegd deskundig lid in een kamer van een rechtbank of hof en een experiment met een nabijheidsrechter. In deze bijdrage bespreken wij de voorgestelde regeling op hoofdlijnen en plaatsen wij een aantal kanttekeningen bij de wet en de voorgestelde experimenten.


Elselique Hoogervorst
Mr. drs. E.M. Hoogervorst is professional support lawyer bij Houthoff Amsterdam.

Parisa Jahan
Mr. P. Jahan is advocaat bij Houthoff Amsterdam.
Artikel

De invloed van Europa op ons procesrecht

Verslag van de voorjaarsvergadering 2019 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2020
Auteurs Jaap Dammingh en Marijn van den Berg
Auteursinformatie

Jaap Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Marijn van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is stafjurist in de rechtbank Gelderland.
Artikel

Advisering door het EHRM in civiele zaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2019
Trefwoorden 16e Protocol, EHRM, Hoge Raad, advies, prejudiciële vragen
Auteurs Johan Valk
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanaf 1 juni 2019 kan de Hoge Raad het EHRM in concrete zaken vragen om een (prejudicieel) advies uit te brengen. Wat betekent dit voor civiele zaken? Dit artikel biedt een overzicht. Aan de orde komen onder meer het adviesverzoek door de Hoge Raad, de procedure bij het EHRM en de procedure na advisering door het EHRM.


Johan Valk
Mr. J.J. Valk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Access_open De civiele kamer en de prejudiciële procedure: kritisch doch loyaal aan het Hof van Justitie

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2019
Trefwoorden prejudiciële procedure, Hof van Justitie van de Europese Unie, nationale rechters, motieven om te verwijzen, rechtspolitiek
Auteurs Jasper Krommendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    De civiele kamer van de Hoge Raad treedt steeds vaker op als Unierechter en schuwt niet om te verwijzen. Er is echter weinig bekend over de motieven van de kamer om prejudiciële vragen te stellen en de manier waarop de antwoorden van het HvJ vervolgens worden gebruikt door de kamer. Om deze twee vragen te beantwoorden is er een uitgebreide analyse van de rechtspraak van de kamer uitgevoerd in combinatie met acht interviews met (oud-)raadsheren en A-G’s. Dit artikel toont aan dat de kamer uiterst loyaal is wat betreft het verwijzen en de inbedding ondanks dat raadsheren niet met alle antwoorden van het HvJ even tevreden waren.


Jasper Krommendijk
Dr. J. Krommendijk, LLM is universitair hoofddocent internationaal en Europees Recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De modernisering van het getuigenverhoor

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Burgerlijk procesrecht, Bewijsrecht, Getuigenbewijs, Getuigenverhoor
Auteurs Mr. dr. R.R. Verkerk
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage ziet op het verhoor van getuigen in het civiele proces. Het bespreekt een recent wetsvoorstel om het getuigenbewijs te moderniseren


Mr. dr. R.R. Verkerk
Mr. dr. R.R. Verkerk is cassatieadvocaat bij Houthoff te Rotterdam en tevens verbonden aan het Molengraaf Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Griffierechten vanuit rechtseconomisch oogpunt

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2017
Trefwoorden griffierechten, rechtseconomie, gedragseconomie, toegang tot de rechter, ongefundeerde vorderingen
Auteurs Mr. drs. T. Vleeschhouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    Griffierechten in civiele zaken vormen een bron van debat. Voorstanders wijzen erop dat griffierechten ongefundeerde vorderingen tegengaan. Tegenstanders vrezen ervoor dat de toegang tot de rechter belemmerd wordt. Dit artikel bespreekt de totstandkoming van het Nederlandse griffierechtensysteem en ontwikkelt daarnaast een rechtseconomisch model op basis van gedragseconomische inzichten om te beoordelen of griffierechten inderdaad de toegang tot de rechter beperken. Deze analyse laat zien dat het Nederlandse griffierechtenstelsel degressief is; bij vorderingen met een hogere geldwaarde wordt relatief minder griffierecht geheven. Het rechtseconomische model voorspelt juist dat een progressief stelsel, waarbij de griffierechten laag zijn bij lage vorderingen en relatief steeds hoger worden bij hogere vorderingen, de toegang tot de rechter het minst beperkt. Het verdient dan ook aanbeveling om het stelsel te heroverwegen.


Mr. drs. T. Vleeschhouwer
Mr. drs. T. Vleeschhouwer is advocaat-stagiair bij Houthoff te Rotterdam.
Artikel

Access_open Staatsimmuniteit van executie: beslagmogelijkheden voor crediteuren na de herfstarresten van de Hoge Raad (2016)

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Staatsimmuniteit, Executie, Beslag, Hoge Raad, Internationaal gewoonterecht
Auteurs Prof. dr. C.M.J. Ryngaert
SamenvattingAuteursinformatie

    In de herfst van 2016 heeft de Hoge Raad een aantal belangwekkende arresten inzake de staatsimmuniteit van executie gewezen, waarin hij met name het vermoeden bevestigt dat de vreemde staat immuniteit geniet in zowel executoriale als conservatoire beslagprocedures. De schuldeiser kan dit vermoeden weerleggen door te bewijzen dat de beoogde beslagobjecten gebruikt worden of bestemd zijn voor andere dan publieke doeleinden. Een en ander doet de vraag rijzen in hoeverre de schuldeiser de volgens de Hoge Raad op hem rustende stelplicht en bewijslast kan effectueren, en bijgevolg in hoeverre hij nog executiemaatregelen kan nemen ten aanzien van goederen van vreemde staten. Deze bijdrage situeert de arresten van de Hoge Raad in een internationaalrechtelijke context. Vervolgens wordt aangevoerd dat de Hoge Raad de op de schuldeiser rustende stelplicht praktisch werkbaar heeft willen houden teneinde de bescherming die de restrictieve immuniteitsleer aan de schuldeiser hoort te bieden niet illusoir te maken. De schuldeiser kan ermee volstaan aannemelijk te maken dat de onmiddellijke bestemming of het onmiddellijke gebruik van de opbrengsten uit de schuldvordering niet-publiek of niet-soeverein van aard zijn. Ten slotte wordt geargumenteerd dat de algemene gewoonterechtelijke regels inzake staatsimmuniteit niet onverkort gelden voor een bijzondere categorie van executieprocedures, namelijk deze die betrekking hebben op arbitrale vonnissen. Door met arbitrage in te stemmen wordt de betrokken vreemde staat geacht afstand te hebben gedaan van de immuniteit waarop hij eventueel recht heeft. De conclusie is dat de Hoge Raad de deur niet volledig heeft dichtgedaan voor schuldeisers die beogen beslag te leggen op goederen van vreemde staten,


Prof. dr. C.M.J. Ryngaert
Prof. dr. C.M.J. Ryngaert is hoogleraar internationaal publiekrecht aan de Universiteit Utrecht.

    Het leerstuk van ambtshalve toetsing in consumentenzaken heeft zich ontwikkeld tot een gewichtige factor, waarbij een aantal nationale begrenzingen van het processueel debat in eerste aanleg en appel is losgelaten. Ambtshalve toetsing is gestoeld op de veronderstelling dat de consument zich tegenover zijn professionele wederpartij in een zwakke onderhandelingspositie bevindt en over minder informatie beschikt. Dit artikel gaat in op de vraag of er voldoende rechtvaardiging bestaat voor ambtshalve toetsing als de processuele belangen van een consument worden behartigd door een belangenorganisatie.


Mr. F.E. Vermeulen
Mr. F.E. Vermeulen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. T.L. Schasfoort
Mr. T.L. Schasfoort is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

De herschikte EEX-Vo en derde landen: het formele toepassingsgebied van de Verordening nader bezien

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Formeel toepassingsgebied, Herschikte EEX-Vo, Derde landen, Forumkeuze, Exclusieve bevoegdheden
Auteurs Mr. dr. L.M. van Bochove
SamenvattingAuteursinformatie

    De vraag naar het toepassingsbereik van de Europese bevoegdheidsregels in civiele zaken die aanknopingspunten hebben met derde landen is al vele decennia punt van discussie. Deze bijdrage behandelt de wijzigingen die de herschikking van de EEX-Vo op dit punt heeft gebracht en besteedt tevens aandacht aan de resterende controverses. Betoogd wordt dat, wanneer de verweerder woonplaats heeft in een lidstaat, de rechter zijn bevoegdheid moet bepalen op basis van de Verordening. Omwille van de rechtszekerheid en partijautonomie dient hierop echter een uitzondering te worden gemaakt voor de forumkeuze ten gunste van het gerecht van een niet-lidstaat.


Mr. dr. L.M. van Bochove
Mr. dr. L.M. van Bochove is universitair docent Internationaal Privaatrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Vindt de consumentenbescherming haar grens in het appelprocesrecht?

Gedachten naar aanleiding van HR 26 februari 2016

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Hoger beroep, Ambtshalve toetsing, Grenzen van de rechtsstrijd, Openbare orde
Auteurs Mr. M. Nieuwenhuijs en Mr. M.E.A. Möhring
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft op 26 februari 2016 nader uitgewerkt in welke gevallen de appelrechter ambtshalve moet toetsen. In dit artikel wordt ingegaan op de begrippen “het door de grieven ontsloten gebied” en “de grenzen van de rechtsstrijd”. Daarnaast wordt nagegaan of de lijn van de Hoge Raad strookt met het EU-recht en of verbeteringen in het Nederlandse systeem mogelijk zijn.


Mr. M. Nieuwenhuijs
Mr. M. Nieuwenhuijs is senior juridisch medewerker bij team kanton van de rechtbank Amsterdam.

Mr. M.E.A. Möhring
Mr. M.E.A. Möhring is wetenschappelijk medewerker bij de Hoge Raad.
Artikel

Beginselen van procesrecht en de hoogste rechter: mag, moet en gaat de Hoge Raad ooit in dialoog met het EHRM?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2016
Trefwoorden procesrecht, dialoog tussen rechterlijke instanties, zestiende protocol bij het EVRM
Auteurs Prof. mr. G. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Het procesrecht kent diverse instrumenten om de dialoog tussen rechterlijke instanties te bevorderen. De dialoog tussen nationale rechters enerzijds en HvJ EU en EHRM anderzijds is onder meer van belang voor effectieve grondrechtenbescherming in Nederland. Met het zestiende protocol bij het EVRM kan, als het voor Nederland in werking treedt, naar verwachting de dialoog tussen rechters in Nederland en het EHRM verder worden ontwikkeld.


Prof. mr. G. de Groot
Prof. mr. G. de Groot is raadsheer in de Hoge Raad tevens bijzonder hoogleraar Rechtspraak en conflictoplossing aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Het EVRM, Unierecht en de nationale rechter

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden dialoog, EHRM, HvJ EU, Protocol 16, Bosphorus-vermoeden
Auteurs Mr. J. Silvis
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de dialoog tussen nationale gerechten en het EHRM en op die tussen het EHRM en het Hof van Justitie. Voor de dialoog tussen de hoogste nationale gerechten en het EHRM is het optioneel Protocol 16 bij het EVRM van grote betekenis. De toetreding van de EU tot de mensenrechtenconventie staat onder druk, aangezien het Hof van Justitie in opinie 2/13 een reeks zwaarwegende problemen heeft gesignaleerd en negatief heeft geadviseerd op een concept-toetredingsakkoord.


Mr. J. Silvis
Mr. J. Silvis is rechter in het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te Straatsburg.
Artikel

De Hoge Raad en het Hof van Justitie van de EU als partners in de prejudiciële procedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden samenwerking Hoge Raad en Hof van Justitie van de EU, prejudiciële procedure van de EU, praktische wenken, relatie prejudiciële verwijzingsplicht en prejudiciële adviesbevoegdheid ex Protocol 16 EVRM
Auteurs Prof. mr. C.W.A. Timmermans
SamenvattingAuteursinformatie

    De relatie tussen de Hoge Raad en het Hof van Justitie van de EU is er een van samenwerking, niet van hiërarchie. Instrument voor deze samenwerking is de prejudiciële procedure. Hoe deze procedure optimaal te benutten? De auteur doet enkele, meer praktische suggesties, onder andere inzake de formulering van de verwijzingsbeschikking en de deelneming aan de procedure voor het Hof. Ten slotte wordt ingegaan op de prejudiciële adviesbevoegdheid voor hoogste, nationale gerechten ex Protocol 16 bij het EVRM en de relatie tot een eventuele verwijzingsplicht ex art. 267 VWEU.


Prof. mr. C.W.A. Timmermans
Prof. mr. C.W.A. Timmermans is oud-rechter in het Hof van Justitie van de EU.
Artikel

De hoogste nationale rechter en de Europese hoven

Naar een systeem van checks-and-balances tússen gerechten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden grondrechtenbescherming, rechterlijke dialoog, Hof van Justitie van de Europese Unie, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, checks-and-balances
Auteurs Prof. mr. M.A. Loth
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is gewijd aan de verhoudingen tussen de hoogste nationale rechters, het HvJ EU en het EHRM. Enerzijds behouden diverse hoogste nationale rechters zich de mogelijkheid van het laatste woord voor, zonder daarvan daadwerkelijk gebruik te maken. Anderzijds heeft het HvJ EU de mogelijkheid erkend van lidstaataansprakelijkheid voor een gekwalificeerde schending van het Unierecht als een afbakening van het speelveld, niet als een remedie voor rechtszoekenden. Ook de verhouding tussen het HvJ EU en het EHRM is nog niet uitgekristalliseerd. De gesignaleerde verschuivingen kunnen het beste worden begrepen als onderdeel van een systeem van checks-and-balances tússen de betrokken gerechten.


Prof. mr. M.A. Loth
Prof. mr. M.A. Loth is hoogleraar Privaatrecht aan Tilburg University.
Artikel

De bijdrage van de civiele cassatieadvocatuur aan de rechterlijke rechtsvorming

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 5 2015
Trefwoorden rechtsontwikkeling, rechtsbescherming, kosteloze cassatie in het belang van de maatschappij, rechtsvergelijking
Auteurs Prof. mr. J.B.M. Vranken
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur behandelt de bijdrage van de cassatieadvocatuur aan de rechtsontwikkeling door de Hoge Raad in civiele zaken aan de hand van twee stellingen. De eerste stelling luidt dat de cassatieadvocatuur mede verantwoordelijk is voor de toegang tot de cassatierechtspraak, dat wil zeggen dat de cassatieadvocatuur ervoor dient te zorgen dat bepaalde zaken de Hoge Raad daadwerkelijk bereiken. De tweede stelling is dat versterking van de rechtsvormende taak van de Hoge Raad soms een bredere kennis van de context van de zaak vereist.


Prof. mr. J.B.M. Vranken
Prof. mr. J.B.M. Vranken is emeritus hoogleraar methodologie van het privaatrecht aan de Universiteit Tilburg.
Artikel

Vorderingen in b2c-verstekken: toetsen of toewijzen?

Ambtshalve toetsen op grond van Heesakkers/Voets, de waarheidsplicht en art. 139 Rv

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2015
Trefwoorden ambtshalve toetsing, Verstek, Consumentenrecht, oneerlijke bedingen, Waarheidsplicht
Auteurs Mr. C.J-A. Seinen en mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook in verstekzaken tussen een professionele eiser en een gedaagde consument zal de civiele rechter ambtshalve moeten toetsen of de vordering (deels) berust op een beding dat dwingendrechtelijke consumentenbeschermende bepalingen schendt. De auteurs schetsen het toetsingskader in het licht van art. 139 Rv. Nu verstekzaken het leeuwendeel van de civiele zaken vormen, kan de plicht tot ambtshalve toetsing tot veel extra werk, kosten en vertraging leiden. De auteurs stellen voor om in verstekzaken een op de waarheidsplicht geënt standaardformulier te gebruiken dat recht doet aan zowel de openbare belangen van consumentenbescherming, waarheidsvinding en efficiënte inzet van overheidsmiddelen als het particuliere belang van efficiënte incasso.


Mr. C.J-A. Seinen
Mr. C.J-A. Seinen is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en gastonderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam

mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en universitair docent burgerlijk procesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen
Artikel

De procesovereenkomst

Bespreking van de dissertatie van Marte Knigge

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2015
Auteurs Prof. mr. W.D.H. Asser
Auteursinformatie

Prof. mr. W.D.H. Asser
Prof. mr. W.D.H. Asser is hoogleraar burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Leiden en oud-raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden.
Toont 1 - 20 van 21 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.