Zoekresultaat: 167 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x
Artikel

Access_open What does it mean to be ‘illiberal’?

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Liberalism, Illiberalism, Illiberal practices, Extremism, Discrimination
Auteurs Bouke de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Illiberal’ is an adjective that is commonly used by scholars. For example, they might speak of ‘illiberal cultures’, ‘illiberal groups’, ‘illiberal states’, ‘illiberal democracies’, ‘illiberal beliefs’, and ‘illiberal practices’. Yet despite its widespread usage, no in-depth discussions exist of exactly what it means for someone or something to be illiberal, or might mean. This article fills this lacuna by providing a conceptual analysis of the term ‘illiberal practices’, which I argue is basic in that other bearers of the property of being illiberal can be understood by reference to it. Specifically, I identify five ways in which a practice can be illiberal based on the different ways in which this term is employed within both scholarly and political discourses. The main value of this disaggregation lies in the fact that it helps to prevent confusions that arise when people use the adjective ‘illiberal’ in different ways, as is not uncommon.


Bouke de Vries
Bouke de Vries is a postdoctoral research fellow at Umeå University and the KU Leuven.
Article

Access_open Invisible before the law

The legal position of persons with intellectual disabilities under the Dutch Care and Compulsion Act (Wzd) in light of Article 12 of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD)

Tijdschrift Family & Law, februari 2021
Trefwoorden dicrimination, guardianship, incapacitated adults, legal (in)capacity
Auteurs F. Schuthof LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, the use of involuntary treatment in the mental health care sector is governed by the Dutch Care and Compulsion Act (Wzd). This study examines the legal position of persons with intellectual disabilities under this Act. The Wzd is analyzed in light of the human rights standards of Article 12 of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD). The findings of this study show that the Wzd does not meet the standards of Article 12 in several cases. The Wzd does not recognize the legal capacity of persons with intellectual disabilities, it continues to allow for substituted decision-making and support measures are not complemented by adequate safeguards. From a theoretical point of view, an imbalance between the protection of and the respect for the autonomy of persons with intellectual disabilities can be observed. This article formulates several recommendations in order to restore this balance.
    ---
    De Nederlandse Wet zorg en dwang (Wzd) ziet toe op de rechten van mensen met een verstandelijke beperking bij onvrijwillige zorg of onvrijwillige opname. Dit artikel onderzoekt de juridische positie van mensen met een verstandelijke beperking ten aanzien van deze wet. De Wzd wordt geanalyseerd in relatie tot artikel 12 van het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (VRPH). De bevindingen van dit onderzoek laten zien dat de Wzd in verschillende gevallen niet voldoet aan de normen van artikel 12 VRPH. Zo wordt onder andere de handelingsbekwaamheid, ofwel ‘legal capacity’, van mensen met een verstandelijke beperking niet erkend en blijft plaatsvervangende besluitvorming mogelijk. Vanuit theoretisch oogpunt is er sprake van een disbalans tussen de bescherming van en het respect voor de autonomie van mensen met een verstandelijke beperking. Dit artikel doet daarom meerdere aanbevelingen om dit evenwicht te herstellen.


F. Schuthof LLM
Fiore Schuthof conducts research into better empowerment and protection of the elderly as a PhD student at Utrecht University (UU).
Artikel

Access_open De ontwikkeling en implicaties van kinder- en mensenrechten op het gebied van klimaatverandering

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Klimaat, Kinderrechten/IVRK, Jeugdrecht, Mensenrechten, VN-Kinderrechtencomité
Auteurs Dr. M.J. Wewerinke-Singh, Mr. J.A.M. Stein MSc en Prof. mr. J.E. Doek
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel kinderen disproportioneel geraakt worden door klimaatverandering, is er tot op heden nog relatief weinig aandacht besteed aan de juridische kant hiervan. Dit artikel tracht bij te dragen door antwoord te geven op de vraag in hoeverre kinderen ‘klimaatrechten’ hebben op mensen- en kinderrechtelijk vlak. In dit kader worden de ontwikkelingen op het terrein van mensenrechten geschetst. Ook wordt ingegaan op de belangrijkste juridische implicaties van kinderrechten zoals neergelegd in het IVRK. Hiervoor zijn ook alle Concluding Observations uit 2019 op dit onderwerp bestudeerd. Bovendien wordt het analytisch rapport van de OHCHR over klimaat en kinderrechten besproken. Tot slot wordt ingegaan op de klimaatklacht die momenteel voorligt bij het VN-Kinderrechtencomité en de mogelijkheden van kinderen in Nederland voor de effectuering van hun rechten op dit vlak.


Dr. M.J. Wewerinke-Singh
Dr. M.J. Wewerinke-Singh is als universitair docent verbonden aan het Grotius Centre for International Legal Studies in Leiden.

Mr. J.A.M. Stein MSc
Mr. J.A.M. Stein is lid van de werkgroep Jeugd- en Gezondheidsrecht van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM). Dit artikel vloeit voort uit de door het NJCM georganiseerde seminar ‘Kinderrechten & klimaat’ gehouden in februari 2020 te Den Haag.

Prof. mr. J.E. Doek
Prof. mr. J.E. Doek is Emeritus hoogleraar familie en jeugdrecht bij de VU Amsterdam en gastmedewerker bij de afdeling jeugdrecht van de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Dismissal protection in Germany

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Statutory and judge-made dismissal protrection in germany, Dismissal protection and constitutional law, The importance of the case law, Legal principles, Payments during sickness
Auteurs dr. Bernd Waas
SamenvattingAuteursinformatie

    The article provides overview of the main elements of protection against dismissal in germany. In particular, the possible reasons for dismissal and the substantive requirements are discussed. The procedural aspects and remedies are also dealt with. Finally, it is explained, how the payment during sickness is organized.


dr. Bernd Waas
Bernd Waas is Chair of Labour Law and Civil Law under consideration of European and International Labour Law at Goethe-Universität.
Article

Access_open Text-mining for Lawyers: How Machine Learning Techniques Can Advance our Understanding of Legal Discourse

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2021
Trefwoorden text mining, machine learning, law, natural language processing
Auteurs Arthur Dyevre
SamenvattingAuteursinformatie

    Many questions facing legal scholars and practitioners can be answered only by analysing and interrogating large collections of legal documents: statutes, treaties, judicial decisions and law review articles. I survey a range of novel techniques in machine learning and natural language processing – including topic modelling, word embeddings and transfer learning – that can be applied to the large-scale investigation of legal texts


Arthur Dyevre
Arthur Dyevre is Professor at the KU Leuven Centre for Empirical Jurisprudence, Leuven, Belgium. arthur.dyevre@kuleuven.be.
Article

Access_open Big Data Ethics: A Life Cycle Perspective

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2021
Trefwoorden big data, big data analysis, data life cycle, ethics, AI
Auteurs Simon Vydra, Andrei Poama, Sarah Giest e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The adoption of big data analysis in the legal domain is a recent but growing trend that highlights ethical concerns not just with big data analysis, as such, but also with its deployment in the legal domain. This article systematically analyses five big data use cases from the legal domain utilising a pluralistic and pragmatic mode of ethical reasoning. In each case we analyse what happens with data from its creation to its eventual archival or deletion, for which we utilise the concept of ‘data life cycle’. Despite the exploratory nature of this article and some limitations of our approach, the systematic summary we deliver depicts the five cases in detail, reinforces the idea that ethically significant issues exist across the entire big data life cycle, and facilitates understanding of how various ethical considerations interact with one another throughout the big data life cycle. Furthermore, owing to its pragmatic and pluralist nature, the approach is potentially useful for practitioners aiming to interrogate big data use cases.


Simon Vydra
Simon Vydra is a Researcher at the Institute for Public Administration, Leiden University, the Netherlands.

Andrei Poama
Andrei Poama is Assistant Professor at the Institute for Public Administration, Leiden University, the Netherlands.

Sarah Giest
Sarah Giest is Assistant Professor at the Institute for Public Administration, Leiden University, the Netherlands.

Alex Ingrams
Alex Ingrams is Assistant Professor at the Institute for Public Administration, Leiden University, the Netherlands.

Bram Klievink
Bram Klievink is Professor of Digitization and Public Policy at the Institute for Public Administration, Leiden University, the Netherlands.
Artikel

Access_open ILO-Conventie 190: een ‘geïntegreerde aanpak’ van geweld en intimidatie?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2021
Trefwoorden ILO-Conventie 190, Geweld en (seksuele) intimidatie, Gelijke behandeling, Arbeidsomstandigheden
Auteurs Mr. dr. Bas Rombouts
SamenvattingAuteursinformatie

    De twee meest recent aangenomen ILO-instrumenten – Conventie 190 en Aanbeveling 206 – reguleren de aanpak van geweld en intimidatie in de context van werk. Het fundament van deze instrumenten is een ‘inclusive, integrated and gender-reponsive approach’ die middels de routes van preventie en bescherming, handhaving en genoegdoening en advies en scholing dient te worden geïmplementeerd. Conventie 190 hanteert een brede definitie van ‘geweld en intimidatie’ en is van toepassing op formele werknemers, maar ook op andere groepen ‘werkenden’. Maar wat is de inhoud en het belang van deze geïntegreerde aanpak, bezien in nationaal en internationaal perspectief? Hoe verhoudt de bescherming tegen geweld en intimidatie onder gelijkebehandelingswetgeving en arbeidsomstandighedenrecht zich tot elkaar en voldoet het Nederlands juridisch raamwerk aan de voorgestelde ‘integrated approach’? Alhoewel de Conventie als normatieve basis gelijke behandeling en non-discriminatie neemt, geeft zij uitdrukkelijk de opdracht aan ratificerende lidstaten om een geïntegreerde aanpak toe te passen, waarbij geweld en intimidatie niet slechts onder gelijkebehandelingswetgeving, maar tevens onder arbeidsomstandighedenrecht en strafrecht worden ondergebracht om zo lacunes in de juridische bescherming voor slachtoffers te voorkomen. Alhoewel de juridische infrastructuur voor deze ‘integrated approach’ in Nederland aanwezig lijkt, is er nog een aantal aandachtspunten aangaande een effectieve implementatie hiervan, met name in relatie tot criteria voor zorgvuldige klachtbehandeling, risicoanalyse en aanpak en de rol van de vertrouwenspersoon.


Mr. dr. Bas Rombouts
Mr. dr. B. Rombouts is werkzaam als universitair hoofddocent aan het departement Private, Business and Labour Law van Tilburg Law School, Tilburg University. Hij is gespecialiseerd in internationaal arbeidsrecht, fundamentele arbeidsnormen, mensenrechten en duurzame ontwikkeling.
Artikel

Bounding Border Checks

A Comparative Approach to Crimmigration, Race, and Policing at the US Internal Border

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Border checks, US International Border, US Border Patrol, Schengen area
Auteurs David Hamburger
SamenvattingAuteursinformatie

    Crimmigration – the hybridization of criminal law and migration policy – is a transatlantic phenomenon. Despite this growing recognition, however, academic attention has thus far tended to focus more on discrete cases than on the similarities across regional contexts. In considering internal checkpoint stops conducted by US Border Patrol within the context of ongoing debates about racial profiling and policing of the internal border in the Schengen area, this article aims to provide a comparative lens by which to assess the questions at the heart of the current European discussion. An examination of both the jurisprudence and practice of the US internal border, this comparison suggests, offers a cautionary tale for European attempts to balance the fight against cross-border crime with the principles of human rights and the promise of a Europe free of internal frontiers.


David Hamburger
D.J. Hamburger LLM is a recent LLM graduate of the Europa Instituut at Leiden Law School, where he was an NAF-Fulbright fellow.

    La présente contribution vise à analyser les développements jurisprudentiels de la Commission européenne des droits de l’homme et de la Cour européenne des droits de l’homme en matière d’interruption de grossesse. Nous formulons une réponse à la question suivante: vu de l’évolution de la jurisprudence, quelles conclusions pouvons-nous tirer sur la position actuelle de la Cour européenne des droits de l’homme sur la question du droit et de l’accès à l’avortement? À travers une analyse des décisions et arrêts rendus par la Commission et la Cour, nous étudions la façon dont les différents intérêts et droits s’articulent, à savoir ceux de la femme enceinte, du père potentiel, de l’enfant à naître et de la société. Au terme de cette étude, nous déterminons la marge d’appréciation dont jouissent les états membres en la matière, ainsi que la manière dont la Cour réalise une balance des différents intérêts en présence.

    ---
    This contribution aims to analyze the case-law developments of the European Commission of Human Rights and the European Court of Human Rights in matters of termination of pregnancy. We formulate an answer to the following question: regarding the case-law developments, what can we conclude on the European Court of Human Rights’ current position on the right and access to abortion? Through an analysis of the Commission and the Court’s decisions and judgments, we study how the different interests and rights are articulated, namely those of the pregnant woman, the potential father, the unborn child, and the society. At the end of this study, we determine the member states’ margin of appreciation regarding abortion and how the Court finds a balance between the various concerned interests.


A. Cassiers
Aurélie Cassiers est assistante - doctorante à l'UHasselt. L’auteure souhaite remercier la relecture attentive et les remarques pertinentes de sa promotrice et sa co-promotrice, prof. dr. Charlotte Declerck (UHasselt) et prof. dr. Géraldine Mathieu (UNamur).
Artikel

Access_open Addressing Problems Instead of Diagnoses

Reimagining Liberalism Regarding Disability and Public Health

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Vulerability Theory, Liberalism, Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD), Public Health, Capabilities Approach
Auteurs Erwin Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    The public health systems of liberal states systematically fail to meet the goals and obligations of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities, which aims to facilitate full societal participation and independent life choices by all impaired persons, as well as the unburdening of their private caretakers. This failure does not stem from a lack of money or effort by governments and other societal institutions, but flaws in the anatomy of these systems. As these systems confine institutional assistance to the needs of persons with certain delineated disabilities, they neglect the needs of other persons, whose disabilities do not fit this mould. The responsibility for the latter group thus falls to their immediate social circle. These private caretakers are in turn seldom supported. To remedy this situation, I will present the alternative paradigm of vulnerability theory as the possible foundation for a more inclusive approach to public health.


Erwin Dijkstra
Erwin Dijkstra LLM MA is lecturer and researcher at the Department of Jurisprudence of the Leiden Law School of Leiden University.
Artikel

Access_open Theme: introduction to the Dutch system of dismissal and its constituents

The editorial board

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Ontslagrecht, Rechtsvergelijking, Dismissal law
Samenvatting

Artikel

Access_open The ECHR and Private Intercountry Adoptions in Germany and the Netherlands: Lessons Learned from Campanelli and Paradiso v. Italy

Tijdschrift Family & Law, januari 2021
Trefwoorden Private intercountry adoptions, surrogacy, ECHR, UNCRC, the best interests of the child
Auteurs dr. E.C. Loibl
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the past half century, a market in adoptable children has emerged. The imbalance between the demand for and the supply of adoptable children, combined with the large sums of Western money, incite greedy actors in poor countries to illegally obtain children for adoption. This renders intercountry adoption conducive to abuses. Private adoptions are particularly prone to abusive and commercial practices. Yet, although they violate both international and national law, German and Dutch family courts commonly recognize them. They argue that removing the child from the illegal adopters would not be compatible with the rights and best interests of the individual child concerned. In 2017, the ECtHR rendered a ground-breaking judgement in Campanelli and Paradiso v. Italy. In this case, the Court dealt with the question as to whether removing a child from the care of an Italian couple that entered into a surrogacy agreement with a Russian clinic, given that surrogacy is illegal in Italy, violated Article 8 ECHR. Contrary to previous case law, in which the ECtHR placed a strong emphasis on the best interests of the individual child concerned, the Court attached more weight to the need to prevent disorder and crime by putting an end to the illegal situation created by the Italian couple and by discouraging others from bypassing national laws. The article argues that considering the shifting focus of the ECtHR on the prevention of unlawful conduct and, thus, on the best interests of children in general, the German and Dutch courts’ failure to properly balance the different interests at stake in a private international adoption by mainly focusing on the individual rights and interests of the children is difficult to maintain.

    ---

    In de afgelopen halve eeuw is er een markt voor adoptiekinderen ontstaan. De disbalans tussen de vraag naar en het aanbod van adoptiekinderen, in combinatie met grote sommen westers geld, zet hebzuchtige actoren in arme landen ertoe aan illegaal kinderen te verkrijgen voor adoptie. Dit maakt interlandelijke adoptie bevorderlijk voor misbruik. Particuliere adoptie is bijzonder vatbaar voor misbruik en commerciële praktijken. Ondanks het feit dat deze privé-adopties in strijd zijn met zowel internationaal als nationaal recht, worden ze door Duitse en Nederlandse familierechtbanken doorgaans wel erkend. Daartoe wordt aangevoerd dat het verwijderen van het kind van de illegale adoptanten niet verenigbaar is met de rechten en belangen van het individuele kind in kwestie. In 2017 heeft het EHRM een baanbrekende uitspraak gedaan in de zaak Campanelli en Paradiso t. Italië. In deze zaak behandelde het Hof de vraag of het verwijderen van een kind uit de zorg van een Italiaans echtpaar dat een draagmoederschapsovereenkomst met een Russische kliniek is aangegaan, in strijd is met artikel 8 EVRM, daarbij in ogenschouw genomen dat draagmoederschap in Italië illegaal is. In tegenstelling tot eerdere jurisprudentie, waarin het EHRM sterk de nadruk legde op de belangen van het individuele kind, hechtte het Hof meer gewicht aan de noodzaak om de openbare orde te bewaken en criminaliteit te voorkomen door een einde te maken aan de illegale situatie die door het Italiaanse echtpaar was gecreëerd door onder andere het omzeilen van nationale wetten. Het artikel stelt dat, gezien de verschuiving in de focus van het EHRM op het voorkomen van onwettig gedrag en dus op het belang van kinderen in het algemeen, de Duitse en Nederlandse rechtbanken, door met name te focussen op de individuele rechten en belangen van de kinderen, er niet in slagen om de verschillende belangen die op het spel staan ​​bij een particuliere internationale adoptie goed af te wegen.


dr. E.C. Loibl
Elvira Loibl is Assistant Professor Criminal Law and Criminology, Universiteit Maastricht.
Artikel

Wanneer je leven bepaald wordt door de wet

– over handicap, regelgeving en identiteit

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Participatiewet (Pw), VN-verdrag Handicap, sociale zekerheid, rechtstheorie
Auteurs Mr. drs. E. Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor veel mensen met een functiebeperking geldt dat zij op wettelijk geregelde voorzieningen moeten vertrouwen voor hun basale levensbehoeften. De aannames van de wetgever betreffende welke noden van deze groep tot de verantwoordelijkheid van de maatschappij behoren, bepalen dus de mate waarin zij in deze behoeften kunnen voorzien en hoe zij – en hun omgeving – hun leven kunnen inrichten. In dit artikel wordt onderbouwd waarom de huidige aannames van de wetgever een grote groep mensen met een functiebeperking in de steek laten. In de participatiemaatschappij staan deelname aan de reguliere arbeidsmarkt en vertrouwen op het eigen netwerk namelijk centraal. Dientengevolge schiet de huidige sociale zekerheid voor mensen die niet of niet gedeeltelijk kunnen werken en geen daadkrachtig netwerk te hebben, veelal tekort. Een begin van de oplossing van dit probleem, zo wordt voorgesteld, is het opnieuw waarderen van bijdragen buiten de reguliere arbeidsmarkt en het uitbreiden en bestendigen van de voorzieningen voor mensen met een functiebeperking.


Mr. drs. E. Dijkstra
Mr. drs. E. (Erwin) Dijkstra is als docent/onderzoeker verbonden aan het Instituut Metajuridica van de Rechtswetenschap van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Asiel en migratie

Access_open Het nieuwe migratie- en asielpact: flexibele solidariteit, verplichte grensprocedures en nog meer dataverzameling

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden migratie, asielrecht, Europese Unie, grensprocedures, solidariteit
Auteurs Prof. dr. H. Battjes, Mr. dr. E.R. Brouwer en Mr. dr. M. den Heijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 23 september 2020 presenteerde de Europese Commissie het migratie- en asielpact. Dit pact beslaat 509 pagina’s aanbevelingen en wetgevende voorstellen op het gebied van migratie- en asielrecht, het Schengenacquis en grenscontrole. In deze bijdrage bespreken we onder meer de vraag in hoeverre de voorstellen een basis bieden voor solidaire, menswaardige, maar ook effectievere migratie- en asiel afspraken in de Europese Unie. De bijdrage gaat met name in op de voorgestelde grensprocedures en de hervorming van het Dublinsysteem. Ook bespreken we de plannen ter versterking van Schengen en de maatregelen op het gebied van persoonsgegevens en EU- datasystemen.
    Mededeling van de Commissie over een nieuw migratie- en asielpact COM(2020)609 def., 23 september 2020.


Prof. dr. H. Battjes
Prof. dr. H. (Hemme) Battjes is hoogleraar Europees asielrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. dr. E.R. Brouwer
Mr. dr. E.R. (Evelien) Brouwer is universitair docent migratierecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. dr. M. den Heijer
Mr. dr. M. (Maarten) den Heijer is universitair docent internationaal recht aan de Universiteit van Amsterdam.
Article

Access_open Can Non-discrimination Law Change Hearts and Minds?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2020
Trefwoorden law and society, social change, discrimination, non-discrimination law, positive action
Auteurs Anita Böcker
SamenvattingAuteursinformatie

    A question that has preoccupied sociolegal scholars for ages is whether law can change ‘hearts and minds’. This article explores whether non-discrimination law can create social change, and, more particularly, whether it can change attitudes and beliefs as well as external behaviour. The first part examines how sociolegal scholars have theorised about the possibility and desirability of using law as an instrument of social change. The second part discusses the findings of empirical research on the social working of various types of non-discrimination law. What conclusions can be drawn about the ability of non-discrimination law to create social change? What factors influence this ability? And can non-discrimination law change people’s hearts and minds as well as their behaviour? The research literature does not provide an unequivocal answer to the latter question. However, the overall picture emerging from the sociolegal literature is that law is generally more likely to bring about changes in external behaviour and that it can influence attitudes and beliefs only indirectly, by altering the situations in which attitudes and opinions are formed.


Anita Böcker
Anita Böcker is associate professor of Sociology of Law at Radboud University, Nijmegen.
Article

Access_open Positive State Obligations under European Law: A Tool for Achieving Substantive Equality for Sexual Minorities in Europe

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Positive obligations, sexual minorities, sexual orientation, European law, human rights
Auteurs Alina Tryfonidou
SamenvattingAuteursinformatie

    This article seeks to examine the development of positive obligations under European law in the specific context of the rights of sexual minorities. It is clear that the law should respect and protect all sexualities and diverse intimate relationships without discrimination, and for this purpose it needs to ensure that sexual minorities can not only be free from state interference when expressing their sexuality in private, but that they should be given the right to express their sexuality in public and to have their intimate relationships legally recognised. In addition, sexual minorities should be protected from the actions of other individuals, when these violate their legal and fundamental human rights. Accordingly, in addition to negative obligations, European law must impose positive obligations towards sexual minorities in order to achieve substantive equality for them. The article explains that, to date, European law has imposed a number of such positive obligations; nonetheless, there is definitely scope for more. It is suggested that European law should not wait for hearts and minds to change before imposing additional positive obligations, especially since this gives the impression that the EU and the European Court of Human Rights (ECtHR) are condoning or disregarding persistent discrimination against sexual minorities.


Alina Tryfonidou
Alina Tryfonidou is Professor of Law, University of Reading.
Article

Access_open A Positive State Obligation to Counter Dehumanisation under International Human Rights Law

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Dehumanisation, International Human Rights Law, Positive State obligations, Framework Convention for the Protection of National Minorities, International Convention on the Elimination of all forms of Racial Discrimination
Auteurs Stephanie Eleanor Berry
SamenvattingAuteursinformatie

    International human rights law (IHRL) was established in the aftermath of the Second World War to prevent a reoccurrence of the atrocities committed in the name of fascism. Central to this aim was the recognition that out-groups are particularly vulnerable to rights violations committed by the in-group. Yet, it is increasingly apparent that out-groups are still subject to a wide range of rights violations, including those associated with mass atrocities. These rights violations are facilitated by the dehumanisation of the out-group by the in-group. Consequently, this article argues that the creation of IHRL treaties and corresponding monitoring mechanisms should be viewed as the first step towards protecting out-groups from human rights violations. By adopting the lens of dehumanisation, this article demonstrates that if IHRL is to achieve its purpose, IHRL monitoring mechanisms must recognise the connection between dehumanisation and rights violations and develop a positive State obligation to counter dehumanisation. The four treaties explored in this article, the European Convention on Human Rights, the International Covenant on Civil and Political Rights, the Framework Convention for the Protection of National Minorities and the International Convention on the Elimination of all forms of Racial Discrimination, all establish positive State obligations to prevent hate speech and to foster tolerant societies. These obligations should, in theory, allow IHRL monitoring mechanisms to address dehumanisation. However, their interpretation of the positive State obligation to foster tolerant societies does not go far enough to counter unconscious dehumanisation and requires more detailed elaboration.


Stephanie Eleanor Berry
Stephanie Eleanor Berry is Senior Lecturer in International Human Rights Law, University of Sussex.
Article

Access_open How Far Should the State Go to Counter Prejudice?

A Positive State Obligation to Counter Dehumanisation

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2020
Trefwoorden prejudice, soft paternalism, empathy, liberalism, employment discrimination, access to goods and services
Auteurs Ioanna Tourkochoriti
SamenvattingAuteursinformatie

    This article argues that it is legitimate for the state to practice soft paternalism towards changing hearts and minds in order to prevent behaviour that is discriminatory. Liberals accept that it is not legitimate for the state to intervene in order to change how people think because ideas and beliefs are wrong in themselves. It is legitimate for the state to intervene with the actions of a person only when there is a risk of harm to others and when there is a threat to social coexistence. Preventive action of the state is legitimate if we consider the immaterial and material harm that discrimination causes. It causes harm to the social standing of the person, psychological harm, economic and existential harm. All these harms threaten peaceful social coexistence. This article traces a theory of permissible government action. Research in the areas of behavioural psychology, neuroscience and social psychology indicates that it is possible to bring about a change in hearts and minds. Encouraging a person to adopt the perspective of the person who has experienced discrimination can lead to empathetic understanding. This, can lead a person to critically evaluate her prejudice. The paper argues that soft paternalism towards changing hearts and minds is legitimate in order to prevent harm to others. It attempts to legitimise state coercion in order to eliminate prejudice and broader social patterns of inequality and marginalisation. And it distinguishes between appropriate and non-appropriate avenues the state could pursue in order to eliminate prejudice. Policies towards eliminating prejudice should address the rational and the emotional faculties of a person. They should aim at using methods and techniques that focus on persuasion and reduce coercion. They should raise awareness of what prejudice is and how it works in order to facilitate well-informed voluntary decisions. The version of soft paternalism towards changing minds and attitudes defended in this article makes it consistent with liberalism.


Ioanna Tourkochoriti
Ioanna Tourkochoriti is Lecturer Above the Bar, NUI Galway School of Law.
Article

Access_open The Potential of Positive Obligations Against Romaphobic Attitudes and in the Development of ‘Roma Pride’

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Roma, Travellers, positive obligations, segregation, culturally adequate accommodation
Auteurs Lilla Farkas en Theodoros Alexandridis
SamenvattingAuteursinformatie

    The article analyses the jurisprudence of international tribunals on the education and housing of Roma and Travellers to understand whether positive obligations can change the hearts and minds of the majority and promote minority identities. Case law on education deals with integration rather than cultural specificities, while in the context of housing it accommodates minority needs. Positive obligations have achieved a higher level of compliance in the latter context by requiring majorities to tolerate the minority way of life in overwhelmingly segregated settings. Conversely, little seems to have changed in education, where legal and institutional reform, as well as a shift in both majority and minority attitudes, would be necessary to dismantle social distance and generate mutual trust. The interlocking factors of accessibility, judicial activism, European politics, expectations of political allegiance and community resources explain jurisprudential developments. The weak justiciability of minority rights, the lack of resources internal to the community and dual identities among the Eastern Roma impede legal claims for culture-specific accommodation in education. Conversely, the protection of minority identity and community ties is of paramount importance in the housing context, subsumed under the right to private and family life.


Lilla Farkas
Lilla Farkas is a practising lawyer in Hungary and recently earned a PhD from the European University Institute entitled ‘Mobilising for racial equality in Europe: Roma rights and transnational justice’. She is the race ground coordinator of the European Union’s Network of Legal Experts in Gender Equality and Non-discrimination.

Theodoros Alexandridis
Theodoros Alexandridis is a practicing lawyer in Greece.

    The entry into force of the United Nations Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD) pushed state obligations to counter prejudice and stereotypes concerning people with disabilities to the forefront of international human rights law. The CRPD is underpinned by a model of inclusive equality, which views disability as a social construct that results from the interaction between persons with impairments and barriers, including attitudinal barriers, that hinder their participation in society. The recognition dimension of inclusive equality, together with the CRPD’s provisions on awareness raising, mandates that states parties target prejudice and stereotypes about the capabilities and contributions of persons with disabilities to society. Certain human rights treaty bodies, including the Committee on the Rights of Persons with Disabilities and, to a much lesser extent, the Committee on the Elimination of Discrimination against Women, require states to eradicate harmful stereotypes and prejudice about people with disabilities in various forms of interpersonal relationships. This trend is also reflected, to a certain extent, in the jurisprudence of the European Court of Human Rights. This article assesses the extent to which the aforementioned human rights bodies have elaborated positive obligations requiring states to endeavour to change ‘hearts and minds’ about the inherent capabilities and contributions of people with disabilities. It analyses whether these bodies have struck the right balance in elaborating positive obligations to eliminate prejudice and stereotypes in interpersonal relationships. Furthermore, it highlights the convergences or divergences that are evident in the bodies’ approaches to those obligations.


Andrea Broderick
Andrea Broderick is Assistant Professor at the Universiteit Maastricht, the Netherlands.
Toont 1 - 20 van 167 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.