Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 133 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x Rubriek Article x
Vrij verkeer

Access_open Regulering van toeristische verhuur: grenzen en mogelijkheden

De gevolgen van het arrest Cali Apartments voor de Nederlandse rechtspraktijk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Vakantieverhuur, regulering B&B’s, woningtekort, Vrijheid van vestiging
Auteurs Mr. dr. M.R. Botman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aan de hand van het arrest Cali Apartments onderzocht welke ruimte de Europese Dienstenrichtlijn laat om toeristische verhuur van woonruimte te reguleren. In dit licht wordt tevens de Wet toeristische verhuur besproken.
    HvJ 22 september 2020, gevoegde zaken C-724/18 en C-727/18, ECLI:EU:C:2020:743 (Cali Apartments en HX).


Mr. dr. M.R. Botman
Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman is senior advocaat bij Pels Rijcken en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Brexit

Brexit en de gevolgen voor het internationaal privaatrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden Brexit, internationaal privaatrecht, internationale bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging
Auteurs Prof. mr. I. Sumner
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanaf 1 januari 2021 is het EU-recht formeel niet meer van toepassing in het Verenigd Koninkrijk. Dit geldt ook op het terrein van het internationaal privaatrecht. In dit artikel wordt een globaal overzicht gegeven van de verschillende instrumenten die in de plaats treden van de EU-vorderingen die niet meer zullen gelden binnen het Verenigd Koninkrijk.


Prof. mr. I. Sumner
Prof. mr. I. (Ian) Sumner is hoogleraar Familierecht en Internationaal Privaatrecht, Tilburg University, rechter-plaatsvervanger (met unus belasting), Team Familie- en Jeugd, Rechtbank Overijssel.
Overheidsaanbestedingen

Een nieuwe impuls aan het begrip ‘publiekrechtelijke instelling’: een aanbestedingsplicht voor nationale sportbonden?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden aanbestedingsrecht, Hof van Justitie, publiekrechtelijke instelling, nationale sportbond, Richtlijn 2014/24/EU
Auteurs Mr. L. Bozkurt en Mr. T. Heystee
SamenvattingAuteursinformatie

    Prejudiciële beslissing over de aanbestedingsrechtelijke kwalificatie van de Italiaanse voetbalbond. Een marktpartij meent dat de Italiaanse voetbalbond kwalificeert als een aanbestedende dienst in de zin van de Aanbestedingsrichtlijn en daarom opdrachten via een aanbesteding dient te vergeven. Het Hof van Justitie benoemt in zijn beslissing de relevante criteria om te oordelen of sprake is van een publiekrechtelijke instelling, te weten: de instelling (1) is opgericht met het specifieke doel te voorzien in andere behoeften van algemeen belang dan die van industriële en commerciële aard, (2) bezit rechtspersoonlijkheid en (3) vertoont overheidsafhankelijkheid. Het Hof van Justitie geeft de Italiaanse feitenrechter handvatten om te onderzoeken of voldaan is aan het derde vereiste, en meer specifiek of sprake is van overheidstoezicht op het beheer van de voetbalbond.
    HvJ 3 februari 2021, gevoegde zaken C-155/19 en C-156/19, ECLI:EU:C:2021:88 (Federazione Italiana Giuoco Calcio (FIGC)).


Mr. L. Bozkurt
Mr. L. (Leyla) Bozkurt is Counsel aanbestedingsrecht bij Maverick Advocaten.

Mr. T. Heystee
T. (Tess) Heystee is juridisch medewerker bij Maverick Advocaten.
Vrij verkeer

Commissie en Hof van Justitie op de bres voor een open samenleving

Arresten Commissie tegen Hongarije

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden dienstverlening, GATS, grondrechten, kapitaalverkeer, vestiging
Auteurs Mr. T.P.J.N. van Rijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van door de Commissie aangespannen inbreukprocedures tegen Hongarije heeft het Hof van Justitie opmerkelijke arresten gewezen. Wetten die enerzijds financiële steun uit het buitenland aan maatschappelijke organisaties (ngo’s) en anderzijds de vestiging en dienstverlening door buitenlandse hogeronderwijsinstellingen in Hongarije aan aanzienlijke beperkingen onderwierpen, werden aan een kritisch onderzoek onderworpen. Het Hof van Justitie concludeerde dat ze in strijd waren niet alleen met artikel 63 VWEU, artikel 49 VWEU en artikel 16 Dienstenrichtlijn, maar ook met bepalingen in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie over het recht op vereniging, het recht op bescherming van het privéleven en van persoonsgegevens, de eerbiediging van de academische vrijheid, het recht op onderwijs en de vrijheid van ondernemerschap. In een van de arresten werd eveneens strijd met bepalingen van de GATS aangenomen. Beide procedures houden nauw verband met elkaar: zij beoogden beide een open samenleving in Hongarije te beschermen.
    HvJ 6 oktober 2020, zaak C-66/18, ECLI:EU:C:2020:792 (Commissie/Hongarije) en HvJ 18 juli 2020, zaak C-78/18, ECLI:EU:C:2020:476 (Commissie/Hongarije).


Mr. T.P.J.N. van Rijn
Mr. T.P.J.N. (Thomas) van Rijn is gewezen juridisch hoofdadviseur bij de Juridische Dienst van de Europese Commissie.
Digitale markten

Access_open Het voorstel voor de Digital Services Act

Op zoek naar nieuw evenwicht in regulering van onlinediensten met betrekking tot informatie van gebruikers

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden Digital Services Act, Wet inzake digitale diensten, Richtlijn elektronische handel, onlinediensten, illegale inhoud
Auteurs Mr. dr. F. Wilman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het recente voorstel voor de Digital Services Act besproken. De voorgestelde verordening is bedoeld om de digitale interne markt te versterken en, meer specifiek, de activiteiten van aanbieders van onlinediensten die draaien om de doorgifte, opslag en publieke verspreiding van informatie van hun gebruikers – zoals videoplatforms, onlinemarktplaatsen, sociale media en internetaanbieders – beter te reguleren. Het gaat onder meer om hun activiteiten ter bestrijding van illegale inhoud en desinformatie, hun aansprakelijkheid en hun verantwoordelijkheden jegens de gebruikers. We zullen zien dat het DSA-voorstel in verschillende opzichten ambitieus en vernieuwend is, terwijl het op andere punten eerder nuttig-maar-voorspelbaar en behoudend kan worden genoemd. Na een inleiding worden de voorgestelde verplichtingen voor de verschillende onlinedienstverleners achtereenvolgens besproken, gevolgd door enkele algemene opmerkingen.
    Europese Commissie, Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten (Wet inzake digitale diensten) en tot wijzing van Richtlijn 2000/31/EG, COM(2020)825, 15 december 2020


Mr. dr. F. Wilman
Mr. dr. F. (Folkert) Wilman is lid van de Juridische Dienst van de Europese Commissie. De zienswijzen opgenomen in deze bijdrage zijn uitsluitend die van de auteur en kunnen niet worden toegeschreven aan de Europese Commissie.

    Moet een lidstaat die een steunmaatregel door de Europese Commissie verenigbaar verklaard wil krijgen op grond van artikel 107 lid 3 VWEU, aantonen dat met die steunmaatregel een gemeenschappelijk belang bevorderd wordt? Dat is wel de praktijk. Het arrest Hinkley roept echter de vraag op of dat aantonen van het bevorderen van een gemeenschappelijk belang gevergd kan worden en wat de rol daarvan dan is in de beoordeling van de verenigbaarheid van steunmaatregelen. Daarop wordt ingegaan in dit artikel.
    HvJ 22 september 2020, zaak C-594/18P, ECLI:EU:C:2020:742 (Oostenrijk/Commissie (Hinkley)).


Mr. C.T. Dekker
Mr. C.T. (Cees) Dekker is advocaat en partner bij Nysingh advocaten en notarissen te Utrecht.
Digitale markten

Access_open De Commissie aan de poort: de voorgenomen regulering van techreuzen onder de Digital Markets Act

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden Digital Markets Act (DMA), Wet inzake Digitale Markten, Poortwachterplatforms, digitale interne markt
Auteurs Mr. Y. de Vries, Mr. M.S. Klijsen en Mr. H.M. Pannekoek
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 15 december 2020 publiceerde de Commissie haar ‘Digital Services Package’. Dit wetgevingspakket, waar met veel belangstelling naar is uitgekeken, omvat twee voorstellen: de Wet inzake digitale diensten (DSA) en de Wet inzake digitale markten (DMA). De DSA heeft tot doel om de rechten van gebruikers van digitale diensten te beschermen. De DMA bevat aanvullende regels en een nieuw toezichtregime voor machtige onlineplatforms, zogenoemde ‘poortwachters’. Het doel van de DMA is het beteugelen van oneerlijke gedragingen van deze poortwachters waarmee zij zowel concurrenten als consumenten benadelen. In deze bijdrage gaan wij in op het voorstel voor de DMA.
    Commissie Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector (Wet inzake digitale markten) COM/2020/842 def.


Mr. Y. de Vries
Mr. Y. (Yvo) de Vries is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. M.S. Klijsen
Mr. M.S. (Midas) Klijsen is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. H.M. Pannekoek
Mr. H.M. (Marik) Pannekoek is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Covid-19

Access_open De mededingingsregels tijdens de Covid-19-crisis: een flexibel instrument voor de bescherming van de interne markt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden Covid-19, staatssteun, mededingingsregels, Tijdelijke Kaderregeling, Tijdelijk Raamwerk
Auteurs Mr. M.C. van Heezik, Mr. drs L.N.M. van Uden en Mr. L.G.J. Fiorilli
SamenvattingAuteursinformatie

    De mededingingsregels, waaronder de staatssteunregels, bieden ruimte aan overheden en ondernemingen om de ingrijpende economische gevolgen als gevolg van de Covid-19-crisis op te vangen. In tijdelijke kaders heeft de Europese Commissie uiteengezet welke bijzondere steunmaatregelen en welke samenwerkingsvormen tussen concurrerende ondernemingen zijn toegestaan. Om snel ingrijpen mogelijk te maken heeft de Commissie voorzien in flexibele procedures die op korte termijn rechtszekerheid bieden. In deze bijdrage bespreken wij de specifieke invulling van de mededingingsregels in de tijdelijke kaders en gaan wij in op de vraag wat de tijdelijke materiële en procedurele flexibiliteit betekent voor de toekomst van deze regels.


Mr. M.C. van Heezik
Mr. M.C. (Greetje) van Heezik is advocaat bij Houthoff te Brussel.

Mr. drs L.N.M. van Uden
Mr. drs. L.N.M. (Lumine) van Uden is advocaat bij Houthoff te Amsterdam.

Mr. L.G.J. Fiorilli
Mr. L.G.J. (Lorenzo) Fiorilli is advocaat bij Houthoff te Brussel.
Rechtsbescherming

Nieuwe richtlijn over bescherming klokkenluiders in de Europese Unie: inhoud en eerste analyse

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden klokkenluiders, rechtsbescherming, uitingsvrijheid, arbeidsrecht
Auteurs Mr. E.W. Jurjens
SamenvattingAuteursinformatie

    In een nieuwe richtlijn is de bescherming van klokkenluiders in Europa, geïnspireerd door onder meer artikel 10 EVRM, gecodificeerd. De richtlijn biedt een bredere bescherming voor klokkenluiders dan momenteel naar Nederlands recht geldt, maar beperkt deze bescherming wel tot meldingen van klokkenluiders over inbreuken op specifieke delen van het Unierecht. De Nederlandse wetgever zal moeten bezien hoeveel gebruik er gaat worden gemaakt van de ruimte die de richtlijn biedt om verdergaande bescherming te realiseren, in het bijzonder door de bescherming uit te breiden tot meldingen van klokkenluiders over inbreuken op andere (rechts)gebieden.
    Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden, PbEU 2019, L 305


Mr. E.W. Jurjens
Mr. E.W. (Emiel) Jurjens is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Rechtsbescherming

De toepasselijkheid van Uniegrondrechten op nationale verdergaande beschermingsmaatregelen

Nadere afbakening van het toepassingsgebied van Uniegrondrechten in het arrest TSN en AKT

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, Uniegrondrechten, algemene beginselen van Unierecht, werkingssfeer van Unierecht, uitvoering van Unierecht
Auteurs Mr. dr. M. de Mol
SamenvattingAuteursinformatie

    De Uniegrondrechten zijn in beginsel van toepassing op nationale maatregelen die vallen binnen een Unierechtelijke bepaling die aan lidstaten een discretionaire bevoegdheid toekent. Het feit dat de lidstaten niet verplicht zijn om gebruik te maken van de bevoegdheid doet hier niet aan af. Hoe zit het echter met Unierechtelijke bepalingen die de lidstaten de ruimte geven om verdergaande bescherming te geven dan het EU-minimum? Als een lidstaat deze mogelijkheid benut door verdergaande bescherming te bieden, zijn de Uniegrondrechten dan ook van toepassing? Het arrest TSN en AKT geeft hierover duidelijkheid.
    HvJ 19 november 2019, gevoegde zaken C-609/17 en C-610/17, ECLI:EU:C:2019:981 (TSN en AKT)


Mr. dr. M. de Mol
Mr. dr. M. (Mirjam) de Mol is raadsheer-plaatsvervanger bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven, onderzoeker aan de Universiteit Maastricht en docent SSR.
Telecommunicatie

Kroniek Telecommunicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden elektronische communicatie, Telecomcode, connectiviteit, aanleg netwerken, netneutraliteit
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    De beschikbaarheid van vaste en mobiele netwerken met zeer hoge capaciteit, zoals glasvezelnetwerken en 5G-netwerken, is cruciaal in de digitale economie. De Richtlijn van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (‘de Telecomcode’) heeft als doelstelling om bij te dragen aan de ontwikkeling van hoogwaardige netwerken. Deze connectiviteitsdoelstelling staat naast de reeds bestaande doelstellingen op het gebied van mededinging, interne markt en de bescherming van eindgebruikers. Deze bijdrage beschrijft allereerst de maatregelen, veelal soft law, die ter invulling van de connectiviteitsdoelstelling in de twee jaar na de vaststelling van de Telecomcode op Europees niveau zijn genomen, zoals Berec-richtsnoeren met een verduidelijking van nieuwe begrippen en instrumenten in de Telecomcode en een Aanbeveling van de Commissie voor een toolbox om de kosten van aanleg van nieuwe netwerken te verlagen. Daarna komt de gedeeltelijke implementatie in de Nederlandse Telecommunicatiewet aan de orde. Vervolgens passeert de jurisprudentie de revue, waarin een uitleg van de reikwijdte en de inhoud van het kader voorafgaand aan de Telecomcode, en van de Netneutraliteitsrverordening wordt gegeven. Daarbij wordt, waar relevant, ook benoemd hoe de uitleg zicht verhoudt tot de Telecomcode en de Nederlandse implementatie.


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht verbonden aan eLaw van de Universiteit Leiden en is advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.
Mededinging

De ACM leidraad tariefafspraken zzp’ers: de ACM vs. Europees kartelverbod?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden ACM, Kartelverbod, zzp’ers, Tariefafspraken, Leidraad
Auteurs Mr. S. van der Heul
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de publicatie van de Leidraad tariefafspraken zzp’ers beoogt de Autoriteit Consument & Markt (ACM) duidelijkheid te scheppen over de verenigbaarheid van zulke afspraken met het mededingingsrecht. Aangezien zzp’ers in de regel worden gezien als onderneming, vallen onderlinge afspraken over prijzen in beginsel onder het kartelverbod. De ACM signaleert de zorg dat zzp’ers door concurrentie onder het bestaansminimum uitkomen. Zij heeft in de Leidraad drie volgens haar toepasselijke uitzonderingen op het kartelverbod geformuleerd. Daarnaast kondigt de ACM aan het kartelverbod niet te zullen handhaven ten aanzien van afspraken die het door het kabinet beoogde minimumloon voor zzp’ers van 16 euro per uur vastleggen. Of dit minimumloon er komt en wat het voor deze toezegging betekent als dit niet het geval is, zal moeten blijken.
    Artikel 6 Mededingingswet en artikel 101 Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie


Mr. S. van der Heul
Mr. S. (Sjaak) van der Heul is advocaat bij Dirkzwager Legal & taks.
Vrij verkeer

Access_open Gewezen EU-werknemer behoudt verblijfsrecht bij werkloosheid na twee weken werken

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden vrij verkeer werknemers, werkzoekende, verblijfsrecht, toegang tot uitkering
Auteurs Dr. mr. B.P. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak geeft het Hof van Justitie voor het eerst uitleg aan artikel 7 lid 3 onder c Richtlijn 2004/38/EG. De taalkundige onduidelijkheid in deze bepaling leidde in de zaak Tarola tot de vraag of een werknemer die na twee weken te hebben gewerkt onvrijwillig werkloos wordt, de status als werknemer behoudt. Het Hof van Justitie antwoordt hier bevestigend op waarbij nog eens wordt bevestigd dat het Hof van Justitie streeft naar een interpretatie van het begrip werknemer waar zo veel mogelijk personen onder vallen.
    HvJ 11 april 2019, zaak C-483/17, ECLI:EU:C:2019:309 (Neculai Tarola/Minister for Social Protection)


Dr. mr. B.P. ter Haar
Dr. mr. B.P. (Beryl) ter Haar is universitair docent en academisch coördinator advanced master Global and European Labour Law (GELL) aan de Universiteit Leiden en Visiting professor Universiteit Warschau.
Vrij verkeer

Beperkingen van het verblijfsrecht van EU-burgers en hun familieleden in de lidstaten van de EU: Uit het oog, maar niet uit het hart?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden EU-burgerschap, Burgerschapsrichtlijn, voldoende middelen eis, uitzettingsmogelijkheden, gezinshereniging
Auteurs Mr. dr. H. van Eijken en H.H.C. Kroeze LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van vrij verkeer en verblijf van EU-burgers en hun familieleden in de EU wordt geregeld door de Burgerschapsrichtlijn. Dit recht is echter niet absoluut en kan worden geweigerd of ingetrokken wanneer een EU-burger onvoldoende inkomsten heeft om voor zichzelf en voor zijn familie te zorgen. Familieleden die geen EU-nationaliteit bezitten, hebben een recht om te verblijven in een gastlidstaat, wanneer zij hun familielid, die EU-burger is, begeleiden of zich bij deze EU-burger voegen. In de twee zaken die in dit artikel centraal staan, worden deze twee voorwaarden voor het verblijfsrecht van EU-burgers en hun familieleden door het Hof van Justitie nader uitgelegd.
    HvJ 2 oktober 2019, zaak C-93/18, ECLI:EU:C:2019:809 (Ermira Bajratari/Secretary of State for the Home Department)
    HvJ 10 september 2019, zaak. C-94/18, ECLI:EU:C:2019:692 (Nalini Chenchooliah/Minister for Justice and Equality)


Mr. dr. H. van Eijken
Mr. dr. H. (Hanneke) van Eijken is onderzoeker bij the Utrecht Centre for European Research into Family Law (UCERF) en the Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (RENFORCE) van de Universiteit Utrecht.

H.H.C. Kroeze LLM
H.H.C. (Hester) Kroeze LLM is promovenda Europees recht aan de Universiteit Gent, Ghent European Law Institute.
Covid-19

Access_open Social distancing voor lidstaten: grenscontroles en vrij verkeer in tijden van covid-19

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden Schengen, vrij verkeer personen, EU burgerschap, covid-19, binnengrenzen, Europees Recht
Auteurs Mr. dr. H. van Eijken en Prof. dr. mr. J.J. Rijpma
SamenvattingAuteursinformatie

    De razendsnelle verspreiding van covid-19 binnen de EU leidde ertoe dat lidstaten afzonderlijk een groot aantal maatregelen namen om de verspreiding van het virus in te dammen. Deze vormden een belangrijke beperking van het vrij reizen binnen de EU, als ook van de mogelijkheden om van buiten Europa in te reizen. In deze bijdrage verkennen wij het (ontbreken van een) juridisch kader op EU-niveau voor de herinvoering van controles aan de binnengrenzen en het verbieden van niet-essentiële reizen op grond van de volksgezondheid.


Mr. dr. H. van Eijken
Mr. dr. H. (Hanneke) van Eijken is Universitair Docent Europees Recht, Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

Prof. dr. mr. J.J. Rijpma
Dr. J.J. (Jorrit) Rijpma is hoogleraar Europees Recht, Europa Instituut, Universiteit Leiden.
Mededinging

Concentratietoezicht en industriebeleid: tussen protectionisme en mededingingstoezicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden mededinging, concentratiecontrole, Industriebeleid, Protectionisme, hervormingsvoorstellen
Auteurs Mr. Y. de Vries en Mr. E.M.R.H. Vancraybex
SamenvattingAuteursinformatie

    Het besluit van de Commissie om de fusie tussen Siemens en Alstom te verbieden heeft tot veel kritiek geleid. Het concentratietoezicht zou aan het ontstaan van Europese kampioenen op het mondiale speelveld in de weg staan. Verschillende lidstaten hebben opgeroepen tot een hervorming van het concentratietoezicht om beter rekening te houden met belangen van industriebeleid. Gedacht wordt aan een bevoegdheid voor de Raad om door de Commissie verboden concentraties alsnog goed te keuren op grond van overwegingen van industriebeleid dan wel een versoepeling van de analysekaders van de Commissie. In deze bijdrage gaan wij in op de rol van industriebeleid in het concentratietoezicht en de voor- en nadelen van de hervormingsvoorstellen, mede in het licht van de praktijk in de lidstaten. Wij concluderen dat er betere oplossingen denkbaar zijn. Voor zover industriepolitieke ‘correcties’ op de zuivere mededingingstoets toch in het concentratietoezicht worden ingebouwd, gaat onze voorkeur uit naar een goedkeuringsbevoegdheid voor de Raad waarbij de scheidslijn tussen de objectieve mededingingstoets en meer subjectieve politieke beslissingen helder blijft.


Mr. Y. de Vries
Mr. Y. (Yvo) de Vries is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. E.M.R.H. Vancraybex
Mr. E.M.R.H. (Eline) Vancraybex is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Mededinging

Jurisdictie bij schade als gevolg van een inbreuk op het Europees mededingingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden mededingingsrecht, Rechtsmacht, Kartelschade, Handlungsort, Erfolgsort
Auteurs Mr. drs. T.S. Hoyer en Mr. J.W. Fanoy
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit overzichtsartikel bespreken de auteurs de lijnen die zijn te ontdekken in de arresten CDC/Akzo, flyLAL, Apple en Tibor-Trans van het Hof van Justitie van de Europese Unie, die zien op de toepassing en uitleg van de artikel 7 lid 2, artikel 8 lid 1 en artikel 25 van de EEX-Vo in het geval van een schadevordering wegens een inbreuk op het Europees mededingingsrecht. Voorts gaan zij in op de (praktische) gevolgen van deze jurisprudentie voor een benadeelde die een schadevordering wegens een inbreuk op het Europees mededingingsrecht aanhangig wenst te maken.

    • HvJ EU 21 mei 2015, zaaknr. C-352/13, ECLI:EU:C:2015:335 (CDC/Akzo).

    • HvJ EU 5 juli 2018, zaaknr. C-27/17, ECLI:EU:C:2018:533 (flyLAL).

    • HvJ EU 24 oktober 2018, zaaknr. C-595/17, ECLI:EU:C:2018:854 (Apple).

    • HvJ EU 29 juli 2019, zaaknr. C-451/18, ECLI:EU:C:2019:635 (Tibor-Trans).


Mr. drs. T.S. Hoyer
Mr. drs. T.S. (Tom) Hoyer is advocaat bij BarentsKrans.

Mr. J.W. Fanoy
Mr. J.W. (Joost) Fanoy is advocaat bij BarentsKrans.
Digitale markten

Access_open De Richtlijn elektronische handel en de platformeconomie

Noot bij HvJ 19 december 2019, zaak C-390/18, ECLI:EU:C:2019:1112 (Airbnb Ireland)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden online platformen, vrij verkeer van diensten, aansprakelijkheid, Digital Single Market
Auteurs Prof. dr. V. Mak
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Airbnb Ireland geeft aanleiding tot een herbezinning op de Richtlijn elektronische handel. Deze richtlijn uit 2000 lijkt onvoldoende toegerust om het hoofd te bieden aan de complexe problemen die ontstaan door de groeiende aanwezigheid van grote online platformen op Europese consumentenmarkten. Deze noot bespreekt de kwalificatie van platformdiensten als ‘dienst van de informatiemaatschappij’ en de daaraan gekoppelde regels voor aansprakelijkheid en mogelijke beperkingen van het vrij verkeer van diensten door nationale regelgeving.
    HvJ EU zaak C-390/18, Airbnb Ireland, ECLI:EU:C:2019:1112


Prof. dr. V. Mak
Prof. dr. V. (Vanessa) Mak M.Jur is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg.
Vrij verkeer

Grondrechtenbescherming in het Nederlandse en Europese auteursrecht na Spiegel Online, Funke Medien en Pelham

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden auteursrecht, grondrechten, Auteursrechtrichtlijn, excepties, informatievrijheid
Auteurs T. Snijders en S. van Deursen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze uitspraken spreekt het Hof van Justitie zich uit over de mogelijkheid van excepties op de exclusieve rechten van auteurs buiten de uitputtende lijst met excepties die is opgenomen in de Auteursrechtrichtlijn. Ook laat het Hof van Justitie zich opnieuw uit over de rol van grondrechten bij de interpretatie van de bestaande excepties. Deze uitspraken worden in breder perspectief geplaatst door daarnaast de benadering van het EHRM te bespreken. Tot slot worden de implicaties van deze dynamische Europese rechtsorde voor de Nederlandse praktijk besproken.
    HvJ 29 juli 2019, zaak C-516/17, ECLI:EU:C:2019:625 (Spiegel Online); HvJ 29 juli 2019, zaak C-469/17, ECLI:EU:C:2019:623 (Funke Medien NRW); HvJ 29 juli 2019, zaak C-467/17, ECLI:EU:C:2019:624 (Pelham)


T. Snijders
T. (Thom) Snijders volgt de master Legal Research aan de Universiteit Utrecht

S. van Deursen
Mr. S. (Stijn) van Deursen is als promovendus verbonden aan de Universiteit Utrecht.
Milieu

Finse wolvenjacht: deur op een kier voor ‘ecodictie’ in het Europese natuurbeschermingsrecht?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden Habitatrichtlijn, natuurbescherming, wolven, jacht, gunstige staat van instandhouding
Auteurs Mr. dr. F.M. Fleurke en Mr. dr. A. Trouwborst
SamenvattingAuteursinformatie

    In een arrest over het Finse vergunningsbeleid voor de jacht op wolven geeft het Hof van Justitie uitleg over de betekenis en reikwijdte van een aantal omstreden bepalingen van de Habitatrichtlijn. De twee belangrijkste vragen betreffen (a) of het toegestaan is om vergunning voor jacht te verlenen om meer acceptatie voor grote roofdieren te bewerkstelligen bij de lokale bevolking en (b) op welk bestuursniveau (lokaal, nationaal, biografisch, grensoverschrijdend) de zogenoemde eis van ‘gunstige staat van instandhouding’ voor beschermde soorten moet worden bereikt. Daarnaast benadrukt het Hof van Justitie net als in andere recente arresten het belang van wetenschappelijk bewijs en de prominente rol van het voorzorgbeginsel. Met de vestiging van het eerste Nederlandse wolvenroedel in eeuwen kan de eerste vraag ook zeker relevant geworden voor Nederland. Het antwoord op de tweede vraag is voor Nederland – met zijn gefragmenteerde grondgebied en vele kleine populaties beschermde soorten – zelfs van fundamenteel belang. Het Hof van Justitie geeft meer duidelijkheid maar laat tegelijkertijd nog wel vragen open.
    HvJ 10 oktober 2019, zaak C-674/17, ECLI:EU:C:2019:851 (Luonnonsuojeluyhdistys Tapiola)


Mr. dr. F.M. Fleurke
Mr. dr. F.M. (Floor) Fleurke is universitair hoofddocent bij de vakgroep Public Law and Governance van Tilburg Law School.

Mr. dr. A. Trouwborst
Mr. dr. A. (Arie) Trouwborst is universitair hoofddocent bij de vakgroep Public Law and Governance van Tilburg Law School.
Toont 1 - 20 van 133 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.