Zoekresultaat: 9 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging x Rubriek Article x
Artikel

Advisering door het EHRM in civiele zaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2019
Trefwoorden 16e Protocol, EHRM, Hoge Raad, advies, prejudiciële vragen
Auteurs Johan Valk
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanaf 1 juni 2019 kan de Hoge Raad het EHRM in concrete zaken vragen om een (prejudicieel) advies uit te brengen. Wat betekent dit voor civiele zaken? Dit artikel biedt een overzicht. Aan de orde komen onder meer het adviesverzoek door de Hoge Raad, de procedure bij het EHRM en de procedure na advisering door het EHRM.


Johan Valk
Mr. J.J. Valk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Grensoverschrijdende bewijsverkrijging door de Nederlandse rechter in strijd met buitenlandse wettelijke geheimhoudingsplichten

Lessen uit de Amerikaanse discovery-praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2018
Trefwoorden grensoverschrijdende bewijsverkrijging, geheimhouding, comitas, inzage
Auteurs Mr. R. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt een mogelijk internationaal gevolg van het advies Modernisering burgerlijk bewijsrecht. Uit Amerikaanse federale jurisprudentie blijkt dat partijen in een spagaat kunnen belanden, wanneer hun wederpartij hen kan verplichten om informatie te verstrekken waarop een buitenlandse wettelijke geheimhoudingsplicht rust. De auteur beschrijft de afweging die federale rechters maken bij het beoordelen van een inzageverzoek. Deze blijkt soortgelijk te zijn aan een beoordeling onder art. 843a Rv. Zijns inziens bestaat hierdoor de kans dat de Nederlandse rechter onvoldoende gewicht toekent aan een buitenlandse geheimhoudingsplicht. De comitas-leer zou de rechter ertoe kunnen bewegen om het inzageverzoek via de internationale bewijsverkrijgingsregelingen te laten verlopen.


Mr. R. Jansen
Mr. R. Jansen is als promovendus verbonden aan het departement Privaatrecht van Tilburg University, waar hij onderzoek verricht naar de rol van buitenlandse verschoningsrechten in civiele procedures en de invloed van de comitas-leer.
Artikel

Access_open Staatsimmuniteit van executie: beslagmogelijkheden voor crediteuren na de herfstarresten van de Hoge Raad (2016)

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Staatsimmuniteit, Executie, Beslag, Hoge Raad, Internationaal gewoonterecht
Auteurs Prof. dr. C.M.J. Ryngaert
SamenvattingAuteursinformatie

    In de herfst van 2016 heeft de Hoge Raad een aantal belangwekkende arresten inzake de staatsimmuniteit van executie gewezen, waarin hij met name het vermoeden bevestigt dat de vreemde staat immuniteit geniet in zowel executoriale als conservatoire beslagprocedures. De schuldeiser kan dit vermoeden weerleggen door te bewijzen dat de beoogde beslagobjecten gebruikt worden of bestemd zijn voor andere dan publieke doeleinden. Een en ander doet de vraag rijzen in hoeverre de schuldeiser de volgens de Hoge Raad op hem rustende stelplicht en bewijslast kan effectueren, en bijgevolg in hoeverre hij nog executiemaatregelen kan nemen ten aanzien van goederen van vreemde staten. Deze bijdrage situeert de arresten van de Hoge Raad in een internationaalrechtelijke context. Vervolgens wordt aangevoerd dat de Hoge Raad de op de schuldeiser rustende stelplicht praktisch werkbaar heeft willen houden teneinde de bescherming die de restrictieve immuniteitsleer aan de schuldeiser hoort te bieden niet illusoir te maken. De schuldeiser kan ermee volstaan aannemelijk te maken dat de onmiddellijke bestemming of het onmiddellijke gebruik van de opbrengsten uit de schuldvordering niet-publiek of niet-soeverein van aard zijn. Ten slotte wordt geargumenteerd dat de algemene gewoonterechtelijke regels inzake staatsimmuniteit niet onverkort gelden voor een bijzondere categorie van executieprocedures, namelijk deze die betrekking hebben op arbitrale vonnissen. Door met arbitrage in te stemmen wordt de betrokken vreemde staat geacht afstand te hebben gedaan van de immuniteit waarop hij eventueel recht heeft. De conclusie is dat de Hoge Raad de deur niet volledig heeft dichtgedaan voor schuldeisers die beogen beslag te leggen op goederen van vreemde staten,


Prof. dr. C.M.J. Ryngaert
Prof. dr. C.M.J. Ryngaert is hoogleraar internationaal publiekrecht aan de Universiteit Utrecht.

    This article provides an overview regarding the Singapore International Commercial Court (the ‘SICC’). It describes the scope and services of the SICC and discusses amongst other things the relation between the SICC and mediation / international arbitration.


mr. Chong Yee Leong
Mr. Chong Yee Leong is a partner at Allen&Gledhill.

    This article provides an overview of the coming into being of the Netherlands Commercial Court and a perspective from a judge on the Netherlands Commercial Court.


mr. D.J. Oranje
Mr. D.J. Oranje is a judge at the Amsterdam Court of Appeal.

    This article provides a brief overview of Delaware’s two business courts – the Court of Chancery and the Superior Court’s Complex Commercial Litigation Division – as well as its business-friendly Rapid Arbitration Act.


M.J. O’Toole

C.N. Kelly
M.J. O’Toole (partner) and C.N. Kelly (associate) are attorneys at Potter Anderson & Corroon LLP, Wilmington, Delaware.

    This article discusses the Netherlands Commercial Court from the perspective of lawyers and examines whether the NCC will be an attractive venue for international commercial discputes.


mr. P.E. Ernste
Mr. P.E. Ernste and mr. F.E. Vermeulen (partner) are lawyers at NautaDutilh in Amsterdam. Ernste is also a fellow at the Business and Law Research Centre at Radboud University Nijmegen.

mr. F.E. Vermeulen

    This article describes the procedure at the Commercial Court in England and Wales and gives an overview of the applied innovations.


dr. J. Sorabji
Dr. J. Sorabji is Senior Fellow at the UCL Judicial Institute, UCL, London and Principal Legal Adviser to the Lord Chief Justice and the Master of the Rolls.

    In Zwitserland had elk kanton eigen procesrecht, totdat op 1 januari 2011 een landelijk geldend wetboek van burgerlijke rechtsvordering in werking is getreden. Dit artikel biedt informatie over de regels die sindsdien gelden voor de civiele procedure in Zwitserland en over de wijze waarop in Zwitserland wordt gewerkt aan rechtseenheid in de toepassing van die regels. Ingegaan wordt onder meer op de schikking in de preprocessuele fase, de procedure in eerste aanleg, de regiefunctie van de rechter en het hoger beroep


Prof. dr. T. Domej
Prof. dr. T. Domej is Professor of Civil Procedure, Private Law, Private International Law and Comparative Law at the University of Zurich, Faculty of Law.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.