Zoekresultaat: 4 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving x Rubriek Article x
Artikel

Over autonome auto’s, een bestuurderloze toekomst en nieuwe risico’s

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2020
Trefwoorden bestuurder, autonome auto, hacken, cybersecurity, zelfrijdende auto
Auteurs Mr. dr. N.E. Vellinga
SamenvattingAuteursinformatie

    De komst van volledig zelfrijdende of autonome auto’s doet vele juridische vragen rijzen doordat zelfrijdende auto’s geen bestuurder hebben. Deze vragen rijzen onder meer ten aanzien van de toepassing van bepalingen van het RVV 1990 en de WVW 1994 die de bestuurder als normadressaat hebben. Daarnaast komen aspecten van cybersecurity aan bod in dit artikel. Er wordt in deze bijdrage onder meer een voorstel tot wijziging van artikel 6 WVW 1994 gedaan, om zo te voorzien in een bestuurderloze toekomst.


Mr. dr. N.E. Vellinga
Mr. dr. N.E. Vellinga is postdoc bij de vakgroep Transboundary Legal Studies aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Wetgeving straf- en strafprocesrecht in Aruba, Curaçao en Sint Maarten

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Caribisch, Antillen, Wetgeving, Strafrecht, Strafprocesrecht
Auteurs Mr. J.H.J. Verbaan en mr. B.A. Salverda
SamenvattingAuteursinformatie

    In de voormalige Nederlandse Antillen en Aruba is al enige tijd een herziening gaande van het straf- en strafprocesrecht. Onlangs is door de commissie herziening Wetboek van Strafvordering een vernieuwd concept aangeboden aan de ministers van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten. In dit artikel wordt de huidige stand van zaken van de strafwetgeving en de wetgeving op het gebied van het strafprocesrecht weergegeven. In het artikel is betoogd een snelle invoering van het vernieuwde strafprocesrecht wenselijk en noodzakelijk is. Ook voor de invoering van het strafprocesrecht geldt het beginsel ‘lites finiri oportet’.


Mr. J.H.J. Verbaan
Mr. J.H.J. Verbaan is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. In die hoedanigheid maakt hij ook deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. De Doelder. Dit projectteam heeft bijstand verleend bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht, alsmede de herziening van het Caribisch Wetboek van Strafvordering. Momenteel draagt hij bij aan het proces van invoering van het Wetboek van Strafvordering en bijbehorende uitvoeringswetgeving.

mr. B.A. Salverda
Mr. B.A. Salverda is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. In die hoedanigheid maakt zij ook deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. De Doelder. Dit projectteam heeft bijstand verleend bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht, alsmede de herziening van het Caribisch Wetboek van Strafvordering. Momenteel draagt zij bij aan het proces van invoering van het Wetboek van Strafvordering en bijbehorende uitvoeringswetgeving.
Artikel

Access_open De immuniteit van de feitelijk leidinggever na NJ 2018/134 (Stichtse Vecht)

Een analyse in het licht van de uit artikel 2 EVRM voortvloeiende positieve verplichtingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Feitelijk leidinggeven, Exclusieve bestuurstaak, Stichtse Vecht, Pikmeer, Immuniteit
Auteurs Mr. dr. M.J. Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van de Pikmeerjurisprudentie deelt de feitelijk leidinggever in de immuniteit van het openbare lichaam waaraan deze is verbonden. In de literatuur wordt ten onrechte aangenomen dat die immuniteit onverenigbaar is met de Straatsburgse positieve verplichtingen-rechtspraak. Deze rechtspraak verplicht enkel tot vervolging indien de betrokken overheidsfunctionaris een wezenlijk persoonlijk verwijt wegens dood door schuld kan worden gemaakt. In alle gevallen waarin deze aansprakelijkheidsdrempel is gehaald, kan de immuniteit eenvoudig worden omzeild door de betrokkene uit hoofde van ‘eigen daderschap’ te vervolgen. Alleen voor minder ernstige gevallen blijft de immuniteit overeind, maar in die situaties bestaat geen verplichting tot vervolging.


Mr. dr. M.J. Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is werkzaam bij de afdeling Juridische Zaken van de Autoriteit Financiële Markten.
Artikel

Het medische beroepsgeheim: Heilige huisjes en juridische fictie

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Medische beroepsgeheim, Veronderstelde toestemming, Conflict van plichten, Zeer bijzondere omstandigheden, Dood
Auteurs Prof. mr. dr. W.L.J.M. Duijst en mr. drs. M.E.B. Morsink
SamenvattingAuteursinformatie

    Wanneer wordt gesproken over het medische beroepsgeheim dan worden termen gebruikt die een geheel eigen leven zijn gaan leiden. Termen als ‘veronderstelde toestemming’, ‘conflict van plichten en ‘zeer bijzondere omstandigheden’, leiden zelden tot discussie. Wanneer deze termen nader worden beschouwd zijn zij uitermate onduidelijk en juridisch niet of nauwelijks houdbaar.


Prof. mr. dr. W.L.J.M. Duijst
Prof. mr. dr. W.L.J.M. Duijst is hoogleraar forensische geneeskunde en gezondheidsstrafrecht aan de Universiteit Maastricht.

mr. drs. M.E.B. Morsink
mr. drs. M.E.B. Morsink is SEH-arts KNMG in het Radboudumc in Nijmegen.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.