Zoekresultaat: 35 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x
Brexit

Brexit en de gevolgen voor het internationaal privaatrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden Brexit, internationaal privaatrecht, internationale bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging
Auteurs Prof. mr. I. Sumner
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanaf 1 januari 2021 is het EU-recht formeel niet meer van toepassing in het Verenigd Koninkrijk. Dit geldt ook op het terrein van het internationaal privaatrecht. In dit artikel wordt een globaal overzicht gegeven van de verschillende instrumenten die in de plaats treden van de EU-vorderingen die niet meer zullen gelden binnen het Verenigd Koninkrijk.


Prof. mr. I. Sumner
Prof. mr. I. (Ian) Sumner is hoogleraar Familierecht en Internationaal Privaatrecht, Tilburg University, rechter-plaatsvervanger (met unus belasting), Team Familie- en Jeugd, Rechtbank Overijssel.
Artikel

Snelrecht: voor elk wat wils, maar wat willen we?

De (on)mogelijkheden van snelrecht in het kader van ‘lik-op-stuk’ en efficiency

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Snelrecht, Lik-op-stuk, Taakstrafverbod, Voorlopige hechtenis, Snelrechtgrond
Auteurs Mr. dr. J.M.W. (Joep) Lindeman, mr. dr. L. (Leonie) van Lent en mr. dr. B. (Benny) van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staan wij stil bij het snelrecht, een fenomeen dat al lang bekend is in de strafrechtspleging, maar waar tegelijk veel verschillende beelden bij bestaan. Enerzijds wordt snelrecht gezien als hét instrument in de ‘lik-op-stuk’-aanpak. Anderzijds is het een middel om snel en efficiënt strafzaken af te doen en achterstanden weg te werken. Het snelrecht voldoet echter lang niet altijd aan de verwachtingen en is onvoldoende met procedurele waarborgen omkleed. We proberen de (on)mogelijkheden op een rij te zetten.


Mr. dr. J.M.W. (Joep) Lindeman
Joep Lindeman is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht. Hij is werkzaam bij het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van dezelfde universiteit.

mr. dr. L. (Leonie) van Lent
Leonie van Lent is universitair docent straf- en strafprocesrecht. Ze is werkzaam bij het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van dezelfde universiteit.

mr. dr. B. (Benny) van der Vorm
Benny van der Vorm is universitair docent straf- en strafprocesrecht. Hij is werkzaam bij het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van dezelfde universiteit.
Artikel

De internationale forumkeuze, een eerste aanzet

Tijdschrift AdvoTip, Aflevering 12 2021
Auteurs Prof. mr. dr. F.W.J.M. Schols

Prof. mr. dr. F.W.J.M. Schols
Artikel

Brexit: de gevolgen voor forumkeuzeclausules en de erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in burgerlijke en handelszaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2021
Trefwoorden internationaal procesrecht, Forumkeuze, Brexit, Tenuitvoerlegging, Burgerlijke en handelszaken
Auteurs Marek Zilinsky
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage komt de beoordeling van een forumkeuze voor de Nederlandse rechter en voor de Engelse rechter in burgerlijke en handelszaken na Brexit aan de orde. Aansluitend wordt aandacht besteed aan de grensoverschrijdende erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen gegeven door deze rechters. Op deze terreinen is na Brexit veel onduidelijkheid in verhouding tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk ontstaan.


Marek Zilinsky
Mr. dr. M. Zilinsky is als adviseur verbonden aan Houthoff te Amsterdam en als universitair docent internationaal privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij is ook vaste medewerker van dit tijdschrift.
Artikel

Access_open Franchise: is artikel 7:922 BW een voorrangsregel waar de praktijk op moet voorsorteren?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Franchisewet, voorrangsregel, internationaal privaatrecht, artikel 9 Rome I Verordening
Auteurs Prof. mr. dr. Edwin van Wechem en Mr. Michiel Bijloo
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 7:922 BW van de nieuwe Wet franchise bepaalt dat ten aanzien van in Nederland gevestigde franchisenemers niet ten nadele kan worden afgeweken van de Titel franchise en dat een beding in strijd met artikel 920 nietig is, ongeacht het recht dat de franchiseovereenkomst beheerst. In deze bijdrage wordt onderzocht of dit de betekenis en status kan hebben van een voorrangsregel in het internationaal privaatrecht, meer precies in de zin van art. artikel 9 Rome I Verordening.


Prof. mr. dr. Edwin van Wechem
Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem is hoogleraar Corporate Legal Counseling aan de Open Universiteit en redacteur van Contracteren.

Mr. Michiel Bijloo
Mr. M. Bijloo is advocaat en counsel bij BakerMcKenzie advocaten en notarissen te Amsterdam.
Artikel

Aansprakelijkheid van arbiters

Enkele gedachten over maatstaf, vernietiging, grondslag, ipr en exoneratie

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2020
Trefwoorden arbiteraansprakelijkheid, internationaal privaatrecht, uitsluiting aansprakelijkheid, vernietigingsprocedure, arbitrage
Auteurs Prof. mr. N. Peters en Mr. J.J. Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden enkele aspecten van arbiteraansprakelijkheid besproken. Ingegaan wordt op de grondslag en maatstaf voor arbiteraansprakelijkheid, de vraag of vernietiging vereist is, de aard van de rechtsverhouding tussen arbiters en partijen, alsmede de mogelijkheid tot exoneratie. Verder wordt aandacht besteed aan enkele vragen van internationaal privaatrecht, te weten bevoegdheid en toepasselijk recht.


Prof. mr. N. Peters
Prof. mr. N. Peters is advocaat bij Simmons & Simmons te Amsterdam en hoogleraar internationale handelsarbitrage aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. J.J. Bakker
Mr. J.J. Bakker is advocaat bij Simmons & Simmons te Amsterdam.
Artikel

Vrijheid in het internationaal privaatrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden Partijautonomie, Consumentenbescherming, aansprakelijkheid van multinationals, tweede-generatieverordeningen, Arbeidsovereenkomsten
Auteurs Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden enkele aantekeningen vanuit ipr-perspectief geformuleerd omtrent ‘vrijheid’ én vrijheidsbeperking. Gefocust wordt op diverse actuele thema’s. Daarbij worden zowel directe als indirecte verschijningsvormen van vrijheid blootgelegd. Een verkenning van de verhouding van ‘vrijheid’ tot ‘bescherming van kwetsbare partijen’ blijkt te nopen tot waakzaamheid bij regulering.


Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
Prof. dr. V. Van Den Eeckhout is Senior Research Fellow van het Max Planck Institute Luxembourg for International, European and Regulatory Procedural Law en gastprofessor aan de Universiteit Gent.
Artikel

Access_open De WHOA: een nieuw herstructureringsinstrument

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2020
Trefwoorden insolventierecht, faillissementsrecht, herstructurering, akkoord
Auteurs Prof. mr. R.D. Vriesendorp en Mr. dr. O. Salah
SamenvattingAuteursinformatie

    De WHOA introduceert een nieuwe akkoordprocedure (bestaande uit twee varianten) in de Faillissementswet. Hiermee kan een schuldenaar een onderhands akkoord aanbieden aan zijn schuldeisers en aandeelhouders. Indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan, kan de rechter het akkoord homologeren. Dan zijn alle stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders gebonden aan het gehomologeerde akkoord.


Prof. mr. R.D. Vriesendorp
Prof. mr. R.D. Vriesendorp is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam en hoogleraar Insolventierecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. dr. O. Salah
Mr. dr. O. Salah is als advocaat werkzaam bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Mededinging

Jurisdictie bij schade als gevolg van een inbreuk op het Europees mededingingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden mededingingsrecht, Rechtsmacht, Kartelschade, Handlungsort, Erfolgsort
Auteurs Mr. drs. T.S. Hoyer en Mr. J.W. Fanoy
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit overzichtsartikel bespreken de auteurs de lijnen die zijn te ontdekken in de arresten CDC/Akzo, flyLAL, Apple en Tibor-Trans van het Hof van Justitie van de Europese Unie, die zien op de toepassing en uitleg van de artikel 7 lid 2, artikel 8 lid 1 en artikel 25 van de EEX-Vo in het geval van een schadevordering wegens een inbreuk op het Europees mededingingsrecht. Voorts gaan zij in op de (praktische) gevolgen van deze jurisprudentie voor een benadeelde die een schadevordering wegens een inbreuk op het Europees mededingingsrecht aanhangig wenst te maken.

    • HvJ EU 21 mei 2015, zaaknr. C-352/13, ECLI:EU:C:2015:335 (CDC/Akzo).

    • HvJ EU 5 juli 2018, zaaknr. C-27/17, ECLI:EU:C:2018:533 (flyLAL).

    • HvJ EU 24 oktober 2018, zaaknr. C-595/17, ECLI:EU:C:2018:854 (Apple).

    • HvJ EU 29 juli 2019, zaaknr. C-451/18, ECLI:EU:C:2019:635 (Tibor-Trans).


Mr. drs. T.S. Hoyer
Mr. drs. T.S. (Tom) Hoyer is advocaat bij BarentsKrans.

Mr. J.W. Fanoy
Mr. J.W. (Joost) Fanoy is advocaat bij BarentsKrans.
Artikel

Access_open De WHOA als instrument voor (grensoverschrijdende) groepsherstructureringen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden faillissement, groepen, herstructureren, WHOA, garanties
Auteurs Mr. S.C. Pepels
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) introduceert de wetgever een nieuw instrument in de Faillissementswet: het dwangakkoord buiten surseance en faillissement. De auteur verkent in dit artikel de toepassingsmogelijkheden van de WHOA bij groepsherstructureringen, zowel in nationale als in internationale context.


Mr. S.C. Pepels
Mr. S.C. Pepels is associate Business Restructuring and Reorganization bij Jones Day Amsterdam en verricht als buitenpromovendus onderzoek naar het grensoverschrijdend herstructureren van groepen vennootschappen onder de herziene Insolventieverordening.

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).
Artikel

Een Europees Openbaar Ministerie: kansen en risico’s

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Europees Openbaar Ministerie (EOM), Europese Unie (EU), Forumshoppen, Telefoontappen
Auteurs Mr. Tom Huisjes
SamenvattingAuteursinformatie

    By the end of 2020, the European Public Prosecutor’s Office (EPPO) will be operational. The EPPO will be tasked with investigating, prosecuting and bringing to judgement criminal offences against the EU budget. The substantive competence of the EPPO could in the future be extended to terrorism and other serious cross-border crimes. This article will first describe the background, structure and competences of the future EPPO. Then the procedural guarantees will be discussed and the problem of ‘forum shopping for evidence’. This problem entails that the choice in which Member State to conduct an investigative measure could be made on the basis of the less stringent rules in that Member State regarding, for example, the right to privacy. The article will end with a proposal on how to prevent forum shopping for evidence.


Mr. Tom Huisjes
Mr. Tom Huisjes heeft de master Europees Recht afgerond en volgt momenteel de master Strafrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Drie jaar nieuwe arbitragewet: tien suggesties voor verbetering

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Arbitrage, Internationale arbitrage, Handelsarbitrage
Auteurs Niek Peters
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden tien suggesties gedaan ter verbetering van de nieuwe arbitragewet.


Niek Peters
Mr. N. Peters is advocaat te Amsterdam bij Cleber en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Rechtsmacht in de rechtspersoon

Twee arresten, één forum voor corporate geschillen?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2018
Trefwoorden rechtsmacht, artikel 24 EEX, artikel 8 EEX, exclusieve bevoegdheid, corporate geschillen
Auteurs Mr. K.A.M. van Vught
SamenvattingAuteursinformatie

    Welke rechter is bevoegd geschillen in een rechtspersoon te beslechten? Deze academisch ingestoken bijdrage bespreekt de arresten E.ON Czech/Dêdouch en Inversiones/Cancun II. Auteur bepleit een ruime uitleg van de exclusieve bevoegdheid van artikel 24 sub 2 EEX, zodanig dat een forum societatis in het verschiet ligt.


Mr. K.A.M. van Vught
Mr. K.A.M. van Vught is promovendus aan het Van der Heijden Instituut (onderdeel van het OO&R) van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Snelle beslechters

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 9 2018
Auteurs Nathalie Gloudemans-Voogd en Jiri Büller
Auteursinformatie

Nathalie Gloudemans-Voogd

Jiri Büller
Beeld
Artikel

Access_open Experimentenwet: carte blanche verdient nadere overweging

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Experimenteren, Fundamentele beginselen van procesrecht, Innovatie, Artikel 86 Rv
Auteurs Mr. P. Ingelse
SamenvattingAuteursinformatie

    Tot 1 juni lag een wetsvoorstel Experimentenwet rechtspleging ter consultatie voor. Volgens dit voorstel krijgt de regering met het oog op innovatie van de rechtspraak voor onbepaalde tijd de bevoegdheid om bij AMvB te experimenteren met het Nederlands burgerlijk procesrecht. Concreet wordt onder meer gedacht aan experimenten met een eenvoudige procedure voor het MKB, met een deskundige lekenrechter naast de gewone rechter en met een harmonieuze alternatieve echtscheidingsprocedure. De experimenten moeten blijven binnen de grenzen van EU-recht, verdragen en de fundamentele beginselen van procesrecht, maar verder is de bevoegdheid vrijwel ongeclausuleerd.
    Het is de vraag of deze bevoegdheid strookt met (de strekking van) de Grondwet en past binnen de staatrechtelijke verhoudingen. De bevoegdheid is hoe dan ook te ruim doordat het experimenten mogelijk maakt en ook daadwerkelijk beoogt die de verwezenlijking van burgerlijke rechten en verplichtingen – tegen de wil van (een van) partijen – kan aantasten.
    De wetgever moet zich driemaal bedenken voordat hij een dergelijke twijfelachtige en grotendeels onnodige carte blanche in handen van de AMvB-regelgever speelt.
    Dat neemt niet weg dat de rechtspraak er zeker naar moet streven de civiele procedure eenvoudiger, sneller, flexibeler en effectiever te maken, waar nodig en aanvaardbaar met experimenten. Nog lang niet alle inventiviteit en creativiteit is uitgeput. Die experimenten hebben echter alleen zin, indien de financiële middelen worden verschaft om de consequenties te trekken uit een geslaagd experiment.


Mr. P. Ingelse
Mr. P. Ingelse is mediator/arbiter bij ReulingSchutte te Amsterdam. Tot begin 2015 was hij lid van het Gerechtshof Amsterdam, laatstelijk als voorzitter van de Ondernemingskamer.
Artikel

Netherlands Commercial Court

Nederlands centrum voor internationale handelsgeschillen

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2018
Auteurs Bart de Ruijter
Auteursinformatie

Bart de Ruijter
Bart de Ruijter is advocaat corporate & commercial litigation bij Kennedy Van der Laan in Amsterdam.
Artikel

Access_open Follow-on schadeclaims wegens schending van het mededingingsrecht: van law in the books naar law in action

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Kartelschade, Richtlijn schadeclaims wegens mededingingsinbreuken, Implementatiewet privaatrechtelijke handhaving, Passing-on verweer, Voordeelstoerekening
Auteurs Mr. dr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de auteur in op een aantal recente ontwikkelingen op het gebied van de private handhaving van het mededingingsrecht. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de nieuwe wettelijke bepalingen als gevolg van de implementatie van de richtlijn inzake schadeclaims wegens mededingingsinbreuken alsmede enkele noemenswaardige ontwikkelingen in de jurisprudentie op het gebied van kartelschade.


Mr. dr. R. Meijer
Mr. dr. R. Meijer is advocaat te Amsterdam.
Artikel

Opteren voor de Netherlands Commercial Court

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2017
Trefwoorden NCC (Netherlands Commercial Court), Forumkeuze, internationale handelsgeschillen, Naamsbekendheid, Hof Amsterdam
Auteurs J. Hoeben LLM, Prof. mr. A.L.M. Keirse en M.D. Reijneveld LLB
SamenvattingAuteursinformatie

    Internationale contracten leiden tot internationale handelsgeschillen. Deze kunnen onder meer worden beslecht bij een commercial court. In Nederland wordt momenteel een Netherlands Commercial Court (NCC) opgericht. Dit introduceert een keuze voor (contracts)partijen voor een nieuw forum voor beslechting van internationale handelsgeschillen in de Engelse taal, waarbij de belangen van snelheid, efficiëntie en goede financierbaarheid centraal staan. Dit artikel verkent de positieve aspecten van de NCC en houdt de contractspraktijk de mogelijkheid voor om te opteren voor dit nieuwe forum.


J. Hoeben LLM
J. Hoeben LLM is student aan de Universiteit Utrecht, Legal Research Master.

Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is als hoogleraar Privaatrecht verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. Zij is daarnaast (parttime) raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.

M.D. Reijneveld LLB
M.D. Reijneveld LLB is student aan de Universiteit Utrecht, Legal Research Master.
Artikel

De overwegingen en keuzemogelijkheden bij het opstellen van een arbitrageclausule

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2017
Trefwoorden arbitrage, arbitragereglement, arbitrage-instituut, arbitrageovereenkomst, arbitrageclausule
Auteurs Mr. J. van der Kraan
SamenvattingAuteursinformatie

    Vaak wordt in een contract gemakshalve een standaard arbitrageclausule opgenomen met een verwijzing naar een bestaand arbitragereglement. Maatwerk hoeft niet ingewikkeld te zijn en voorkomt dat een cliënt voor vervelende verrassingen komt te staan. In deze bijdrage worden de verschillende aandachtsgebieden beknopt onder de aandacht gebracht.


Mr. J. van der Kraan
Mr. J. van der Kraan is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff, als docent verbonden aan de Nyenrode Business Universiteit en als promovendus verbonden aan de Universiteit Leiden.
Toont 1 - 20 van 35 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.