Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 8 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Caribisch Juristenblad x Rubriek Article x
Artikel

Boek 6 BW. De verbintenis uit de wet

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Boek 6 BW, verbintenis uit de wet, onrechtmatige daad, ongerechtvaardigde verrijking
Auteurs Mr. P. Klik
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijlage wordt een overzicht gegeven van de ontwikkelingen ten aanzien van de verbintenis uit de wet, zoals geregeld in Boek 6 BW. De jurisprudentie over onrechtmatige daad staat centraal. Onderwerpen die aan de orde komen zijn gevaarzetting en eigen schuld, recht op eerbiediging van de goede naam en het recht op privacy, kwalitatieve aansprakelijkheden, beroepsaansprakelijkheid, bestuurdersaansprakelijkheid (en ‘vereenzelviging’, misbruik van rechtspersonen, benadeling crediteuren), misbruik van wanprestatie. In een kort intermezzo wordt de in Nederland ingevoerde wetgeving voor vergoeding van ‘affectieschade’ gesignaleerd. De bespreking van de ‘overige’ verbintenissen uit de wet beperkt zich tot ongerechtvaardigde verrijking.


Mr. P. Klik
Mr. P. Klik was voorheen lector aan de University of Curaçao Dr. Moises da Costa Gomez en is thans werkzaam als consultant.
Artikel

Strafrechtelijke stand van zaken

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden cassatieregeling, strafprocesrechtelijke wetgeving, strafrechtelijke wetgeving, Caribisch deel van het Koninkrijk
Auteurs Prof. mr. H. de Doelder en Mr. J.H.J. Verbaan
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een bespreking van een aantal belangrijke wijzigingen in de straf(proces)rechtelijke wetgeving in het Caraibisch gebied. Het betreft een aantal wijzigingen die reeds zijn ingevoerd (strafrechtelijke bepalingen) en wijzigingen die worden beoogd (strafvorderlijke bepalingen). De wijzigingen worden toegelicht en van commentaar voorzien. Tot slot wordt nog stilgestaan bij de jurisprudentie van de Hoge Raad en de invloed die zijn uitspraken op de regelgeving heeft (gehad). Nadere aandacht wordt besteed aan de cassatieregeling in het Caraibische deel van het Koninkrijk. Betoogd wordt dat die regeling aanpassing behoeft.


Prof. mr. H. de Doelder
Prof. mr. H. de Doelder is emeritus-hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en hoogleraar aan de Universiteit van Curaçao.

Mr. J.H.J. Verbaan
Mr. J.H.J. Verbaan is wetenschappelijk docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Het personen- en familierecht anno 2020

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Vaststelling vaderschap, gezamenlijk gezag, huwelijksvermogensrecht, namenrecht, kindermishandeling
Auteurs Mr. R.M. Nieuw
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage voor dit lustrumnummer zal onder meer worden nagegaan in hoeverre sommige verdragsrechtelijke bepalingen een rol spelen binnen de ontwikkelingen van het personen- en familierecht gedurende het laatste decennium van 2011 tot 2020. In deze periode zijn verschillende voorstellen tot wetswijzigingen goedgekeurd door de wetgever die geleid hebben tot de inwerkingtreding van een reeks landsverordeningen.


Mr. R.M. Nieuw
Mr. R.M. Nieuw is als universitair docent privaatrecht en PhD candidate verbonden aan de University of Curaçao.
Artikel

Het verstrekken van pleitnotities aan media

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2019
Trefwoorden verspreiden pleitnotities, artikel 8 EVRM, artikel 10 EVRM, civiele criteria rectificatie, kleinschalige samenleving
Auteurs Mr. O.E. Kostrzewski
SamenvattingAuteursinformatie

    In een spraakmakende zedenzaak verstrekte de verdediging na afloop van de zitting de pleitnotities in ongeclausuleerde vorm aan de media met als gevolg dat zeer gevoelige informatie aangaande de slachtoffers in Curaçao in de openbaarheid kwam. In deze bijdrage onderzoekt de auteur in hoeverre deze wijze van het verspreiden van pleitnotities in lijn is met de jurisprudentie van het EHRM inzake artikel 8 en 10 EVRM.


Mr. O.E. Kostrzewski
Mr. O.E. Kostrzewski is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de University of Curaçao en tevens werkzaam als advocaat te Curaçao. De auteur is als advocaat bij de in het artikel besproken zaak betrokken geweest. Zij heeft de klaagsters in deze procedure bijgestaan en was tevens de gemachtigde van een aantal slachtoffers in de strafzaak tegen B.
Artikel

Alcohol en drugs in het weg-, vlieg- en vaarverkeer

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2017
Trefwoorden wegenverkeersverordening, alcohol, roekeloos, strafbaar, bloedonderzoek
Auteurs Mw. mr. W.A.M. Hu-a-ng
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van nieuwsberichten omtrent roekeloos rij-, vlieg- en vaargedrag is de strafbaarstelling van het gebruik van alcohol of drugs door chauffeurs, piloten en schippers in het weg-, lucht- en vaarverkeer in Curaçao onder de loep genomen. Hierbij is een vergelijking gemaakt met de situatie in Aruba en Nederland, waarbij de nadruk ligt op beantwoording van de vraag of de Curaçaose wetgeving toereikend is om het rijden, vliegen en varen onder invloed van alcohol en drugs optimaal te kunnen bestrijden.


Mw. mr. W.A.M. Hu-a-ng
Mw. mr. W.A.M. Hu-a-ng is adviseur bij het Secretariaat van de Raad van Advies van Curaçao. Zij was voorheen parketjurist, belast met onder meer de voorbereiding van verkeersstrafzaken bij het Openbaar Ministerie in Curaçao.

    Voorafgaand aan de benoeming van ministers (en staatssecretarissen in Nederland) van de landen in het Koninkrijk der Nederlanden vindt er een toetsing van de benoembaarheid plaats. Deze toetsing, ook wel aangeduid als screening, is in de afzonderlijke landen verschillend geregeld. De auteur bespreekt de overeenkomsten en verschillen van de screening die allen als doel hebben de integriteit van het bestuur in het Koninkrijk te waarborgen. De revue passeren aldus de wijze van benoeming van ministers, de vastlegging van de toetsing (variërend van een schrijven van de minister-president aan de Tweede Kamer tot een wet in formele zin in Curacao en Sint Maarten), de legaliteit van de verschillende regelingen maar ook de feitelijk uit te voeren onderzoeken en daaraan te verbinden conclusies. Afgesloten wordt met een aanbeveling tot uniformering van de screening in het Koninkrijk.


Mr. M.F. Murray
Mr. M.F. Murray is advocaat/vennoot bij SMS Attorneys at Law te Curaçao en voorzitter van de redactie van het Caribisch Juristenblad (CJB).
Artikel

Cameratoezicht op de werkvloer: hoelang mag het begluren van werknemers op de Caribische eilanden nog voortduren?

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2016
Trefwoorden cameratoezicht, bescherming persoonsgegevens, camerabeelden, Lbp
Auteurs N.M.Q. van der Neut
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 januari 2016 is de Wet bescherming persoonsgegevens, de Wbp, in Nederland gewijzigd. Dit doet de vraag rijzen of de (Caribische) Landsverordening bescherming persoonsgegevens, de Lbp, ook aangepast dient te worden. De wijzigingen worden geëvalueerd aan de hand van de rechtmatigheid en toelaatbaarheid van (heimelijk) cameratoezicht op de werkvloer. De belangrijkste wijziging houdt in dat direct een boete kan worden opgelegd indien in strijd met de Wbp wordt gehandeld ingeval sprake is van een opzettelijk gepleegde overtreding of ernstig verwijtbare nalatigheid. Dit brengt een afschrikkend effect mee, hetgeen reden is om ook de Lbp te wijzigen.


N.M.Q. van der Neut
N.M.Q. van der Neut is masterstudent Arbeidsrecht en Privaatrechtelijke rechtspraktijk aan de Universiteit van Amsterdam en is als student-stagiair verbonden geweest aan Van Eps Kunneman Van Doorne.
Artikel

Ontbinding of opzegging van de huurovereenkomst wegens wanbetaling

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Huurovereenkomst, Huur woonruimte, Beëindiging wegens huurachterstand, Drie maanden
Auteurs Mr. W.J. Noordhuizen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deel 12 van de Studiereeks Nederlands-Antilliaans en Arubaans Recht (SNAAR), over het Nederlands-Caribisch huurrecht, werd opgemerkt dat een huurachterstand van ten minste drie maanden, waarbij op korte termijn geen concreet zicht bestaat op volledige afbetaling van het openstaande bedrag, doorgaans voldoende is om de huur te beëindigen. Een dergelijke vooropstelling komt men in de rechtspraak wel tegen. In de praktijk kan het door de verschillende procedures die aan ontruiming voorafgaan (doorgaans) meer dan drie maanden duren voordat de verhuurder weer over de woonruimte kan beschikken. Tijdens het wetgevingsproces zijn daarover in Sint Maarten vragen gesteld. Waar komt die driemaandentermijn vandaan? En is die (nog) wel gerechtvaardigd?


Mr. W.J. Noordhuizen
Mr. W.J. Noordhuizen is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en als zodanig werkzaam bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba. Het artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.