Zoekresultaat: 15 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x
Artikel

Access_open Belemmeringen bij de aanpak van onregelmatigheden door de curator

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Insolvency practitioner, Insolvency fraud, Directors’ liability, Enforcement, Empty estates
Auteurs Jessie Pool LL.M. BSc., Dr. Helen Pluut en Prof. mr. Reinout Vriesendorp
SamenvattingAuteursinformatie

    For years, Dutch legal scholars have been debating about the desirability of mandatory private enforcement of irregularities and fraud by the insolvency practitioner. The assumption is that revenue-oriented insolvency practitioners impede efficient enforcement of irregularities in insolvency. The findings of our quantitative study support the assumption that insolvency practitioners do not take enforcement actions in every suspicious insolvency and that norm violations are less likely to enforced when no recourse is offered. The findings of our qualitative study indicate that there are additional explanations for this relative lack of enforcement, such as lack of renumeration and poor follow-up procedures. Therefore, although the insolvency practitioner is assumed to be of great importance in combatting irregularities in bankruptcies, we doubt the effectiveness and preventive effect of the role of the insolvency practitioner. We make various recommendations to facilitate insolvency practitioners in dealing with irregularities.


Jessie Pool LL.M. BSc.
Jessie Pool is als PhD-Fellow verbonden aan de afdeling Ondernemingsrecht van de Universiteit Leiden. Dit artikel is geschreven in het kader van haar proefschrift over het signaleren en redresseren van onregelmatigheden door de curator.

Dr. Helen Pluut
Helen Pluut is als universitair hoofddocent verbonden aan de afdeling Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Leiden.

Prof. mr. Reinout Vriesendorp
Reinout Vriesendorp is als hoogleraar Insolventierecht verbonden aan de afdeling Ondernemingsrecht en de afdeling Bedrijfswetenschappen van de Universiteit Leiden en is advocaat te Amsterdam.
Artikel

De huurprijsbetalingsverplichting van huurders van middenstandsbedrijfsruimte in coronatijd

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Coronacrisis, Huurprijsvermindering, Opschorting huur
Auteurs Mr. dr. M.V.R. Snel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht of en zo ja onder welke condities de huurder van middenstandsbedrijfsruimte bevoegd is zijn verplichting tot betaling van de huurprijs tijdelijk uit te stellen en/of vermindering van de huurprijs te vorderen indien de coronacrisis tot een verminderd gebruik van het gehuurde heeft geleid.


Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan Tilburg University.
Artikel

Kroniek van het bestuursrecht

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Landsverordeningen administratieve rechtspraak (Lar), mandaat
Auteurs Prof. mr. L.J.J. Rogier
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de opheffing van het land de Nederlandse Antillen op 10 oktober 2010 (10-10-’10) is de bestuursrechtelijke regelgeving grotendeels ongewijzigd overgenomen door de nieuwe landen Curaçao en Sint Maarten. Aruba had al sinds zijn status aparte in 1986 zijn eigen bestuursrechtelijke regelgeving en wetten. Voor Caribisch Nederland (de BES-eilanden) bleef ook grotendeels de oude Nederlands-Antilliaanse wetgeving van kracht. Dat maakt dat de regelgeving van alle Caribische landen en eilanden van het Koninkrijk in het algemeen sterk verouderd is. De bestuursrechtelijke jurisprudentie in de West volgt in het algemeen die in Nederland. Er zijn in het afgelopen decennium geen baanbrekende uitspraken gedaan.


Prof. mr. L.J.J. Rogier
Prof. mr. L.J.J. Rogier is als buitengewoon hoogleraar staats- en bestuursrecht verbonden aan de Universiteit van Curaçao en maakt deel uit van de redactie van het Caribisch Juristenblad.
Artikel

Access_open Staatsrecht

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Rijkswet Koninkrijksgeschillen, Koninkrijkstoezicht, Parlementair stelsel, Ontbindingsrecht, Grondrechten
Auteurs Prof. dr. A.B. van Rijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel behandelt de algemene staatsrechtelijke ontwikkeling in de Caribische delen van het Koninkrijk sinds de opheffing van Nederlandse Antillen, de moeizame interactie tussen politiek en de rule of law en de bijbehorende spanningen in die periode, de strubbelingen rond het parlementair stelsel in Curaçao en Sint Maarten en de groeiende bemoeienis vanuit Nederland met de Caribische entiteiten. Ook worden enkele highlights in de wetgeving en de rechtspraak besproken.


Prof. dr. A.B. van Rijn
Prof. dr. A.B. van Rijn is advocaat-partner bij De Clercq Advocaten Notariaat en buitengewoon hoogleraar Staatsrecht en staatkundige vernieuwing aan de University of Curaçao.

    Na de bevrijding ontstond al snel het beeld dat ‘de’ Nederlanders zich tijdens de oorlog heldhaftig hadden verzet tegen de Jodenvervolging en het nationaalsocialistische onrecht. De naoorlogse berichten over de moord op meer dan 102.000 Nederlandse Joden brachten dit zelfbeeld nauwelijks aan het wankelen. Dat werd anders, toen in de jaren zestig van de vorige eeuw bleek dat de nazi’s gedurende de Tweede Wereldoorlog uit geen enkel land in West-Europa zo veel Joden hadden gedeporteerd en omgebracht als uit Nederland. Deze bijdrage staat stil bij het verzet van Nederlandse juristen tegen onrechtvaardig recht, in het bijzonder tegen de antisemitische maatregelen.


Prof. mr. C.J.H. (Corjo) Jansen
Corjo Jansen is hoogleraar Rechtsgeschiedenis en Burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Curaçao en de coronacrisis

Een eerste staats- en bestuursrechtelijke verkenning

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2020
Trefwoorden coronavirus, COVID-19, legaliteitsvereiste, Curaçao, democratische rechtsstaat
Auteurs Mr. dr. J. Sybesma en Mr. drs. R.E.R. de Knegt
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel brengt de juridische grondslag voor de door de Curaçaose regering genomen maatregelen ter bestrijding van COVID-19 in kaart. Elk overheidsoptreden dient te berusten op kenbare en voldoende algemene wettelijke regels en grondrechten dienen door de overheid te worden geëerbiedigd. Ook onder grote druk en in tijden van nood waarin snel en adequaat handelen door de overheid is geboden, zal de rechtsstaat gerespecteerd moeten worden. De getroffen maatregelen begin 2020 in Curaçao verhouden zich echter niet altijd even goed tot de beginselen van de democratische rechtsstaat.


Mr. dr. J. Sybesma
Mr. dr. J. Sybesma is parttime docent staats- en bestuursrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de University of Curaçao (UoC). Sybesma is ook lid van de Raad van Advies van Curaçao (RvA) en redactielid van het Caribisch Juristenblad. Dit artikel is geheel â titre personnel geschreven en reflecteert geenszins de mening van de UoC dan wel die van de RvA.

Mr. drs. R.E.R. de Knegt
Mr. R.E.R. de Knegt is universitair wetenschappelijk docent staats- en bestuursrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de University of Curaçao (UoC) en redactiesecretaris van het Caribisch Juristenblad. Dit artikel is geheel â titre personnel geschreven en reflecteert geenszins de mening van de UoC.
Artikel

Access_open Ontslagrecht volgens de Commissie Regulering van Werk; een reflectie

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Ontslagrecht, Commissie Regulering van Werk, Preventieve toetsing, deeltijdontslag, ontslagvergoeding
Auteurs mr. dr. Vivian Bij de Vaate
SamenvattingAuteursinformatie

    De Commissie Regulering van Werk is ferm in haar eindconclusie die zij op 23 januari 2020 presenteerde. De waarden van werk worden door de huidige regelgeving onvoldoende gewaarborgd en er zijn fundamentele aanpassingen nodig, aldus de Commissie. De auteur bespreekt in deze bijdrage de voorstellen die de Commissie doet tot aanpassing van het ontslagrecht en voorziet deze van een kritische reflectie.


mr. dr. Vivian Bij de Vaate
Vivian Bij de Vaate is universitair docent bij de sectie Sociaal recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    De curator krijgt een alsmaar toenemende rol met betrekking tot behartiging van maatschappelijke belangen zoals faillissementsfraudebestrijding. Met het wetsvoorstel versterking positie curator krijgt de curator een extra wettelijke taak die strekt tot faillissementsfraudebestrijding. De auteur analyseert, adresseert en bespreekt in dit artikel de voor- en nadelen van deze taak.


Mr. A.T.M. Adams
Mr. A.T.M. Adams is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

‘Ik ben slecht in het legen van mijn brievenbus en heb een telefoonfobie’

Het belang van een match in het soort contact tussen uitkeringsgerechtigden en uitkeringsinstanties

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Satisfaction, Digital contact, Matching, Public Assistance
Auteurs Dr. Willem Bantema
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years, contacts between citizens and the government have increasingly become digital. Most people believe that the development toward more digital and thus more impersonal contact could be negative in terms of procedural justice and policy effectiveness. Higher educated and younger citizens embrace contact through the internet more than lower educated and older citizens. This study questions the call for more personal contact. Based on a panel survey, two different kinds of recipients of public assistance are compared: recipients of municipal social services (N=596) and recipients of unemployment benefits (N=709). Because of the social-demographic characteristics mentioned earlier, the recipients of the former are expected to be more negative about digital contact than the latter. This study identifies how these types of recipients of public assistance prefer to have contact with their municipality or agency, and how that works in practice. It shows that neither personal contact preferences, nor the way contact works in practice are decisive for satisfaction with the contact, but the way those two elements are matched. A match of impersonal contact leads to similar satisfaction as a match of personal contact.


Dr. Willem Bantema
Dr. Willem Bantema is senior onderzoeker binnen de interdisciplinaire onderzoeksgroep ‘Handhaving van onderop’ aan de Rijksuniversiteit Groningen en is werkzaam als docent-onderzoeker aan het lectoraat Cybersafety aan de Noorderlijke Hoge School Leeuwarden (NHL). Hij is gespecialiseerd in kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden en geïnteresseerd in de wijze waarop mensen in hun dagelijks leven met wetgeving omgaan.
Artikel

Framing labor contracts: Contract versus network theories

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2016
Trefwoorden contract theory, Network theory, Labor regulation, subjectivity, performativity
Auteurs Robert Knegt
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the 18th century the ‘contractual model’ has become both a paradigm of social theories (f.i. ‘rational choice’) and a dominant model of structuring labour relations. Its presupposition of the subjectivity of individual actors as a given is criticized with reference to network-based theories (Latour, Callon) and to analyses of Foucault. The current contract model of labour relations is analyzed from a historical perspective on normative regimes of labour relations, that imply different conceptions of ‘subjectivity’. Research into the regulation of labour relations requires an analysis in terms of an entanglement of human beings, technologies and legal discourse.


Robert Knegt
Senior researcher at Hugo Sinzheimer Institute, University of Amsterdam
Artikel

Opinio juris as epistème: A constructivist approach to the use of contested concepts in legal doctrine

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Opinio juris, Interpretive concepts, Customary law, Constructivism, Pierre Bourdieu, Peter Berger & Thomas Luckmann
Auteurs Associate Professor Olaf Tans
SamenvattingAuteursinformatie

    Seeing that the role of opinio juris in the identification of customary international law is essentially contested, this contribution seeks to explain how this concept plays a fruitful role in legal doctrine despite of, or perhaps even due to, this essential contestedness. To that effect the paper adopts a constructivist perspective, primarily drawing from Bourdieu’s theory of practice and Berger & Luckmann’s ideas about institutionalization. In this perspective, contested concepts such as opinio juris are conceived of as multifaceted tools of knowledge production in the hands of members of epistemic communities.


Associate Professor Olaf Tans
Olaf Tans works as legal philosopher and political scientist at Amsterdam University College and the Centre for the Politics of Transnational Law. His contribution to this special issue is part of a research line focusing on the social construction of normativity in legal doctrine. He has also published about constitutionalism, citizenship, democracy, and most recently (e.g. in Ratio Juris and Law & Literature) about the use of foundational narratives in public deliberation and law-finding.
Artikel

Beroepsziekten in Europa

Nederland koploper?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2014
Trefwoorden beroepsziekte, Europa, Europese Commissie, Nederland, schadevergoeding
Auteurs dr. B. Sorgdrager
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoe de aanpak van beroepsziekten in Europa is geregeld, is onderwerp van een studie geweest in opdracht van de Europese Commissie. In deze bijdrage worden de conclusies van het rapport samengevat gepresenteerd, in het bijzonder de wijze waarop de diagnose beroepsziekte in Nederland wordt vastgesteld en voor het slachtoffer gewenste ontwikkelingen ten aanzien van de schadevergoeding.


dr. B. Sorgdrager
Dr. B. Sorgdrager is bedrijfsarts bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten.
Artikel

Simulatie onder slachtoffers van schokkende gebeurtenissen

Een pleidooi voor onafhankelijk onderzoek naar de echtheid van psychische klachten in schadevergoedingsprocedures

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2014
Trefwoorden victims, compensation, malingering, detection
Auteurs Maarten Kunst
SamenvattingAuteursinformatie

    High-impact incidents, such as (natural) disasters, severe (traffic) accidents, and exposure to (war) violence, may have severe psychological consequences, both for direct and indirect victims. Such consequences may qualify for financial compensation. However, some victims malinger their psychological status to get compensated for damages they have not suffered. This type of fraudulent behavior costs insurance companies and publicly funded compensation services enormous amounts of money and may eventually make compensation unaffordable. To prevent this from occurring, it is argued that lawyers who need to decide upon victims’ claims for compensation should call in independent experts to evaluate the genuineness of victims’ reported psychological symptoms by administrating a malingering detection test. To enable correct interpretation of the outcome of such a test, the base rate problem is extensively discussed. In short, this problem means that correct test interpretation in individual cases depends on the prevalence of malingering in the population to which a victim belongs. Finally, several counter arguments for the standard assessment of malingering by independent experts are discussed.


Maarten Kunst
Maarten Kunst is werkzaam als universitair hoofddocent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. In 2010 is hij in Tilburg gepromoveerd op de psychosociale gevolgen van slachtofferschap van interpersoonlijk geweld. Daarvoor was hij werkzaam als jurist bezwaar en beroep bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Hij studeerde Nederlands recht en psychologie aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Faillissementsfraude: een hardnekkig fenomeen

Pleidooi voor een preventieve aanpak

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Bankruptcy fraud, Preventive approach, Prosecution, Trade Register, New legislation
Auteurs F. Kemp
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands new criminal law measures will be introduced to prevent and combat bankruptcy fraud. In this article the author argues that the emphasis on criminal law measures is not sufficient to effectively tackle the phenomenon of bankruptcy fraud because prosecution and punishment always occur after the damage is done. What is needed is an integrated approach realising preventive measures, such as tools to detect fraud at an early stage. Fraud is, after all, characterised by typical behaviour that throws up digital red flags. After detecting those red flags subsequent action can be taken to stop the fraud. Also modernising the Trade Register would contribute considerably to the protection of creditors.


F. Kemp
Mr. Frits Kemp is als advocaat en curator verbonden aan Fort advocaten te Amsterdam. Hij is lid van de initiatiefgroep 1Overheid en docent Insolventierecht bij verschillende universiteiten en instellingen.

    Sinds de invoering van het Burgerlijk Wetboek in 1838 heeft men herhaaldelijk getracht de gronden voor echtscheiding te verruimen. Hoewel deze gronden uiteindelijk pas verruimd werden in 1971, werd de tot die tijd bestaande situatie, waarbij echtscheiding slechts op vier gronden mogelijk was en echtscheiding met wederzijds goedvinden verboden was, als onwenselijk beschouwd. Dit gevoelen werd nog sterker na het arrest van de Hoge Raad uit 1883, de zogenaamde 'Groote Leugen'. Teneinde een einde te maken aan deze 'Groote Leugen' en in een poging het Nederlandse echtscheidingsrecht meer in lijn te brengen met het Duitse recht, heeft de Nederlandse secretaris-generaal voor Justitie, J.J. Schrieke, tussen 1942 en 1944 twee wijzigingsvoorstellen voorgelegd aan de Duitse autoriteiten welke destijds Nederland bezet hielden. Dit artikel analyseert beide wijzigingsvoorstellen en probeert een antwoord te geven op de vraag in hoeverre deze voorstellen het resultaat waren van een mogelijke invloed van het Nationaal Socialisme.
    ---
    Since the introduction of the Civil Code in 1838 one has repeatedly tried to extend the grounds for divorce. Although the grounds for divorce were not extended before 1971, the then existing situation, with only four grounds for divorce and a prohibition of divorce with mutual consent, was considered undesirable This sentiment became even stronger after the judgment of the Dutch Supreme Court of 1883, which became known as the 'Big Lie'. In order to stop this 'Big Lie' and in an attempt to bring Dutch divorce law more in line with German divorce law, the Dutch secretary-general of Justice, J.J. Schrieke, has presented the German authorities, which then occupied the Netherlands, with two draft revisions between 1942 and 1944. This article analyses both drafts and tries to answer the question to what extent these drafts were the result of a possible influence of National Socialism. This article is a summary of a part of the most important conclusions of the dissertation of the author, titled: 'National Socialist Family Law. The influence of National Socialism on marriage and divorce law in Germany and the Netherlands' defended at Maastricht University on 8 November 2012. A commercial edition of the dissertation is forthcoming.


Dr. Mariken Lenaerts LL.M., Ph.D.
Mariken Lenaerts obtained her doctorate at Maastricht University.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.