Zoekresultaat: 13 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy x Rubriek Article x
Artikel

Access_open Fenomenologie van het proces van bewijzen in strafzaken

Over de noodzaak van het vooroordeel

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2019
Auteurs Thomas Jacobus de Jong
Samenvatting

    In deze bijdrage staat de activiteit van bewijzen in strafzaken centraal. Betoogd wordt dat de vigerende rationalistische opvatting van strafrechtelijk bewijzen eraan voorbij gaat dat het bewijzen zich allereerst voltrekt op een vóór-reflectief niveau. Het primaire blikveld van de mens is namelijk niet het objectiverende kennen, zoals in de rationele bewijstheorieën wordt voorondersteld, maar de praktische relatie tot de wereld. In dit kader wordt eerst de filosofische achtergrond van de rationalistische bewijsopvatting in kaart gebracht, in het bijzonder de invloed van Aristoteles en Descartes. Vervolgens worden de daaruit voortkomende bevindingen aan de hand van ideeën en inzichten die zijn ontleend aan de existentiële fenomenologie kritisch gewaardeerd. Dit leidt tot de uiteenzetting van een hermeneutische opvatting van strafrechtelijk bewijzen.


Thomas Jacobus de Jong
Artikel

Access_open Broken rules, ruined lives

Een verkenning van de normativiteit van de onrechtservaring

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2019
Trefwoorden onrecht, Slachtofferrechten, Benjamin, Shklar
Auteurs Nanda Oudejans en Antony Pemberton
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel de rechtspositie van slachtoffers de afgelopen decennia verstevigd lijkt, blijft de relatie tussen slachtoffer en strafrecht ongemakkelijk. Rechtswetenschappers tonen zich bezorgd dat de toenemende aandacht voor de belangen van slachtoffers uitmondt in ‘geïnstitutionaliseerde wreedheid.’ Deze zorg wordt echter gevoed door een verkeerd begrip van slachtofferschap en heeft slecht begrepen wat het slachtoffer nu eigenlijk van het recht verlangt. Deze bijdrage probeert de vraag van het slachtoffer aan het recht tot begrip te brengen. Wij zullen de onrechtservaring van het slachtoffer conceptualiseren als een ontologisch alleen en verlaten zijn van het slachtoffer. Het aanknopingspunt om de relatie tussen slachtoffer en recht opnieuw te denken zoeken wij in deze verlatenheid. De kern van het betoog is dat het slachtoffer (mede) in het recht beschutting zoekt tegen deze verlatenheid, maar ook altijd onvermijdelijk tegen de grenzen van het recht aanloopt. Van een rechtssysteem dat zich volledig uitlevert aan de noden van slachtoffers kan dan ook geen sprake zijn. Integendeel, het recht moet zijn belang voor slachtoffers deels zien in de onderkenning van zijn eigen beperkingen om onrecht te keren, in plaats van de onrechtservaring van het slachtoffer weg te moffelen, te koloniseren of ridiculiseren.


Nanda Oudejans
Nanda Oudejans is universitair docent rechtsfilosofie aan de Universiteit Utrecht.

Antony Pemberton
Antony Pemberton is hoogleraar victimologie aan Tilburg University.
Artikel

Access_open De dialectiek bij Paul Scholten: haar aard, oorsprong en bronnen

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Paul Scholten, dialectiek, existentialisme, Artificiële Intelligentie, ethische theologie
Auteurs Wim Borst
SamenvattingAuteursinformatie

    Een bekend kenmerk van Scholtens beschouwingswijze was zijn dialectiek.
    Langemeijer heeft de aard ervan scherp geduid, maar erkend in het duister te tasten over haar oorsprong en bronnen. Hegel en Barth komen niet in aanmerking. Ik wijs op de betekenis die de theoloog P.D. Chantepie de la Saussaye (1848-1920) gehad kan hebben voor de ontwikkeling van Scholtens denken, zowel inhoudelijk als qua dialectiek. Sommige contemporaine auteurs lijken Scholten schatplichtig te achten aan Kierkegaard; ik acht dat te speculatief. Moderne digitale technologie opent potentieel grote mogelijkheden voor de toepassing van computers en artificiële intelligentie (AI) in de rechtspleging. Scholtens dialectiek stelt ons voor fundamentele rechtsfilosofische vragen ten aanzien van de mogelijkheid en wenselijkheid van ‘rechtspraak door computers’.


Wim Borst
Wim Borst is beleidsadviseur op het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Access_open De tijd van gewortelde vreemdelingen

Een filosofische analyse van tijd en worteling als grond voor verblijfsaanspraken van vreemdelingen

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2019
Trefwoorden migratierecht, vreemdelingen, tijd, identiteit, vanzelfsprekend worden
Auteurs Martijn Stronks
Samenvatting

    In dit artikel wordt langs wijsgerige weg de verhouding tussen tijd, identiteit en het verlenen van (sterkere) verblijfsaanspraken aan migranten onderzocht en verhelderd door een nieuwe betekenis van de term worteling voor te stellen. Want wat is worteling nu eigenlijk? Het is de relatie tussen menselijke tijd, worteling en het migratierecht die in dit artikel filosofisch wordt uitgediept. Dit om te verklaren waarom we in het migratierecht vreemdelingen in het algemeen na verloop van tijd sterkere aanspraken verlenen. In dit artikel wordt betoogd dat het verblijf van vreemdelingen op het grondgebied ervoor zorgt dat hun leven aldaar na verloop van tijd een vanzelfsprekend onderdeel uitmaakt van hun identiteit, en van het leven van anderen. Het is dit vanzelfsprekend worden van mensen door de tijd dat de grond is voor het bestaan van formele tijdscriteria voor insluiting in het migratierecht.


Martijn Stronks
Artikel

Access_open Positieve uitlokking van ethisch hacken

Een onderzoek naar responsible-disclosurebeleid

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2017
Trefwoorden ethical hacking, responsible disclosure, positive incitement, negative incitement, intrinsic desirability
Auteurs Karel Harms
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution, the Dutch government’s acceptance of ethical hacking, by implementing a policy of responsible disclosure, is considered to be a beneficent development. Ethical hacking contributes to cybersecurity and is intrinsically desirable. The term positive incitement is proposed to describe the relatively new phenomenon of encouraging ethical hacking. Positive incitement will be analysed by making a comparison to the Dutch toleration policy regarding soft drugs, and to incitement by law enforcement. Positive incitement should not change into negative incitement, which would result in a serious breach of the rights of ethical hackers. Furthermore, it is argued that the intrinsic value of ethical hacking can justify searching for vulnerabilities in systems of organisations who do not approve of this in advance.


Karel Harms
Karel Harms studeert aan de Rijksuniversiteit Groningen en volgt de master Rechtswetenschappelijk onderzoek.
Artikel

Access_open Schade in de virtuele wereld: de casus virtuele grooming

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Virtuele grooming, Schade, Strafbaarstelling, Uitlokverbod
Auteurs Jeroen ten Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    As part of a package of legislative measures concerning cybercrime, the Dutch State Secretary for Security and Justice proposes to criminalize virtual grooming, that is the grooming of a person of minor age who, for example, does only exist as an online creature. The legislator’s principle argument for criminalization is based on the harm principle. This article examines the possibility of founding the criminalization of virtual grooming on this principle.


Jeroen ten Voorde
Jeroen ten Voorde is bijzonder hoogleraar strafrechtsfilosofie (leerstoel Leo Polak) aan de Rijksuniversiteit Groningen en universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Filosofie in de rechtszaal

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2017
Trefwoorden rechtsfilosofie, politiek proces, onverdraagzaamheid, Wilders II
Auteurs Bert van Roermund
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van het optreden van Paul Cliteur in het Wilders II-proces rijst de vraag hoe de inzet van een rechtsgang zich verhoudt tot de eigen aard van de filosofie. Aan de ene kant vertolkt filosofie precies dat register van waarheid dat in het recht aan de orde is. Aan de andere kant is die vertolking zo oneindig open dat ze strijdt met het gesloten karakter van het recht als een proces dat conflicten moet beëindigen door gezagvolle beslissingen. Socrates’ optreden in zijn eigen proces toont aan: de slechtste dienst die de filosofie het recht kan bewijzen, is het verlengstuk te worden van het positieve recht en zich bij voorbaat beschikbaar te stellen als een vindplaats van argumenten wanneer de juridische argumenten op zijn. De slotparagraaf argumenteert dat Cliteur deze socratische les terzijde legt. Als gevolg daarvan geeft hij een geforceerde lezing van het Felter-arrest en mist hij de kern van het begrip ‘onverdraagzaamheid’.


Bert van Roermund
Bert van Roermund is professor emeritus aan Tilburg Law School.
Artikel

Access_open Over verplichte excuses en spreekrecht

Wat is er mis met empirisch-juridisch onderzoek naar slachtoffers?

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2017
Trefwoorden empirical legal studies, apologies, procedural justice, humiliation, victim rights
Auteurs Vincent Geeraets en Wouter Veraart
SamenvattingAuteursinformatie

    The central question in this article is whether an empirical-legal approach of victimhood and victim rights could offer a sufficient basis for proposals of legal reform of the legal system. In this article, we choose a normative-critical approach and raise some objections to the way in which part of such research is currently taking place in the Netherlands, on the basis of two examples of research in this field, one dealing with compelled apologies as a possible remedy within civil procedural law and the other with the victim’s right to be heard within the criminal legal procedure. In both cases, we argue, the strong focus on the measurable needs of victims can lead to a relatively instrumental view of the legal system. The legal system must then increasingly be tailored to the wishes and needs of victims. Within this legal-empirical, victim-oriented approach, there is little regard for the general normative principles of our present legal system, in which an equal and respectful treatment of each human being as a free and responsible legal subject is a central value. We argue that results of empirical-legal research should not too easily or too quickly be translated into proposals for legal reform, but first become part of a hermeneutical discussion about norms and legal principles, specific to the normative quality of legal science itself.


Vincent Geeraets
Vincent Geeraets is universitair docent aan de afdeling Rechtstheorie en rechtsgeschiedenis van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Wouter Veraart
Wouter Veraart is hoogleraar rechtsfilosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open De nominalistische theorie van de rechtssubjecten

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2017
Trefwoorden rechtssubject, natuurlijk persoon, rechtspersoon, staat, orgaan
Auteurs Robert Jan Witpaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel presenteer ik een nieuwe ‘nominalistische’ theorie van de rechtssubjecten en laat ik zien waarom geen van de tot nu gepresenteerde theorieën de toets der kritiek kan doorstaan. Het artikel valt uiteen in een constructief en een kritisch deel. In het constructieve deel presenteer ik eerst de nominalistische theorie van de rechtssubjecten. Deze theorie richt zich op de persoonlijke elementen van het rechtssysteem en begrijpt rechtspersonen en organen als namen die uitsluitend bestaan binnen het rechtssysteem. In het kritische deel presenteer ik vervolgens een overzicht van de tot nu toe verdedigde theorieën van de rechtspersoon. Het gaat daarbij respectievelijk om de sociaal-biologische of organische leer, de sociologische leer, de sociologisch-juridische leer, de fictieleer en de leer van het (gepersonifieerde) normencomplex. Aan de hand van enkele algemeen geaccepteerde kenmerken van de rechtspersoon laat ik ten slotte zien waarom geen van deze alternatieve theorieën de toets der kritiek kan doorstaan.


Robert Jan Witpaard
Mr. dr. Robert Jan Witpaard is jurist bij de Afdeling Verdragen van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Artikel

Access_open Terug naar het begin: Een onderzoek naar het principe van constituerende macht

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2015
Trefwoorden constituent power, legitimacy, representation, collective action, ontology
Auteurs Nora Timmermans Ph.D.
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel argumenteer ik dat er twee mogelijke invullingen zijn voor het principe van constituerende macht. De eerste mogelijkheid is deze van de klassieke basisveronderstelling van de constitutionele democratie, namelijk dat de gemeenschap zelf vorm kan en moet geven aan de fundamentele regels die die gemeenschap beheersen. Hans Lindahl maakt een interessante analyse van deze traditionele invulling, die ik kritisch zal benaderen. Lindahl heeft immers zelf scherpe kritiek op de invulling die Antonio Negri aan het concept constituerende macht geeft. Mijn interpretatie gaat er echter van uit dat Negri een fundamenteel andere inhoud geeft aan het principe van constituerende macht, waarbij constituerende macht niet alleen wordt losgemaakt van het constitutionalisme, maar meer algemeen van elk rechtssysteem en zelfs van elke vorm van finaliteit. Deze argumentatie werpt een nieuw licht op het debat rond Negri’s theorie van constituerende macht, waarin diens meest fundamentele uitgangspunt vaak over het hoofd wordt gezien.


Nora Timmermans Ph.D.
Nora Timmermans is Master in Philosophy and currently a Ph.D. Student.

    I will argue that it is possible to give a neutral or antiperfectionist legitimation for state support for religion, which I consider a perfectionist good that is not in the common interest. I will argue that state support for perfectionist goods (and thus also for religion) can, in some circumstances and under certain conditions, be allowed as a second-best option in order to guarantee an adequate range of valuable options to choose among - and this range of options is a necessary condition for autonomy. Subsequently, I will argue that the bottom line - which is also the limit - for support is a sufficient range of valuable options. Furthermore, I will argue that state support for religion is only allowed if there is a democratic consensus about the value of that particular perfectionist good. Finally, I will claim that state support for religion is only allowed under certain conditions.


Leni Franken
Leni Franken is als doctor-assistente verbonden aan het Centrum Pieter Gillis (Universiteit Antwerpen), waar zij levensbeschouwing doceert in de faculteiten Rechten en Toegepaste Ingenieurswetenschappen.

    In this article, we inquire the merits of criminalizing blasphemy. We argue that religious views do not warrant a separate treatment compared to nonreligious ones. In addition, freedom of speech must be balanced against the interest of those who may be aggrieved by blasphemous remarks. We conclude that penalizing blasphemy is undesirable. It is fortunate, in that light, that acts of blasphemy have recently been decriminalized in The Netherlands by removing blasphemy as an offense from the Criminal Code. Still, other provisions appear to leave enough room to reach the same result, making the removal a possibly virtually aesthetic change. In the international context, it would be regrettable for The Netherlands to forgo the opportunity to take a leading role.


Jasper Doomen
Jasper Doomen is verbonden als docent/onderzoeker aan de afdeling Encyclopedie van de Rechtswetenschap van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden.

Mirjam van Schaik
Mirjam van Schaik is verbonden als docent/onderzoeker aan de afdeling Encyclopedie van de Rechtswetenschap van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Private law as an open legal order: understanding contract and tort as interactional law

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2014
Trefwoorden contract law, Fuller, informal law, pragmatism, rules versus standards
Auteurs Prof Sanne Taekema PhD
SamenvattingAuteursinformatie

    This article puts forward the claim that private law, and especially contract and tort, is the area of law that most clearly shows how law depends on social interactions. Taking its cue from Lon Fuller, interactional law is presented as a form of law that depends on informal social practices. Using tort and contract cases, it is argued that this implies that law is in open connection to moral norms and values, and that law cannot be understood without taking into account people’s everyday reciprocal expectancies.


Prof Sanne Taekema PhD
Sanne Taekema is Professor of Jurisprudence, Erasmus School of Law, Erasmus University of Rotterdam. Her current research is oriented to the rule of law in a global context and to methodological and conceptual issues pertaining to interdisciplinary rule of law.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.