Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 180 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x
Artikel

De raad in de Ondernemingskamer

Deskundigheid ten dienste van recht en onderneming

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden deskundig lid, Raad, raadsheren, interviews, ondernemingsrecht
Auteurs Mr. drs. M.D. Hendriks, Mr. S.C. Prins en Prof. dr. mr. S. ten Have
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs hebben de raden en twee raadsheren van de Ondernemingskamer geïnterviewd over de toegevoegde waarde van de raden en hun persoonlijke ervaringen. Hieruit volgt dat de raden van de Ondernemingskamer met hun brede ervaring in de top van het bedrijfsleven een waardevolle bijdrage aan het oordeelvormende vermogen van de Ondernemingskamer leveren.


Mr. drs. M.D. Hendriks
Mr. drs. M.D. Hendriks is organisatieadviseur bij TEN HAVE Change Management.

Mr. S.C. Prins
Mr. S.C. Prins is secretaris van de Ondernemingskamer.

Prof. dr. mr. S. ten Have
Prof. dr. mr. S. ten Have is raad van de Ondernemingskamer, hoogleraar Strategie en Verandering aan de Vrije Universiteit Amsterdam en organisatieadviseur en partner bij TEN HAVE Change Management.
Artikel

De summiere ondeugdelijkheidstoets in de WAMCA: het brede belang van een zwaardere invulling

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden collectieve actie, ontvankelijkheid, ondeugdelijk
Auteurs Mr. D. Horeman en Mr. M.V.E.E. de Monchy
SamenvattingAuteursinformatie

    De WAMCA voorziet in een summiere toets door de rechter in een collectieve actie. Blijkt de vordering summierlijk ondeugdelijk, dan leidt dit tot niet-ontvankelijkheid. Het serieus uitvoeren van die toets is in het belang van gedupeerden, van de aangesproken partij en van procesefficiëntie. Daarvan blijkt in de praktijk te weinig.


Mr. D. Horeman
Mr. D. Horeman is partner bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. M.V.E.E. de Monchy
Mr. M.V.E.E. de Monchy is partner bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Access_open Civilisatie en emancipatie, maar van wie precies?

Twee eeuwen gevangen dertig jaar later

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2021
Trefwoorden civilization process, emancipation of prisoners, penality, history of the prison system, modernity and late modernity
Auteurs René van Swaaningen
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1990, criminologist Herman Franke published a seminal book on 200 years detention in the Netherlands. For the occasion of the reissue of this book in 2020, the question is posed to what extent Franke’s vision of a gradual ‘emancipation’ of prisoners, in the realm of a societal ‘civilization process’, as it is put forward by Norbert Elias, still holds today. The author confronts the civilization perspective with the three main competing paradigms in penology, derived from the work of Émile Durkheim, Max Weber and Michel Foucault. After describing some recent developments in penal practices, he concludes that despite the fact that sanctioning is increasingly taking place within society, which can well be analyzed from an eliasian perspective, there is little reason to still adhere to the progress optimism, implicit in Franke’s book, and that today we rather witness an emancipation of the ‘angry citizen’, in which vulnerable groups in society, such as prisoners, are despised rather than ‘emancipated’.


René van Swaaningen
Prof. dr. R. van Swaaningen is als hoogleraar Criminologie verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Van zelfdwang naar zachte macht

Civilisatie slokt emancipatie op

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2021
Trefwoorden stimulating responsibility (of detainees), the civilization theory, self-compulsion, promote and relegate, Punishment and Protection Act
Auteurs Miranda Boone
SamenvattingAuteursinformatie

    In his famous dissertation Twee eeuwen gevangen (Two centuries of imprisonment), Franke explains the history of imprisonment in the Netherlands as a development from external to internal coercion, based on the civilization theory of Norbert Elias. Central question of this contribution is in how far the pursuit of responsibilization of prisoners as described by modern penologists can be conceived as a continuation of this process and what the consequences of this pursuit are. It is concluded that the forces behind these two processes differ, but that both rehabilitation strategies are modelled on a new citizenship ideal. In so far the introduction of the responsibilization strategy illustrates Franke’s main thesis, namely that developments within the penitentiaries can only be understood in their social and historical context. It is argued that responsibilization can lead to the erosion of the legal position of prisoners, while emancipation was precisely described by Franke as an achievement of the Dutch prison system.


Miranda Boone
Prof. mr. dr. M.M. Boone is als hoogleraar Criminologie en Vergelijkende Penologie verbonden aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Meer en zwaarder toezicht na detentie

Uitbreiding van de lijst van bijzondere voorwaarden binnen de voorwaardelijke invrijheidstelling

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2021
Trefwoorden voorwaardelijke invrijheidstelling, bijzondere voorwaarden, gedragsbeïnvloedende maatregel, vrijheidsbeperkende maatregel
Auteurs Mirte Bikker
SamenvattingAuteursinformatie

    Part of the new legislation to reform the Dutch conditional release system contains a substantial expansion of the list of individualised conditions under which sentenced prisoners can be released early. These include a prohibition on settlement in a certain area, travelling abroad and on certain voluntary work, an obligation to move and the compensation of damage caused by the offense. These additional individualised conditions have significant implications on the specific character of the conditional release system, the legal protection of offenders, and the ratio between the conditional release system and the already existing conditional measure with regard to serious violent and sex offenders.


Mirte Bikker
Mr. Mirte Bikker is masterstudent Jeugdrecht aan de Universiteit Leiden en heeft een afgeronde master Straf- en strafprocesrecht aan diezelfde universiteit (2019). Daarnaast is zij commissiesecretaris bij de Afdeling rechtspraak van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming.
Artikel

Aansprakelijkheid rondom ketenzorg

Tijdschrift Afwikkeling Personenschade, Aflevering 2 2021
Trefwoorden aansprakelijkheid, overeenkomst, gezondheidsrecht
Auteurs mr. D. van Grootveld
SamenvattingAuteursinformatie

    De organisatie van de gezondheidszorg is, evenals in veel andere sectoren, aan verandering onderhevig. Zo is zorgverlening steeds vaker samenwerking tussen meerdere zorgverleners en/of zorginstellingen geworden.


mr. D. van Grootveld
Dominique van Grootveld is plaatsvervangend secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven.
Artikel

Snelrecht: voor elk wat wils, maar wat willen we?

De (on)mogelijkheden van snelrecht in het kader van ‘lik-op-stuk’ en efficiency

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Snelrecht, Lik-op-stuk, Taakstrafverbod, Voorlopige hechtenis, Snelrechtgrond
Auteurs Mr. dr. J.M.W. (Joep) Lindeman, mr. dr. L. (Leonie) van Lent en mr. dr. B. (Benny) van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staan wij stil bij het snelrecht, een fenomeen dat al lang bekend is in de strafrechtspleging, maar waar tegelijk veel verschillende beelden bij bestaan. Enerzijds wordt snelrecht gezien als hét instrument in de ‘lik-op-stuk’-aanpak. Anderzijds is het een middel om snel en efficiënt strafzaken af te doen en achterstanden weg te werken. Het snelrecht voldoet echter lang niet altijd aan de verwachtingen en is onvoldoende met procedurele waarborgen omkleed. We proberen de (on)mogelijkheden op een rij te zetten.


Mr. dr. J.M.W. (Joep) Lindeman
Joep Lindeman is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht. Hij is werkzaam bij het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van dezelfde universiteit.

mr. dr. L. (Leonie) van Lent
Leonie van Lent is universitair docent straf- en strafprocesrecht. Ze is werkzaam bij het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van dezelfde universiteit.

mr. dr. B. (Benny) van der Vorm
Benny van der Vorm is universitair docent straf- en strafprocesrecht. Hij is werkzaam bij het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van dezelfde universiteit.
Artikel

Access_open Professionele ethiek in het academisch juridisch onderwijs - Enige inhoudelijke en didactische aanknopingspunten

Special issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, juni 2021
Auteurs Emanuel van Dongen en Jet Tigchelaar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs inhoudelijke en didactische aanknopingspunten voor de integratie van professionele ethiek in de academische juridische opleiding. Dat gaat wat de auteurs betreft verder dan (enkel) het leren van gedragsregels, maar betreft ook de (kritisch-)ethische reflectie (op de professionele rol) van de jurist en ethische oordeelsvorming. Aanknopingspunten uit rechtstheoretische en onderwijskundige literatuur vragen om een curriculum brede, stapsgewijze, inbedding met passende toetsing. Dit onderwijs dient idealiter een combinatie te zijn van afzonderlijke meta-juridische vakken over recht en ethiek, positiefrechtelijke vakken die ethische elementen bevatten, klinische training en specifieke vakken over beroeps- of professionele ethiek. In dit artikel bespreken de auteurs diverse methoden die kunnen worden gebruikt om het onderwijs vorm te geven en illustreren dit met enkele voorbeelden uit het Utrechts universitair juridisch onderwijs. Actieve participatie, reflectie en – idealiter – eigen ervaringen zijn daarbij van groot belang. Een aantal modellen uit niet-juridische disciplines kan behulpzaam zijn bij het bieden van structuur voor ethische reflectie, voor zover het morele sensitiviteit en morele oordeelsvorming stimuleert. Verscheidene toetsingselementen op het terrein van de ethiek zijn door het curriculum heen nodig. Leeractiviteiten en toetsing kunnen worden opgebouwd in het curriculum van kennis en begrip, naar competenties ten aanzien van ethische dilemma’s en moreel oordelen.


Emanuel van Dongen
Dr. Emanuel van Dongen is Assistant Professor Private Law at the Molengraaff Institute for Private Law, researcher at the Utrecht Centre for Accountability and Liability Law and the Montaigne Centre for Rule of Law and Administration of Justice, Utrecht School of Law.

Jet Tigchelaar
Dr. Jet Tigchelaar is Assistent Professor Legal Theory at the Institute for Jurisprudence, Constitutional and Administrative Law, researcher at the Utrecht Centre for European Research into Family Law, Utrecht School of Law.
Artikel

Access_open Recht op een bankrekening?

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2021
Trefwoorden recht op bankrekening, financieel toezicht, risk appetite, bancaire zorgplicht
Auteurs Mr. dr. J. Sybesma
SamenvattingAuteursinformatie

    Hebben bankrelaties, particulier en/of zakelijk, recht op een bankrekening? Aan de orde komt de positie van de commerciële bank als vennootschap waarvan het handelen sterk wordt gereguleerd door toezichtwetgeving, internationale normen, de eigen risk appetite in samenhang met de door jurisprudentie nader ingekleurde bancaire zorgplicht.


Mr. dr. J. Sybesma
Mr. dr. J. Sybesma is redactielid van het Caribisch Juristenblad. Voor zijn pensionering werkte hij bij de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS). Hij is tevens lid van de Raad van Advies Curaçao en bijzondere rechter bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Antecedentenscreening in de financiële sector

Een empirische blik op integriteitswaarborging door de uitwisseling en beoordeling van antecedenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2021
Trefwoorden integriteitstoetsing, screening, antecedenten, gegevensdeling, financiële sector
Auteurs Dr. mr. E.G. van ’t Zand, Prof. mr. dr. P.M. Schuyt en Prof. mr. J.H. Crijns
SamenvattingAuteursinformatie

    In de financiële sector vinden steeds meer integriteitstoetsingen en -screenings plaats. Het beoordelen van integriteit draait niet alleen om strafrechtelijke antecedenten, maar ook om toezichtantecedenten, (fiscaal) bestuursrechtelijke antecedenten, financiële antecedenten en tuchtrechtelijke antecedenten. Juridisch-empirisch onderzoek laat zien dat de financiële sector zich kenmerkt door een bont geschakeerd palet aan instanties die integriteitseisen stellen, het gedrag van professionals en ondernemingen toetsen en daarvoor onderling gegevens over antecedenten delen. Aangezien het totale integriteitsinstrumentarium veel overlap kent, is meer duidelijkheid over hoe lang, op welke wijze en in welke contexten antecedenten kunnen doorwerken onontbeerlijk. Daarbij lijkt het aangewezen meer oog te hebben voor de consistentie en systematiek in het totale systeem van integriteitstoetsingen en -screenings.


Dr. mr. E.G. van ’t Zand
Dr. mr. E.G. van ’t Zand is universitair docent criminologie.

Prof. mr. dr. P.M. Schuyt
Prof. mr. dr. P.M. Schuyt is hoogleraar sanctierecht en straftoemeting.

Prof. mr. J.H. Crijns
Prof. mr. J.H. Crijns is hoogleraar straf- en strafprocesrecht.
Artikel

Lost in translation? Remedies voor schendingen van het slachtofferrecht op vertolking en vertaling naar Nederlands en Europees recht

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden slachtofferrechten, remedies, vertolking en vertaling, Slachtofferrichtlijn, recht op een effectieve remedie
Auteurs G.M. (Max) de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In de rechtspraktijk komen regelmatig schendingen van slachtofferrechten voor. Een vraag is welke remedies slachtoffers (zouden moeten) kunnen aanwenden tegen schendingen van hun rechten. In deze bijdrage bespreekt de auteur de remedies voor schendingen van het slachtofferrecht op vertolking en vertaling van artikel 51c lid 5 en artikel 51ca Sv. Er wordt betoogd dat de naar Nederlands recht beschikbare remedies niet voldoen aan het Europees recht, te weten het recht op een remedie van artikel 7 lid 7 Slachtofferrichtlijn en het recht op een effectieve remedie van artikel 47 Handvest.


G.M. (Max) de Vries
Max de Vries volgt de Master Rechtswetenschappelijk Onderzoek en de Master Nederlands Recht, specialisatie strafrecht, beide aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Publieke waarden en het gebruik van genetische gegevens

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2021
Trefwoorden technological advances, sequencing DNA, internationalization, commercial use, public values
Auteurs Petra Verhoef, Yayouk Willems en Marc Groenen
SamenvattingAuteursinformatie

    Three developments – technological advances in sequencing DNA data, the booming market for commercial DNA tests, and internationalization of collecting and sharing DNA data – are accelerating the use of DNA data worldwide. The authors discuss the impact of the increase in international and commercial use of DNA data and the way it puts public values (like privacy, autonomy, fairness) under pressure. When collecting, analyzing, and translating DNA data, privacy should be guarded, genetic discrimination has to be prevented, digital citizenship could be strengthened, and responsibilities for those applying DNA data should be strongly defined. By doing so, we can thrive for a future in which we make valuable use of DNA data.


Petra Verhoef
Dr. ir. P. Verhoef is themacoördinator bij het Rathenau Instituut. Zij en haar team werken aan verschillende onderwerpen rondom technologie voor gezondheid en landbouw.

Yayouk Willems
Dr. Y.E. Willems is onderzoeker bij het Rathenau Instituut, en zij is gepromoveerd bij het Nederlands Tweelingen Register.

Marc Groenen
M. Groenen MSc werkte tot april 2021 bij het Rathenau Instituut als onderzoeker. Momenteel werkt hij als onderzoeker bij Wageningen Food Safety Research.
Artikel

Kan het korter?

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 4 2021
Auteurs Kees Pijnappels

Kees Pijnappels
Artikel

Access_open Belemmeringen bij de aanpak van onregelmatigheden door de curator

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Insolvency practitioner, Insolvency fraud, Directors’ liability, Enforcement, Empty estates
Auteurs Jessie Pool LL.M. BSc., Dr. Helen Pluut en Prof. mr. Reinout Vriesendorp
SamenvattingAuteursinformatie

    For years, Dutch legal scholars have been debating about the desirability of mandatory private enforcement of irregularities and fraud by the insolvency practitioner. The assumption is that revenue-oriented insolvency practitioners impede efficient enforcement of irregularities in insolvency. The findings of our quantitative study support the assumption that insolvency practitioners do not take enforcement actions in every suspicious insolvency and that norm violations are less likely to enforced when no recourse is offered. The findings of our qualitative study indicate that there are additional explanations for this relative lack of enforcement, such as lack of renumeration and poor follow-up procedures. Therefore, although the insolvency practitioner is assumed to be of great importance in combatting irregularities in bankruptcies, we doubt the effectiveness and preventive effect of the role of the insolvency practitioner. We make various recommendations to facilitate insolvency practitioners in dealing with irregularities.


Jessie Pool LL.M. BSc.
Jessie Pool is als PhD-Fellow verbonden aan de afdeling Ondernemingsrecht van de Universiteit Leiden. Dit artikel is geschreven in het kader van haar proefschrift over het signaleren en redresseren van onregelmatigheden door de curator.

Dr. Helen Pluut
Helen Pluut is als universitair hoofddocent verbonden aan de afdeling Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Leiden.

Prof. mr. Reinout Vriesendorp
Reinout Vriesendorp is als hoogleraar Insolventierecht verbonden aan de afdeling Ondernemingsrecht en de afdeling Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Leiden en is advocaat te Amsterdam.
Artikel

AI-risicotaxatie: nieuwe kansen en risico’s voor statistische voorspellingen van recidive

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Artificiële intelligentie, Risicotaxatie, Kunstmatige intelligentie, recidiverisico, voorspellingen
Auteurs G.M. (Max) de Vries, Mr. dr. J. (Johannes) Bijlsma, Prof. mr. dr. A.R. (Anne Ruth) Mackor e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In het artikel wordt inzicht geboden in nieuwe instrumenten die een risicotaxatie mogelijk maken met behulp van artificiële intelligentie. In het bijzonder wordt ook ingegaan op de talrijke fundamentele vragen die met het gebruik ervan gepaard gaan. Tevens gaan de auteurs na in welke mate AI-risicotaxatie accurater is – of kan zijn – dan de bestaande methoden van risicotaxatie.


G.M. (Max) de Vries
Max de Vries volgt de Master Rechtswetenschappelijk Onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. dr. J. (Johannes) Bijlsma
Johannes Bijlsma is als universitair docent strafrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen (WPI) en het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL), Universiteit Utrecht.

Prof. mr. dr. A.R. (Anne Ruth) Mackor
Anne Ruth Mackor is als hoogleraar professie-ethiek, in het bijzonder van juridische professies, werkzaam bij de Faculteit Rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. dr. F.J. (Floris) Bex
Floris Bex is bijzonder hoogleraar data science en rechtspraak aan het Department of Law, Technology, Markets and Society, Tilburg University, wetenschappelijk directeur van het Nationaal Politielab AI bij het Innovation Centre for AI (ICAI) en universitair docent AI bij het departement Informatica, Universiteit Utrecht.

Prof. dr. G. (Gerben) Meynen
Gerben Meynen is als hoogleraar forensische psychiatrie verbonden aan het WPI en UCALL, Universiteit Utrecht en tevens bijzonder hoogleraar ethiek en psychiatrie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open Het gewoonterecht anno 2021

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden gewoonte, codificatie, algemene voorwaarden, redelijkheid en billijkheid, lex mercatoria
Auteurs Mr. J.J. Valk
SamenvattingAuteursinformatie

    Het praktisch belang van gewoonterecht is sterk afgenomen. De auteur wijst vier oorzaken aan: toenemende codificatie, de opkomst van gedetailleerde contracten, de opkomst van concurrerende open normen, en maatschappelijke ontwikkelingen. Gewoonterecht blijft echter in sommige gevallen van belang, bijvoorbeeld in de internationale handel en bij de invulling van open normen.


Mr. J.J. Valk
Mr. J.J. Valk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De csqn-toets bij een nalaten in het licht van het arrest Netvliesloslating: komt bovennormconform gedrag voor rekening van de laedens?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Causaal verband, Onrechtmatige daad, Schade, Schadevergoeding, aansprakelijkheidsrecht
Auteurs Mr. drs. P.A. Fruytier en Mr. L.A. Burwick
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Netvliesloslating-arrest oordeelt de Hoge Raad dat bij een onrechtmatig nalaten binnen de csqn-toets het feitelijke gedrag dat de laedens daadwerkelijk zou hebben vertoond bij nakoming van de norm doorslaggevend is. Dat bevreemdt, omdat de laedens daardoor soms voor méér schade aansprakelijk is dan als hij zuiver normconform zou hebben gehandeld. In dit artikel betogen de auteurs dat die invulling van de csqn-toets niet strookt met de empirisch logische uitgangspunten daarvan.


Mr. drs. P.A. Fruytier
Mr. drs. P.A. Fruytier is cassatieadvocaat bij BarentsKrans te Den Haag en redacteur van dit tijdschrift.

Mr. L.A. Burwick
Mr. L.A. Burwick is advocaat bij Houthoff te Amsterdam.

    Het ontgrendelen van elektronische gegevensdragers met een biometrisch kenmerk staat nog steeds in de schijnwerpers van de rechtswetenschap en de rechtspraktijk. Uit de literatuur is een duidelijke meerderheidsopvatting te distilleren, namelijk dat de verdachte verplicht kan worden elektronische gegevensdragers met een biometrisch kenmerk te ontgrendelen, maar dat van een verplichting zijn wachtwoord af te staan geen sprake kan zijn. Verschillende nationale gerechten hebben dezelfde conclusie getrokken. Ondanks de duidelijke meerderheidsopvatting werd tegen een van de eerste uitspraken, een vonnis van de rechtbank Noord-Holland, cassatie in het belang van de wet ingesteld waarin advocaat-generaal Bleichrodt onlangs concludeerde. In deze bijdrage wordt de zojuist genoemde conclusie besproken, in het licht van de afwezigheid van een fundamentele bezinning op de normering van opsporingsbevoegdheden in de digitale wereld.


D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. van Toor PhD LLM BSc is verbonden als universitair docent aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open ‘Internationale’ mensenhandel; zoeken naar een balans tussen vrijheids- en beschermingsbeginsel

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden mensenhandel, prostitutie, prostitutiebeleid, vrij verkeer, migratiecriminaliteit
Auteurs Luuk Esser
SamenvattingAuteursinformatie

    Article 273f, paragraph 1, subparagraph 3, of the Dutch Penal Code criminalizes, as trafficking in human beings, the act of recruiting, removing or abducting another person with the intention of inducing this person to make himself available, in another country, for the performance of sexual acts with or for a third party for remuneration. This provision, deriving from an international convention established in 1933, has always been a bit of an oddity in the Dutch penal provision on trafficking in human beings since it is not necessary to prove that the prostitute involved was lured or otherwise forced into prostitution and prostitution is legalized in the Netherlands. The Supreme Court of the Netherlands ruled in a landmark case in 2016, that the act criminalized in subparagraph 3 can only be punishable in situations where it can be said that the recruiting, removing or abduction of the prostitute occurred under circumstances that can be qualified as exploitation. This contribution sheds light on the historical backgrounds of this remarkable penal provision, its particularities and the recent case law of the Supreme Court. It demonstrates that the development of this provision and the discussion it sparks, embody the more general quest, in criminal law, to strike a balance between protecting individual liberty on the one side and protecting vulnerable persons on the other.


Luuk Esser
Mr. dr. L.B. Esser is senior beleidsmedewerker (coördinerend) op het ministerie van Justitie en Veiligheid en tevens rechter-plaatsvervanger in de sector strafrecht van de rechtbank Rotterdam. In 2019 promoveerde hij aan de Universiteit Leiden op een proefschrift over de strafbaarstelling van mensenhandel in Nederland.
Artikel

Kroniek Burgerlijk Procesrecht 2020

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2 2021
Auteurs Robert Hendrikse, Floris-Jan Werners, Justin Interfurth e.a.

Robert Hendrikse

Floris-Jan Werners

Justin Interfurth

Bas van Zelst
Toont 1 - 20 van 180 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.