Zoekresultaat: 18 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x
Vrij verkeer

Access_open Regulering van toeristische verhuur: grenzen en mogelijkheden

De gevolgen van het arrest Cali Apartments voor de Nederlandse rechtspraktijk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Vakantieverhuur, regulering B&B’s, woningtekort, Vrijheid van vestiging
Auteurs Mr. dr. M.R. Botman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aan de hand van het arrest Cali Apartments onderzocht welke ruimte de Europese Dienstenrichtlijn laat om toeristische verhuur van woonruimte te reguleren. In dit licht wordt tevens de Wet toeristische verhuur besproken.
    HvJ 22 september 2020, gevoegde zaken C-724/18 en C-727/18, ECLI:EU:C:2020:743 (Cali Apartments en HX).


Mr. dr. M.R. Botman
Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman is senior advocaat bij Pels Rijcken en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open Rechtsmiddelen tegen niet-appellabele kantonuitspraken

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2021
Trefwoorden art. 332 lid 1 Rv, art. 80 lid 1 Wet RO, rechtsklachten, kantonrechter, doorbreking
Auteurs Frank Bentvelzen
SamenvattingAuteursinformatie

    Door de appelgrens in art. 332 lid 1 Rv en de beperkte cassatiegronden in art. 80 lid 1 Wet RO is beoordeling door een hogere rechter van kantonuitspraken slechts beperkt mogelijk. Dit leidt ertoe dat de kantonrechter soms als hoogste nationale rechter rechtsregels toepast en uitlegt. Deze bijdrage verkent verruiming van de mogelijkheden van hoger beroep en cassatie en bespreekt daartoe aanknopingspunten voor ruimere toepassing van de doorbrekingsleer en afschaffing dan wel aanpassing van art. 80 lid 1 Wet RO. Daarbij wordt aandacht besteed aan verruiming in algemene zin, maar ook specifiek gekeken naar verruiming voor gevallen met een Unierechtelijke dimensie.


Frank Bentvelzen
Mr. F.C. Bentvelzen is werkzaam als PhD-fellow bij het Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Leiden.
Digitale markten

Access_open De Richtlijn elektronische handel en de platformeconomie

Noot bij HvJ 19 december 2019, zaak C-390/18, ECLI:EU:C:2019:1112 (Airbnb Ireland)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden online platformen, vrij verkeer van diensten, aansprakelijkheid, Digital Single Market
Auteurs Prof. dr. V. Mak
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Airbnb Ireland geeft aanleiding tot een herbezinning op de Richtlijn elektronische handel. Deze richtlijn uit 2000 lijkt onvoldoende toegerust om het hoofd te bieden aan de complexe problemen die ontstaan door de groeiende aanwezigheid van grote online platformen op Europese consumentenmarkten. Deze noot bespreekt de kwalificatie van platformdiensten als ‘dienst van de informatiemaatschappij’ en de daaraan gekoppelde regels voor aansprakelijkheid en mogelijke beperkingen van het vrij verkeer van diensten door nationale regelgeving.
    HvJ EU zaak C-390/18, Airbnb Ireland, ECLI:EU:C:2019:1112


Prof. dr. V. Mak
Prof. dr. V. (Vanessa) Mak M.Jur is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

De uitwerking van de Dienstenrichtlijn in het Nederlandse stelsel van ruimtelijke ordening

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden diensten, detailhandel, bestemmingsplan
Auteurs Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman en Mr. D.S.P. (Daniëlle) Roelands-Fransen
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteurs gaan in op recente jurisprudentie van met name de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de vraag of de haar voorgelegde ruimtelijke voorschriften die economische activiteiten reguleren in overeenstemming zijn met de regels van het vrij verkeer, meer specifiek de vrijheid van vestiging en de Europese Dienstenrichtlijn 2006/123/EG. Zij gaan met name in op de vraag in hoeverre ruimtelijke voorschriften de vestiging van detailhandel kunnen reguleren door middel van brancheringsregelingen (de zaak Appingedam had namelijk betrekking op een brancheringsregeling voor de vestiging van detailhandel). Aan het slot van hun artikel geven zij een doorkijkje naar de toets aan de Dienstenrichtlijn onder het systeem van de Omgevingswet.


Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman
Mr. dr. M.R. Botman is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag, gespecialiseerd in het Europese recht, en als onderzoeker verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. D.S.P. (Daniëlle) Roelands-Fransen
Mr. D.S.P. Roelands-Fransen is advocaat en partner bij Pels Rijcken te Den Haag, gespecialiseerd in het omgevingsrecht.
Artikel

Evenementenvergunning: is bij concurrerende aanvragen sprake van een schaarse vergunning?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden schaarse rechten, verdelingsrecht, ruimtelijk bestuursrecht, evenementen, APV
Auteurs Mr. dr. A. (Annemarie) Drahmann
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal of, en zo ja wanneer, een evenementenvergunning kan worden aangemerkt als een schaarse vergunning, en – bij een bevestigend antwoord op die vraag – hoe die schaarse evenementenvergunning dan moet worden verleend met inachtneming van het gelijkheidsbeginsel.


Mr. dr. A. (Annemarie) Drahmann
Mr. dr. A. Drahmann is universitair (hoofd)docent aan de afdeling staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden.

    De Dienstenrichtlijn bevat een opmerkelijke wetgevingshypothese voor het omgevingsrecht: dat schaarse vergunningen in het bijzonder geschikt zijn voor het management van schaarse natuurlijke hulpbronnen en dat deze door een selectie tussen gegadigden verdeeld moeten worden. Wat maakt schaarse vergunningen voor natuurlijke schaarste zo bijzonder? Deze bijdrage verkent deze hypothese in het licht van de economische theorie en een analyse van de betekenis van schaarste voor publieke rechten. Het resultaat is een economische blik op het omgevingsrecht en enkele reflecties op de rechtsontwikkeling van schaarse publieke rechten.


Mr. O. (Olaf) Kwast
Mr. O. Kwast is wetgevingsjurist en oprichter van Wetgevingswerken in Rotterdam.

    In het arrest Amersfoort en Visser spreekt het Hof van Justitie zich uit over vier kwesties: de verhouding tussen de Dienstenrichtlijn en het kader van de telecomrichtlijnen, de toepasselijkheid van de Dienstenrichtlijn in zuiver interne situaties, de kwalificatie van detailhandel in goederen als ‘dienst’ in de zin van de Dienstenrichtlijn, en de status van (in elk geval één) bestemmingsplan binnen het kader van de Dienstenrichtlijn. Het Hof van Justitie schept in drie van de vier gevallen duidelijkheid over de afbakening van de werkingssfeer van de richtlijn. In het vierde geval, namelijk de kwalificatie van detailhandel in goederen, levert de uitspraak geen echte verduidelijking op, maar voorziet zij wel in een aantal complicaties.
    HvJ 30 januari 2018, gevoegde zaken C-360/15 en C-321/15, College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amersfoort/X BV en Visser Vastgoed Beleggingen BV/Raad van de gemeente Appingedam, ECLI:EU:C:2018:44.


Prof. mr. E. Steyger
Prof. mr. E. (Elies) Steyger is hoogleraar Europees bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en advocaat te ’s-Hertogenbosch.
Vrij verkeer

Uber: online dienst of vervoersbedrijf?

Europese grenzen aan regulering van online platforms

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden Vervoersdienst, Uber, Richtlijn Elektronische handel 2000/31/EG, Dienstenrichtlijn 2006/123/EG, regulering
Auteurs Mr. dr. M.R. Botman
SamenvattingAuteursinformatie

    In arrest Asociación Professional Elite Taxi/Uber Systems Spain geeft het Hof van Justitie antwoord op de vraag of Uber moet worden gekwalificeerd als online dienst of vervoersbedrijf. Hiermee is ook duidelijk aan welke Europese regels nationale regulering van het online Uberplatform is onderworpen. In deze bijdrage wordt het arrest geanalyseerd en wordt bezien welke gevolgen het arrest heeft voor Nederland. Welke betekenis heeft het arrest voor de regulering van andere online platforms?
    HvJ 20 december 2017, zaak C-434/15, Asociación Elite Taxi/Uber Systems Spain, ECLI:EU:C:2017:981


Mr. dr. M.R. Botman
Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag en verbonden aan het Centre for Public Contract Law & Governance (CPC) aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

Dienstenrichtlijn 2.0: bestemming bereikt?

Een analyse van het arrest Visser Vastgoed/Appingedam

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Verdrag, Europees recht, ruimtelijke ordening
Auteurs Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteur bespreekt de antwoorden van het Hof, analyseert de gevolgen en beziet tot welke nieuwe juridische vraagstukken deze (kunnen) leiden. Daarbij richt zij zich met name op de gevolgen voor de systematiek van de vrijheden op de interne markt en de doorwerking hiervan in het nationale recht.


Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman
Mr. dr. M.R. Botman is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag en verbonden aan het Centre for Public Contract Law & Governance (CPC) van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Jurisprudentie Afdeling bestuursrechtspraak over het (niet) van toepassing zijn van de Dienstenrichtlijn bij ruimtelijke besluiten

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Europees recht, ruimtelijke ordening, bestemmingsplan
Auteurs Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteur gaat in op de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over het (niet) van toepassing zijn van de Dienstenrichtlijn bij ruimtelijke besluiten, zowel de jurisprudentie over overweging 9 als de uitspraken over de vraag of detailhandel onder de Dienstenrichtlijn valt. Hij gaat tevens in op de mogelijke gevolgen voor het bestemminsplan van de gemeente Appingedam.


Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
Mr. H.A.J. Gierveld is wetgevingsjurist bij de Hoofddirectie Juridische en Bestuurlijke Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Deze bijdrage is echter geschreven in zijn hoedanigheid als toegevoegd onderzoeker aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law van de Universiteit Utrecht.

    In dit artikel doet de auteur verslag van de discussies naar aanleiding van de inleidingen van sprekers op het symposium van de Universiteit Utrecht van 16 februari 2018 over het Hofarrest van 30 januari 2018 inzake Visser Vastgoed Beleggingen BV en de gemeente van Appingedam.


T.P.E. (Tim) de Graaff
T.P.E. de Graaff is student Legal Research Master aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

De rollen van de wetgever bij de verdeling van schaarse vergunningen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2017
Trefwoorden wetgevingskwaliteit, verdelingsrecht, schaarse vergunningen, competitie
Auteurs mr. dr. C.J. Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever vervult een essentiële rol bij de verdeling van schaarse vergunningen, omdat die de speelruimte van het verdelende bestuur bepaalt. In de praktijk blijkt de wetgever zich echter lang niet altijd bewust te zijn van die rol, waardoor het risico aanwezig is dat het reguleringspotentieel van schaarse vergunningen onvoldoende wordt benut. Deze bijdrage identificeert de verschillende houdingen die de (bijzondere) wetgever in de praktijk aanneemt ten aanzien van de verdeling van schaarse vergunningen. Deze houdingen lopen uiteen van een zwijgende wetgever die weinig tot geen richting geeft aan de verdeling tot een overijverige wetgever die het verdelende bestuur juist verhindert om maatwerk te leveren. Op basis van de vraagstukken die kenmerkend zijn voor de verdeling van schaarse vergunningen, schetst deze bijdrage vervolgens de contouren van optimale verdelingswetgeving. Daarbij wordt bepleit dat de wetgever zich breed oriënteert op het Unierecht, zelf keuzes maakt ten aanzien van kernelementen van de verdeling, tegelijk ruimte durft te laten aan het verdelende bestuur, maar in elk geval oog houdt voor de samenhang tussen verschillende verdelingen.


mr. dr. C.J. Wolswinkel
Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel is universitair hoofddocent bestuursrecht aan Tilburg University.
Artikel

Detailhandel – een dienst die geen dienst mag heten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, ruimtelijke ordening, detailhandel, Verordening ruimte
Auteurs Mr. J.J. (Jaap) van der Gouw en Mr. M.J.W. (Matthijs) Timmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van wijzigingen van ruimtelijkeordeningswetgeving, de schorsing van enkele bepalingen van de Verordening ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland vanwege (vermeende) strijd met de Dienstenrichtlijn en prejudiciële vragen van de Afdeling bestuursrechtspraak aan het Hof van Justitie wordt in dit artikel de relatie tussen de Dienstenrichtlijn en de ruimtelijke ordening besproken.


Mr. J.J. (Jaap) van der Gouw
Mr. J.J. van der Gouw is advocaat bij Van der Feltz advocaten te Den Haag.

Mr. M.J.W. (Matthijs) Timmer
Mr. M.J.W. Timmer is advocaat bij Van der Feltz advocaten te Den Haag.
Artikel

Detailhandel en de provinciale verordening: grenzen overschreden?!

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden omgevingsrecht, ruimtelijke ordening, Dienstenrichtlijn
Auteurs Mr. H. (Hans) Koolen
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat in op één specifieke instructieregel in de Verordening ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland, te weten art. 2.1.4 VR. Deze regel ziet op de vestigingsmogelijkheden van detailhandel in Zuid-Holland. Art. 2.1.4 VR staat al enige tijd in de belangstelling. Het is onderwerp van een aantal procedures bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over reactieve aanwijzingen ex art. 3.8 lid 6 Wro en de weigering van een ontheffing ex art. 4.1a Wro. De regeling staat ook in de belangstelling in verband met de vraag hoe dit artikel zich verhoudt tot de eisen van het Unierecht, de vraag of het voortvloeit uit dwingende redenen van algemeen belang, de vraag of het geschikt, evenredig en noodzakelijk is om ruimtelijke doelstellingen te bereiken, en tot slot de vraag of het kan worden geacht ruimtelijke en provinciaal noodzakelijke belangen te dienen.


Mr. H. (Hans) Koolen
Mr. H. Koolen is advocaat bij de maatschap Gijs Heutink Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Amsterdamse prostituees en partyboten en de Dienstenrichtlijn: de zaken Trijber en Harmsen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, vrijheid van vestiging, diensten op het gebied van vervoer, schaarse vergunningen, taalvereiste
Auteurs Mr. T.P.J.N. van Rijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In de hier besproken prejudiciële zaak heeft de Raad van State verschillende vragen over de interpretatie van de Dienstenrichtlijn voorgelegd, met name de vraag in hoeverre deze richtlijn van toepassing is op zuiver interne situaties. Het Hof van Justitie heeft op deze vraag geen antwoord gegeven; toch kan uit het arrest een bepaalde conclusie worden getrokken. De antwoorden op de overige vragen zijn van belang voor bestuursrechtelijke regelingen die vergunningsvereisten bevatten.
    HvJ 1 oktober 2015, gevoegde zaken C-340/14 en C-341/14, Trijber en Harmsen, ECLI:EU:C:2015:641


Mr. T.P.J.N. van Rijn
Mr. T.P.J.N. (Thomas) van Rijn is gewezen juridisch hoofdadviseur bij de Juridische Dienst van de Europese Commissie.
Artikel

Het VU-rapport over de vestiging van detailhandel en verdragsvrijheden: beschouwing & opinie

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden detailhandel, Dienstenrichtlijn, ruimtelijke ordening, planologisch onderzoek
Auteurs Mr. G.H.J. (Gijs) Heutink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het rapport: ‘Vestiging van detailhandel: de toepassing van verdragsvrijheden van het VWEU en de toepassing van de Dienstenrichtlijn’ van prof. mr. J. Struiksma, prof. mr. E. Steyger en mr. M.R. Botman op hoofdlijnen tegen het licht gehouden en worden de conclusies samengevat en op onderdelen voorzien van commentaar en opinie. Tot slot wordt een voorschot genomen op het vervolg en de vraag tot welke acties het rapport de minister aanleiding zou kunnen of moeten geven.


Mr. G.H.J. (Gijs) Heutink
Mr. G.H.J. (Gijs) Heutink is partner in de maatschap Gijs Heutink Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Diversiteitsbewuste communicatie. Niet culturen, maar mensen ontmoeten elkaar

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden intercultural communication, diversity, TOPOI
Auteurs Edwin Hoffman
SamenvattingAuteursinformatie

    Intercultural communication is often portrayed as communication between people with a different ethnic or national background. People may interpret differences and misunderstandings arising in communication as especially grand and problematic. Sometimes, people see the reason for a difference in opinion or the conflict to be situated within the other (often national or ethnic) culture. They see themselves and others as a member of a different group, with a different culture and thus claim the differences to be related to the culture and not the individual person (culturalising or culturistic approach). This approach entails certain risks when it is seen as a condition to be able to speak to others and when handled as the sole frame of reference to interpret people’s meaning-making. An alternative approach can be found in a systemic and communication-theory approach, linking it to intersectionality, pluralism, diversity competence and the TOPOI model, as this article explains.


Edwin Hoffman
Edwin Hoffman is werkzaam als zelfstandig adviseur Diversiteit (ook in België) en als externe lesgever aan de Alpen Adria Universiteit te Klagenfurt met de leeropdracht Interkulturelle Kompetenz und Bildung im internationalen Vergleich.
Artikel

Het filmauteurscontractenrecht belicht

De overdracht bij voorbaat en art. 45d Aw

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden auteurscontractenrecht, art. 45d Aw, cbo, licenties, Lira
Auteurs Mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteursrechthebbenden dragen in de praktijk hun rechten op bestaande en toekomstige werken via aansluitingscontracten over aan collectieve beheersorganisaties. Binnen het filmauteurscontractenrecht wringt die praktijk met het vermoeden van overdracht van art. 45d Aw. Hoe verhoudt deze levering bij voorbaat zich tot art. 45d Aw?


Mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is als gerechtsauditeur verbonden aan de Hoge Raad der Nederlanden en als universitair docent aan de vakgroep Privaatrecht en Notarieel Recht van de Rijksuniversiteit Groningen.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.