Zoekresultaat: 12 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving x Jaar 2019 x Rubriek Article x
Artikel

De handhaving van Amerikaans sanctierecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2019
Trefwoorden sancties, OFAC, extraterritorialiteit, schikkingen, Verenigde Staten van Amerika
Auteurs Mr. Y. Amar en Mr. S. Bennink
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beschrijft de effectiviteit van het Amerikaanse sanctierecht en de gevolgen daarvan voor de rechtsontwikkeling en wereldwijde sanctiecompliance. Amerikaans sanctierecht kent een vergaande extraterritoriale werking. De handhaving daarvan loopt voorop in de wereld. Deze vindt plaats middels een combinatie van hoge boetes en boeteverlaging bij vrijwillige inkeer. Dit maakt het Amerikaanse sanctierecht uiterst effectief, maar het heeft ook evidente negatieve aspecten. Dit artikel gaat op beide aspecten in.


Mr. Y. Amar
Mr. Y. Amar is advocaat bij Wladimiroff Advocaten te Den Haag.

Mr. S. Bennink
Mr. S. Bennink is advocaat bij Wladimiroff Advocaten te Den Haag.
Artikel

Het zwijgrecht van de rechtspersoon: effectief in te zetten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2019
Trefwoorden zwijgrecht, rechtspersoon, verdachte, cautie, 6 EVRM
Auteurs Mr. E. de Witte
SamenvattingAuteursinformatie

    Naast een natuurlijk persoon, kan ook een rechtspersoon als verdachte worden aangemerkt. Iedere verdachte, dus ook een rechtspersoon, kan gebruikmaken van het hem toekomende zwijgrecht. Voor de opsporingsfase is echter niet wettelijk geregeld welke natuurlijke persoon het zwijgrecht van de rechtspersoon feitelijk kan inroepen.
    Het horen van bestuurders en overige (ex-)werknemers als bijvoorbeeld getuige of (mede)verdachte in het strafrechtelijk onderzoek naar de verdachte rechtspersoon, kan de rechtspersoon ernstig benadelen in het effectief kunnen uitoefenen van het hem toekomende zwijgrecht.


Mr. E. de Witte
Mr. E. de Witte was ten tijde van het schrijven van dit artikel werkzaam bij Knoops’ advocaten te Amsterdam. Thans werkt zij bij Van Bavel Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Sanctieregelgeving en Wwft: same same, but different!

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Sanctiewet 1997, Wwft, compliance, strategische goederen, sancties
Auteurs Mr. T.J. Kodrzycki en Mr. J.G. Geertsma
SamenvattingAuteursinformatie

    Een deugdelijk complianceprogramma is verplicht onder de Wwft en de Sanctiewet 1977 en draagt bij aan risicobeheersing van strafvervolging. Onder de Sanctiewet 1977 zien we in recente jaren een toename in strafrechtelijke vervolging en veroordeling. Onderzocht wordt een aantal verschillen en overeenkomsten in de eisen die toezichthouders stellen aan complianceprogramma’s ten aanzien van de Wwft en de Sanctiewet 1977. Overlap wordt geconstateerd ten aanzien van geliste landen, meldplichten aan toezichthouders, identificeren van UBO’s, onderzoek naar cliënten/zakelijke relaties/transacties, identificeren van PEP’s. De Wwft en Sanctiewet 1977 gaan uit van verschillende normenkaders: risk based (Wwft) en rule based (Sanctiewet 1977).


Mr. T.J. Kodrzycki
Mr. T.J. Kodrzycki is advocaat bij JahaeRaymakers.

Mr. J.G. Geertsma
Mr. J.G. Geertsma is advocaat-partner bij JahaeRaymakers.
Artikel

Overbrugging van procedurele breuklijnen bij een integrale aanpak van criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden (de keuze voor een) handhavingsstelsel, ne bis in idem, Integrale aanpak, Bewijsvergaring, vormverzuimen
Auteurs Prof. mr. dr. M.F.H. Hirsch Ballin
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid zet in op een ‘integrale aanpak’ van ondermijning, terrorisme, cybercrime en financieel-economische criminaliteit. Die integrale aanpak heeft ook belangrijke procedurele gevolgen. Tegelijkertijd of achtereenvolgens worden bevoegdheden ingezet die worden genormeerd in verschillende rechtsgebieden. Het door deze bevoegdheden vergaarde materiaal wordt bovendien onderling gedeeld en gebruikt voor andere bevoegdheden. Door de betrokkenheid van meerdere rechtsgebieden en door die rechtsgebieden gescheiden te blijven benaderen, is sprake van procedurele breuklijnen die af doen aan daadwerkelijke integratie en aan de waarborgfunctie van het recht. Niet een duidelijkere keuze tussen handhavingsstelsels is de route naar overbrugging, maar het bereiken van overeenstemming over de grondbeginselen die aan de normering ten grondslag liggen.


Prof. mr. dr. M.F.H. Hirsch Ballin
Prof. mr. dr. M.F.H. (Marianne) Hirsch Ballin is hoogleraar Straf- en strafprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open Strafzaken in het overzeese deel van het Koninkrijk

Enkele praktische aspecten en verschillen met Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden verlofstelsel, Gemeenschappelijk Hof van Justitie, Gerecht in eerste aanleg, Hoger beroep, herziening
Auteurs Prof. mr. dr. G.G.J.A. Knoops
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse advocaat die in het overzeese deel van het Koninkrijk wil optreden en daarvoor verlof heeft gekregen van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, ziet zich gesteld voor een aantal juridische en praktische verschillen tussen de rechtsgang aldaar en hier in Nederland. In dit artikel zijn daarvan enkele voorbeelden gegeven, maar er bestaan uiteraard nog meer verschillen die van belang zijn voor het voeren van de verdediging. Het is dan ook van belang dat de Nederlandse advocaat die in het overzeese deel van het Koninkrijk gaat optreden, zich van tevoren terdege vergewist van deze verschillen en op dit gebied zal samenwerken met een lokale advocaat.


Prof. mr. dr. G.G.J.A. Knoops
Prof. mr. dr. G.G.J.A. Knoops is advocaat bij Knoops’ advocaten te Amsterdam en is als bijzonder hoogleraar politiek van het internationale recht verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Buitengerechtelijke afdoening van financieel-economische strafzaken op Curaçao

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Buitengerechtelijke afdoening, Transactie, Curaçao, Openbaar Ministerie, Fraudezaken
Auteurs Mr. D.S. Schreuders en mr. N. Van der Voort
SamenvattingAuteursinformatie

    Transacties met het OM in financieel-economische en fraudezaken op Curaçao volgen grotendeels dezelfde procedure als Nederlandse strafzaken op het gebied van fraude en kennen dezelfde uitgangspunten en kenmerken. Toch zijn er ook verschillen tussen de transactieregelingen in Nederland en in Curaçao. In deze bijdrage wordt een beschrijving gegeven van de wijze van afdoening buiten de rechter om van financieel-economische strafzaken en fraudezaken, zoals die op Curaçao plaats kan vinden. Het artikel beoogt tevens (mede op basis van praktijkervaringen) inzicht te geven in dit sluitstuk van de strafrechtspleging vanuit een rechtsvergelijkend perspectief ten opzichte van Nederland. Met het oog op het komende Caribische Wetboek van Strafvordering en de modernisering van het Nederlandse Wetboek van Strafvordering is het immers buitengewoon interessant om de verdere ontwikkelingen in de schikkingspraktijk van het OM Curaçao en de overige overzeese gebiedsdelen de komende tijd scherp in de gaten te houden.


Mr. D.S. Schreuders
Mr. D.S. Schreuders is partner bij Simmons & Simmons Amsterdam, Crime Fraud & Investigations.

mr. N. Van der Voort
Mr. N. van der Voort is advocaat bij Simmons & Simmons Amsterdam, Crime Fraud & Investigations.
Artikel

Geef mij toegang tot uw smartphone!

Een zoektocht naar de wettelijke grondslag van de gedwongen biometrische ontgrendeling van de smartphone

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Smartphone, (biometrische) ontgrendeling, Legaliteitsbeginsel, Privacy, Vingerafdruk
Auteurs Mr. W. Albers, Mr. T. Beekhuis en Mr. C.M. Taylor Parkins-Ozephius
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit een aantal vonnissen blijkt dat rechters zoekende zijn naar de wettelijke grondslag voor de gedwongen biometrische ontgrendeling van een smartphone. Zo worden de artikelen 3 Pw en 141/142 Sv, artikel 94 Sv e.v. en artikel 61a Sv genoemd. Deze bijdrage gaat nader in op deze bepalingen om inzicht te geven, mede in het licht van artikel 1 Sv en artikel 8 EVRM, in de zoektocht van de rechters. Gepoogd wordt een antwoord te geven op de vraag welke de meest aangewezen grondslag is voor deze wijze van ontgrendeling.


Mr. W. Albers
Mr. W. (Willemijn) Albers is docent Straf(proces)recht bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen aan de Universiteit Utrecht.

Mr. T. Beekhuis
Mr. T. (Tekla) Beekhuis is promovenda bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht.

Mr. C.M. Taylor Parkins-Ozephius
Mr. C.M. (Celine) Taylor Parkins-Ozephius is docent Straf(proces)recht bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Bestuurlijke aanpak van ondermijning: ervaringen in Nederland en het buitenland

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Openbare orde, Ondermijning, Bestuurlijke aanpak, Handhaving, Bestuursrecht
Auteurs Prof. dr. A.C.M. Spapens
SamenvattingAuteursinformatie

    Een bestuurlijke aanpak van ondermijnende criminaliteit, al dan niet als onderdeel van een integrale aanpak, is in Nederland inmiddels gemeengoed. Toch bestaan er nog volop misverstanden over, die ook aanleiding geven tot niet altijd terechte kritiek. Het handhavingsinstrumentarium waarop deze aanpak is gebaseerd vinden we in alle landen terug. De mate waarin het wordt toegepast om (zware en georganiseerde) misdaad te bestrijden verschilt echter, al naar gelang de aard, ernst en de historie van die problematiek. Een bestuurlijke aanpak is een manier om hogere drempels op te werpen voor criminele bedrijfsprocessen, maar is geen afzonderlijk alternatief voor het strafrecht.


Prof. dr. A.C.M. Spapens
Prof. dr. A.C.M. Spapens is hoogleraar criminologie aan Tilburg University.
Artikel

Afstand of nabijheid?

Publiek-private relaties rondom normovertredend gedrag van werknemers

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Publiek-private samenwerking, Werknemerscriminaliteit, Particuliere opsporing, Particulier onderzoek
Auteurs Dr. C.A. Meerts
SamenvattingAuteursinformatie

    Private veiligheid staat in de belangstelling. Hierbij richt de belangstelling zich dan vooral op de rol die private actoren kunnen spelen in het beheersen van (publieke) veiligheidsvraagstukken in het kader van publiek-private samenwerking. Inmiddels bestaat er een robuuste basis aan empirisch en theoretisch werk over publiek-private verhoudingen in het veiligheidsdomein. Dit werk is echter vooral gefocust op private veiligheid. In dit artikel wordt er gekeken naar private opsporing en de verhoudingen tussen deze private actoren en het strafrechtelijk systeem. Op basis van een aantal interessante kenmerken van de private onderzoeksmarkt pleit dit artikel voor een frisse benadering van publiek-private contacten.


Dr. C.A. Meerts
Dr. C.A. Meerts is universitair docent bij de sectie criminologie, afdeling strafrecht en criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Risico’s op witwassen via virtuele valuta in Nederland geregeld?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Witwassen, Virtuele valuta (bitcoins), NRA witwassen, Wwft, Vijfde anti-witwasrichtlijn
Auteurs Mr. L.M. de Zeeuw en Drs. R. Bastiaan RA
SamenvattingAuteursinformatie

    Door het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie is nieuwe wetgeving aangenomen om witwassen en terrorismefinanciering te voorkomen ten aanzien van wisselplatforms voor virtuele valuta en aanbieders van bewaarportemonnees. De afspraken maken deel uit van een grotere set aan maatregelen tegen financiële criminaliteit en belastingontduiking.
    In dit artikel wordt besproken in hoeverre het risico op witwassen via virtuele valuta in Nederland adequaat wordt beheerst en of de aangenomen maatregelen van de EU hiervoor voldoende zijn.


Mr. L.M. de Zeeuw
Mr. L.M. de Zeeuw is accountmanager witwasbestrijding bij het Anti Money Laundering Centre (AMLC), FIOD.

Drs. R. Bastiaan RA
Drs. R. Bastiaan RA is projectleider witwasbestrijding bij het Anti Money Laundering Centre (AMLC), FIOD.
Artikel

Verkoop van schadelijke waren

De ‘toepassing’ van artikel 174 Wetboek van Strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Schadelijkheid, Opzet, Waren, 174 Sr, Gezondheid
Auteurs Mr. H.J. Gerrits
SamenvattingAuteursinformatie

    De verkoop van schadelijke waren. Wanneer kan worden gesproken van schadelijkheid als bedoeld in 174 Sr en hoe moet het bestanddeel opzet worden gezien bij dit misdrijf? Vanaf het begin van de 21e eeuw lijkt de rechtspraak in ieder geval steeds meer in lijn te komen met de oorspronkelijke bedoeling van de wetgever. Dit gebeurt door van algemene bekendheid te verklaren wat schadelijk is voor het leven en de gezondheid. De door de wetgever beoogde bescherming van niet-deskundige consumenten tegen behendige handelaren komt verder tot uitdrukking in een ruim toepassingsbereik zoals ontwikkeld in de rechtspraak.


Mr. H.J. Gerrits
Mr. H.J. Gerrits is als jurist werkzaam bij de Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Access_open De immuniteit van de feitelijk leidinggever na NJ 2018/134 (Stichtse Vecht)

Een analyse in het licht van de uit artikel 2 EVRM voortvloeiende positieve verplichtingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Feitelijk leidinggeven, Exclusieve bestuurstaak, Stichtse Vecht, Pikmeer, Immuniteit
Auteurs Mr. dr. M.J. Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van de Pikmeerjurisprudentie deelt de feitelijk leidinggever in de immuniteit van het openbare lichaam waaraan deze is verbonden. In de literatuur wordt ten onrechte aangenomen dat die immuniteit onverenigbaar is met de Straatsburgse positieve verplichtingen-rechtspraak. Deze rechtspraak verplicht enkel tot vervolging indien de betrokken overheidsfunctionaris een wezenlijk persoonlijk verwijt wegens dood door schuld kan worden gemaakt. In alle gevallen waarin deze aansprakelijkheidsdrempel is gehaald, kan de immuniteit eenvoudig worden omzeild door de betrokkene uit hoofde van ‘eigen daderschap’ te vervolgen. Alleen voor minder ernstige gevallen blijft de immuniteit overeind, maar in die situaties bestaat geen verplichting tot vervolging.


Mr. dr. M.J. Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is werkzaam bij de afdeling Juridische Zaken van de Autoriteit Financiële Markten.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.