Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 22 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging x Rubriek Article x
Verslag

Schadevaststelling in het geding

Verslag van de najaarsvergadering 2020 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2021
Auteurs Laura Ebben, Jim van Mourik en Jaap Dammingh
Auteursinformatie

Laura Ebben
Mr. L.A.G. Ebben is senior juridisch medewerker bij de rechtbank Gelderland.

Jim van Mourik
Mr. J. van Mourik is promovendus burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Jaap Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Access_open ‘Wie is u?’ Deformalisering versus zekerheid: enkele gedachten over de wijziging van partijhoedanigheid tijdens de procedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden collectieve actie, goede procesorde, rechtszekerheid, Trafigura, vertegenwoordiging
Auteurs Daan Barbiers en Carla Klaassen
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs beschouwen in deze bijdrage de wijziging van partijhoedanigheid tijdens een procedure vanuit het spanningsveld tussen deformalisering en (rechts)zekerheid. De aanleiding hiervoor is het recente Trafigura-arrest van de Hoge Raad. Auteurs zetten mede op basis van eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad uiteen wanneer sprake is van een verboden wijziging van partijhoedanigheid en in welke gevallen een uitzondering op dit verbod gerechtvaardigd kan zijn. Bij deze rechtspraak plaatsen zij enkele (kritische) kanttekeningen. Zij signaleren dat de benadering van het leerstuk van de (verboden) hoedanigheidswijziging niet steeds eenduidig en consistent is. Auteurs betogen dat deformalisering bij de toepassing van dit leerstuk is toe te juichen, zolang voldoende rekening wordt gehouden met het verdedigingsbelang en te veel vertraging van de procedure wordt voorkomen.


Daan Barbiers
Mr. D.L. Barbiers is promovendus en docent burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Carla Klaassen
Prof. mr. C.J.M. Klaassen is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Access_open De waarheidsplicht en de geraden gevolgtrekking anno 2020: een zoektocht naar proportionaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2020
Trefwoorden waarheidsplicht, waarheidsbeginsel, artikel 21 Rv, artikel 22 Rv, artikel 85 Rv
Auteurs Cindy Seinen
SamenvattingAuteursinformatie

    De waarheidsplicht komt in procedures steeds vaker aan de orde, ofwel omdat een partij om sanctionering ervan vraagt, dan wel omdat de rechter ambtshalve oordeelt dat sanctionering nodig is. Deze bijdrage behandelt de ontwikkelingen aan de hand van de typen gevolgtrekking die rechters sinds 2014 aan schendingen hebben verbonden.


Cindy Seinen
Mr. C.J-A. Seinen is rechter in de rechtbank Den Haag en buitenpromovenda aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De stellige ontkenning van een elektronische ondertekening

Is art. 159 lid 2 Rv toe aan modernisering?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Elektronische handtekening, Stellige ontkenning, Bewijskracht
Auteurs Rob van Esch
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaat de auteur in op de toepassing van art. 159 lid 2 Rv en andere juridische aspecten van een stellige ontkenning van een elektronische ondertekening. Hij betoogt dat toepassing van deze bepaling ook bij een stellige ontkenning van een elektronische handtekening tot resultaten kan leiden waarmee de praktijk uit de voeten kan als haar reikwijdte wordt beperkt tot de waarheid van de ondertekende verklaring.


Rob van Esch
Mr. dr. R.E. van Esch is legal counsel bij Banning te Den Bosch.
Artikel

De digitale civiele procedure als onderdeel van een behoorlijke rechtspleging

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2019
Trefwoorden digitalisering, KEI, digitale procedure, digitaal systeem, toegankelijkheid, procesinleiding, oproepingsbericht, openbaarheid
Auteurs Dineke de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Digitaal procederen in civiele procedures is in ontwikkeling. In dit artikel wordt ingegaan op de digitaliseringsdoelstelling van de wetgever en op ervaringen die zijn opgedaan rondom de ontwikkeling van digitaal procederen in civiele vorderingszaken (dagvaardingszaken) over rechtsgevolgen ter vrije bepaling van partijen.


Dineke de Groot
Prof. mr. G. de Groot is werkzaam als vicepresident bij de Hoge Raad en bijzonder hoogleraar Rechtspraak en conflictoplossing aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Verhaalsbeslag op bitcoins

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2019
Trefwoorden bitcoin, conservatoir beslag, executoriaal beslag, verhaal, waardepapier
Auteurs Tycho de Graaf
SamenvattingAuteursinformatie

    Verhaalsbeslag op bitcoins is mogelijk door (1) de drager waarop de privésleutel staat waarmee over bitcoins kan worden beschikt (de paper of hardware wallet) als waardepapier te kwalificeren, (2) op die wallet conservatoir verhaalsbeslag te leggen en als de toegang tot die wallet beveiligd is met een code, de schuldenaar te dwingen die code prijs te geven, (3) de bitcoins naar een andere, door een bank of DNB nieuw geopende bitcoinrekening over te maken, en (4) de paper of hardware wallet van die nieuwe bitcoinrekening te zijner tijd executoriaal te verkopen.


Tycho de Graaf
Mr. dr. T.J. de Graaf is universitair docent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De mondelinge einduitspraak – dat smaakt naar méér

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Burgerlijk procesrecht, Mondelinge einduitspraak, Art. 30 p Rv
Auteurs Kim van der Kraats
SamenvattingAuteursinformatie

    In artikel 30p Rv is de mogelijkheid om in civiele zaken mondeling einduitspraak te doen geïntroduceerd. In deze bijdrage wordt op basis van de eerste (gepubliceerde) mondelinge einduitspraken de balans opgemaakt. De gepubliceerde zaken laten verschillen zien in het type zaken waarin van een mondelinge einduitspraak gebruik wordt gemaakt (zowel qua onderwerp als qua complexiteit). Van de mogelijkheid om een mondelinge einduitspraak te doen, zou meer gebruik kunnen worden gemaakt (met het oog op de verwachtingen van partijen, de acceptatie van de uitspraak en de begrijpelijkheid daarvan). De inzichtelijkheid van de motivering voor derden vormt daarbij een punt van aandacht.


Kim van der Kraats
Mr. dr. K.G.F. van der Kraats is teamvoorzitter en rechter in de rechtbank Overijssel.
Artikel

Access_open Drie jaar nieuwe arbitragewet: tien suggesties voor verbetering

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Arbitrage, Internationale arbitrage, Handelsarbitrage
Auteurs Niek Peters
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden tien suggesties gedaan ter verbetering van de nieuwe arbitragewet.


Niek Peters
Mr. N. Peters is advocaat te Amsterdam bij Cleber en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Inspraak in de rechtspraak; de rol van derden in de procedure

Verslag van de voorjaarsvergadering 2018 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2018
Auteurs Jacobus Dammingh en Marijn van den Berg
Auteursinformatie

Jacobus Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Marijn van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is stafjurist in de Rechtbank Gelderland.
Artikel

Motivering door de Nederlandse cassatierechter

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2018
Trefwoorden cassatie, motivering, Hoge Raad, rechtsontwikkeling
Auteurs Mr. drs. B.T.M. van der Wiel
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook uitspraken van de Hoge Raad dienen zodanig te worden gemotiveerd dat de beslissing zowel voor partijen als voor derden controleerbaar en aanvaardbaar is. Bezien wordt hoe de Hoge Raad invulling geeft aan deze eisen, met name in het licht van zijn rechtsontwikkelingsfunctie.


Mr. drs. B.T.M. van der Wiel
Mr. drs. B.T.M. van der Wiel is advocaat bij Houthoff te Amsterdam en redacteur van TCR. De auteur dankt mr. drs. E.M. Hoogervorst (professional support lawyer bij Houthoff) en H. Kleijn (student aan de Universiteit van Amsterdam) voor hun ondersteuning.
Diversen

‘Hoe zou u het bewijsrecht willen moderniseren?’

Verslag van de najaarsvergadering 2017 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2018
Auteurs Mr. J.J. Dammingh en Mr. L.M. van den Berg
Auteursinformatie

Mr. J.J. Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. L.M. van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is stafjurist in de Rechtbank Gelderland en tevens verbonden aan de sectie burgerlijk (proces)recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Herstel van verzuim en strijd tegen tegenstrijdige beslissingen. Over de oproeping van derden ex artikel 118 Rv

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2017
Trefwoorden procesrecht, oproeping van derden, tegenstrijdige beslissingen, gedwongen (voeging en) tussenkomst, deformalisering
Auteurs Mr. J.A. Möhlmann
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 118 Rv bevat processuele voorschriften voor de oproeping van derden in het geding. Een geldig opgeroepen derde is gebonden aan de tussen eiser en gedaagde te wijzen uitspraak. Over de mogelijkheden om dit artikel toe te passen bestaat veel onduidelijkheid. In de eerste plaats oordeelt de Hoge Raad met enige regelmaat, maar vaak zonder (duidelijke) motivering, dat de eiser in de gelegenheid moet worden gesteld een ten onrechte niet opgeroepen partij via artikel 118 Rv alsnog in het geding te betrekken. In de tweede plaats oordelen rechtbanken de afgelopen jaren tegenstrijdig over de vraag of artikel 118 Rv wel of niet mag worden toegepast om derden, op verzoek van de gedaagde, op te roepen met het doel een risico op tegenstrijdige beslissingen te voorkomen. Een nadere analyse van de wetsgeschiedenis en jurisprudentie van de Hoge Raad biedt duidelijkheid.


Mr. J.A. Möhlmann
Mr. J.A. Möhlmann is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht.

    Het leerstuk van ambtshalve toetsing in consumentenzaken heeft zich ontwikkeld tot een gewichtige factor, waarbij een aantal nationale begrenzingen van het processueel debat in eerste aanleg en appel is losgelaten. Ambtshalve toetsing is gestoeld op de veronderstelling dat de consument zich tegenover zijn professionele wederpartij in een zwakke onderhandelingspositie bevindt en over minder informatie beschikt. Dit artikel gaat in op de vraag of er voldoende rechtvaardiging bestaat voor ambtshalve toetsing als de processuele belangen van een consument worden behartigd door een belangenorganisatie.


Mr. F.E. Vermeulen
Mr. F.E. Vermeulen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. T.L. Schasfoort
Mr. T.L. Schasfoort is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Procesfinanciering door derden: een oplossing of een probleem?

Verslag van de najaarsvergadering 2016 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2017
Auteurs Mr. J.J. Dammingh en Mr. L.M. van den Berg
Auteursinformatie

Mr. J.J. Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens advocaat te Nijmegen.

Mr. L.M. van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is stafjurist in de Rechtbank Gelderland en tevens verbonden aan de sectie burgerlijk (proces)recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Hart, handen & voeten: de mondelinge behandeling en de pleitnota na KEI

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2017
Trefwoorden KEI, mondelinge behandeling, art. 22 Rv, art. 30k Rv, oral hearing
Auteurs Mr. C.J-A. Seinen
SamenvattingAuteursinformatie

    Na invoering van KEI zal de civiele rechter in veel zaken meteen na de mondelinge behandeling uitspraak doen; alle stukken en stellingen moeten voortaan vóór de zitting zijn ingediend, en rechters worden geacht vaker instructies geven om dit te bewerkstelligen. Nieuw is deze wens niet; wel nieuw is dat de wetgever haar in de wet heeft geëxpliciteerd en op de overtreding van enkele sleutelbepalingen concretere sancties stelt. Deze bijdrage onderzoekt of de wetgever met die wijzigingen de al decennia gewenste ‘cultuuromslag’ in het civiele proces eindelijk afdwingt; praktische vraag daarbij is of partijen nog wel een pleitnota mogen indienen.


Mr. C.J-A. Seinen
Mr. C.J-A. Seinen is cassatieadvocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten en gastonderzoeker bij het Amsterdam Centre for Comprehensive Law van de Vrije Universiteit.
Artikel

De dwingende bewijskracht van onderhandse akten en de leer van de verklaringsfictie

Het belang van art. 157 Rv nader beschouwd

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Dwingende bewijskracht, Akte, Verklaringsfictie, Bewijsverklaringsclausule, 157 Rv
Auteurs Mr. L.A. van Amsterdam
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn artikel bespreekt mr. L.A. van Amsterdam de dwingende bewijskracht die art. 157 Rv aan onderhandse akten toekent. Komt deze bewijskracht (ook) toe aan een bepaling in een ‘standaardakte’ dat bepaalde documentatie of informatie is verstrekt, of moet - zoals in de procespraktijk nog wel eens wordt betoogd - een dergelijke clausule als een ‘verklaringsfictie’ worden aangemerkt? Mr. Van Amsterdam gaat in op de achtergrond en het belang van art. 157 Rv, behandelt rechtspraak waarin de leer van de verklaringsfictie een rol speelt, en plaatst enkele kanttekeningen bij deze leer


Mr. L.A. van Amsterdam
Mr. L.A. van Amsterdam is advocaat bij NautaDutilh
Artikel

De procesovereenkomst

Bespreking van de dissertatie van Marte Knigge

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2015
Auteurs Prof. mr. W.D.H. Asser
Auteursinformatie

Prof. mr. W.D.H. Asser
Prof. mr. W.D.H. Asser is hoogleraar burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Leiden en oud-raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Het Wetsvoorstel vereenvoudiging en digitalisering procesrecht: kanttekeningen vanuit de procespraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2015
Trefwoorden wetsvoorstel KEI, procesinleiding, mondelinge behandeling, afschaffing rol, mondelinge uitspraak
Auteurs Mr. K. Teuben en Mr. K.J.O. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behelst een – deels kritische – analyse van het Wetsvoorstel vereenvoudiging en digitalisering procesrecht, vanuit het perspectief van de procespraktijk. Centraal staan de procedurele wijzigingen die het wetsvoorstel (naast digitalisering) teweegbrengt. De auteurs concluderen dat het wetsvoorstel enkele belangrijke praktijkvragen onbeantwoord laat en op verschillende punten niet leidt tot een vereenvoudiging, maar eerder tot (onnodige) complicatie van het civiele proces. Zij doen enkele suggesties ter verduidelijking en verbetering van het voorstel.


Mr. K. Teuben
Mw. mr. K. Teuben is cassatieadvocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. K.J.O. Jansen
Mr. K.J.O. Jansen is cassatieadvocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

Wetsvoorstel Afwikkeling massaschade in een collectieve actie: ontbrekende schakel of brug te ver?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2015
Trefwoorden wetsvoorstel Afwikkeling massaschade, internetconsultatie, collectieve actie, strooischade, kritiek
Auteurs Mr. J.M.L. van Duin en Mr. R.S.I. Lawant
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt op hoofdlijnen (de belangrijkste kritiek op) het voorontwerp van het wetsvoorstel Afwikkeling massaschade in een collectieve actie besproken, dat op 7 juli 2014 in (internet)consultatie is gegeven. De collectieve schadevergoedingsactie is bedoeld als ontbrekende schakel (‘stok achter de deur’), maar de toegevoegde waarde hiervan is vooral zichtbaar in strooischadezaken. Met de voorgestelde procedure voor alle soorten schade is het voorontwerp een brug te ver, aldus de auteurs.


Mr. J.M.L. van Duin
Mw. mr. J.M.L. van Duin en Mw. mr. R.S.I. Lawant zijn beiden advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. R.S.I. Lawant
Artikel

De gevolgtrekking die hij geraden acht

Sancties op schending van de waarheidsplicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2014
Trefwoorden art. 21 Rv, art. 22 Rv, waarheidsplicht, gevolgtrekking, Sanctie
Auteurs Mr. C.J-A. Seinen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden uitspraken van na 1 januari 2012 besproken waarin schending van de waarheidsplicht aan de orde is. Na een korte schets van de visies van wetgever, Hoge Raad en literatuur op de sanctionering van de waarheidsplicht worden de in de feitenrechtspraak opgelegde sancties op een rij gezet. Duidelijk wordt dat rechters de waarheidsplicht zeer actief gebruiken en dat flinke verschillen bestaan in de op schending gestelde sancties. Hoewel de wetgever geen voorstander was van het uitdelen van sancties door de civiele rechter, bepleit de auteur dat sancties onder omstandigheden (vooral ten aanzien van repeat players) verdedigbaar zijn.


Mr. C.J-A. Seinen
Gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad
Toont 1 - 20 van 22 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.