Zoekresultaat: 6 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging x Rubriek Article x
Artikel

Het onderliggende conflict: afblijven of uitdiepen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2019
Trefwoorden schikking, civiele rechter, conflictoplossing, comparitie
Auteurs Rick Verschoof
SamenvattingAuteursinformatie

    Op de comparitie na antwoord besteden de civiele rechter en de kantonrechter tegenwoordig vaker aandacht aan het conflict. Het ‘conflict’ als tegenhanger van het ‘geschil’. Hoe maken rechters hun keuze om dat al dan niet te doen? Hoe diep gaat hun aandacht? Beheersen zij de grondbeginselen van het conflictgesprek? Wat vinden partijen van het optreden van de rechters op dit gebied? De antwoorden staan in dit artikel en uitgebreider in het boek Geschikt of niet geschikt van Rick Verschoof en Wibo van Rossum.


Rick Verschoof
Prof. mr. R.J. Verschoof is senior rechter in de Rechtbank Midden-Nederland en hoogleraar rechtspraak aan de Universiteit Utrecht
Artikel

De mondelinge einduitspraak – dat smaakt naar méér

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Burgerlijk procesrecht, Mondelinge einduitspraak, Art. 30 p Rv
Auteurs Kim van der Kraats
SamenvattingAuteursinformatie

    In artikel 30p Rv is de mogelijkheid om in civiele zaken mondeling einduitspraak te doen geïntroduceerd. In deze bijdrage wordt op basis van de eerste (gepubliceerde) mondelinge einduitspraken de balans opgemaakt. De gepubliceerde zaken laten verschillen zien in het type zaken waarin van een mondelinge einduitspraak gebruik wordt gemaakt (zowel qua onderwerp als qua complexiteit). Van de mogelijkheid om een mondelinge einduitspraak te doen, zou meer gebruik kunnen worden gemaakt (met het oog op de verwachtingen van partijen, de acceptatie van de uitspraak en de begrijpelijkheid daarvan). De inzichtelijkheid van de motivering voor derden vormt daarbij een punt van aandacht.


Kim van der Kraats
Mr. dr. K.G.F. van der Kraats is teamvoorzitter en rechter in de rechtbank Overijssel.
Artikel

Access_open Experimentenwet: carte blanche verdient nadere overweging

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Experimenteren, Fundamentele beginselen van procesrecht, Innovatie, Artikel 86 Rv
Auteurs Mr. P. Ingelse
SamenvattingAuteursinformatie

    Tot 1 juni lag een wetsvoorstel Experimentenwet rechtspleging ter consultatie voor. Volgens dit voorstel krijgt de regering met het oog op innovatie van de rechtspraak voor onbepaalde tijd de bevoegdheid om bij AMvB te experimenteren met het Nederlands burgerlijk procesrecht. Concreet wordt onder meer gedacht aan experimenten met een eenvoudige procedure voor het MKB, met een deskundige lekenrechter naast de gewone rechter en met een harmonieuze alternatieve echtscheidingsprocedure. De experimenten moeten blijven binnen de grenzen van EU-recht, verdragen en de fundamentele beginselen van procesrecht, maar verder is de bevoegdheid vrijwel ongeclausuleerd.
    Het is de vraag of deze bevoegdheid strookt met (de strekking van) de Grondwet en past binnen de staatrechtelijke verhoudingen. De bevoegdheid is hoe dan ook te ruim doordat het experimenten mogelijk maakt en ook daadwerkelijk beoogt die de verwezenlijking van burgerlijke rechten en verplichtingen – tegen de wil van (een van) partijen – kan aantasten.
    De wetgever moet zich driemaal bedenken voordat hij een dergelijke twijfelachtige en grotendeels onnodige carte blanche in handen van de AMvB-regelgever speelt.
    Dat neemt niet weg dat de rechtspraak er zeker naar moet streven de civiele procedure eenvoudiger, sneller, flexibeler en effectiever te maken, waar nodig en aanvaardbaar met experimenten. Nog lang niet alle inventiviteit en creativiteit is uitgeput. Die experimenten hebben echter alleen zin, indien de financiële middelen worden verschaft om de consequenties te trekken uit een geslaagd experiment.


Mr. P. Ingelse
Mr. P. Ingelse is mediator/arbiter bij ReulingSchutte te Amsterdam. Tot begin 2015 was hij lid van het Gerechtshof Amsterdam, laatstelijk als voorzitter van de Ondernemingskamer.
Artikel

De herschikte EEX-Vo en derde landen: het formele toepassingsgebied van de Verordening nader bezien

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Formeel toepassingsgebied, Herschikte EEX-Vo, Derde landen, Forumkeuze, Exclusieve bevoegdheden
Auteurs Mr. dr. L.M. van Bochove
SamenvattingAuteursinformatie

    De vraag naar het toepassingsbereik van de Europese bevoegdheidsregels in civiele zaken die aanknopingspunten hebben met derde landen is al vele decennia punt van discussie. Deze bijdrage behandelt de wijzigingen die de herschikking van de EEX-Vo op dit punt heeft gebracht en besteedt tevens aandacht aan de resterende controverses. Betoogd wordt dat, wanneer de verweerder woonplaats heeft in een lidstaat, de rechter zijn bevoegdheid moet bepalen op basis van de Verordening. Omwille van de rechtszekerheid en partijautonomie dient hierop echter een uitzondering te worden gemaakt voor de forumkeuze ten gunste van het gerecht van een niet-lidstaat.


Mr. dr. L.M. van Bochove
Mr. dr. L.M. van Bochove is universitair docent Internationaal Privaatrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Enkele inhoudelijke aspecten van KEI: waar gaat en waar moet het naartoe?

Verslag van de najaarsvergadering 2015 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2016
Auteurs Mr. J.J. Dammingh en Mr. L.M. van den Berg
Auteursinformatie

Mr. J.J. Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. L.M. van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is senior juridisch medewerker in de rechtbank Gelderland en tevens verbonden aan de sectie burgerlijk (proces)recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Digitalisering van de civiele procedure: gevolgen voor de procespraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2015
Trefwoorden digitaal procederen, kostenbesparing, termijnen, vereenvoudigde indiening processtukken, verzending en ontvangst
Auteurs Mr. H.W. Wefers Bettink
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsontwerp Vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht, dat op 20 oktober 2014 bij de Tweede Kamer is ingediend, introduceert onder meer een nieuwe basisprocedure in eerste instantie voor het civiele recht en maakt digitalisering van de procedure mogelijk. (Kamerstukken II 2014/15, 34059, 2 (wetsvoorstel) en 3 (MvT). Het wetsvoorstel bevat ook bepalingen om volledig digitaal procederen in het bestuursrecht mogelijk te maken. Deze blijven in deze bijdrage buiten beschouwing.) In 2013 is een voorontwerp als consultatiedocument gepubliceerd. Blijkens de memorie van toelichting heeft de consultatie geleid tot een groot aantal aanpassingen zonder dat overigens het wezen van de voorstellen is aangetast. In deze bijdrage wordt ingegaan op enkele gevolgen van de voorgestelde digitalisering van de civiele procedure voor de procespraktijk.


Mr. H.W. Wefers Bettink
Mr. H.W. Wefers Bettink is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.