Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 66 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy x Rubriek Article x
Artikel

Access_open De dialectiek bij Paul Scholten: haar aard, oorsprong en bronnen

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2019
Trefwoorden Paul Scholten, dialectiek, existentialisme, artificiële intelligentie, ethische theologie
Auteurs Wim Borst
SamenvattingAuteursinformatie

    Een bekend kenmerk van Scholtens beschouwingswijze was zijn dialectiek.
    Langemeijer heeft de aard ervan scherp geduid, maar erkend in het duister te tasten over haar oorsprong en bronnen. Hegel en Barth komen niet in aanmerking. Ik wijs op de betekenis die de theoloog P.D. Chantepie de la Saussaye (1848-1920) gehad kan hebben voor de ontwikkeling van Scholtens denken, zowel inhoudelijk als qua dialectiek. Sommige contemporaine auteurs lijken Scholten schatplichtig te achten aan Kierkegaard; ik acht dat te speculatief. Moderne digitale technologie opent potentieel grote mogelijkheden voor de toepassing van computers en artificiële intelligentie (AI) in de rechtspleging. Scholtens dialectiek stelt ons voor fundamentele rechtsfilosofische vragen ten aanzien van de mogelijkheid en wenselijkheid van ‘rechtspraak door computers’.


Wim Borst
Wim Borst is beleidsadviseur op het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Access_open Broken rules, ruined lives

Een verkenning van de normativiteit van de onrechtservaring

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2019
Trefwoorden onrecht, slachtofferrechten, Benjamin, Shklar
Auteurs Nanda Oudejans en Antony Pemberton
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel de rechtspositie van slachtoffers de afgelopen decennia verstevigd lijkt, blijft de relatie tussen slachtoffer en strafrecht ongemakkelijk. Rechtswetenschappers tonen zich bezorgd dat de toenemende aandacht voor de belangen van slachtoffers uitmondt in ‘geïnstitutionaliseerde wreedheid.’ Deze zorg wordt echter gevoed door een verkeerd begrip van slachtofferschap en heeft slecht begrepen wat het slachtoffer nu eigenlijk van het recht verlangt. Deze bijdrage probeert de vraag van het slachtoffer aan het recht tot begrip te brengen. Wij zullen de onrechtservaring van het slachtoffer conceptualiseren als een ontologisch alleen en verlaten zijn van het slachtoffer. Het aanknopingspunt om de relatie tussen slachtoffer en recht opnieuw te denken zoeken wij in deze verlatenheid. De kern van het betoog is dat het slachtoffer (mede) in het recht beschutting zoekt tegen deze verlatenheid, maar ook altijd onvermijdelijk tegen de grenzen van het recht aanloopt. Van een rechtssysteem dat zich volledig uitlevert aan de noden van slachtoffers kan dan ook geen sprake zijn. Integendeel, het recht moet zijn belang voor slachtoffers deels zien in de onderkenning van zijn eigen beperkingen om onrecht te keren, in plaats van de onrechtservaring van het slachtoffer weg te moffelen, te koloniseren of ridiculiseren.


Nanda Oudejans
Nanda Oudejans is universitair docent rechtsfilosofie aan de Universiteit Utrecht

Antony Pemberton
Antony Pemberton is hoogleraar victimologie aan Tilburg University.
Artikel

Access_open Philosophy and Law in Ancient Rome

Traces of Stoic Syllogisms and Ontology of Language in Proculus’s Jurisprudence

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2019
Trefwoorden Stoicism, Roman law, theory of language, syllogisms, classical jurisprudence
Auteurs Pedro Savaget Nascimento
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper uses Stoic theory of language to gain more insight into Roman lawyer Proculus’s legal opinions on the meaning and understanding of ambiguous testaments, wills and dowries. After summarizing Stoic theory of language, the paper discusses its reception in Roman jurisprudence and situates Proculus in a Stoic legal/philosophical context. The meat of the article lies in the re-examination of Proculus’s legal opinions on ambiguities in light of Stoic theory of language, through: (1) the analysis of a case demonstrating that Proculus’s embeddedness in Stoic doctrine went beyond his technical competence in propositional syllogisms, going into the territory of Stoic physical materialism and, (2) the investigation of four cases that reveal how his approach to problems of ambiguity in unilateral legal acts converges with the Stoic conception of the parallelism between speech and thought.


Pedro Savaget Nascimento
Research Designer
Artikel

Access_open Fenomenologie van het proces van bewijzen in strafzaken. Over de noodzaak van het vooroordeel

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2019
Trefwoorden existentiële fenomenologie, hermeneutiek, vooroordeel, rationele bewijstheorieën, strafrecht
Auteurs Thomas de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    In de wetenschappelijke literatuur over het proces van bewijzen in strafzaken kunnen grofweg drie niet-juridische bewijstheorieën worden onderscheiden: de argumentatieve benadering, de theorie van verhaal en verankering en de benadering op basis van de Bayesiaanse kansrekening. Hoewel ze van elkaar verschillen gaan al deze theorieën er in meer of mindere mate van uit dat het bewijzen een rationeel regelgeleid proces is en vooral ook behoort te zijn. Dit is in belangrijke mate ingegeven door het Cartesiaanse dualisme van subject en object, dat tot op heden doorwerkt in onze conceptie van kwalificaties als rationaliteit, objectiviteit en wetenschappelijkheid. Deze bijdrage beoogt een herwaardering van de vigerende rationalistische visie op strafrechtelijk bewijzen te poneren. Tegen de achtergrond van de existentiële fenomenologie wordt een lans gebroken voor een hermeneutisch begrijpen van bewijs, waarin het vooroordeel zijn rechtmatige plaats heeft. Daarbij wordt aansluiting gevonden bij het oorspronkelijke gedachtegoed van Aristoteles over redeneren en argumenteren.


Thomas de Jong
Thomas de Jong is senior parketsecretaris bij het arrondissementsparket Noord-Holland.
Artikel

Access_open Mobile Individualism: The Subjectivity of EU Citizenship

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2019
Trefwoorden individualism, EU citizenship, depoliticisation, mobile individualism, citizenship and form of life
Auteurs Aristel Skrbic
SamenvattingAuteursinformatie

    The central aim of this article is to analyse the manner in which the legal structure of EU citizenship subjectifies Union citizens. I begin by explicating Alexander Somek’s account of individualism as a concept which captures EU citizenship and propose to update his analysis by coining the notion of mobile individualism. By looking at a range of CJEU’s case law on EU citizenship through the lens of the purely internal rule and the transnational character of EU citizenship, I suggest that movement sits at the core of EU citizenship. In order to adequately capture this unique structure of citizenship, we need a concept of individualism which takes movement rather than depoliticisation as its central object of analysis. I propose that the notion of mobile individualism can best capture the subjectivity of a model EU citizen, a citizen who is a-political due to being mobile.


Aristel Skrbic
Aristel Skrbic is a PhD candidate and teaching and research assistant at the Institute of Philosophy at the KU Leuven.

    In dit artikel wordt langs wijsgerige weg de verhouding tussen tijd, identiteit en het verlenen van (sterkere) verblijfsaanspraken aan migranten onderzocht en verhelderd door een nieuwe betekenis van de term worteling voor te stellen. Want wat is worteling nu eigenlijk? Het is de relatie tussen menselijke tijd, worteling en het migratierecht die in dit artikel filosofisch wordt uitgediept. Dit om te verklaren waarom we in het migratierecht vreemdelingen in het algemeen na verloop van tijd sterkere aanspraken verlenen. In dit artikel wordt betoogd dat het verblijf van vreemdelingen op het grondgebied ervoor zorgt dat hun leven aldaar na verloop van tijd een vanzelfsprekend onderdeel uitmaakt van hun identiteit, en van het leven van anderen. Het is dit vanzelfsprekend worden van mensen door de tijd dat de grond is voor het bestaan van formele tijdscriteria voor insluiting in het migratierecht.


Mr. dr. Martijn Stronks
Artikel

Access_open Crimes Against Humanity and Hostes Generis Humani

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2018
Trefwoorden hostis generis humani, Luban, crimes against humanity, political community, international criminal law
Auteurs Antony Duff
SamenvattingAuteursinformatie

    In ‘The Enemy of All Humanity’, David Luban provides an insightful and plausible account of the idea of the hostis generis humani (one that shows that the hostis need not be understood to be an outlaw), and of the distinctive character of the crimes against humanity that the hostis commits. However, I argue in this paper, his suggestion that the hostis is answerable to a moral community of humanity (in whose name the ICC must thus claim to speak) is not tenable. Once we recognize the intimate connection between criminal law and political community, we can see that the hostis should answer to the local, domestic political community in and against which he commits his crimes; and that the proper role of the International Criminal Court, acting in the name of the community of nations, is to provide a second-best substitute for such answering when the local polity cannot or will not hold him to account.


Antony Duff
Antony Duff is Professor Emeritus at the University of Stirling.
Artikel

Access_open ‘Cruel Men Can Do Kind Things and Kind Men Can Do Cruel Things’

Reconsidering the Enemy of Humanity in Contemporary International Criminal Trial Discourse

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2018
Trefwoorden humanity, international criminal justice, opening statements, trial discourse, perpetrators
Auteurs Sofia Stolk
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses empirical examples from international trial transcripts to see if and why there is a need to use the ‘enemy of all humanity’ label in contemporary international criminal justice discourse. It shows an absence of explicit uses of the concept and an ambiguous set of implicit references; the hosti generis humani concept is simultaneously too precise and too broad for ICJ discourse. Based on these findings, the article challenges David Luban’s suggestion that the term can be undone from its dehumanizing potential and used adequately in the ICJ context.


Sofia Stolk
Sofia Stolk is researcher at T.M.C. Asser Instituut/University of Amsterdam and research fellow at the Centre for the Politics of Transnational Law, Amsterdam.
Artikel

Access_open On the Humanity of the Enemy of Humanity

A Response to My Critics

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2018
Trefwoorden hostis generis humani, humanity, International criminal justice, piracy
Auteurs David Luban
SamenvattingAuteursinformatie

    Antony Duff, Marc de Wilde, Louis Sicking, and Sofia Stok offer several criticisms of my “The Enemy of All Humanity,” but central to all of them is concern that labeling people hostis generis humani dehumanizes them, and invites murder or extrajudicial execution. In response I distinguish political, legal, and theoretical uses of the ancient label. I agree with the critics that the political use is toxic and the legal use is dispensable. However, the theoretical concept is crucial in international criminal law, which rests on the assumptions that the moral heinousness of core crimes makes them the business of all humanity. Furthermore, far from dehumanizing their perpetrators, calling them to account before the law recognizes that they are no different from the rest of humanity. This response also offers rejoinders to more specific objections raised by the critics.


David Luban
David Luban is University Professor in Law and Philosophy at Georgetown University.
Artikel

Access_open Enemy of All Humanity

The Dehumanizing Effects of a Dangerous Concept

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2018
Trefwoorden enemy of all humanity, hostis humani generis, piracy, international criminal law, Luban
Auteurs Marc de Wilde
SamenvattingAuteursinformatie

    In his contribution to this special issue, David Luban proposes to revive the age-old concept of ‘the enemy of all humanity.’ On his view, this concept supports the aims of international criminal justice by emphasizing that atrocity and persecution crimes are ‘radically evil’ and therefore ‘everyone’s business.’ Criticizing Luban’s proposal, this paper shows that in the past, the ‘enemy of all humanity’ concept has often served to establish parallel systems of justice, depriving these ‘enemies’ of their rights as suspects under criminal law and as lawful combatants under the laws of war. Thus, even if the ‘enemy of all humanity’ concept is used with the intention to bring today’s perpetrators of ‘radical evil’ to justice, it risks undermining, rather than protecting, the rule of law.


Marc de Wilde
Marc de Wilde is Professor of Jurisprudence at the University of Amsterdam.
Artikel

Access_open ‘God’s Friend, the Whole World’s Enemy’

Reconsidering the role of piracy in the development of universal jurisdiction.

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Cicero, Augustine, Bartolus, piracy, universal jurisdiction
Auteurs Louis Sicking
SamenvattingAuteursinformatie

    Piracy holds a special place within the field of international law because of the universal jurisdiction that applies. This article reconsiders the role of piracy in the development of universal jurisdiction. While usually a connection is established between Cicero’s ‘enemy of all’ and modern conceptions of pirates, it is argued that ‘enemy of the human species’ or ‘enemy of humanity’ is a medieval creation, used by Bartolus, which must be understood in the wake of the Renaissance of the twelfth century and the increased interest for the study of Roman Law. The criminalization of the pirate in the late Middle Ages must be understood not only as a consequence of royal power claiming a monopoly of violence at sea. Both the Italian city-states and the Hanse may have preceded royal power in criminalizing pirates. All the while, political motives in doing so were never absent.


Louis Sicking
Louis Sicking is Aemilius Papinianus Professor of History of Public International Law at Vrije Universiteit Amsterdam and lecturer in medieval and early modern history at Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open The Enemy of All Humanity

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2018
Trefwoorden hostis generis humani, piracy, crimes against humanity, universal jurisdiction, radical evil
Auteurs David Luban
SamenvattingAuteursinformatie

    Trationally, the term “enemy of all humanity” (hostis generis humani) referred to pirates. In contemporary international criminal law, it refers to perpetrators of crimes against humanity and other core. This essay traces the evolution of the concept, and then offers an analysis that ties it more closely to ancient tyrants than to pirates. Some object that the label is dehumanizing, and justifies arbitrary killing of the “enemy of humanity.” The essay admits the danger, but defends the concept if it is restricted to fair trials. Rather than dehumanizing its target, calling the hostis generis humani to account in a court of law is a way of recognizing that radical evil can be committed by humans no different from any of us.


David Luban
David Luban is University Professor in Law and Philosophy at Georgetown University.

    This paper examines how the distribution of social goods within a political community relates to decisions on membership boundaries. The author challenges two renowned accounts of such a relation: firstly, Walzer’s account according to which decisions on membership boundaries necessarily precede decisions on distribution; secondly, Benhabib’s account, according to which membership boundaries can be called into question on the basis of universalist claims. Departing from both accounts, the author concludes that actual changes in the pool of participants in practices of creation and exchange of social goods pressure a political community to redefine its distributive patterns and, accordingly, the boundaries of its formal political membership. This claim will be supported by the analysis of threshold cases decided by the EU Court of Justice, in which EU citizenship is invoked with the atypical purpose of granting rights to a specific group of non-formal members.


Dr Chiara Raucea
Chiara Raucea is lecturer at Tilburg Law School. A longer version of her article is included in her doctoral dissertation Citizenship Inverted: From Rights To Status?, defended in December 2017 at Tilburg University.

    Corporations can have rights but whether they should also have democratic rights depends among other things on whether they are the kind of entities to which the democratic ideal applies. This paper distinguishes four different conceptions of “the person” that can have democratic rights. According to one view, the only necessary condition is legal personality, whereas according to the other three views, democratic inclusion is conditioned also by personhood in the natural sense of the term. Though it is uncontroversial that corporations can be legal persons, it is plausible to ascribe personhood in the natural sense to corporations only if personhood is conceptualized exclusively in terms of moral agency. The conclusion of the paper is that corporations can meet the necessary conditions for democratic inclusion but that it is not yet clear in democratic theory exactly what these conditions are.


Professor Ludvig Beckman
Ludvig Beckman is professor of political science at Stockholm University.
Artikel

Access_open Crisis in the Courtroom

The Discursive Conditions of Possibility for Ruptures in Legal Discourse

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2018
Trefwoorden crisis discourse, rupture, counterterrorism, precautionary logic, risk
Auteurs Laura M. Henderson LL.M
SamenvattingAuteursinformatie

    This article addresses the conditions of possibility for the precautionary turn in legal discourse. Although the precautionary turn itself has been well-detailed in both legal and political discourse, insufficient attention has been paid to what made this shift possible. This article remedies this, starting by showing how the events of 9/11 were unable to be incorporated within current discursive structures. As a result, these discursive structures were dislocated and a new ‘crisis discourse’ emerged that succeeded in attributing meaning to the events of 9/11. By focusing on three important cases from three different jurisdictions evidencing the precautionary turn in legal discourse, this article shows that crisis discourse is indeed employed by the judiciary and that its logic made this precautionary approach to counterterrorism in the law possible. These events, now some 16 years ago, hold relevance for today’s continuing presence of crisis and crisis discourse.


Laura M. Henderson LL.M
Laura M. Henderson is a researcher at UGlobe, the Utrecht Centre for Global Challenges, at Utrecht University. She wrote this article as a Ph.D. candidate at the Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open A new interpretation of the modern two-pronged tests for insanity

Why legal insanity should not be a ‘status defense’

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2018
Auteurs Dr. Johannes Bijlsma
SamenvattingAuteursinformatie

    Michael Moore has argued that modern two-pronged tests for legal insanity are wrongheaded and that the insanity defense instead should be a ‘status defense’. If Moore is right, than the laws on insanity in most legal systems are wrong. This merits a critical examination of Moore’s critique and his alternative approach. In this paper I argue that Moore’s status approach to insanity is either under- or overinclusive. A new interpretation of the modern tests for insanity is elaborated that hinges on the existence of a legally relevant difference between the mentally disordered defendant and the ‘normal’ defendant. This interpretation avoids Moore’s criticism as well as the pitfalls of the status approach.


Dr. Johannes Bijlsma
Johannes Bijlsma is assistant professor of criminal law at the Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open Sincere Apologies

The Importance of the Offender’s Guilt Feelings

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Sincerity of emotions, Guilt, Feelings, Apology, Offender
Auteurs Margreet Luth-Morgan DPhil Oxon, MA
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper discusses the meaning and the importance of emotions, in particular the sincere guilt feelings of the offender. It is argued that the emotion of guilt reveals important information about the offender’s values and normative position. In the remainder of the paper, special consideration is awarded to the argument concerning ritual apologies, which might contain value even when insincere. This argument is rejected, on two grounds: 1. if the apology ritual does not aim for sincere guilt feelings, then the use of the symbol of apology is not fitting; and 2. if the apology ritual does aim for sincere guilt, then an insincere apology devalues the sincere expression.


Margreet Luth-Morgan DPhil Oxon, MA
Margreet Luth-Morgan is universitair docent aan Erasmus School of Law, sectie Sociologie, Theorie en Methodologie, Rotterdam.
Artikel

Access_open Positieve uitlokking van ethisch hacken

Een onderzoek naar responsible-disclosurebeleid

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2017
Trefwoorden ethical hacking, responsible disclosure, positive incitement, negative incitement, intrinsic desirability
Auteurs Karel Harms
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution, the Dutch government’s acceptance of ethical hacking, by implementing a policy of responsible disclosure, is considered to be a beneficent development. Ethical hacking contributes to cybersecurity and is intrinsically desirable. The term positive incitement is proposed to describe the relatively new phenomenon of encouraging ethical hacking. Positive incitement will be analysed by making a comparison to the Dutch toleration policy regarding soft drugs, and to incitement by law enforcement. Positive incitement should not change into negative incitement, which would result in a serious breach of the rights of ethical hackers. Furthermore, it is argued that the intrinsic value of ethical hacking can justify searching for vulnerabilities in systems of organisations who do not approve of this in advance.


Karel Harms
Karel Harms studeert aan de Rijksuniversiteit Groningen en volgt de master Rechtswetenschappelijk onderzoek.
Artikel

Access_open Schade in de virtuele wereld: de casus virtuele grooming

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Virtuele grooming, Schade, Strafbaarstelling, Uitlokverbod
Auteurs Prof. mr. Jeroen ten Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    As part of a package of legislative measures concerning cybercrime, the Dutch State Secretary for Security and Justice proposes to criminalize virtual grooming, that is the grooming of a person of minor age who, for example, does only exist as an online creature. The legislator’s principle argument for criminalization is based on the harm principle. This article examines the possibility of founding the criminalization of virtual grooming on this principle.


Prof. mr. Jeroen ten Voorde
Jeroen ten Voorde is bijzonder hoogleraar strafrechtsfilosofie (leerstoel Leo Polak) aan de Rijksuniversiteit Groningen en universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Filosofie in de rechtszaal

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2017
Trefwoorden rechtsfilosofie, politiek proces, onverdraagzaamheid, Wilders II
Auteurs Dr. Bert van Roermund
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van het optreden van Paul Cliteur in het Wilders II-proces rijst de vraag hoe de inzet van een rechtsgang zich verhoudt tot de eigen aard van de filosofie. Aan de ene kant vertolkt filosofie precies dat register van waarheid dat in het recht aan de orde is. Aan de andere kant is die vertolking zo oneindig open dat ze strijdt met het gesloten karakter van het recht als een proces dat conflicten moet beëindigen door gezagvolle beslissingen. Socrates’ optreden in zijn eigen proces toont aan: de slechtste dienst die de filosofie het recht kan bewijzen, is het verlengstuk te worden van het positieve recht en zich bij voorbaat beschikbaar te stellen als een vindplaats van argumenten wanneer de juridische argumenten op zijn. De slotparagraaf argumenteert dat Cliteur deze socratische les terzijde legt. Als gevolg daarvan geeft hij een geforceerde lezing van het Felter-arrest en mist hij de kern van het begrip ‘onverdraagzaamheid’.


Dr. Bert van Roermund
Bert van Roermund is professor emeritus aan Tilburg Law School.
Toont 1 - 20 van 66 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.