Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 28 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Recht der Werkelijkheid x Rubriek Article x
Artikel

Access_open Belemmeringen bij de aanpak van onregelmatigheden door de curator

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Insolvency practitioner, Insolvency fraud, Directors’ liability, Enforcement, Empty estates
Auteurs Jessie Pool LL.M. BSc., Dr. Helen Pluut en Prof. mr. Reinout Vriesendorp
SamenvattingAuteursinformatie

    For years, Dutch legal scholars have been debating about the desirability of mandatory private enforcement of irregularities and fraud by the insolvency practitioner. The assumption is that revenue-oriented insolvency practitioners impede efficient enforcement of irregularities in insolvency. The findings of our quantitative study support the assumption that insolvency practitioners do not take enforcement actions in every suspicious insolvency and that norm violations are less likely to enforced when no recourse is offered. The findings of our qualitative study indicate that there are additional explanations for this relative lack of enforcement, such as lack of renumeration and poor follow-up procedures. Therefore, although the insolvency practitioner is assumed to be of great importance in combatting irregularities in bankruptcies, we doubt the effectiveness and preventive effect of the role of the insolvency practitioner. We make various recommendations to facilitate insolvency practitioners in dealing with irregularities.


Jessie Pool LL.M. BSc.
Jessie Pool is als PhD-Fellow verbonden aan de afdeling Ondernemingsrecht van de Universiteit Leiden. Dit artikel is geschreven in het kader van haar proefschrift over het signaleren en redresseren van onregelmatigheden door de curator.

Dr. Helen Pluut
Helen Pluut is als universitair hoofddocent verbonden aan de afdeling Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Leiden.

Prof. mr. Reinout Vriesendorp
Reinout Vriesendorp is als hoogleraar Insolventierecht verbonden aan de afdeling Ondernemingsrecht en de afdeling Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Leiden en is advocaat te Amsterdam.
Artikel

Gelijkebehandelingswetgeving en identiteitsgebonden benoemingsbeleid van orthodox-protestantse scholen

Onzekerheid over consistentie en het enkele feit

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Equal treatment / anti-discrimination, Orthodox-protestant schools, Religious norms, Semi-autonomous social fields, Uncertainty
Auteurs Mr. dr. Niels Rijke
SamenvattingAuteursinformatie

    Within orthodox-protestant schools in The Netherlands there is growing diversity and uncertainty about internal religious, cultural and social norms. Though orthodox-protestant schools are among the strongest semi-autonomous social fields, where it is difficult for equal treatment law to pervade, this growing diversity and uncertainty about internal norms can make this pervasion possible. The uncertainty about the meaning of the exception clause in equal treatment legislation for the appointment policy of religious schools also affects this.
    Because of the uncertainty about the meaning of the exception clause the position of the school board was strengthened in comparison to the employee, even though the intention of the equal treatment law was the opposite. At a later stage the clarification of the anti-discrimination norm by changing the exception clause has strengthened the position of the employee. Though this is only possible when religious, cultural and social norms are changing. In that case orthodox-protestant schools, as semi-autonomous fields, are more open for the effects of this legal norm.
    Uncertainty about the meaning of the requirement of a consistent appointment policy has led both to tightening as well as relaxation of the policy. In the first place tightening or relaxation of policies depends on the development of religious, cultural and social norms within different school denominations. Thus, uncertainty about internal norms works both contrary as well as strengthening to uncertainty about equal treatment legislation.


Mr. dr. Niels Rijke
Niels Rijke was van 2015 tot 2019 als buitenpromovendus verbonden aan de Universiteit Utrecht en voerde hij onderzoek uit naar identiteitsgebonden benoemingsbeleid ten aanzien van personeel op orthodox-protestantse basis- en middelbare scholen in Nederland in relatie tot mensenrechten.
Artikel

Access_open De gelegenheid te baat nemen?

Criminaliteit in tijden van corona en sociale onthouding

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Corona, Crime, Lockdown, Opportunity theory, COVID-19
Auteurs Dr. Edwin Kruisbergen, Marco Haas MA, Drs. Joanieke Snijders e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    To control the COVID-19 outbreak Dutch government opted for a so-called intelligent lockdown. The virus as well as the lockdown caused significant personal and societal damage. It also created, however, a unique natural experiment. How did the forced stay in affect the crime levels? This article presents empirical data on crime trends during the lockdown. Initially, the general crime level decreased sharply. However, the general crime level quickly returned to pre-lockdown levels. Different types of crime displayed divergent trends, e.g. property crimes decreased sharply whereas online crime rates increased considerably. These trends fit rather well with an opportunity theoretical approach regarding crime.


Dr. Edwin Kruisbergen
Edwin Kruisbergen is onderzoeker Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) en Kenniscoördinator DG Politie en Veiligheidsregio’s, Ministerie van Justitie en Veiligheid. Als onderzoeker vooral actief op de terreinen georganiseerde criminaliteit en opsporing.

Marco Haas MA
Marco Haas is teamleider van het Informatie-analyseteam (IAT) van DG Politie en Veiligheidsregio’s (Ministerie van JenV) en de politie. Het IAT is een gecombineerd team van politie, JenV en het CBS dat op basis van data-analyse politiethema’s onderzoekt ten behoeve van beleids- en besluitvorming.

Drs. Joanieke Snijders
Joanieke Snijders is informatieanalist bij het Informatie-analyseteam (IAT) van DG Politie en Veiligheidsregio’s (Ministerie van JenV) en de politie. Projectcoördinator van de ontwikkeling van een datagedreven monitor die maatschappelijke ontwikkelingen volgt en de mogelijke invloed daarvan in kaart brengt.

Ron Maas MMO
Ron Maas is teamleider Informatie-analyseteam (IAT) en Hoofd Nationale Briefing, Politie.
Artikel

Access_open Coronacrisis en rechtspleging

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Corona crisis, judiciary, ICT, Court delay, Trias politica
Auteurs Dr. Frans van Dijk en Mr. dr. Eddy Bauw
SamenvattingAuteursinformatie

    Four phases of the Corona crisis are distinguished: a first acute phase, the gradual transition to a new normal, the economic downturn and the long run. The article describes what happened in the courts in the first and in the beginning of the second phase, and what is subsequently likely to happen. In the acute phase the court buildings shut down, and adjudication came largely to a halt. The courts were late in opening up, and as a result backlogs of, in particular, criminal cases increased. The courts extended their use of digital tools (e.g. tele-hearings) that, while allowing cases to proceed, did not fully protect the rights of parties. While so far the volume of commercial cases and bankruptcies has not increased, a (rapid) increase is inevitable. Contract breach will be wide spread, and will give rise to fundamental legal issues. For economic recovery it is essential that the courts give clear and consistent guidance in these matters quickly. This requires the courts to reduce the currently long duration of civil cases, and to use the available procedures to get expeditious decisions of the Supreme Court. The courts will also need to develop their ICT-instruments rapidly to guarantee the rights of parties. After a difficult first phase, the courts now face the challenge to effectively guide society through the Corona crisis and its aftermath, and thereby play its role in the trias politica.


Dr. Frans van Dijk
Frans van Dijk is professor Empirische analyse van rechtssystemen, Montaigne Centrum voor rechtsstaat en rechtspleging, Universiteit Utrecht en adviseur van de Raad voor de rechtspraak. Zijn huidige onderzoek gaat over percepties van rechterlijke onafhankelijkheid, fouten in rechterlijke besluitvorming en de rol van de rechtspraak in de economie. Hij heeft enquêtes onder rechters en advocaten georganiseerd voor het Europees Netwerk van Raden voor de rechtspraak.

Mr. dr. Eddy Bauw
Eddy Bauw is hoogleraar Privaatrecht en rechtspleging. Voorzitter van het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en programmaleider van het Montaigne Centrum voor rechtsstaat en rechtspleging. Raadsheer-plaatsvervanger gerechtshof Den Haag. Zijn recente onderzoek richt zich op de thema’s collectieve actie, massaschade, rechtspleging en conflictoplossing.
Artikel

Access_open ‘Dividing the goods or dividing the beds?’ De dreiging van triage in de risicomaatschappij

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Risk society, Cosmopolitan solidarity, Refexive modernization, Healthcare regulation, COVID-19
Auteurs Mr. dr. Tobias Arnoldussen
SamenvattingAuteursinformatie

    The COVID-19 pandemic caused overcrowded IC units. In the Netherlands a discussion erupted on what category of patients should be granted a bed, if there would not be enough place to treat everybody. In this article the medical guidelines for this situation as well as the public discussion are examined and related to Ulrich Beck’s theory of reflexive modernization. It is argued that discussion and regulation of this dilemma follow reflexive patterns, albeit patchy. The discussion and regulation displayed reflective understanding of the perilous position of the elderly and frail but issues of class and ethnicity were not discussed. This research revealed that Beck’s theory holds its own when tested in an empirical situation, but it has weaknesses in regard to the predicted emergence of cosmopolitan solidarity.


Mr. dr. Tobias Arnoldussen
Tobias Arnoldussen is werkzaam als universitair docent rechtstheorie aan de Universiteit van Tilburg. Hij onderzoekt de invloed van groeiend milieubewustzijn op recht en regulering, zowel empirisch als theoretisch.
Artikel

Access_open Geen VOG, geen werk? Een studie naar VOG-aanvragen en werkkansen na vrijlating

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Certificate of conduct, Employment, Prisoners, re-entry, prisoner re-entry
Auteurs Dr. Anke Ramakers
SamenvattingAuteursinformatie

    It is unclear to what extent criminal record screening policies can explain low employment rates after release. This descriptive study provides more insight into this matter by examining whether ex-prisoners applied for a certificate of conduct, found employment and whether this job was found without such a certificate. To answer these questions interview data on ex-prisoners (N=931) are combined with data on criminal record screenings. Only 6 percent applied for a certificate, half of which were granted. Many ex-prisoners did not report any employment, but almost all working ex-prisoners found this job without a certificate. These findings bring nuance to discussions on the role of criminal record screening after release.


Dr. Anke Ramakers
Anke Ramakers is universitair docent criminologie aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Haar onderzoek is gericht op de arbeidsperspectieven van daders en de gevolgen van gevangenisstraffen en sociaal beleid voor re-integratie.
Artikel

Participatie in circulaire gebiedsontwikkeling

Over het creëren van alternatieve ruimtes door professionele stadmakers

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Circular City, Sustainable Development, City Makers, Co-creation, The Netherlands
Auteurs Linda van de Kamp PhD, Michaela Hordijk PhD, John Grin PhD e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    We analyze two citizen collectives of ‘professional city makers’ who have shaped participation in circular area development in anticipation of the Dutch Environment and Planning Act. The activities of professional city-makers form an interesting new phenomenon that requires attention as well as the implications: it is precisely through the professionalism of the city-makers’ efforts that there is a regular tension in the participation process between their role as citizen and professional in their contact with the government. We therefore discuss how the participation of professional city-makers in area development exposes different paradoxes that must be taken into account in the further implementation of the Environment and Planning Act. In short, we argue that participation in the Act is presented in a traditional way and does not fit the new role of citizens in area development in the 21st century.


Linda van de Kamp PhD
Linda van de Kamp is cultureel antropoloog en universitair docent aan de afdeling Sociologie van de Universiteit van Amsterdam.

Michaela Hordijk PhD
Michaela Hordijk is Universitair Hoofddocent aan de afdeling Sociale Geografie, Planologie en Internationale Ontwikkelingsstudies van de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het Kennisactieprogramma Water.

John Grin PhD
John Grin is Hoogleraar beleidswetenschap en systeeminnovaties aan de afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam.

(dr.ig.) Gert-Joost Peek PhD
Gert-Joost Peek is lector Gebiedsontwikkeling en Transitiemanagement aan de Hogeschool Rotterdam. Daarnaast is hij eigenaar van SPOTON Consulting en is hij als fellow Ruimtelijke procesorganisatie verbonden aan de Amsterdam School of Real Estate (ASRE). Hij is bestuurslid van I’M BINCK.

Frank Alsema MA
Frank Alsema is kwartiermaker Stadslab Buiksloterham, regisseur, producer en entrepeneur.

Saskia Müller MA
Saskia Müller is ondernemer en kwartiermaker Stadslab Buiksloterham.
Artikel

Access_open Burgerparticipatie onder de Omgevingswet: niet omdat het moet, maar omdat het kan?!

De juridische waarborging van burgerparticipatie in de Omgevingswet

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Burgerparticipatie, Omgevingswet, Rechtsbescherming, Inspraak, maatschappelijk draagvlak, Kerninstrumenten, snellere en betere aanpak
Auteurs Mr. dr. Marlon Boeve en Mr. dr. Frank Groothuijse
SamenvattingAuteursinformatie

    Public participation is an important issue in the forthcoming Dutch Environment and Planning Act (2021). The importance of participation is emphasized in numerous places in the parliamentary documents to the Act. This contribution discusses how the new Act gives legal substance to the objectives that the government is pursuing regarding participation and whether the involvement of citizens is indeed better imbedded by this act. It addresses the important subject of the ‘right moment of participation’ in the fragmented Dutch policy and decision system. Consecutively it deals with the question of potential legal consequences for non-compliance by administrative bodies to the legal participation obligations when drawing up plans and decisions. Can a citizen enforce (substantive) participation in the administrative court after the Environmental and Planning Act comes into force? The possibilities are limited. Findings show that the new Environment and Planning Act does not address the essential problems that arise with participation. The successful creation of local support, better quality and faster decision-making through participation all depend on how the (local) government shapes participation. From a legal perspective, the Environment and Planning Act makes little contribution to this. In the view of the authors this is not surprising, because the role of legislation in safeguarding substantive participation should not be overestimated.


Mr. dr. Marlon Boeve
Marlon Boeve is universitair docent omgevingsrecht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law.

Mr. dr. Frank Groothuijse
Frank Groothuijse is universitair hoofddocent omgevingsrecht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law.
Artikel

Gebruiksruimte in de Omgevingswet

Relatief onbekend concept essentieel in vinden van balans tussen beschermen en benutten?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Omgevingswet, Gebruiksruimte, Milieugebruiksruimte, Beleidsintegratie, Stelselherziening
Auteurs Daan Hollemans MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    The development of the Environment and Planning Act (Omgevingswet) in the Netherlands is an example of an ongoing reform of environmental and planning law that started with big ambitions. This article uses the case of environmental space (gebruiksruimte) to illustrate that it is hard to achieve those ambitions. A bill of the Environment and Planning Act contained regulations to assign environmental space to actors and/or locations. The regulations lacked in subsequent versions of the Environment and Planning Act, especially in the act itself. Despite the fact that on policy level the concept of environmental space can still be used, the lack of a legally binding mechanism for assigning environmental space makes it unlikely that the concept will be used. This hampers realising the ambition to create coherent policies that integrate environmental and spatial planning. It also puts achieving the goal of the law at risk.


Daan Hollemans MSc
Daan Hollemans is promovendus bij de vakgroep Management, Science and Technology van de Open Universiteit en adviseur bij Antea Group.
Artikel

De Omgevingswet: wetgeving als symbool of communicatieve wetgeving?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Symboolwerking van wetgeving, Omgevingswet, Crisis- en herstelwet, Communicatieve wetgeving, Wetgevingsevaluatie
Auteurs Dr. Friso Johannes Jansen MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    The Crisis and Recovery Act and the Environmental Planning Act are analysed in this article as a form of communicative legislation. This approach to socio-legal analysis draws attention to the need to understand the symbolic effects of legislation as independent drivers of compliance. The modest legal effects of the Crisis and Recovery Act are contrasted with the more sizeable symbolic effects of this legalisation. In addition, the ex-ante evaluation of the Environmental Planning Act shows that the proposed legal changes can only provide a small impetus to the desired culture change, nonetheless there is potential for areas of this law to have symbolic effects as well. These could potentially contribute independently to its success.


Dr. Friso Johannes Jansen MSc
Friso J. Jansen is Senior Lecturer in Law at Birmingham City University.
Artikel

Manoeuvreren binnen smalle marges

Over de rol van wetgevingsjuristen bij de totstandkoming van wet- en regelgeving

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Legislation, Legislative drafting, Professionalism, Legal Ethics, Sociology of Law
Auteurs Dr. Nienke Doornbos en Mr. dr. Arnt Mein
SamenvattingAuteursinformatie

    In the past five years, the Council of State, the National Ombudsman and several academics have criticized the way in which new legislation has been made. In their view, principles of law and the rule of law are insufficiently uphold due to an instrumentalist view on law. This criticism urged the authors to conduct an empirical study into the question how legislative drafters deal with legislative plans which are problematic from a legal or rule of law point of view, and how they justify their role in the legislative process. This study is explorative and qualitative in nature. During the summer of 2018, 24 legislative lawyers from five different Dutch ministries have been interviewed. The results show that the role of legislative lawyers can best be characterized as constructively critical. As their tasks encompass much more than solely the actual drafting of legislation, they more and more resemble their colleagues from the policy department. The authors suggest that legislative lawyers should articulate their distinctive professional ethics in order to strengthen the checks and balances within the ministries.


Dr. Nienke Doornbos
Nienke Doornbos is universitair docent aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek richt zich onder meer op beroepsethische kwesties bij juridische beroepen.

Mr. dr. Arnt Mein
Arnt Mein is lector Legal Management aan de Hogeschool van Amsterdam, faculteit Maatschappij en Recht. Hij doet onderzoek naar onder meer de beroepshouding van juristen.
Artikel

De beslispraktijk van het Schadefonds Geweldsmisdrijven: een kwalitatieve studie naar de beoordeling van verzoeken tot tegemoetkoming

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden slachtoffers, geweldscriminaliteit, schade, tegemoetkoming, beslispraktijk
Auteurs Mara Huibers MSc., Prof. dr. mr. Maarten Kunst en Dr. mr. Sigrid van Wingerden
SamenvattingAuteursinformatie

    Victims who suffer severe damages due to the act of a violent crime can request state compensation from the Dutch Violent Offences Compensation Fund (VOCF). VOCF workers who decide on these requests use their discretionary powers to translate the VOCF’s rules and policy into concrete actions. This study investigated (1) to what extent these VOCF workers match Lipsky’s definition of street-level bureaucrats and (2) what routines and heuristics they use to deal with time and information constraints. On the basis of document analysis and interviews, we found that the decision makers of the VOCF can to a certain extent be seen as street-level bureaucrats. To make decisions timely, some of them use routines such as the ‘downstream orientation’. This means that they award requests for compensation if they think that the applicant would be able to successfully contest a rejecting decision. To deal with a lack of information, they sometimes include a review clause in the text of a rejection decision. The use of heuristics was not found among the lawyers who decide in first instance, but in case of appeal hearings heuristics such as the affect and representativeness heuristic seem to play a role in the decision-making process. Future research should investigate whether these routines and heuristics lead to disparities in outcomes.


Mara Huibers MSc.
Mara Huibers is docent Criminologie aan de Universiteit Leiden.

Prof. dr. mr. Maarten Kunst
Maarten Kunst is hoogleraar criminologie aan Universiteit Leiden.

Dr. mr. Sigrid van Wingerden
Sigrid van Wingerden is universitair hoofddocent criminologie aan Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Detentie van asielzoekers: een kwestie van gevoel?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden street-level bureaucrats, aliens detention, asylum seekers, emotions, intuition
Auteurs Mr. drs. Wouter van der Spek en Dr. Anita Böcker
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper analyses how street-level bureaucrats in the Netherlands decide on detaining asylum seekers. The paper is based on interviews with officers of the national police and the military police who take these decisions as part of their job. The relevant Dutch and European legal rules are not clear and unambiguous and the officers are given wide margins of discretion in making these decisions. Many interviewees said that they ultimately rely on their ‘feelings’. The paper therefore pays special attention to whether and how gut feelings and emotions of the officers influence their decision-making. In addition, the paper examines whether and how the increased use of ICTs and the Europeanisation of migration and asylum law have reduced the officers’ discretion and autonomy.


Mr. drs. Wouter van der Spek
Wouter van der Spek is junior docent bestuursrecht en promovendus aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Dr. Anita Böcker
Anita Böcker is universitair hoofddocent rechtssociologie aan de Radboud Universiteit.
Artikel

Vertrouwen in het notariële tuchtrecht

Ervaren procedurele rechtvaardigheid onder het notariaat

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Notarieel tuchtrecht, Procedurele rechtvaardigheid, Vertrouwen, Tuchtrecht, Notarieel recht
Auteurs Dr. Kees van den Bos, Mr. Dr. Jan Biemans en Mr. Dr. Eddy Bauw
SamenvattingAuteursinformatie

    This quantitative empirical research project describes how notaries evaluate disciplinary jurisdiction. Findings show that perceived procedural justice matters for notaries’ trust in the disciplinary jurisdiction of their cases. For example, those respondents who had been involved in a disciplinary case themselves, rated the disciplinary judge with a 5.3 on a 10-point scale when procedural justice was perceived by them to be relatively low. In contrast, when respondents who had been involved in a disciplinary case perceived procedural justice to be relatively high they rated the disciplinary judge with 7.6 on the same 10-point scale. This suggests that perceived procedural justice matters among an interesting type of professionals (notaries) who are involved in an interesting procedure in their profession (a disciplinary evaluation of their professional handling) in which important decisions are made. The current paper can contribute to the development of a barometer of notary disciplinary law.


Dr. Kees van den Bos
Kees van den Bos is hoogleraar Sociale Psychologie en hoogleraar Empirische Rechtswetenschap aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.

Mr. Dr. Jan Biemans
Jan Biemans is kernhoogleraar Burgerlijk recht, i.h.b. Goederenrecht en Notarieel recht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.

Mr. Dr. Eddy Bauw
Eddy Bauw is hoogleraar Privaatrecht, i.h.b. Aansprakelijkheidsrecht en Rechtspleging aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open De rechtsfilosofische grondslagen van John Griffiths’ rechtssociologie

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden sociology of law, Hart, Dworkin, Legal Realism, Black
Auteurs Jeroen Kiewiet
SamenvattingAuteursinformatie

    The topic of this article is the legal philosophical foundation of John Griffiths’s sociology of law. Griffiths has developed his foundation of sociology of law in discussion with three positions: legal realism, Hart and Dworkin. These three positions give three different answers on the question ‘what is law?’. In the first part Griffiths’s discussion of legal realism is analyzed. From the outset, a legal realistic approach to law has the benefit of its strong focus on the empirical determinants of predicting the outcomes of cases. Problematic, according to Griffiths, is a naïve instrumentalism, often related to legal realism. The second part on Hart’s theory discussed Hart’s notion of rule-following as the core of Griffiths’s sociology of law. Also the different perspectives on law are discussed. According to Griffiths, Black’s extreme external perspective is problematic, but Hart’s moderate external perspective is also not suitable for the external comparative purpose of sociology of law. In the third part, Dworkin’s theory is discussed. Griffiths, in my opinion, unsuccessfully, tried to reconcile Dworkin’s theory with legal positivism. Dworkin’s theory is an interpretive theory from the participant’s point of view, which makes it hard to use it as an adequate foundation of an empirical theory of law. For a sociologist of law, choosing an adequate conception of law is just as important as the choice for an empirical method. The contribution of Griffiths to sociology of law is in this sense unique and of great value for the sociology of law.


Jeroen Kiewiet
Jeroen Kiewiet was student-assistent bij John Griffiths in de collegejaren 2003/2004 en 2004/2005. In 2002 maakte hij met Griffiths en de rechtssociologie kennis tijdens de ‘contractwerkgroep’ van het vak Inleiding rechtssociologie. Het onderwijs tijdens de ‘contractwerkgroep’ ervoer hij als zeer inspirerend; hij zag een échte wetenschapper aan het werk die de inbreng van studenten uiterst serieus nam. Sinds augustus 2015 werkt Jeroen als universitair docent aan de afdeling Staatsrecht, Bestuursrecht en Rechtstheorie van het departement Rechtsgeleerdheid van de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Heeft John Griffiths de rechtssociologie verder gebracht?

Een evaluatie van zijn werk vanuit het perspectief van het empirisch-theoretische onderzoeksprogramma

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden P-T-O-scheme, sociology of law, concept of law, empirical research, Karl Popper
Auteurs Albert Klijn en Marnix Croes
SamenvattingAuteursinformatie

    A central ambition that Griffiths expressed rather frequently was to realize progress in the sociology of law by formulating informative theoretical propositions and testing them empirically according to the maxim of the critical-rational metatheoretical program of Karl Popper. Our analysis of Griffiths’s contributions suggests, however, that he actually refrained from following Popper’s path: to put a Problem – formulate a Theory – testing that provisional answer by empirical Observation. Instead, Griffiths focussed mostly on the rigorously clear formulation of concepts accordingly to his strong philosophical inclination.


Albert Klijn
Albert Klijn (1946) studeerde theoretische sociologie en rechtssociologie te Utrecht en Nijmegen (1975). Hij begon zijn onderzoeksloopbaan in 1978 bij het WODC. Zijn eerste onderzoekopdracht was de evaluatie van de door Justitie gesubsidieerde Advokatenkollektieven (De Balie geschetst, 1981). John Griffiths maakte deel uit van de begeleidingscommissie. Sindsdien zijn er professionele en vriendschappelijke contacten gebleven. Zo schreef Griffiths op zijn verzoek een bijdrage aan het themanummer van Justitiële verkenningen ter gelegenheid van het veertigjarige bestaan van de NOVA (JV 1992 nr. 6). Klijn promoveerde bij Griffiths en Wippler op een proefschrift over onderzoek naar de ontwikkelingen in de gesubsidieerde rechtsbijstand in Nederland tussen 1978-1988 (Rechtshulp onderzocht en overdacht, 1991). Hij maakte gedurende de periode 2000-2002 deel uit van het onderzoeksteam dat zich onder leiding van Griffiths bezighield met de regulering van het medisch handelen rondom het stervensproces (MBPSL); zijn aandachtsgebied was de meldingsplicht van de arts.

Marnix Croes
Marnix Croes (1968) studeerde historische en politieke wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in de sociale wetenschappen aan het Interuniversity Center for Social Science Theory and Methodology (ICS) op een proefschrift over de overlevingskansen van joden in de Nederlandse gemeenten (Gif laten wij niet voortbestaan, 2004). Hij was van 2003-2016 verbonden aan het WODC, waar hij zich in het kader van een onderzoek over de Bruikbare Rechtsorde (2007) intensief met het werk van Griffiths heeft beziggehouden.
Artikel

Access_open Van Middelburg tot Almelo. Het hoe en waarom van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie door Nederlandse lagere rechters

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Prejudiciële procedure, Hof van Justitie van de Europese Unie, Nationale rechters, Motieven om te verwijzen, rechtspolitiek
Auteurs Dr. Jasper Krommendijk LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft baanbrekende uitspraken gedaan, vooral als gevolg van prejudiciële vragen van nationale rechters op grond van art. 267 VWEU. Het zijn vooral niet-verwijzingsplichtige lagere rechters geweest die voor deze aanvoer hebben gezorgd. Dit artikel onderzoekt hoe dit kan worden verklaard en kijkt naar de motieven van Nederlandse lagere rechters om al dan niet prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ. Het doet dit op basis van interviews met 22 rechters en een uitgebreide juridische analyse van uitspraken. Dit artikel toont aan dat met name pragmatische en praktische overwegingen een rol spelen bij het besluit om te verwijzen. Daarnaast laat dit artikel zien dat er meer verschillen zijn binnen een lidstaat dan tussen lidstaten onderling, met name tussen gerechtelijke instanties en individuele rechters.

    The Court of Justice of the European Union has rendered landmark cases, especially following references for a preliminary ruling from national courts on the basis of Art. 267 TFEU. Primarily lower courts that are not obliged to refer have been responsible for such cases. This article examines how these references of lower courts can be explained by focusing on the motives of the Dutch lower court judges to refer, or not to refer. It does so on the basis of interviews with 22 judges and an extensive legal analysis of judgments. This article shows that practical and pragmatic considerations play an important role in the court’s decision to refer. In addition, there are more differences within one Member States than between EU Member States, especially between particular courts and individual judges.


Dr. Jasper Krommendijk LLM
Jasper Krommendijk is universitair docent Europees recht aan de Radboud Universiteit.
Artikel

Empirisch-juridisch onderzoek in Nederland

Bespiegelingen over de stand van zaken in de rechtswetenschap, het juridisch onderwijs en de rechtspraktijk

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Empirical methods, Legal research, Legal education, Legal practice, Legislation
Auteurs Dr. Nieke Elbers, Mr. dr. Marijke Malsch, Dr. Peter van der Laan e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Empirical Legal Studies (ELS) is research in which legal questions are answered using empirical research methods. Traditionally, lawyers conduct normative, non-empirical research. Lately the legal discipline is increasingly interested in ELS. It is argued that we need more ELS. This raises the question to what extent Dutch researchers and practitioners conduct and apply ELS. In this article, we investigate the state of affairs of ELS in the Netherlands. We look at three different areas: legal research, legal education and legal practice. The data we use are legal PhD theses, legal course material, legislative proposals, and questionnaire data from legal practitioners. The methods are a systematic review, a quantitative content analysis, and a questionnaire research. Our study on legal research shows that researchers do apply empirical methods, but mainly the researchers with an education in social science. Our study on legal education shows that lawyers receive hardly any training on empirical research methods. Finally, our research on legal practice shows that practitioners and legislators struggle to apply empirical legal research. We plead for investments to enhance the production and usage of ELS, to prevent wrongful judicial decision-making, to generate effective legislation, and to create scientific innovation.


Dr. Nieke Elbers
Nieke Elbers is als postdoc onderzoeker verbonden aan het NSCR als projectleider Empirical Legal Studies (ELS).

Mr. dr. Marijke Malsch
Marijke Malsch werkt als senior onderzoeker bij het NSCR.

Dr. Peter van der Laan
Peter van der Laan werkt als senior onderzoeker bij het NSCR. Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar sociaal pedagogische hulpverlening aan de Universiteit van Amsterdam en bijzonder hoogleraar reclassering aan de Vrije Universiteit.

Prof. dr. Arno Akkermans
Arno Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Catrien Bijleveld
Catrien Bijleveld is hoogleraar methoden en technieken van criminologisch onderzoek aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en directeur van het NSCR.
Artikel

Access_open Vergelijkende rechtscultuur en aansprakelijkheidsrecht – een verkennend experiment

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Legal culture, Civil law, Justice, Experiment, Empirical Legal Research
Auteurs Prof. dr. Willem van Boom, Dr. Chris Reinders Folmer en Dr. Pieter Desmet
SamenvattingAuteursinformatie

    A common conception in the legal literature holds that in a given country, the law in force is to be understood against the background of shared beliefs about justice in that particular country. If that conception holds true, the applicable civil law in a particular country should reflect the shared views on ‘civil justice’ within that country and, as a result, citizens should reveal a preference for domestic civil law over the civil law of another country for a given case. In this research we empirically investigated to what extent the applicable law in particular cases corresponds to actual beliefs about what is seen as just in those situations. Does Dutch liability law in a particular case correspond with what citizens in the Netherlands consider to be just in that case? And does the applicable English liability law correspond to what English people consider fair in that case?
    In an experiment we compared Dutch and English respondents’ views on the fairness of legal solutions in three different, hypothetical cases where Dutch and English legal solutions to the same case would diverge. We find that at the aggregate level, respondents indeed reveal a preference for the legal solution that is applicable in their own country, regardless of whether the different legal solutions are presented as applicable or not: Dutch respondents prefer Dutch civil solutions and English respondents prefer English civil solutions. However, we also observe differences between cases that make strong conclusions about a structural correspondence premature.


Prof. dr. Willem van Boom
Willem van Boom is hoogleraar civiel recht aan de Leiden Law School.

Dr. Chris Reinders Folmer
Chris Reinders Folmer is postdoc rechtspsychologie aan de Erasmus School of Law, Rotterdam.

Dr. Pieter Desmet
Pieter Desmet is hoofddocent rechtspsychologie aan de Erasmus School of Law, Rotterdam.
Artikel

Woonwagenbewoners in Nederland: een strijdbaar volk

Een onderzoek naar het belang van mensenrechten voor woonwagenbewoners

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Travellers/Roma/Sinti, Cultural rights and cultural identity, Legal consciousness, Ewick & Silbey, Empirical research
Auteurs Claire Loven
SamenvattingAuteursinformatie

    Legal institutions as well as European and international organisations have criticised Dutch policy regarding travellers (including Roma and Sinti living in a caravan). Main point of this criticism is that the Dutch government should do more to protect and facilitate the travellers culture.
    In academic literature, the policy has also been criticised from a human rights perspective. In most of these official and academic publications the perspective of travellers was missing. This gave reason for a qualitative research in the form of ten interviews with travellers in the Netherlands. Questions as what does it mean to be a traveller, how should your culture be protected and what do you do to protect your culture (using the law for instance) were, among others, part of these interviews.
    This article not only discusses the results of the interviews, but places them also against the theoretical background of legal consciousness, in particular the research of Ewick and Silbey (1998) in which three categories of attitudes towards the law and legal institutions were distinguished.
    At forehand it was expected that, as being a minority group, travellers would fall in the category ‘against the law’. Yet the findings of this research suggest that travellers, at least the respondents, fall in the category ‘with the law’. They use the law to reach a better position, i.e. to protect their cultural identity.


Claire Loven
Claire Loven is masterstudent Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht en ten tijde van het onderzoek bachelorstudent Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 28 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.