Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 23 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x Rubriek Article x

    Het Hof van Justitie oordeelde in het arrest over het Programma Aanpak Stikstof dat een programmatische aanpak op grond van artikel 6 Habitatrichtlijn niet is uitgesloten. Tegelijk oordeelde het Hof van Justitie dat het voorzorgsbeginsel als bedoeld in artikel 6 lid 3 Habitatrichtlijn onverkort in acht moet worden genomen voor alle projecten binnen het programma. Belangrijke vragen zijn hoe dit met elkaar te verenigen is en onder welke voorwaarden een programmatische aanpak dan mogelijk is. Vragen die relevant blijven nu zowel in de Wet natuurbescherming en het recente wetsvoorstel stikstofreductie en natuurherstel als in de komende Omgevingswet is voorzien in een programmatische aanpak.
    HvJ 7 november 2018, gevoegde zaken C-293/17 en C-294/17, ECLI:EU:C:2018:882 (Coöperatie Mobilisation for the Environment UA en Vereniging Leefmilieu/College van gedeputeerde staten van Limburg en College van gedeputeerde staten van Gelderland en Stichting Werkgroep Behoud de Peel/College van gedeputeerde staten van Noord-Brabant).


Mr. dr. R. Kegge
Mr. dr. R. (Rogier) Kegge is universitair docent bestuursrecht en omgevingsrecht bij de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Leiden.
Digitale markten

Access_open Het voorstel voor de Digital Services Act

Op zoek naar nieuw evenwicht in regulering van onlinediensten met betrekking tot informatie van gebruikers

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden Digital Services Act, Wet inzake digitale diensten, Richtlijn elektronische handel, onlinediensten, illegale inhoud
Auteurs Mr. dr. F. Wilman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het recente voorstel voor de Digital Services Act besproken. De voorgestelde verordening is bedoeld om de digitale interne markt te versterken en, meer specifiek, de activiteiten van aanbieders van onlinediensten die draaien om de doorgifte, opslag en publieke verspreiding van informatie van hun gebruikers – zoals videoplatforms, onlinemarktplaatsen, sociale media en internetaanbieders – beter te reguleren. Het gaat onder meer om hun activiteiten ter bestrijding van illegale inhoud en desinformatie, hun aansprakelijkheid en hun verantwoordelijkheden jegens de gebruikers. We zullen zien dat het DSA-voorstel in verschillende opzichten ambitieus en vernieuwend is, terwijl het op andere punten eerder nuttig-maar-voorspelbaar en behoudend kan worden genoemd. Na een inleiding worden de voorgestelde verplichtingen voor de verschillende onlinedienstverleners achtereenvolgens besproken, gevolgd door enkele algemene opmerkingen.
    Europese Commissie, Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten (Wet inzake digitale diensten) en tot wijzing van Richtlijn 2000/31/EG, COM(2020)825, 15 december 2020


Mr. dr. F. Wilman
Mr. dr. F. (Folkert) Wilman is lid van de Juridische Dienst van de Europese Commissie. De zienswijzen opgenomen in deze bijdrage zijn uitsluitend die van de auteur en kunnen niet worden toegeschreven aan de Europese Commissie.
Digitale markten

Access_open De Commissie aan de poort: de voorgenomen regulering van techreuzen onder de Digital Markets Act

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden Digital Markets Act (DMA), Wet inzake Digitale Markten, Poortwachterplatforms, digitale interne markt
Auteurs Mr. Y. de Vries, Mr. M.S. Klijsen en Mr. H.M. Pannekoek
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 15 december 2020 publiceerde de Commissie haar ‘Digital Services Package’. Dit wetgevingspakket, waar met veel belangstelling naar is uitgekeken, omvat twee voorstellen: de Wet inzake digitale diensten (DSA) en de Wet inzake digitale markten (DMA). De DSA heeft tot doel om de rechten van gebruikers van digitale diensten te beschermen. De DMA bevat aanvullende regels en een nieuw toezichtregime voor machtige onlineplatforms, zogenoemde ‘poortwachters’. Het doel van de DMA is het beteugelen van oneerlijke gedragingen van deze poortwachters waarmee zij zowel concurrenten als consumenten benadelen. In deze bijdrage gaan wij in op het voorstel voor de DMA.
    Commissie Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector (Wet inzake digitale markten) COM/2020/842 def.


Mr. Y. de Vries
Mr. Y. (Yvo) de Vries is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. M.S. Klijsen
Mr. M.S. (Midas) Klijsen is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. H.M. Pannekoek
Mr. H.M. (Marik) Pannekoek is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Covid-19

Access_open De mededingingsregels tijdens de Covid-19-crisis: een flexibel instrument voor de bescherming van de interne markt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden Covid-19, staatssteun, mededingingsregels, Tijdelijke Kaderregeling, Tijdelijk Raamwerk
Auteurs Mr. M.C. van Heezik, Mr. drs L.N.M. van Uden en Mr. L.G.J. Fiorilli
SamenvattingAuteursinformatie

    De mededingingsregels, waaronder de staatssteunregels, bieden ruimte aan overheden en ondernemingen om de ingrijpende economische gevolgen als gevolg van de Covid-19-crisis op te vangen. In tijdelijke kaders heeft de Europese Commissie uiteengezet welke bijzondere steunmaatregelen en welke samenwerkingsvormen tussen concurrerende ondernemingen zijn toegestaan. Om snel ingrijpen mogelijk te maken heeft de Commissie voorzien in flexibele procedures die op korte termijn rechtszekerheid bieden. In deze bijdrage bespreken wij de specifieke invulling van de mededingingsregels in de tijdelijke kaders en gaan wij in op de vraag wat de tijdelijke materiële en procedurele flexibiliteit betekent voor de toekomst van deze regels.


Mr. M.C. van Heezik
Mr. M.C. (Greetje) van Heezik is advocaat bij Houthoff te Brussel.

Mr. drs L.N.M. van Uden
Mr. drs. L.N.M. (Lumine) van Uden is advocaat bij Houthoff te Amsterdam.

Mr. L.G.J. Fiorilli
Mr. L.G.J. (Lorenzo) Fiorilli is advocaat bij Houthoff te Brussel.
Vrij verkeer

De Europese Toegankelijkheidsrichtlijn voor mensen met een handicap: grondrechtenbevordering binnen de Europese interne markt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden toegankelijkheid, interne markt, personen met een beperking, grondrechten, VN-verdrag handicap
Auteurs Prof. mr. dr. S. de Vries en Mr. T. de Sterke
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de in april 2019 aangenomen Europese Toegankelijkheidsrichtlijn wordt gepoogd de toegankelijkheid van producten en diensten voor personen met een beperking te verbeteren. De richtlijn geeft hiermee uitvoering aan het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Dit artikel beschrijft de totstandkomingsgeschiedenis van de richtlijn, de belangrijkste kenmerken ervan en wat de te verwachten toegevoegde waarde van de richtlijn zal zijn.
    Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten, PbEU 2019, L 151/70.


Prof. mr. dr. S. de Vries
Prof. mr. dr. S.A. (Sybe) de Vries is hoogleraar EU internemarktrecht en grondrechten aan de Universiteit Utrecht en Jean Monnet leerstoelhouder.

Mr. T. de Sterke
Mr. T. (Thijs) de Sterke is recent afgestudeerd van de masteropleiding Europees Recht aan de Universiteit Utrecht.
Vrij verkeer

Access_open Gewezen EU-werknemer behoudt verblijfsrecht bij werkloosheid na twee weken werken

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden vrij verkeer werknemers, werkzoekende, verblijfsrecht, toegang tot uitkering
Auteurs Dr. mr. B.P. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak geeft het Hof van Justitie voor het eerst uitleg aan artikel 7 lid 3 onder c Richtlijn 2004/38/EG. De taalkundige onduidelijkheid in deze bepaling leidde in de zaak Tarola tot de vraag of een werknemer die na twee weken te hebben gewerkt onvrijwillig werkloos wordt, de status als werknemer behoudt. Het Hof van Justitie antwoordt hier bevestigend op waarbij nog eens wordt bevestigd dat het Hof van Justitie streeft naar een interpretatie van het begrip werknemer waar zo veel mogelijk personen onder vallen.
    HvJ 11 april 2019, zaak C-483/17, ECLI:EU:C:2019:309 (Neculai Tarola/Minister for Social Protection)


Dr. mr. B.P. ter Haar
Dr. mr. B.P. (Beryl) ter Haar is universitair docent en academisch coördinator advanced master Global and European Labour Law (GELL) aan de Universiteit Leiden en Visiting professor Universiteit Warschau.
Externe betrekkingen

Oude wijn in nieuwe zakken: over de oorsprongsmarkering van levensmiddelen uit de door Israël bezette gebieden

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden herkomstaanduiding, oorsprongsmarkering, oorsprongsregels, door Israël bezette gebieden, Verordening (EU) nr. 1169/2011
Auteurs Mr. K.P. Olsthoorn
SamenvattingAuteursinformatie

    In de onderhavige prejudiciële zaak is het Hof van Justitie voor het eerst verzocht om een uitspraak over de uitlegging van de bepalingen van Verordening (EU) nr. 1169/2011 over de vermelding van het ‘land van oorsprong’ en de ‘plaats van herkomst’ met betrekking tot levensmiddelen die uit de door Israël sinds 1967 bezette gebieden afkomstig zijn. In het op 12 november 2019 gewezen arrest in de de zaak Organisation juive européenne en Vignoble Psagot heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat uit deze verordening volgt dat op levensmiddelen die afkomstig zijn uit een door Israël bezet gebied, niet alleen dit gebied maar tevens, wanneer die levensmiddelen afkomstig zijn uit een plaats die of een geheel van plaatsen dat een Israëlische nederzetting binnen dat gebied vormt, deze herkomst moet worden vermeld. In deze bijdrage worden de achtergronden en gevolgen van deze uitspraak nader toegelicht.
    HvJ 12 november 2019, zaak C-363/18, ECLI:EU:C:2019:954 (Organisation juive européenne en Vignoble Psagot)


Mr. K.P. Olsthoorn
Mr. K.P. (Kornel) Olsthoorn is advocaat bij Jones Day te Amsterdam.
Vrij verkeer

Nieuwe impulsen voor het vrije goederenverkeer

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2019
Trefwoorden interne markt, harmonisatie, markttoezicht, wederzijdse erkenning
Auteurs Mr. T.P.J.N. van Rijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Het functioneren van de interne markt kent een aantal problemen die twee recente verordeningen – nrs. 2019/515 en 2019/1020 – proberen te verhelpen. De eerste verordening schoeit het markttoezicht op de conformiteit van producten die onderwerp zijn van op unieniveau geharmoniseerde normen op een nieuwe leest. De andere verordening introduceert een aantal procedures om de wederzijdse erkenning van niet-geharmoniseerde voorschriften van de lidstaten in de praktijk beter te laten werken. De onderhavige bijdrage geeft een overzicht van de belangrijkste bepalingen van de verordeningen.
    Verordening (EU) 2019/515 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 betreffende de wederzijdse erkenning van goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 764/2008, PbEU 2019, L 91/1 en Verordening (EU) 2019/1020 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten en tot wijziging van Richtlijn 2004/42/EG en de Verordeningen (EG) nr. 765/2008 en (EU) nr. 305/2011, PbEU 2019, L 169/1


Mr. T.P.J.N. van Rijn
Mr. T.P.J.N. (Thomas) van Rijn is gewezen juridisch hoofdadviseur bij de Juridische Dienst van de Europese Commissie.
Digitale markten

Een gelijk speelveld in de online platformeconomie?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden online platforms, digitale interne markt, schadelijke handelspraktijken
Auteurs Mr. L.E. Felderhof en Mr. M.P.C. Rozenbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    De Verordening ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten heeft het doel te zorgen voor een eerlijke, transparante en voorspelbare bedrijfsomgeving voor ondernemers (met name het midden- en kleinbedrijf) die online platforms gebruiken om hun goederen en/of diensten aan te bieden aan consumenten.
    In dit artikel bespreken wij dat het wenselijk is dat door middel van deze verordening ex ante regels worden gesteld aan aanbieders van online platforms, met name omdat het huidige mededingingsinstrumentarium in de veranderende (digitale) economie niet altijd toereikend blijkt. Ook plaatsen wij enkele kanttekeningen bij de uitvoerbaarheid en het effect van de verordening in de praktijk, welke aspecten volgens ons niet voldoende geadresseerd zijn in de verordening.
    Verordening (EU) 2019/1150 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten, PbEU 2019, L 186.


Mr. L.E. Felderhof
Mr. L.E. (Laura) Felderhof is advocaat bij NautaDutilh N.V.

Mr. M.P.C. Rozenbroek
Mr. M.P.C. (Marieke) Rozenbroek is advocaat bij NautaDutilh N.V.
Vrij verkeer

De PEPP-verordening. Pensioenfondsen: Quo vadis?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden PEPP-verordening, pensioeninstellingen, verplichtstelling, meeneembaarheid van pensioenen, Europees pensioenrecht
Auteurs Prof. dr. H. van Meerten en A.K.R. Wouters LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het voorstel van 29 juni 2017 betreffende een Verordening van het Europees Parlement en de Raad voor een Pan-Europees Persoonlijk Pensioenproduct (hierna: PEPP) werd in Nederland met argusogen ontvangen. Met dit voorstel wilde de Europese Commissie een impuls geven om de fragmentatie van nationale markten op het gebied van persoonlijke pensioenen aan te pakken. Via het PEPP wil de EU-wetgever een vrijwillig, aanvullend, eenvoudig en kostenbesparend pensioenproduct in het leven roepen dat grotendeels op EU-niveau wordt gereguleerd. Vanwege de meeneembaarheid voor consumenten is PEPP een welkome aanvulling voor de pensioenen van EU-burgers. Nederland echter heeft te allen tijde kritisch tegenover de komst van een PEPP gestaan vanwege onder andere een vermeende inbreuk op de ‘verplichtstelling’ en de rol voor de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EIOPA). In dit artikel wordt het PEPP besproken: wat is de meerwaarde van het PEPP? Is de vrees van Nederland wel terecht?
    Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP).


Prof. dr. H. van Meerten
Prof. dr. H. (Hans) van Meerten is hoogleraar Europees Pensioenrecht aan de Universiteit Utrecht.

A.K.R. Wouters LLM
A.K.R. (An) Wouters LLM is Fellow aan de Universiteit Utrecht.
Sociaal beleid

Werkzaamheden in meerdere lidstaten voor de Europese socialezekerheidscoördinatie: nadere verduidelijkingen door het Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden Meerdere werkstaten, Toepasselijke socialezekerheidswetgeving, Plegen uit te oefenen, Onbetaald verlof, Geringe thuiswerkzaamheden
Auteurs Dr. H. Niesten
SamenvattingAuteursinformatie

    De geannoteerde twee arresten X/Nederlandse Staatssecretaris van Financiën 1xHvJ 13 september 2017, zaak C-569/15, X/ Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:673 en HvJ 13 september 2017, zaak C-570/15, X/Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:674. van 13 september 2017 illustreren de toenemende diversiteit binnen het grensoverschrijdend werkverkeer. Aan het Hof van Justitie werden prejudiciële vragen gesteld over de betekenis van ‘onbetaald verlof’ en ‘beperkte (thuis)werkzaamheden’ voor de uitleg van de bijzondere regel inzake het verrichten van werkzaamheden in twee of meer lidstaten (dat wil zeggen: samenloop) ter vaststelling van de toepasselijke socialezekerheidswetgeving. Beide arresten nopen tot de vraagstelling of de huidige Europese socialezekerheidscoördinatie voldoende is toegesneden op hedendaagse flexibele arbeidsvormen waar mobilisering en digitalisering de overhand nemen.
    Verordening (EEG) nr. 1408/71
    Verordening (EG) nr. 883/2004

Noten

  • 1 HvJ 13 september 2017, zaak C-569/15, X/ Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:673 en HvJ 13 september 2017, zaak C-570/15, X/Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:674.


Dr. H. Niesten
Dr. H. (Hannelore) Niesten is assistent aan de Maastricht University (ITEM) en Hasselt University (Tax, law and Business Unit).
Milieu

De lange mars van het voorzorgsbeginsel: redding van de bij?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden gewasbestrijdingsmiddelen, neonicotinoïden, bijensterfte, voorzorgsbeginsel, EFSA
Auteurs Mr. dr. F.M. Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    Na ruim tien jaar op de interne markt te zijn toegelaten, heeft de Commissie drie omstreden gewasbestrijdingsmiddelen (neonicotinoïden) verboden waarvan een causaal verband met bijensterfte in Europa werd vermoed. Vanwege wetenschappelijke onzekerheid hierover was het verbod gebaseerd op het voorzorgsbeginsel. Het beroep tegen deze toepassing van het beginsel is door het Gerecht in dit arrest ongegrond verklaard. Het is daarmee het eerste arrest waarin met zoveel woorden en zoveel overtuiging het voorzorgsbeginsel wordt getoetst en toegepast. Ondanks deze voorlopige zege voor de bescherming van milieu en menselijke gezondheid is het afwachten of de transitie naar een duurzaam gebruik van bestrijdingsmiddelen zal plaatsvinden. Dit hangt vooral samen met fundamentele vragen over de verhouding tussen de wetenschap en de politieke besluitvorming.
    Gerecht 17 mei 2018, gevoegde zaken T-429/13 en T-451/13, Bayer CropScience AG en Syngenta Crop Protection AG/Europese Commissie, ECLI:EU:T:2018:280.


Mr. dr. F.M. Fleurke
Mr. dr. F.M. Fleurke is als universitair hoofddocent Europees milieurecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Mededinging

Gun jumping en de EU-Concentratieverordening: wanneer is sprake van een valse start?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden concentratiecontrole, gun jumping, voortijdige totstandbrenging, standstill-verplichting
Auteurs Mr. dr. J.C.A. Houdijk en Mr. R.M.T.M. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak geeft het Hof van Justitie antwoord op de vraag welke criteria gelden om te bepalen of sprake is van een totstandbrengingshandeling in het kader van het EU-concentratiecontroleregime. Het Hof van Justitie geeft hiermee een verdere uitleg van de standstill-verplichting ex artikel 7 lid 1 EU-Concentratieverordening. De uitspraak bevat voorts criteria om de risico’s omtrent gun jumping in de praktijk beter te kunnen inschatten.
    HvJ 31 mei 2018, zaak C-633/16, Ernst & Young P/S/Konkurrenceradet, ECLI:EU:C:2018:371.


Mr. dr. J.C.A. Houdijk
Mr. dr. J.C.A. (Joost) Houdijk is advocaat bij AKD.

Mr. R.M.T.M. Jaspers
Mr. R.M.T.M. (Robbert) Jaspers is advocaat bij AKD.
Artikel

Eerste uitspraak over de rolverdeling tussen de Europese Centrale Bank en nationale toezichthouders binnen het Single Supervisory Mechanism

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2017
Trefwoorden SSM-bankentoezicht, prudentieel toezicht, Europese Centrale Bank, nationale toezichthouders, Administrative Board of Review (ABoR)
Auteurs Mr. A.W.M. van Toor
SamenvattingAuteursinformatie

    Het eerste arrest over de rolverdeling tussen de Europese Centrale Bank (ECB) en de nationale toezichthouders binnen het Single Supervisory Mechanism (SSM) is van principiële aard. Het Gerecht oordeelt dat het SSM-bankentoezicht een exclusieve bevoegdheid van de ECB is en dat de nationale toezichthouders deze taak ten aanzien van niet-significante banken decentraal uitoefenen. Hoewel dit oordeel voor de hand lag, doet het vragen rijzen over de uitoefening van nationale bevoegdheden door de ECB en over de ministeriële verantwoordelijkheid voor het SSM-toezicht van de nationale toezichthouder. Verder verduidelijkt het arrest de betekenis van de adviezen van de Administrative Board of Review (ABoR) voor de motivering van ECB-toezichtbesluiten.
    Gerecht 16 mei 2017, zaak T-122/15, Landeskreditbank Baden-Württemberg/ECB (L-Bank), ECLI:EU:T:2017:337


Mr. A.W.M. van Toor
Mr. A.W.M. (Anne) van Toor is jurist bij De Nederlandsche Bank N.V. Zij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.
Artikel

Wetgevingspakket Schone Energie voor alle Europeanen

Energie-efficiëntie en de rol van de afnemer nader bekeken

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2017
Trefwoorden Schone energie, energie-efficiëntie, energiebesparing, rol afnemer, marktrol
Auteurs Mr. P.B. Gaasbeek en Mr. N.R. Geerts-Zandveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetgevingspakket van de Europese Commissie van 30 november 2016, Schone Energie voor alle Europeanen, telt een 15-tal documenten. Ten behoeve van de hoofddoelstelling ‘Energie-efficiëntie eerst’ zijn onder meer voorstellen opgenomen tot aanpassing van de efficiëntiedoelstelling, een verzwaarde verplichting tot energiebesparing en de invoering van ‘aan verplichtingen verbonden partijen’. Bovendien worden er maatregelen voorgesteld ten behoeve van de aanleg van laadinfrastructuur en de kosteneffectieve renovatie van gebouwen. Dit laatste kan helpen energiearmoede te voorkomen of in elk geval te beperken. Ten behoeve van de hoofddoelstelling ‘Consumenten op een faire manier laten meeprofiteren’ zijn maatregelen opgenomen ten einde consumenten te laten deelnemen aan de markt en het sturen van de vraagkant. Daarbij wordt een nieuwe marktrol geïntroduceerd, de aggregator.
    http://ec.europa.eu/energy/en/news/commission-proposes-new-rules-consumer-centred-clean-energy-transition


Mr. P.B. Gaasbeek
Mr. P.B. (Pierrette) Gaasbeek is werkzaam bij Coupry.

Mr. N.R. Geerts-Zandveld
Mr. N.R. (Nynke) Geerts-Zandveld is werkzaam bij Coupry.
Artikel

De jurisdictie van het Hof van Justitie op het terrein van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2017
Trefwoorden Hof van Justitie, Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid, Politieke en niet-Politieke Besluiten, Beperkende Maatregelen, Prejudiciële Procedure
Auteurs Mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaken H en Rosneft werd het Hof van Justitie in de gelegenheid gesteld de eigen rechtsmacht op het terrein van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) te verduidelijken. Meer specifiek, het Hof van Justitie werd gevraagd vast te stellen (1) of het bepaalde ‘niet-politieke’ GBVB-besluiten ongeldig kan verklaren (art. 263 VWEU) en (2) of het zich ook in prejudiciële procedures (art. 267 VWEU) kan uitspreken over de geldigheid van GBVB-besluiten die strekken tot het opleggen van sancties aan natuurlijke of rechtspersonen. De arresten maken duidelijk dat de rechtsmacht van het Hof van Justitie ruimer is dan de tekst van de relevante Verdragsbepalingen suggereert.
    HvJ 19 juli 2016, zaak C-455/14 P, H/Raad van de Europese Unie, Europese Commissie en Politiemissie van de Europese Unie (EUPM) in Bosnië-Herzegovina, ECLI:EU:C:2016:569 en HvJ 28 maart 2017, zaak C-72/15, PJSC Rosneft Oil Company, voorheen Rosneft Oil Company OJSC/Her Majesty’s Treasury, Secretary of State for Business, Innovation and Skills, The Financial Conduct Authority, ECLI:EU:C:2017:236


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. (Anne Pieter) van der Mei is als universitair hoofddocent verbonden aan het Maastricht Center for European law (MCEL), Universiteit Maastricht.
Artikel

De bevoegdheid van de Europese Unie tot het sluiten van ‘nieuwe generatie’ vrijhandelsverdragen: Mixed feelings over Advies 2/15

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2017
Trefwoorden Gemeenschappelijke handelspolitiek, externe bevoegdheden van de EU, gemengde akkoorden, bevoegdheidsverdeling, vrijhandelsverdragen
Auteurs Prof. dr. R.A. Wessel
SamenvattingAuteursinformatie

    Met Advies 2/15 van 16 mei 2017 heeft het Hof van Justitie meer duidelijkheid gegeven over de aard van de bevoegdheden van de Unie met betrekking tot het sluiten van de zogenoemde ‘nieuwe generatie’ handelsverdragen. De gemeenschappelijke handelspolitiek blijkt meer te omvatten dan in de ogen van de Raad en de lidstaten het geval leek. De onderhavige handelsovereenkomst tussen de EU en Singapore bevat echter ook onderdelen ten aanzien van welke de Unie niet exclusief bevoegd is, zodat de overeenkomst in haar huidige vorm als een gemengd akkoord gesloten zou moeten worden. De verduidelijking van de (exclusieve) bevoegdheden van de Unie is van belang voor nieuwe op stapel staande vrijhandelsovereenkomsten en voor de rol van de lidstaten (en hun parlementen en bevolkingen) ten aanzien van dergelijke verdragen.
    Advies 2/15 van het Hof van Justitie (Voltallige zitting), 16 mei 2017, ECLI:EU:C:2017:376


Prof. dr. R.A. Wessel
Prof. dr. R.A. (Ramses) Wessel is hoogleraar internationaal en Europees recht en bestuur aan de Universiteit Twente en bestuurslid van het Centre for the Law of EU External Relations (CLEER). Met dank aan Guillaume Van der Loo voor het lezen van een eerste versie.
Artikel

E-commerce sector inquiry

De voorlopige (mededingingsrechtelijke) bevindingen van de Europese Commissie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2016
Trefwoorden E-commerce, Sector inquiry, mededinging, SWD(2016) 312, Sectoronderzoek
Auteurs Mr. drs. D.P. Kuipers en Mr. M.A.M.L. van de Sanden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 15 september 2016 heeft de Europese Commissie als onderdeel van haar Digital Single Market-strategie een rapport gepubliceerd waarin de voorlopige bevindingen van haar e-commerce sector inquiry zijn opgenomen. Dit rapport brengt de praktijken aan het licht die tot een beperking van de concurrentie zouden kunnen leiden. De bevindingen uit het rapport kunnen mogelijk een grote impact hebben op de e-commerce sector in de Europese Unie. In dit artikel worden de belangrijkste door de Commissie geïdentificeerde ontwikkelingen en praktijken beschreven alsmede of die ontwikkelingen en praktijken aanleiding geven tot mededingingsbezwaren. Het definitieve rapport wordt in het eerste kwartaal van 2017 verwacht.
    European Commission, Preliminary Report on the E-Commerce Sector Inquiry, Commission staff working document, 15 september 2016, SWD(2016) 312 final.


Mr. drs. D.P. Kuipers
D.P. (Pauline) Kuipers is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Mr. M.A.M.L. van de Sanden
M.A.M.L. (Mariska) van de Sanden was tot 1 november 2016 advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag. Inmiddels is zij werkzaam bij Houthoff Buruma te Brussel.
Artikel

Viermaal auteursrecht in de digitale eengemaakte markt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden Digitale eengemaakte markt, Auteursrecht, Digitaal en grensoverschrijdend gebruik, Online-uitzendingen van omroeporganisaties, Visueel gehandicapten
Auteurs Prof. mr. D.J.G. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    Als onderdeel van haar strategie voor een ‘digitale eengemaakte markt’ (Digital Single Market, afgekort DSM) heeft de Europese Commissie op 14 september 2016 voorstellen gedaan voor maar liefst vier verschillende instrumenten op het gebied van het auteursrecht: een richtlijn en een verordening over digitaal en grensoverschrijdend gebruik én een richtlijn en een verordening over gebruik voor visueel gehandicapten. Deze voorstellen worden in deze bijdrage besproken.

    • Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt- COM(2016)593. (‘DSM-richtlijn’)

    • Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften inzake de uitoefening van auteursrechten en naburige rechten die van toepassing zijn op bepaalde online-uitzendingen van omroeporganisaties en doorgifte van televisie- en radioprogramma’s - COM(2016)594. (‘Online Omroep verordening’, (OOV))

    • Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de grensoverschrijdende uitwisseling tussen de Unie en derde landen van exemplaren in toegankelijke vorm van bepaalde door het auteursrecht en naburige rechten beschermde werken en ander materiaal ten behoeve van personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben - COM(2016)595 (‘Marrakesh’-verordening).

    • Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake bepaalde toegestane vormen van gebruik van door auteursrechten en naburige rechten beschermde werken en ander materiaal ten behoeve van personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben, en tot wijziging van Richtlijn 2001/29/EG betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij - COM(2016)596. (‘Marrakesh’-richtlijn)


Prof. mr. D.J.G. Visser
Prof. mr. D.J.G. (Dirk) Visser is hoogleraar Intellectuele Eigendom in Leiden en advocaat in Amsterdam.
Artikel

Het verbod op geoblocking en geodiscriminatie

Het voorstel voor een verordening betreffende de aanpak van geoblocking en andere vormen van geodiscriminatie nader bezien

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden geoblocking, geodiscriminatie, mededinging, e-commerce, COM(2016)289
Auteurs Mr. drs. D.P. Kuipers en Mr. M.A.M.L. van de Sanden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 25 mei 2016 heeft de Europese Commissie als onderdeel van haar Digital Single Market-strategie een voorstel gepubliceerd voor een verordening waarin geoblocking en andere vormen van geodiscriminatie (dat wil zeggen discriminatie op grond van nationaliteit, woon- of vestigingsplaats) worden verboden. De conceptverordening kent een ruim toepassingsbereik. Het voorstel beoogt met het verbod op geoblocking zowel discriminatie ten aanzien van de leveringsbereidheid en verkoopprijzen als discriminatie in de wijze van verkoop of betalingsmethoden bij online verkoop uit te bannen. Naast een bespreking van dit toepassingsgebied wordt aandacht besteed aan de wisselwerking met het mededingingsrecht, waaronder de e-commerce sector inquiry die de Europese Commissie (DG Concurrentie) momenteel ook uitvoert en ten slotte de gevolgen van de conceptverordening voor de praktijk.
    Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de aanpak van geoblocking en andere vormen van discriminatie op basis van nationaliteit, woonplaats of plaats van vestiging binnen de eengemaakte markt en wijziging van verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG, COM(2016) 289.


Mr. drs. D.P. Kuipers
Mr. drs. D.P. (Pauline) Kuipers en M.A.M.L. (Mariska) van de Sanden zijn beiden werkzaam als advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Mr. M.A.M.L. van de Sanden
Toont 1 - 20 van 23 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.