Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 165 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2014 x Rubriek Article x
Artikel

Nachgründung, financial assistance en uitkeringen aan aandeelhouders: het overgangsrecht en de relevante jurisprudentie

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2014
Trefwoorden nachgründung, financiële steunverlening, overgangsrecht, statutaire verwijzingen, bestuurdersaansprakelijkheid
Auteurs Mr. P. Hofsteenge
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het overgangsrecht met betrekking tot de Wet Flex-BV dat op grond van de wet, parlementaire geschiedenis en jurisprudentie geldt ten aanzien van nachgründung, financial assistance en uitkeringen aan aandeelhouders. In de jurisprudentie is dit overgangsrecht meerdere malen aan de orde gekomen en duidelijk is gebleken dat de normen uit de ‘oude’ artikelen nog steeds van betekenis zijn.


Mr. P. Hofsteenge
Mr. P. Hofsteenge is kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Access_open The Experience of Legal Injustice

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2014
Trefwoorden legal injustice, legal subject, law and morality, Fuller, Arendt
Auteurs Wouter Veraart
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper shows that Fuller and Arendt converge on a different point than the point Rundle focuses on. What Fuller and Arendt seem to share in their legal thoughts is not so much an interest in the experience of law-as-such (the interaction between responsible agency and law as a complex institution), but rather an interest in the junction of law and injustice. By not sufficiently focusing on the experience of legal injustice, Rundle overlooks an important point of divergence between Arendt and Fuller. In particular, Arendt differs from Fuller in her conviction that ‘injustice in a legal form’ is an integral part of modern legal systems.


Wouter Veraart
Wouter Veraart is Professor of Legal Philosophy and Director of Research at the Free University Amsterdam; w.j.veraart@vu.nl.
Artikel

Problemen in verband met de beperkte erfrechtelijke rechtskeuzemogelijkheid in Nederlands-Duitse verhoudingen: nu en vanaf 17 augustus 2015

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden grensoverschrijdende erfopvolging, Duitsland, rechtskeuze, vererving, afwikkeling, internationaal erfrecht, Europese Erfrechtverordening
Auteurs W. Eule en Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    De praktijk wordt regelmatig geconfronteerd met nalatenschappen die raakvlakken hebben met zowel Duitsland als Nederland. De afwikkeling hiervan verloopt niet altijd even soepel, onder meer als gevolg van de afwijkende regels van internationaal erfrecht in Duitsland en Nederland. De rechtskeuzemogelijkheid van de erflater biedt meestal ook slechts beperkt uitkomst. In deze bijdrage worden de huidige problemen rondom toepasselijk erfrecht en rechtskeuze in Duits-Nederlandse verhoudingen in kaart gebracht en, waar mogelijk, van een (praktische) oplossing voorzien. Bovendien wordt onderzocht welke van deze problemen onder de Erfrechtverordening (vanaf 17 augustus 2015) zullen zijn opgelost en hoe met oude en nieuwe rechtskeuzes moet worden omgegaan in de Duits-Nederlandse boedelpraktijk.


W. Eule
W. Eule is advocaat en notaris in Neuenhaus, Duitsland.

Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en adviseur bij PlasBossinade advocaten en notarissen te Groningen.
Artikel

Causaal verband in whiplashzaken: een beschouwing vanuit juridisch en medisch perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden whiplash, causaal verband, schade, letselschadeclaim, juridisch perspectief, medisch perspectief
Auteurs Mr. P. Oskam en Drs. A.M. Reitsma
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de recente rechtspraak in whiplashzaken besproken. De huidige lijn in de rechtspraak wordt vervolgens zowel vanuit juridisch als vanuit medisch perspectief belicht, waarbij onder meer aandacht wordt besteed aan de richtlijnen van de NVN en de behandelbaarheid van subjectieve gezondheidsklachten. De auteurs gaan onder meer in op de vragen of de huidige lijn in de rechtspraak wel een gewenste ontwikkeling is en of de rechter niet te veel zijn eigen (niet medische onderbouwde) weg gaat in whiplashzaken. De auteurs pleiten voor het aannemen van een beperkte looptijd in whiplashzaken.


Mr. P. Oskam
Mevr. mr. P. Oskam is advocaat bij Kennedy Van der Laan Advocaten te Amsterdam.

Drs. A.M. Reitsma
Mevr. drs. A.M. Reitsma MD, Master of Biomedical Ethics, is medisch adviseur van ASR Schadeverzekering N.V.
Artikel

Internationale verkeersongevallen. Waarom niet alle wegen leiden naar Rome

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden internationale verkeersongevallen, Haags Verkeersongevallenverdrag, Rome II-verordening, grensoverschrijdende verkeersongevallen, internationaal privaatrecht
Auteurs Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij internationale verkeersongevallen in Europa wordt het toepasselijk recht bepaald aan de hand van ofwel het Haags Verkeersongevallenverdrag ofwel Rome II, afhankelijk in welk land een procedure wordt gestart. In deze bijdrage worden de verschillen tussen Rome II en het Haags Verkeersongevallenverdrag in kaart gebracht. De conclusie is dat toepassing van beide verdragen naast elkaar kan leiden tot toepassing van het recht van verschillende landen. Zolang beide verdragen naast elkaar van toepassing zijn, is sprake van een systeem dat complex en verwarrend is. Dit is in strijd met het doel van Rome II om binnen Europa eenheid en duidelijkheid te creëren.


Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
Mw. mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga is partner bij Legaltree en specialiseert zich in grensoverschrijdende aansprakelijkheid en letselschadezaken.
Artikel

Het geheim van de smid

De Wbp en het recht op inzage in en afschrift van stukken tijdens het medisch beoordelingstraject bij personenschades: waar staan we inmiddels?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Wbp, medisch beoordelingstraject, recht op inzage, persoonsgegevens, personenschade
Auteurs Mr. ir. J.P.M. Simons
SamenvattingAuteursinformatie

    Al geruime tijd staat binnen de letselschadebranche ter discussie in hoeverre benadeelden met een beroep op artikel 35 Wbp inzage in en afschrift van documenten kunnen krijgen van (de verzekeraar van) de aansprakelijke partij, wanneer daarin persoonsgegevens zijn verwerkt. In het bijzonder speelt daarbij de vraag of benadeelden tevens recht hebben op inzage in en afschrift van (1) interne notities die in het kader van de afwikkeling van personenschades door medewerkers van verzekeraars en andere aan de zijde van verzekeraars bij de afwikkeling betrokken personen zijn opgesteld en (2) adviezen van de medisch adviseur(s) van verzekeraars. Hoewel hierover inmiddels de nodige jurisprudentie is verschenen, bestaat er op dit gebied nog steeds onduidelijkheid en vormen deze vragen nog regelmatig voer voor discussie.


Mr. ir. J.P.M. Simons
Mr. ir. J.P.M. Simons is advocaat bij Leijnse Artz te Rotterdam.
Artikel

Waar zijn toch al die ondeugende kinderen gebleven?

Diagnose en behandeling van ADHD ter voorkoming van ernstig en gewelddadig crimineel gedrag

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Auteurs Prof. dr. Willem de Haan
Auteursinformatie

Prof. dr. Willem de Haan
Prof. dr. W.J.M. de Haan is senior research fellow bij de Afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

Over pragmatisme en strategie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Trefwoorden corporate security, private investigations, private settlements, forum shopping
Auteurs Clarissa Meerts MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article data derived from observations and interviews are used to examine private methods of investigation as used by corporate security providers in the Netherlands, and the private settlement options which follow those investigations. It is argued that, rather than leadership being exercised by public actors and institutions (police, prosecutors, criminal courts and also civil courts), those actors are selectively and strategically mobilised by corporate security, on behalf of their private sector clients. Corporate security and its clients have a ‘pick and choose’ approach when searching for an optimal solution for the incident at hand (forum shopping).


Clarissa Meerts MSc
C.A. Meerts, MSc is promovenda en wetenschappelijk docent bij de Sectie Criminologie aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Mediëren verhoortechnieken de verandering in verklaringsbereidheid van verdachten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Trefwoorden effectiveness of interrogations, interrogation tactics, suspects’ statement, Structural Equation Modeling
Auteurs Dr. Willem-Jan Verhoeven
SamenvattingAuteursinformatie

    This study aims to provide more knowledge on the extent to which criminal investigators are able to influence suspects’ statement. For this purpose, 166 observed interrogations covering the whole interrogation were analyzed. Based on these longitudinal data Structural Equation Modeling was used to examine the extent to which interrogation tactics mediate the changing statement between the start and the end of the interrogation. The results show that particularly suspects who give a statement on personal affairs at the beginning of the interrogation change their statement. Manipulating techniques are used more often when suspects are silent and confrontational techniques are used more often when suspects declare about the crime. Only confrontational techniques seem to contribute to changes in suspects’ statement. Accusatory interrogation tactics do not mediate the relationship between the statement given at the beginning of the interrogation and the change in statement. It can be concluded that suspects who are silent at the beginning of the interrogation or who declare about the crime in most cases don’t change their statement and that with using accusatory interrogation techniques criminal investigators seem to be unable to influence their statement.


Dr. Willem-Jan Verhoeven
Dr. W.J. Verhoeven is universitair docent criminologie bij de sectie Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Beursnoteringen van (biotech- en andere) NV’s op NASDAQ; enkele aandachtspunten

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2014
Trefwoorden biotech, governance, NASDAQ, notering, prospectus
Auteurs Mr. A.C. (Anne) Noordzij
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur een aantal keuzes en (aanvullende) verplichtingen van de Nederlandse biotech- en andere vennootschappen die een beursnotering in de Verenigde Staten beogen.


Mr. A.C. (Anne) Noordzij
Mr. A.C. Noordzij is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Collectief schadeverhaal in Nederland: we zijn er bijna, maar nog niet helemaal

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2014
Trefwoorden voorontwerp wetsvoorstel, massaschade, collectieve schadevergoedingsactie
Auteurs Mr. M.A.C. Stapel en Mr. T. Thuijs
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs het voorontwerp wetsvoorstel afwikkeling massaschade in een collectieve actie en gaan zij – vanuit het perspectief van de schadeveroorzakende partij – kritisch in op enkele elementen van dit voorontwerp.


Mr. M.A.C. Stapel
Mr. M.A.C. Stapel is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. T. Thuijs
Mr. T. Thuijs is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

De zaken S. en G. & O. en B.: Grenzeloze gezinnen en afgeleide verblijfsrechten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden Europees burgerschap, vrij verkeer van werknemers, de volledig interne situatie, familieleden EU-burgers, derdelanders
Auteurs Mr. dr. Hanneke van Eijken
SamenvattingAuteursinformatie

    In de twee arresten, de zaak S. en G. en de zaak O. en B., die het Hof van Justitie dit voorjaar wees, worden het vrije verkeer van personen en afgeleide verblijfsrechten uitgebreid. Het Hof van Justitie oordeelt in deze zaken dat een weigering van een verblijfsrecht aan een familielid in de lidstaat van nationaliteit in strijd met het vrije verkeer van werknemers en Unieburgers kan zijn. Dat betekent dat een Unieburger, onder omstandigheden, een recht heeft op gezinshereniging in de lidstaat van zijn nationaliteit.
    HvJ EU 12 maart 2014, zaak C-457/12, S. en G./Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, ECLI:EU:C:2014:136
    HvJ EU 12 maart 2014, zaak C-456/12, O. en B./Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, ECLI:EU:C:2014:135


Mr. dr. Hanneke van Eijken
Mr. dr. H. (Hanneke) van Eijken is docent Europees recht aan de Universiteit Utrecht en postdoc onderzoeker bij BEUcitizen en het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe.
Artikel

Recht op toegang tot een advocaat in het strafproces.

Enkele gedachten naar aanleiding van de implementatie van Richtlijn 2013/48/EU.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden Richtlijn 2013/48/EU, recht op toegang tot een raadsman, Salduz
Auteurs Prof. mr. Jan Boksem
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 22 oktober 2013 werd Richtlijn 2013/48/EU (hierna: de Richtlijn) vastgesteld. Deze Richtlijn bevat onder meer minimumvoorschriften betreffende het recht van de verdachte op toegang tot een advocaat in strafprocedures. De advocaat moet op zijn beurt de fundamentele aspecten van de verdediging onverkort kunnen waarborgen. De Richtlijn dient uiterlijk op 27 november 2016 in de nationale wetgeving te zijn geïmplementeerd. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de (mogelijke) gevolgen van de implementatie van de Richtlijn voor de Nederlandse rechtsorde.
    Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming, Pb. EU 2013, L 294.


Prof. mr. Jan Boksem
Prof. mr. J. (Jan) Boksem is werkzaam als bijzonder hoogleraar verdediging in strafzaken bij Maastricht University en is tevens advocaat bij Anker & Anker Strafrechtadvocaten te Leeuwarden.

    Na tien jaar EAB onderzoekt deze bijdrage of de vereenvoudiging en versnelling van de justitiële samenwerking in strafzaken in evenwicht zijn met de rechtsbescherming van de opgeëiste persoon. Waar het Hof van Justitie vooral uitgaat van het vertrouwen in de nationale rechtsorde van de uitvaardigende lidstaat, volgt uit recente Uniewetgeving dat dit vertrouwen soms onvoldoende is. Ook de oplossingen van de Uniewetgever richten zich hoofdzakelijk op rechtsbescherming in de uitvaardigende lidstaat. Voor het evenwicht tussen efficiency en rechtsbescherming is vooral een in de uitvoerende lidstaat toe te passen weigeringsgrond inzake grondrechtenschendingen van groot belang.
    Pb. EG 2002, L 190/1


Mr. dr. Vincent Glerum
Mr. dr. V.H. (Vincent) Glerum is werkzaam als stafjurist van de Europese Kamer Strafrecht en Mensenrechten van de Rechtbank Amsterdam.
Article

Access_open Legal Advice in Police Custody: From Europe to a Local Police Station

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2014
Trefwoorden legal advice, police interrogation, European Union, England and Wales, France
Auteurs Anna Ogorodova en Taru Spronken
SamenvattingAuteursinformatie

    In October 2013, the European Union adopted a Directive, which guarantees, inter alia, the right of access to a lawyer to suspects of criminal offences from the outset of police custody and during police interrogation. However, adoption of the relevant legislation is not sufficient to ensure that this right becomes effective in practice. A range of practical measures will have to be taken by the Member States’ authorities and the legal profession to effectuate the implementation of the right to custodial legal advice. This article aims to identify the practical factors that may influence the implementation of the Directive, based on the findings of a recent normative and empirical study conducted by the authors. The research was carried out in four European jurisdictions (England and Wales, France, the Netherlands and Scotland), and it consisted of analysis of regulations, observations of daily practice in police stations, accompanying lawyers who provided custodial legal advice, and interviews with criminal justice practitioners. The article provides a range of recommendations on the practical measures to be undertaken by the EU Member States and national Bar associations aiming at improving the protection of suspects’ rights in police custody in practice.


Anna Ogorodova
Anna Ogorodova, LLM is PhD researcher at the University of Maastricht.

Taru Spronken
Dr Taru Spronken is Professor of Criminal Law and Criminal Procedure at Maastricht University and Advocate General at the Supreme Court in the Netherlands.
Article

Access_open Juveniles’ Right to Counsel during Police Interrogations: An Interdisciplinary Analysis of a Youth-Specific Approach, with a Particular Focus on the Netherlands

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2014
Trefwoorden legal representation, counsel, juvenile justice, police interrogations, children’s rights
Auteurs Prof. Dr. Ton Liefaard Ph.D. LL.M en Yannick van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    The right to counsel of juveniles at the stage of police interrogations has gained significant attention since the Salduz ruling of the European Court on Human Rights in 2008. The legislative and policy developments that have taken place since then and that are still ongoing – both on a regional (European) and domestic (Dutch) level – reveal a shared belief that juvenile suspects must be awarded special protection in this phase of the criminal justice proceedings. This calls for a youth-specific approach as fundamentally different from the common approach for adults. At the same time, there seems to be ambivalence concerning the justification and concrete implications of such a youth-specific approach. This article aims to clarify the underlying rationale and significance of a youth specific approach to the right to counsel at the stage of police interrogations on the basis of an interdisciplinary analysis of European Court on Human Rights case law, international children’s rights standards and relevant developmental psychological insights. In addition, this article aims to position this right of juveniles in conflict with the law in the particular context of the Dutch juvenile justice system and provide concrete recommendations to the Dutch legislator.


Prof. Dr. Ton Liefaard Ph.D. LL.M
Prof. Dr. T. Liefaard is Professor of Children’s Rights (UNICEF Chair) at Leiden Law School, Department of Child Law; t.liefaard@law.leidenuniv.nl.

Yannick van den Brink
Y.N. van den Brink, LL.M, MA, is PhD researcher at Leiden Law School, Department of Child Law; y.n.van.den.brink@law.leidenuniv.nl.

Willem-Jan Verhoeven Ph.D.
Erasmus School of Law, Department of Criminology, Erasmus University Rotterdam.
Artikel

Ere wie ere toekomt

Een kritische analyse over de relatie tussen eer, geweld en gender

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2014
Trefwoorden gender, eergerelateerd geweld, sociale uitsluiting
Auteurs Dr. Martina Althoff
SamenvattingAuteursinformatie

    Honour, violence and masculinity are closely linked in traditional criminology, and are combined with an ethnic profile of the offender. This article discusses the conclusion of these assumptions as ethnocentric, but also as a simplification of the gendered idea of honour. Beliefs about honour, which are reduced to the male gender, and understood as conductive to crime, disregard insights regarding violent females, and awareness about the significance of honour in marginalized groups. Furthermore, this contribution discusses the supplementary value of a critical gender perspective, for discussion in criminology about honour and crime.


Dr. Martina Althoff
Dr. Martina Althoff is als universitair hoofddocent Criminologie verbonden aan de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

200 jaar Staten-Generaal en zelfregulering: betrokkenheid op afstand

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2014
Trefwoorden zelfregulering, SER
Auteurs Drs. M.I. Hamer, Dr. M. Drahos en Drs. I. Thomassen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Staten-Generaal dragen via het controleren van de regering en door (mede)wetgeving bij aan het borgen van publieke belangen. Literatuur en praktijk laten echter zien dat publieke belangen onder voorwaarden ook effectief kunnen worden geborgd door zelfregulering. Dit artikel geeft een beschouwing op de gevolgen van zelfregulering voor het democratische gehalte van beleid, op vraagstukken rondom representativiteit bij zelfreguleringsinitiatieven en op kansen en risico’s betreffende de effectiviteit van borging van publieke belangen. Deze drie aspecten worden belicht vanuit de ervaringen met vier vormen van zelfregulering binnen de Sociaal-Economische Raad (SER).


Drs. M.I. Hamer
Drs. M.I. Hamer is voorzitter van de SER.

Dr. M. Drahos
Dr. M. Drahos is senior beleidsmedewerker bij de directie Economische Zaken van de SER.

Drs. I. Thomassen
Drs. I. Thomassen was senior beleidsmedewerker bij de directie Bestuurszaken van de SER.
Artikel

Staten-Generaal en wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2014
Trefwoorden wetgevende rol, Tweede Kamer, Eerste Kamer, kabinetsformatie, democratie
Auteurs Mr. dr. W. van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel bepaalde constitutionele idealen (zoals democratie) nopen tot een zekere parlementaire betrokkenheid bij wetgeving, is het vrijwel onmogelijk harde juridische maatstaven en arrangementen te verzinnen die Kamerleden dwingen intensiever gebruik te maken van hun wetgevende bevoegdheden. Via de kabinetsformatie laat met name de Tweede Kamer haar invloed op de wetgeving overigens wel degelijk gelden. Hierdoor wordt de democratische invloed op wetgeving strikt genomen niet kleiner, maar wel minder zichtbaar. Om deze zichtbaarheid te vergroten worden suggesties gedaan als een terugkeer naar de wetgevingsenquête, uitbreiding van het aantal rapporteurschappen en het verruimen van partijpolitieke ondersteuning.


Mr. dr. W. van der Woude
Mr. dr. W. van der Woude is universitair docent staatsrecht aan de Universiteit Utrecht.
Toont 1 - 20 van 165 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.