Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 14 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Contracteren x Rubriek Article x
Artikel

Het ontbinden van een overeenkomst en de Tenzij-jurisprudentie

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Ontbinding, Tekortkoming, Tenzij-clausule, Rechtszekerheid, Eigen Haard
Auteurs Mr. A.J. Rijsterborgh
SamenvattingAuteursinformatie

    Meijers heeft een ontbindingsregime ontwikkeld dat voornamelijk was geënt op het (eenzijdig) belang van de schuldeiser. De Hoge Raad heeft zowel voor als na de invoering van het BW het door Meijers ontworpen regime mijns inziens gerelativeerd door bij de beoordeling van de ontbindingsbevoegdheid de belangen van de schuldenaar via een open belangenafweging te laten meewegen. In de Tenzij-jurisprudentie heeft de Hoge Raad zijn eerdere – meer gefragmenteerde – rechtspraak op het gebied van ontbinding bevestigd en gepresenteerd als een meer coherent systeem. Alhoewel het misschien (rechtspolitiek) wenselijk kan zijn om de belangen van een schuldenaar zwaarder te laten meewegen, wordt hiermee wel afbreuk gedaan aan het – aanvankelijk – scherpe normenkader van artikel 6:265 lid 1 BW. De auteur betoogt dat als gevolg daarvan de ontbindingsrechtspraak minder voorspelbaar is. Zo valt in het Tenzij-arrest op dat voorzieningenrechter en hof tot verschillende uitkomsten komen. De onvoorspelbaarheid wordt volgens de auteur versterkt doordat de omstandigheden die de rechter bij een beslissing over een ontbinding kan meewegen, zowel aan de kant van de schuldeiser als aan die van de schuldenaar, tot het moment van vonnis moving targets kunnen zijn.


Mr. A.J. Rijsterborgh
Mr. A.J. Rijsterborgh is advocaat te Amsterdam en werkt als buitenpromovendus aan de Open Universiteit aan een proefschrift over partiële aantasting van overeenkomsten.
Artikel

De rechtvaardiging van tussentijdse ontbinding

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Ontbinding, Material obligation, Anticipatory breach, Exoneratie, IT
Auteurs Mr. J.J.A. Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van ECLI:NL:GHSHE:2019:4535 (TsZ/Alert) wordt gekeken naar de rechtvaardiging van tussentijdse ontbinding op grond van schending van een material obligation en een anticipatory breach (art. 6:80 BW), en de verhouding tussen gevorderde terugbetaling en een exoneratiebeding.


Mr. J.J.A. Bokhorst
Mr. J.J.A. Bokhorst is werkzaam als advocaat bij Project Moore Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Access_open Het Wetsvoorstel franchise: verbeterd, maar nog steeds werk aan de winkel

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2020
Trefwoorden franchise, precontractuele informatie, goodwill, bedenktermijn, wetsvoorstel
Auteurs Prof. mr. H.N. Schelhaas en Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Nadat eerdere voorontwerpen uit 2017 en 2018 kritisch werden onthaald tijdens de internetconsultatie, heeft de wetgever toch een wetsvoorstel voorgelegd aan de Tweede Kamer. Het voorontwerp uit 2018 diende als blauwdruk. In dit artikel wordt het wetsvoorstel besproken. De auteurs gaan in op de ratio legis, de precontractuele informatieverplichting en de goodwillplicht. Deze onderwerpen bespreken zij tegen de achtergrond van de huidige wettelijke regelingen, doctrine en rechtspraak.


Prof. mr. H.N. Schelhaas
Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar Privaatrecht aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat in Nieuwkoop en Aalsmeer onder de naam facily LAW advocatuur en adviseur bij La Gro Geelkerken Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

(Potestatieve) voorwaarden in overnamecontracten: van theorie naar praktijk

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2020
Trefwoorden potestatieve voorwaarde, opschortende voorwaarde, goedkeuringsvoorbehoud, koopovereenkomst, SPA
Auteurs Mr. R.P. Schrooten en Mr. B.C. Elion
SamenvattingAuteursinformatie

    In de (internationale) overnamepraktijk wordt in overnamecontracten veelvuldig gecontracteerd onder één of meer opschortende voorwaarden. Veel van de opschortende voorwaarden die partijen overeenkomen, bevatten een potestatief element: de vervulling van de voorwaarde is (grotendeels) afhankelijk van de wil van een van de contractspartijen. In dit artikel bespreken de auteurs veelgebruikte voorwaarden uit de praktijk. De auteurs gaan in op de vraag of deze voorwaarden potestatief zijn en wat het effect daarvan zou zijn op (verbintenissen uit) het overnamecontract. De auteurs sluiten af met enkele aanbevelingen voor het gebruik van voorwaarden in de praktijk.


Mr. R.P. Schrooten
Mr. R.P. Schrooten is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. B.C. Elion
Mr. B.C. Elion is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Plas/Valburg na CBB/JPO?

Een netwerkanalyse van rechtspraak over afgebroken onderhandelingen in de precontractuele fase

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2020
Trefwoorden precontractuele fase, aansprakelijkheid, CBB/JPO, Plas/Valburg, netwerkanalyse
Auteurs Prof. mr. dr. G. van Dijck en Mr. J. Cleuters
SamenvattingAuteursinformatie

    In de literatuur wordt betoogd dat CBB/JPO het leidende arrest is bij afgebroken onderhandelingen, en niet langer Plas/Valburg. Uit een uitgevoerde netwerkanalyse volgt dat Plas/Valburg minder vaak, maar nog altijd geregeld is aangehaald nadat CBB/JPO is gewezen. Een nadere inspectie laat zien dat er een tweedeling in de lagere rechtspraak bestaat: een groep uitspraken stelt onaanvaardbaar afbreken als voorwaarde voor de mogelijkheid om gemaakte kosten voor vergoeding in aanmerking te laten komen, in een andere groep uitspraken geldt die voorwaarde niet. Plas/Valburg wordt met name in de laatstgenoemde groep uitspraken geciteerd. Geconcludeerd wordt dat drie situaties denkbaar zijn: (1) afbreken staat vrij, geen verplichting tot het vergoeden van schade; (2) afbreken staat vrij, maar niet zonder vergoeding; en (3) afbreken is onaanvaardbaar. Plas/Valburg biedt voor geen van de situaties handvatten. CBB/JPO is leidend voor de laatste categorie, maar niet om te beoordelen of sprake is van welke van de twee andere scenario’s.


Prof. mr. dr. G. van Dijck
Prof. mr. dr. G. van Dijck is hoogleraar Privaatrecht aan de Maastricht University.

Mr. J. Cleuters
Mr. J. Cleuters was ten tijde van het verrichten van het onderzoek als masterstudent verbonden aan Maastricht University.
Artikel

Access_open De informatieplicht voor de franchisegever naar Nederlands recht

Beschouwingen naar aanleiding van het Albert Heijn-arrest

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2019
Trefwoorden franchising, informatieplicht, omzetprognose, franchise overeenkomst en Wer (Wetboek van economisch recht).
Auteurs Mr. dr. S.A. Kruisinga en Mr. M.I. Nijenhof-Wolters
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Albert Heijn-arrest heeft de Hoge Raad opnieuw bevestigd dat naar huidig Nederlands recht geen algemene regel geldt dat een franchisegever een (toekomstige) franchisenemer moet inlichten omtrent de te verwachten omzet of omtrent de winstverwachting. De bijzondere omstandigheden van het geval kunnen echter wel een zodanige verplichting meebrengen. De vraag rijst of in het voorontwerp van de Wet Franchise dat op 12 december 2018 werd gepubliceerd een andere benadering is gekozen. In dit voorontwerp wordt voorgesteld een – vrij ruim geformuleerde – informatieplicht voor de franchisegever te introduceren. In deze bijdrage wordt ingegaan op het Albert Heijn–arrest en wordt de uitkomst van deze procedure afgezet tegen het Nederlandse conceptwetsvoorstel en de Belgische regelgeving voor franchiseovereenkomsten.


Mr. dr. S.A. Kruisinga
Mr. dr. S.A. Kruisinga is universitair hoofddocent bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en professional support lawyer bij Van Benthem & Keulen.

Mr. M.I. Nijenhof-Wolters
Mr. M.I. Nijenhof-Wolters is advocaat bij Van Benthem & Keulen.
Artikel

Ontbinding: effectief wapen of zwaard van Damocles?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Ontbinding, Artikel 6:265 BW, Tenzij-bepaling, Tekortkoming, Verzuim
Auteurs Mr. I.W.M. Olthof
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Eigen Haard-arrest heeft de Hoge Raad bevestigd dat de toets voor de ontbinding van overeenkomsten laagdrempelig blijft, in die zin dat in beginsel iedere tekortkoming volstaat en dat een beroep op de tenzij-bepaling niet terughoudend moet worden beoordeeld. Bij de beoordeling van die tenzij-bepaling zijn vervolgens in beginsel alle omstandigheden van het geval – en niet alleen de bijzondere aard of geringe betekenis van de tekortkoming – in gelijke mate van belang. Concrete handvatten voor de houdbaarheid van een ontbindingsberoep in de praktijk bevat het arrest echter niet. Uitspraken van feitenrechters laten zien dat een breed scala aan omstandigheden wordt meegewogen, maar dat een beroep op ontbinding toch in de meeste gevallen slaagt. Voor meer zekerheid over de ingeroepen ontbinding zullen partijen (nog altijd) heldere contractuele afspraken moeten maken.


Mr. I.W.M. Olthof
Mr. I.W.M. Olthof is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. in Rotterdam.
Artikel

Access_open Het Voorontwerp Franchise: strike two voor de wetgever

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Franchise, Precontractuele informatie, Goodwill, Bedenktermijn, Wetsvoorstel
Auteurs Prof. mr. H.N. Schelhaas en Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 12 december 2018 publiceerde de wetgever een nieuw voorontwerp voor een wettelijke regeling van de franchiseovereenkomst. Een eerder voorontwerp uit 2017 werd kritisch bejegend door de praktijk. In dit artikel wordt het nieuwe voorontwerp besproken. De auteurs gaan in op de ratio legis, de precontractuele informatieverplichting en de goodwillplicht. Deze onderwerpen bespreken zij tegen de achtergrond van de huidige wettelijke regelingen, doctrine en rechtspraak.


Prof. mr. H.N. Schelhaas
Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar Privaatrecht aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Geelkerken Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

Access_open De toepassing van de klachtplicht bezien vanuit het Wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Klachtplicht, Bouwcontracten, Aansprakelijkheid na oplevering, Verjaring en verval
Auteurs Prof. mr. S. van Gulijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de klachtplichtregeling, waarvoor de algemene wettelijke grondslag in artikel 6:89 BW is neergelegd. Specifiek voor de consumentenkoop en de aanneming van werk zijn daarvan afwijkende regelingen opgenomen, respectievelijk in artikel 7:23 en artikel 7:758 lid 3 BW. De klachtplichtregeling van artikel 7:758 lid 3 BW zal gaan wijzigen. De regering is immers voornemens in titel 7.12 BW (aanneming van werk) drie privaatrechtelijke wijzigen door te voeren in het kader van het Wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen. Aan artikel 7:758 BW zal een nieuw lid 4 worden toegevoegd. In deze bijdrage wordt allereerst de klachtplichtregeling van artikelen 6:89, 7:23 en 7:758 lid 3 BW toegelicht. Vervolgens wordt ingegaan op de gevolgen van het voorgestelde nieuwe lid 4 voor de toepassing van de klachtplicht in de praktijk.


Prof. mr. S. van Gulijk
Prof. mr. S. van Gulijk is hoogleraar privaatrecht, bijzondere overeenkomsten, aan de Tilburg Law School.
Artikel

Franchiseprognoses volgens de zaak Street-One: aansprakelijkheid halverwege Paalman/Lampenier en de Nederlandse Franchise Code?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2017
Trefwoorden franchise, prognose, Nederlandse Franchise Code, Paalman/Lampenier, zorgplicht
Auteurs Mr. M. Raas en mr. R.B. Musters
Auteursinformatie

Mr. M. Raas
Mr. M. Raas en

mr. R.B. Musters
mr. R.B. Musters zijn advocaten in Amsterdam.
Artikel

Derdenwerking van exoneratiebedingen: een inkadering van het redelijkheidsoordeel

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Derdenwerking, Exoneratiebedingen, Rechtszekerheid, Engels contractenrecht
Auteurs Mr. P.F. Salome
SamenvattingAuteursinformatie

    Derdenwerking van exoneratiebedingen dient te worden gerechtvaardigd door de ‘aard van het desbetreffende geval’. Gezichtspunten spelen daarbij een rol. De literatuur is kritisch op de rechtspraak van de Hoge Raad en de door hem geformuleerde gezichtspunten: het zou resulteren in een gebrek aan houvast. In deze bijdrage wordt ingegaan op de toepassing van de gezichtspunten in de rechtspraak. Hieruit volgt een ‘diffuus beeld’. Na een uitstap naar het Engelse contractenrecht wordt een aanbeveling gedaan om het leerstuk van (meer) rechtszekerheid te voorzien.


Mr. P.F. Salome
Mr. P.F. Salome is advocaat bij Van Traa Advocaten N.V. te Rotterdam. De auteur bedankt prof. mr. H.N. Schelhaas, prof. mr. M.H. Claringbould, mr. dr. J.A. Kruit en mr. O. Böhmer voor hun commentaar op een eerdere versie.

    Voor een rechtsgeding tussen contractspartijen afkomstig uit twee of meer EU-lidstaten is in de Brussel I Verordening herschikking bepaald welke rechter in de zaak bevoegd is, en ook dat de erkenning en tenuitvoerlegging van de door het gerecht van herkomst gegeven ‘beslissing’ automatisch dient te geschieden. Die automatische erkenning en tenuitvoerlegging is gebaseerd op het Unierechtelijke beginsel van ‘wederzijds vertrouwen in de rechtsbedeling in de Unie’. Het is de balans tussen deze eenvoudige erkenning en tenuitvoerlegging enerzijds en de weigering om dat te doen vanwege dringende redenen anderzijds die in dit artikel naar aanleiding van de recente zaak Avotiņš/Letland centraal staat.


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. dr. J.M. Emaus is universitair docent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en als onderzoeker verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability (Ucall) en het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (Renforce).
Artikel

Copy, paste

Over de uitleg van boilerplate-bedingen en wat kunnen we leren van het Amerikaanse recht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2016
Auteurs Mr. J.W.A. Dousi
Auteursinformatie

Mr. J.W.A. Dousi
Mr. J.W.A. Dousi is promovendus bij de Radboud Universiteit Nijmegen en legal counsel bij Koninklijke FrieslandCampina N.V.
Artikel

De relatieve zwaarte van wederzijdse verantwoordelijkheid voor teleurstellende effectenleaseresultaten

Over schadedeling wegens eigen schuld in effectenleasezaken

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Effectenlease, eigen schuld, artikel 6:101 BW, Verdelingsmaatstaf, Veroorzakingswaarschijnlijkheid, (pre)contractuele zorgplicht, Onderzoeksplicht
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse en Mr. A. Van Onna
SamenvattingAuteursinformatie

    Avonturen in de effectenlease liepen slecht af als gevolg van een samenloop van omstandigheden, waaronder een te gretig winstoogmerk aan de zijde van de financiële aanbieder en een te grote lichtvaardigheid aan de zijde van de afnemende consument. In deze bijdrage wordt de (inmiddels gestandaardiseerde) schadedeling onder de loep genomen die in de rechtspraak is gevolgd op de erkenning van de wederzijdse verantwoordelijkheid in dezen.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is hoogleraar privaatrecht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en in dit verband verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law, alsook aan het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe. Zij is tevens parttime raadsheer bij het Gerechtshof te Amsterdam. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.

Mr. A. Van Onna
Mr. A. van Onna is advocaat bij Holland van Gijzen Advocaten en Notarissen te Utrecht. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.