Zoekresultaat: 47 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x
Artikel

Access_open Toegang tot het recht in de rechtsstaat

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2021
Trefwoorden rechtsstaat, toegang tot het recht, sociale dimensie, Nicholas Barber, Pierre Bourdieu
Auteurs Nathalie Franziska Hendrika Schnabl
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper considers access to the rule of law as a requirement for the well-functioning of the rule of law in society. In most rule of law debates, access to the rule of law is not a topic of discussion because these scholars focus themselves solely on the legalistic dimension of the rule of law. Barber was the first to mention the social dimension explicitly but without a theoretical framework. Based on the three capitals of Bourdieu, this paper offers a framework to determine the elements of the social dimension. With these capitals, barriers to the access to the rule of law for individuals can be identified, and solutions can be offered.


Nathalie Franziska Hendrika Schnabl
Nathalie Schnabl is promovenda aan de Faculteit Rechtswetenschappen van de Open Universiteit.
Artikel

Access_open De berechting binnen een redelijke termijn

Een empirisch onderzoek naar doorlooptijden in handelszaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2020
Trefwoorden redelijke termijn, doorlooptijden
Auteurs Remme Verkerk, Frans van Dijk en Dewy Pistora
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel betreft een empirisch onderzoek naar de doorlooptijden in civiele zaken. Het gaat in op de categorie van zaken die te kampen hebben met de langste doorlooptijden: handelszaken met een belang van boven de € 1 miljoen. Van honderd van dergelijke zaken zijn de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep nader bestudeerd en is het procesverloop in kaart gebracht. Het onderzoek maakt inzichtelijk welke tijd is gemoeid met de afzonderlijke stappen in de procedure.


Remme Verkerk
Mr. dr. R.R. Verkerk is werkzaam als cassatieadvocaat bij Houthoff en als hoofddocent burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Utrecht.

Frans van Dijk
Dr. F. van Dijk is werkzaam als hoogleraar empirische analyse van rechtssystemen aan de Universiteit Utrecht. Hij is tevens verbonden aan de Raad voor de rechtspraak.

Dewy Pistora
D. Pistora is onderzoeksassistent aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Coronacrisis en rechtspleging

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Corona crisis, judiciary, ICT, Court delay, Trias politica
Auteurs Dr. Frans van Dijk en Mr. dr. Eddy Bauw
SamenvattingAuteursinformatie

    Four phases of the Corona crisis are distinguished: a first acute phase, the gradual transition to a new normal, the economic downturn and the long run. The article describes what happened in the courts in the first and in the beginning of the second phase, and what is subsequently likely to happen. In the acute phase the court buildings shut down, and adjudication came largely to a halt. The courts were late in opening up, and as a result backlogs of, in particular, criminal cases increased. The courts extended their use of digital tools (e.g. tele-hearings) that, while allowing cases to proceed, did not fully protect the rights of parties. While so far the volume of commercial cases and bankruptcies has not increased, a (rapid) increase is inevitable. Contract breach will be wide spread, and will give rise to fundamental legal issues. For economic recovery it is essential that the courts give clear and consistent guidance in these matters quickly. This requires the courts to reduce the currently long duration of civil cases, and to use the available procedures to get expeditious decisions of the Supreme Court. The courts will also need to develop their ICT-instruments rapidly to guarantee the rights of parties. After a difficult first phase, the courts now face the challenge to effectively guide society through the Corona crisis and its aftermath, and thereby play its role in the trias politica.


Dr. Frans van Dijk
Frans van Dijk is professor Empirische analyse van rechtssystemen, Montaigne Centrum voor rechtsstaat en rechtspleging, Universiteit Utrecht en adviseur van de Raad voor de rechtspraak. Zijn huidige onderzoek gaat over percepties van rechterlijke onafhankelijkheid, fouten in rechterlijke besluitvorming en de rol van de rechtspraak in de economie. Hij heeft enquêtes onder rechters en advocaten georganiseerd voor het Europees Netwerk van Raden voor de rechtspraak.

Mr. dr. Eddy Bauw
Eddy Bauw is hoogleraar Privaatrecht en rechtspleging. Voorzitter van het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en programmaleider van het Montaigne Centrum voor rechtsstaat en rechtspleging. Raadsheer-plaatsvervanger gerechtshof Den Haag. Zijn recente onderzoek richt zich op de thema’s collectieve actie, massaschade, rechtspleging en conflictoplossing.
Artikel

Access_open Naar een toekomstbestendig compensatiesysteem voor verkeersongevallen

Over zelfrijdende auto’s, herstelgerichte schadeafwikkeling en de mogelijkheden van een systeem van directe schadeverzekering

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2020
Trefwoorden zelfrijdende auto, herstelgerichte schadeafwikkeling, procedurele rechtvaardigheid, directe verzekering, WA-direct
Auteurs Mr. dr. K.A.P.C. van Wees en Prof. mr. dr. A.J. Akkermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Nieuwe ontwikkelingen, zoals de opkomst van de zelfrijdende auto en het groeiende inzicht in het anti-therapeutische effect van de afwikkeling van letselschade, leiden tot het hernieuwd overdenken van ons compensatiesysteem voor verkeersongevallen. Het Verbond van Verzekeraars begint in 2021 met WA-direct, een eerste innovatieve stap, nog op basis van het huidige aansprakelijkheidsrecht maar met het oog op meer. In dit artikel worden deze ontwikkelingen besproken en met elkaar in verband gebracht. De mogelijkheden van een stelsel van directe schadeverzekering worden vergeleken met die van het aansprakelijkheidsrecht en WA-direct.


Mr. dr. K.A.P.C. van Wees
Mr. dr. K.A.P.C. van Wees is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Law and Behavior Institute (A-LAB).

Prof. mr. dr. A.J. Akkermans
Prof. mr. dr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en directeur van het Amsterdam Law and Behavior Institute (A-LAB).
Artikel

De rol van de kantonrolzitting; meer (van maken) dan een administratieve bijeenkomst

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden rolzitting, kantonrechtspraak, mondeling antwoord, regievoering, toegankelijkheid
Auteurs Kim van der Kraats
SamenvattingAuteursinformatie

    Op de rolzitting in kantonzaken kunnen gedaagden verschijnen om mondeling verweer te voeren. Die rolzitting zou het visitekaartje moeten worden van de Rechtspraak (juist) voor gedaagden die minder zelfredzaam zijn. Om dit te bewerkstelligen moet de rolzitting worden gedaan door een kantonrechter (zoals ook in de wet vastgelegd), moet die rechter zijn regierol pakken (zodat de interne toegankelijkheid van de procedure toeneemt en aan waarheidsvinding wordt gedaan) en moeten (de gemachtigden van) eisers worden betrokken bij de rolzitting (zodat beter aan de verwachtingen van gedaagde tegemoet wordt gekomen en de procedure aan snelheid kan winnen).


Kim van der Kraats
Mr. dr. K.G.F. van der Kraats is (kanton)rechter in de rechtbank Overijssel.
Artikel

De Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging nader beschouwd

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden burgerlijk procesrecht, experimentenwet, wetgeving
Auteurs Elselique Hoogervorst en Parisa Jahan
SamenvattingAuteursinformatie

    De Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging is geïntroduceerd ter bevordering van een eenvoudige, snelle, effectieve en de-escalerende geschilbeslechting. De wet maakt een scala aan afwijkingen van het reguliere procesrecht mogelijk. Een experimentele procedure wordt opgenomen in een amvb en heeft een tijdelijk karakter van in beginsel maximaal drie jaar. De wetgever heeft een aantal concrete experimenten voor ogen waaronder een experiment met een toegevoegd deskundig lid in een kamer van een rechtbank of hof en een experiment met een nabijheidsrechter. In deze bijdrage bespreken wij de voorgestelde regeling op hoofdlijnen en plaatsen wij een aantal kanttekeningen bij de wet en de voorgestelde experimenten.


Elselique Hoogervorst
Mr. drs. E.M. Hoogervorst is professional support lawyer bij Houthoff Amsterdam.

Parisa Jahan
Mr. P. Jahan is advocaat bij Houthoff Amsterdam.
Artikel

Access_open De WAMCA onder de loep genomen

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2020
Trefwoorden WAMCA, massaschade, wet, afwikkeling, collectieve actie
Auteurs Mr. A.A.L. Oving
SamenvattingAuteursinformatie

    In maart 2019 heeft de Eerste Kamer de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) aangenomen en per 1 januari 2020 is zij in werking getreden. In deze bijdrage bespreekt de auteur welke (procesrechtelijke) wijzigingen de WAMCA met zich brengt, en of de WAMCA de in de praktijk meest voorkomende knelpunten bij het afwikkelen van massaschade ondervangt.


Mr. A.A.L. Oving
Mr. A.A.L. Oving heeft onlangs de master Privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam afgerond en is op dit moment werkzaam als advocaat bij Dentons te Amsterdam.
Artikel

De nabijheidsrechter en maatschappelijk effectieve rechtspraak

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2020
Trefwoorden vrederechter, toegang tot de rechter, verzoening, rechtsvergelijking, pilots
Auteurs Eddy Bauw, Stefaan Voet, Emanuel van Dongen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De wens om te komen tot maatschappelijk effectieve(re) rechtspraak domineert de agenda voor de (civiele) rechtspleging. Er wordt door de gerechten volop geëxperimenteerd met varianten die hiertoe kunnen bijdragen. In een onderzoek van het Montaigne Centrum van de Universiteit Utrecht en de KU Leuven is de praktijk van de vrederechter in Frankrijk en België in kaart gebracht. In deze bijdrage geven de onderzoekers een samenvatting van het onderzoek en de resultaten. Zij zien mogelijkheden de toegankelijkheid en laagdrempeligheid van de eerstelijnsrechtspraak in Nederland te verbeteren: organiseer rechtspraak dichter bij de burger en laat de kantonrechter de rol van nabijheidsrechter vervullen.


Eddy Bauw
Prof. dr. E. Bauw is hoogleraar Privaatrecht en Rechtspleging aan de Universiteit Utrecht.

Stefaan Voet
Prof. dr. S. Voet is hoofddocent aan de KU Leuven en de UHasselt.

Emanuel van Dongen
Mr. dr. E.G.D. van Dongen is universitair docent aan de Universiteit Utrecht.

Jim van Mourik
Mr. J. van Mourik is promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Marc Simon Thomas
Mr. dr. M. Simon Thomas is universitair docent aan de Universiteit Utrecht.

    Na een lange wetsgeschiedenis is op 19 maart 2019 het voorstel voor de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) aangenomen door de Eerste Kamer. De inwerkingtreding van de WAMCA is op korte termijn te verwachten. In deze bijdrage wordt de WAMCA op hoofdlijnen besproken. Tevens worden enkele kritische kanttekeningen en vraagtekens bij deze wet geplaatst.


Carla Klaassen
Prof. mr. C.J.M. Klaassen is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij is lid van de Adviescommissie voor burgerlijk procesrecht.

    In this article Emese von Bóné discusses the main findings of a Netherlands research (report) into the origin and functioning of the Belgian justice de paix and the French juge de proximité, the successor of the French justice de paix. The report also provides avenues how this type of adjudication could be implemented in the Dutch administration of justice.


Emese von Bóné
Emese von Bóné is als rechtshistorica verbonden aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit te Rotterdam.
Article

Access_open Commercial Litigation in Europe in Transformation: The Case of the Netherlands Commercial Court

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2019
Trefwoorden international business courts, Netherlands Commercial Court, choice of court, recognition and enforcements of judgements
Auteurs Eddy Bauw
SamenvattingAuteursinformatie

    The judicial landscape in Europe for commercial litigation is changing rapidly. Many EU countries are establishing international business courts or have done so recently. Unmistakably, the approaching Brexit has had an effect on this development. In the last decades England and Wales – more precise, the Commercial Court in London - has built up a leading position as the most popular jurisdiction for resolving commercial disputes. The central question for the coming years will be what effect the new commercial courts in practice will have on the current dominance of English law and the leading position of the London court. In this article I address this question by focusing on the development of a new commercial court in the Netherlands: the Netherlands Commercial Court (NCC).


Eddy Bauw
Professor of Private Law and Administration of Justice at Molengraaff Institute for Private Law and Montaigne Centre for Rule of Law and Administration of Justice, Utrecht University. Substitute judge at the Court of Appeal of Arnhem-Leeuwarden and the Court of Appeal of The Hague.
Article

Access_open Requirements upon Agreements in Favour of the NCC and the German Chambers – Clashing with the Brussels Ibis Regulation?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2019
Trefwoorden international commercial courts, the Netherlands Commercial Court (NCC), Chambers for International Commercial Disputes (Kammern für internationale Handelssachen), Brussels Ibis Regulation, choice of court agreements, formal requirements
Auteurs Georgia Antonopoulou
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years, the Netherlands and Germany have added themselves to the ever-growing number of countries opting for the creation of an international commercial court. The Netherlands Commercial Court (NCC) and the German Chambers for International Commercial Disputes (Kammern für internationale Handelssachen, KfiH) will conduct proceedings entirely in English and follow their own, diverging rules of civil procedure. Aspiring to become the future venues of choice in international commercial disputes, the NCC law and the legislative proposal for the establishment of the KfiH allow parties to agree on their jurisdiction and entail detailed provisions regulating such agreements. In particular, the NCC requires the parties’ express and in writing agreement to litigate before it. In a similar vein, the KfiH legislative proposal requires in some instances an express and in writing agreement. Although such strict formal requirements are justified by the need to safeguard the procedural rights of weaker parties such as small enterprises and protect them from the peculiarities of the NCC and the KfiH, this article questions their compliance with the requirements upon choice of court agreements under Article 25 (1) Brussels Ibis Regulation. By qualifying agreements in favour of the NCC and the KfiH first as functional jurisdiction agreements and then as procedural or court language agreements this article concludes that the formal requirements set by the NCC law and the KfiH proposal undermine the effectiveness of the Brussels Ibis Regulation, complicate the establishment of these courts’ jurisdiction and may thus threaten their attractiveness as future litigation destinations.


Georgia Antonopoulou
PhD candidate at Erasmus School of Law, Rotterdam.
Article

Access_open Matchmaking International Commercial Courts and Lawyers’ Preferences in Europe

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2019
Trefwoorden choice of court, commercial court, lawyers’ preferences, survey on lawyers, international court
Auteurs Erlis Themeli
SamenvattingAuteursinformatie

    France, Germany, Belgium, and the Netherlands have taken concrete steps to design and develop international commercial courts. Most of the projects claim to be building courts that match the preferences of court users. They also try to challenge England and Wales, which evidence suggests is the most attractive jurisdiction in the EU. For the success of these projects, it is important that their proposed courts corresponds with the expectations of the parties, but also manages to attract some of the litigants that go to London. This article argues that lawyers are the most important group of choice makers, and that their preferences are not sufficiently matched by the new courts. Lawyers have certain litigation service and court perception preferences. And while the new courts improve their litigation service, they do not sufficiently addressed these court perception preferences.


Erlis Themeli
Postdoc, Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam.
Artikel

Vertrouwen in het notariële tuchtrecht

Ervaren procedurele rechtvaardigheid onder het notariaat

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Notarieel tuchtrecht, Procedurele rechtvaardigheid, Vertrouwen, Tuchtrecht, Notarieel recht
Auteurs Dr. Kees van den Bos, Mr. Dr. Jan Biemans en Mr. Dr. Eddy Bauw
SamenvattingAuteursinformatie

    This quantitative empirical research project describes how notaries evaluate disciplinary jurisdiction. Findings show that perceived procedural justice matters for notaries’ trust in the disciplinary jurisdiction of their cases. For example, those respondents who had been involved in a disciplinary case themselves, rated the disciplinary judge with a 5.3 on a 10-point scale when procedural justice was perceived by them to be relatively low. In contrast, when respondents who had been involved in a disciplinary case perceived procedural justice to be relatively high they rated the disciplinary judge with 7.6 on the same 10-point scale. This suggests that perceived procedural justice matters among an interesting type of professionals (notaries) who are involved in an interesting procedure in their profession (a disciplinary evaluation of their professional handling) in which important decisions are made. The current paper can contribute to the development of a barometer of notary disciplinary law.


Dr. Kees van den Bos
Kees van den Bos is hoogleraar Sociale Psychologie en hoogleraar Empirische Rechtswetenschap aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.

Mr. Dr. Jan Biemans
Jan Biemans is kernhoogleraar Burgerlijk recht, i.h.b. Goederenrecht en Notarieel recht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.

Mr. Dr. Eddy Bauw
Eddy Bauw is hoogleraar Privaatrecht, i.h.b. Aansprakelijkheidsrecht en Rechtspleging aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Wat kunnen België en Nederland van elkaar leren over zakelijke bemiddeling?

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Zakelijke mediation, Advocaten, Rechters, bedrijven, België
Auteurs Theo De Beir en Willem Meuwissen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses the Belgian perspective on the Dutch ‘ZAM/ACB research on possibilities and impediments for commercial mediation’ which was undertaken by the Montaigne Centre of the University of Utrecht. In Belgium bMediation, the Federal Mediation Committee and the Ghent University periodically monitor the practice of mediation in Belgium with the instrument of the 'Bemiddelingsbarometer'. It turns out that parties and their advisers in both Belgium and the Netherlands still prefer a traditional judicial approach instead of mediation, mostly because of a lack of information.


Theo De Beir
Theo De Beir is erkend bemiddelaar in burgerlijke, handels- en sociale zaken, advocaat, docent en managing partner van Agrementor Brussels.

Willem Meuwissen
Willem Meuwissen is erkend bemiddelaar in burgerlijke, handels- en sociale zaken, advocaat, docent en managing partner van Agrementor Antwerp.
Artikel

Vrijwillige rechtspraak: rechters op het mediationpad?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2019
Trefwoorden neighbourhood courts, mediation, friendly solutions, voluntary jurisdiction, de-escalation
Auteurs Prof. dr. Dick Allewijn
SamenvattingAuteursinformatie

    A characteristic difference between administration of justice and mediation so far was the element of voluntariness on the side of the clients. Administration of justice however is, for the citizen who is brought before the courts, not voluntary. Recently pilots have been started in which citizens can turn voluntarily to the Court at low cost, and not far from their neighborhood. Judges will not primarily aim at making a decision in accordance with the law, but at finding friendly solutions. Does this mean that judges are going to mediate? And if so, how should this be appreciated? In this contribution attention is paid to certain aspects of this question. It is argued that differences between jurisdiction and mediation still remain. More than mediators judges must act within the legal framework. The extent to which they can engage in the emotional undercurrent of conflicts is limited. Confidence in the Court is from a different origin than trust in the mediator, and that also makes a difference. And finally, a judge is competent to make a binding judgment, which influences the way he or she is looked at by the parties.


Prof. dr. Dick Allewijn
Prof. dr. D. Allewijn is als bijzonder hoogleraar Mediation verbonden aan de Faculteit Rechten van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij is tevens werkzaam als MfN-registermediator en trainer bij het Centrum voor Conflicthantering.

    Alternative/amicable dispute resolution (ADR) is omnipresent these days. In line with global evolutions, the Belgian legislator embraced the use of these ADR mechanisms. Recent reforms of the law, first in 2013 with the act concerning the introduction of a Family and Juvenile Court and consecutively in 2018 with the act containing diverse provisions regarding civil law with a view to the promotion of alternative forms of conflict resolution, implemented more far-reaching measures to promote ADR than ever before. The ultimate goal seems to alter our society’s way of conflict resolution and make the court the ultimum remedium in case all other options failed.In that respect, the legislator took multiple initiatives to stimulate amicable dispute resolution. The reform of 2013 focused solely on family cases, the one in 2018 was broader and designed for all civil cases. The legal tools consist firstly of an information provision regarding ADR for the family judge’s clerk, lawyers and bailiffs. The judges can hear parties about prior initiatives they took to resolve their conflict amicably and assess whether amicable solutions can still be considered, as well as explain these types of solutions and adjourn the case for a short period to investigate the possibilities of amicable conflict resolution. A legal framework has been created for a new method, namely collaborative law and the law also regulates the link between a judicial procedure and the methods of mediation and collaborative law to facilitate the transition between these procedures. Finally, within the Family Courts, specific ‘Chambers of Amicable Settlement’ were created, which framework is investigated more closely in this article. All of these legal tools are further discussed and assessed on their strengths and weaknesses.
    ---
    Alternatieve of minnelijke conflictoplossing is alomtegenwoordig. De Belgische wetgever heeft het gebruik van deze minnelijke oplossingsmethodes omarmd, in navolging van wereldwijde evoluties. Recente wetshervormingen implementeerden maatregelen ter promotie van minnelijke conflictoplossing die verder reiken dan ooit tevoren. Het betreft vooreerst de hervorming in 2013 met de wet betreffende de invoering van een familie- en jeugdrechtbank en vervolgens kwam er in 2018 de wet houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing. De ultieme doelstelling van deze hervormingen is een mentaliteitswijziging omtrent onze wijze van conflictoplossing teweegbrengen, waarbij de rechtbank het ultimum remedium dient te worden nadat alle overige opties faalden.De wetshervorming van 2013 focuste uitsluitend op familiale materies, de hervorming van 2018 was ruimer en had alle burgerlijke zaken voor ogen. De wettelijke mogelijkheden bestaan vooreerst uit een informatieverstrekking omtrent minnelijke conflictoplossing in hoofde van de griffier van de familierechtbank, advocaten en gerechtsdeurwaarders. Rechters kunnen partijen horen omtrent eerdere ondernomen initiatieven om hun conflict op een minnelijke manier op te lossen, zij beoordelen of minnelijke oplossingen alsnog kunnen worden overwogen, zij kunnen de diverse minnelijke mogelijkheden toelichten aan partijen alsook de zaak voor een korte periode uitstellen om partijen toe te laten de mogelijkheden aan minnelijke conflictoplossing te verkennen. Er werd voorts een wetgevend kader uitgewerkt voor een nieuwe oplossingsmethode, namelijk de collaboratieve onderhandeling. De wet creëert tevens een link tussen een gerechtelijke procedure en de methodes van bemiddeling en collaboratieve onderhandeling, om de overgang tussen deze procedures te vereenvoudigen. Tot slot werden er binnen de familierechtbanken specifieke kamers voor minnelijke schikking opgericht, waarvan het wetgevend kader in detail wordt bestudeerd in dit artikel. Al deze wettelijke opties worden nader besproken en beoordeeld aan de hand van hun sterktes en zwaktes.


Sofie Raes
Sofie Raes is a Ph.D. candidate at the Institute for Family Law of the University of Ghent, where she researches alternative dispute resolution, with a focus on the chambers of amicable settlement in Family Courts. She is also an accredited mediator in family cases.
Artikel

Access_open Drie jaar nieuwe arbitragewet: tien suggesties voor verbetering

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Arbitrage, Internationale arbitrage, Handelsarbitrage
Auteurs Niek Peters
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden tien suggesties gedaan ter verbetering van de nieuwe arbitragewet.


Niek Peters
Mr. N. Peters is advocaat te Amsterdam bij Cleber en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Inspraak in de rechtspraak; de rol van derden in de procedure

Verslag van de voorjaarsvergadering 2018 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2018
Auteurs Jacobus Dammingh en Marijn van den Berg
Auteursinformatie

Jacobus Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Marijn van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is stafjurist in de Rechtbank Gelderland.
Artikel

Access_open Signalen van de Hoge Raad naar de wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2018
Trefwoorden Hoge Raad, signalen aan de wetgever, trias politica
Auteurs Mr. M.W.C. Feteris
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel is een bewerking van een lezing die de auteur op 11 april 2018 heeft gehouden voor de Academie voor Wetgeving, en waarin hij de achtergronden heeft toegelicht van het besluit van de Hoge Raad om systematischer werk te gaan maken van signalen naar de wetgever.


Mr. M.W.C. Feteris
Mr. M.W.C. (Maarten) Feteris is president van de Hoge Raad.
Toont 1 - 20 van 47 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.