Zoekresultaat: 26 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2018 x Rubriek Article x
Artikel

Partnerdoding in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Partnerdoding, Epidemiologie, Moord, Nederland
Auteurs Marieke Liem, Inge de Jong en Jade van Maanen
SamenvattingAuteursinformatie

    Intimate partner homicide (IPH) constitutes one of the most prevalent types of homicide. This study aims to assess the nature and prevalence of intimate partner homicide in the Netherlands in the period 2009-2014. In doing so, we make use of police data, court data, and media articles. Findings show that IPH occurs 29 times per year, resulting in a victimization rate of 0.20 per 100,000, similar to other Western-European countries. Our results further show a decline in IPH in the last years. IPH in the Netherlands mostly occurs in heterosexual relationships, and involves male perpetrators and female victims. Finally, we reflect on possible causes for the decline of this type of homicide.


Marieke Liem
Marieke Liem is Universitair Hoofddocent, verbonden aan het Institute of Security and Global Affairs, Faculteit Governance & Global Affairs van de Universiteit Leiden.

Inge de Jong
Inge de Jong is thans werkzaam bij de Nationale Politie als adviseur bij de dienst Informatie Management en tijdens het uitvoeren van deze studie student Crisis & Security Management aan de Universiteit Leiden.

Jade van Maanen
Jade van Maanen isthans werkzaam bij Rijkswaterstaat als technisch projectleider bij de dienst Centrale Informatievoorziening en tijdens het uitvoeren van deze studie student Crisis & Security Management aan de Universiteit Leiden.
Peer reviewed

Opsporingsmiddelen in ontwikkeling

Open-bronnenonderzoek als de nieuwe ‘tap’

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2018
Trefwoorden Open bronnen onderzoek (OSINT), Opsporingsbevoegdheid, Stelselmatigheid, Commissie-Koops
Auteurs Mr. Mark Feenstra
SamenvattingAuteursinformatie

    With the development of the ‘digital society’ the information about crime on the internet is increasing rapidly. This creates the necessity for clarity about the boundaries of open source research by law enforcement agencies. However a specific article in the Code of Criminal Procedure lacks. While waiting for this article the police, the prosecution office, criminal defense lawyers and judges are struggling to find these boundaries. Nevertheless are they the only ones that can bring this clarity by informing themselves and exploring what should be legitimate.


Mr. Mark Feenstra
Mr. M. Feenstra is werkzaam als senior parketsecretaris bij het Openbaar Ministerie, parket Amsterdam.
Artikel

Patronen in regelovertreding in de chemische industrie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2018
Trefwoorden corporate crime, compliance, longitudinal, life course, criminal career
Auteurs Dr. Marieke Kluin MSc., Prof. dr. mr. Arjan Blokland, Prof. mr. Wim Huisman e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Unlike criminal career research into the criminal behavior of natural persons, longitudinal research into rule violations by corporations is still scant. The few available studies are mostly limited to US corporations, and suffer from either a small sample size or a short follow-up period, limiting the generalizability of their findings. The present study uses longitudinal data on rule violating behavior of 494 Dutch chemical corporations derived from yearly inspections (N=4.367) of the relevant safety and environmental agencies between 2006 and 2017. The study aims to gain insight in the patterning of rule violations by Dutch chemical corporations, and the extent to which these patterns are associated with sector and corporate characteristics. The results show that rule violation is common among Dutch chemical corporations. A small minority of chronically violating corporations however, is responsible for a disproportional share of all observed rule violations. Using group-based trajectory modelling (GBTM) we distinguish several longitudinal patterns of rule violations in our data. Available sector and corporation characteristics are only weakly associated with the patterns of rule violations identified.


Dr. Marieke Kluin MSc.
Dr. M.H.A. Kluin is als universitair docent Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. mr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is als bijzonder hoogleraar Criminology & Criminal Justice verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en als senior onderzoeker verbonden aan het NSCR.

Prof. mr. Wim Huisman
Prof. mr. W. Huisman is als hoogleraar criminologie verbonden aan de afdeling Strafrecht & Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. Marlijn Peeters
Dr. M.P. Peeters is als universitair docent Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Ellen Wiering MSc
E. Wiering, MSc is als junior onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Steven Jaspers MSc
S.J. Jaspers, MSc studeerde criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Heeft John Griffiths de rechtssociologie verder gebracht?

Een evaluatie van zijn werk vanuit het perspectief van het empirisch-theoretische onderzoeksprogramma

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden P-T-O-scheme, sociology of law, concept of law, empirical research, Karl Popper
Auteurs Albert Klijn en Marnix Croes
SamenvattingAuteursinformatie

    A central ambition that Griffiths expressed rather frequently was to realize progress in the sociology of law by formulating informative theoretical propositions and testing them empirically according to the maxim of the critical-rational metatheoretical program of Karl Popper. Our analysis of Griffiths’s contributions suggests, however, that he actually refrained from following Popper’s path: to put a Problem – formulate a Theory – testing that provisional answer by empirical Observation. Instead, Griffiths focussed mostly on the rigorously clear formulation of concepts accordingly to his strong philosophical inclination.


Albert Klijn
Albert Klijn (1946) studeerde theoretische sociologie en rechtssociologie te Utrecht en Nijmegen (1975). Hij begon zijn onderzoeksloopbaan in 1978 bij het WODC. Zijn eerste onderzoekopdracht was de evaluatie van de door Justitie gesubsidieerde Advokatenkollektieven (De Balie geschetst, 1981). John Griffiths maakte deel uit van de begeleidingscommissie. Sindsdien zijn er professionele en vriendschappelijke contacten gebleven. Zo schreef Griffiths op zijn verzoek een bijdrage aan het themanummer van Justitiële verkenningen ter gelegenheid van het veertigjarige bestaan van de NOVA (JV 1992 nr. 6). Klijn promoveerde bij Griffiths en Wippler op een proefschrift over onderzoek naar de ontwikkelingen in de gesubsidieerde rechtsbijstand in Nederland tussen 1978-1988 (Rechtshulp onderzocht en overdacht, 1991). Hij maakte gedurende de periode 2000-2002 deel uit van het onderzoeksteam dat zich onder leiding van Griffiths bezighield met de regulering van het medisch handelen rondom het stervensproces (MBPSL); zijn aandachtsgebied was de meldingsplicht van de arts.

Marnix Croes
Marnix Croes (1968) studeerde historische en politieke wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in de sociale wetenschappen aan het Interuniversity Center for Social Science Theory and Methodology (ICS) op een proefschrift over de overlevingskansen van joden in de Nederlandse gemeenten (Gif laten wij niet voortbestaan, 2004). Hij was van 2003-2016 verbonden aan het WODC, waar hij zich in het kader van een onderzoek over de Bruikbare Rechtsorde (2007) intensief met het werk van Griffiths heeft beziggehouden.
Sociaal beleid

Werkzaamheden in meerdere lidstaten voor de Europese socialezekerheidscoördinatie: nadere verduidelijkingen door het Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden Meerdere werkstaten, Toepasselijke socialezekerheidswetgeving, Plegen uit te oefenen, Onbetaald verlof, Geringe thuiswerkzaamheden
Auteurs Dr. H. Niesten
SamenvattingAuteursinformatie

    De geannoteerde twee arresten X/Nederlandse Staatssecretaris van Financiën 1xHvJ 13 september 2017, zaak C-569/15, X/ Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:673 en HvJ 13 september 2017, zaak C-570/15, X/Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:674. van 13 september 2017 illustreren de toenemende diversiteit binnen het grensoverschrijdend werkverkeer. Aan het Hof van Justitie werden prejudiciële vragen gesteld over de betekenis van ‘onbetaald verlof’ en ‘beperkte (thuis)werkzaamheden’ voor de uitleg van de bijzondere regel inzake het verrichten van werkzaamheden in twee of meer lidstaten (dat wil zeggen: samenloop) ter vaststelling van de toepasselijke socialezekerheidswetgeving. Beide arresten nopen tot de vraagstelling of de huidige Europese socialezekerheidscoördinatie voldoende is toegesneden op hedendaagse flexibele arbeidsvormen waar mobilisering en digitalisering de overhand nemen.
    Verordening (EEG) nr. 1408/71
    Verordening (EG) nr. 883/2004

Noten

  • 1 HvJ 13 september 2017, zaak C-569/15, X/ Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:673 en HvJ 13 september 2017, zaak C-570/15, X/Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:674.


Dr. H. Niesten
Dr. H. (Hannelore) Niesten is assistent aan de Maastricht University (ITEM) en Hasselt University (Tax, law and Business Unit).
Artikel

Beschouwing rapport Commissie-Koops: strafvordering in het digitale tijdperk

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden digitale opsporing, openbronnenonderzoek, beslag, data-analyse, big data
Auteurs Mr. dr. J.J. Oerlemans
SamenvattingAuteursinformatie

    De Commissie-Koops heeft onderzocht of het conceptwetsvoorstel Boek 2 voldoende rekening houdt met het digitale tijdperk anno 2018 en in de nabije toekomst. Dit artikel is een beschouwing op het rapport van de Commissie, waarbij de aanbevelingen met betrekking tot openbronnenonderzoek en het beslag op gegevensdragers uitgebreid besproken worden. Daarnaast wordt ingegaan op het fenomenen van de ‘dataficering’ van het opsporingsproces. In het artikel wordt antwoord gegeven op de vraag welke bijdrage het rapport heeft geleverd aan de modernisering van het Wetboek van Strafvordering.


Mr. dr. J.J. Oerlemans
Mr. dr. J.J. Oerlemans is als onderzoeker verbonden aan eLaw, het Centrum voor Recht en Technologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Of/Of: de alternatieve kwalificatie

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden strafprocesrecht, modernisering van strafvordering, alternatieve kwalificatie, kwalificatiebeslissing, samengestelde tenlasteleggingen
Auteurs Mr. dr. J.G.H. Altena-Davidsen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het conceptwetsvoorstel voor Boek 4 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (de berechting) wordt het voorstel gedaan om een alternatieve kwalificatie mogelijk te maken. In deze bijdrage wordt, na een uiteenzetting van het geldende recht en de wijziging die het voorstel daarin moet aanbrengen, onderzocht of in de praktijk behoefte bestaat aan de mogelijkheid tot alternatieve kwalificatie. Die behoefte lijkt beperkt te zijn, en zich vooral voor te doen in de context van het gedifferentieerde stelsel van vermogensdelicten en deelnemingsvormen. Deze bijdrage werpt daarom de vraag op of het probleem, en bijgevolg de oplossing daarvan, niet eerder gelegen zijn in het materiële recht dan het strafprocesrecht. Op basis daarvan, alsmede op basis van een korte bespreking van mogelijke bezwaren tegen de alternatieve kwalificatie, wordt de stelling betrokken dat het voorstel nadere doordenking en onderbouwing behoeft.


Mr. dr. J.G.H. Altena-Davidsen
Mr. dr. J.G.H. Altena-Davidsen is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Van Middelburg tot Almelo. Het hoe en waarom van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie door Nederlandse lagere rechters

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Prejudiciële procedure, Hof van Justitie van de Europese Unie, Nationale rechters, Motieven om te verwijzen, rechtspolitiek
Auteurs Dr. Jasper Krommendijk LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft baanbrekende uitspraken gedaan, vooral als gevolg van prejudiciële vragen van nationale rechters op grond van art. 267 VWEU. Het zijn vooral niet-verwijzingsplichtige lagere rechters geweest die voor deze aanvoer hebben gezorgd. Dit artikel onderzoekt hoe dit kan worden verklaard en kijkt naar de motieven van Nederlandse lagere rechters om al dan niet prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ. Het doet dit op basis van interviews met 22 rechters en een uitgebreide juridische analyse van uitspraken. Dit artikel toont aan dat met name pragmatische en praktische overwegingen een rol spelen bij het besluit om te verwijzen. Daarnaast laat dit artikel zien dat er meer verschillen zijn binnen een lidstaat dan tussen lidstaten onderling, met name tussen gerechtelijke instanties en individuele rechters.

    The Court of Justice of the European Union has rendered landmark cases, especially following references for a preliminary ruling from national courts on the basis of Art. 267 TFEU. Primarily lower courts that are not obliged to refer have been responsible for such cases. This article examines how these references of lower courts can be explained by focusing on the motives of the Dutch lower court judges to refer, or not to refer. It does so on the basis of interviews with 22 judges and an extensive legal analysis of judgments. This article shows that practical and pragmatic considerations play an important role in the court’s decision to refer. In addition, there are more differences within one Member States than between EU Member States, especially between particular courts and individual judges.


Dr. Jasper Krommendijk LLM
Jasper Krommendijk is universitair docent Europees recht aan de Radboud Universiteit.
Artikel

Wetsvoorstel Wet verzekerdeninvloed Zvw: één aanpassing nog dringend gewenst

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2018
Trefwoorden zorgverzekeraars, inspraak, statuten, ledenraden, permanente vertegenwoordiging
Auteurs Mr. dr. A.G.H. Klaassen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht of het Wetsvoorstel een verbetering is ten opzichte van het Voorontwerp en of er nog aanpassingen nodig zijn. De nadere invulling van een aantal gestelde eisen is een verbetering, evenals de wettelijke vastlegging van het ongevraagd adviesrecht en de aanvulling van de nieuwe regels met een geschillenregeling. De eis dat bepaalde onderwerpen in de statuten van een zorgverzekeraar dienen te worden geregeld, is daarentegen zeer ongewenst. Op dit punt is aanpassing van het Wetsvoorstel dringend gewenst.


Mr. dr. A.G.H. Klaassen
Ageeth Klaassen is universitair docent ondernemingsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij doceert het vak Organisatie en bestuur van de zorg in de master Recht van de gezondheidszorg; zij is lid van een raad van commissarissen in de eerstelijnsgezondheidszorg.
Artikel

Schaarse rechten in het omgevingsrecht? Een tegenconclusie voor de rechtsontwikkeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden schaarse rechten, verdelingsrecht, ruimtelijk bestuursrecht, bestemmingsplan, omgevingsvergunning
Auteurs Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 juni 2018 verscheen de conclusie van staatsraad advocaat-generaal Widdershoven over schaarse rechten bij ruimtelijke besluitvorming. Kern hiervan is dat een bestemmingsplan geen besluit is dat schaarse rechten toekent, terwijl een omgevingsvergunning slechts in bijzondere omstandigheden schaarse rechten toekent. Dit artikel betoogt dat de (vermeende) eigenaardigheden van het ruimtelijk bestuursrecht niet tot een uitzonderingspositie zouden moeten leiden wat betreft de toepasselijkheid van het door de Afdeling ontwikkelde verdelingsregime, maar juist tot een kritischer toepassing hiervan in dit ‘bijzondere’ rechtsgebied. Er is geen aanleiding om ruimtelijke besluitvorming wezenlijk anders te behandelen dan andere besluitvorming over de verdeling van schaarse rechten.


Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel
Mr. dr. C.J. Wolswinkel is universitair hoofddocent bestuursrecht aan Tilburg University en verbonden aan Tilburg Institute for Law and Economics (TILEC) en Tilburg Center for Regional Law and Governance (TiREG).
Artikel

Marktanalyses in het reguleringstoezicht voor luchthavens: a balanced approach

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Wet luchtvaart, marktanalyse, luchthaven, geografische markt, aanmerkelijke marktmacht
Auteurs Ernst-Jan Heuten
SamenvattingAuteursinformatie

    In Europa wordt discussie gevoerd over de wenselijkheid van het uitvoeren van marktanalyses om te bepalen welke luchthavens in aanmerking komen voor economische regulering. Daarmee kan het regelgevend kader voor luchthavens meer vergelijkbaar worden met bijvoorbeeld dat van de telecommunicatiesector. In dit artikel wordt ingegaan op het huidige juridische kader voor de economische regulering van luchthavens en de discussie die daarover wordt gevoerd voor wat betreft marktanalyses. Voorts wordt ingegaan op een aantal praktische vraagstukken bij bij het invoeren van marktanalyses. Daarbij wordt de mogelijkheid besproken in de regelgeving sturing te geven aan de bewijsvoering rond de afbakening van geografische markten.


Ernst-Jan Heuten
Drs. E.J. Heuten is als Specialistisch medewerker Toezicht werkzaam bij de directie Telecom Vervoer en Post van de Autoriteit Consument en Markt. Hij coördineert het sectorspecifieke markttoezicht op de luchthavens Schiphol en Eindhoven Airport. In 2017 was hij voorzitter van de werkgroep marktanalyses luchthavens van het Thessaloniki Forum.
Artikel

U vraagt, wij draaien iets anders

Een empirische studie naar wat benadeelden zoeken en krijgen in zaken over seksueel misbruik door de rooms-katholieke kerk

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2018
Trefwoorden seksueel misbruik, rooms-katholieke kerk, slachtoffers, klachtenprocedure, compensatie
Auteurs Prof. mr. G. van Dijck
SamenvattingAuteursinformatie

    De wereldwijde belangstelling die het seksueel misbruik door de rooms-katholieke kerk heeft gekregen, heeft in Nederland geresulteerd in een procedure voor slachtoffers van dit seksueel misbruik in Nederland. Deze bijdrage doet verslag van een onderzoek waarin is geanalyseerd (1) of benadeelden kregen wat zij zochten, en (2) wat daarnaast verklaarde waarom de geschilbeslechters overgingen tot het toekennen van niet-financiële compensatie zoals excuses, erkenning van het leed en erkenning van het seksueel misbruik.


Prof. mr. G. van Dijck
Prof. mr. G. van Dijck is hoogleraar Privaatrecht aan Maastricht University.
Artikel

Facebookvrienden worden met de verdachte

Over undercoverbevoegdheden op internet

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2018
Trefwoorden undercover operations, investigative powers, infiltration, Internet, jurisdiction
Auteurs Mr.dr. Jan-Jaap Oerlemans
SamenvattingAuteursinformatie

    This article investigates which online undercover investigative methods are applied in practice and how they fit in the Dutch legal framework. In particular, the three special investigative powers of a pseudo purchase, systematic information gathering and infiltration are examined. Investigative powers cannot be applied unilaterally (across state borders). When law enforcement officials cannot reasonably determine the location of the suspect, the online unilateral application of undercover investigative powers is allowed. However, there is still a risk that diplomatic tensions arise with the involved state. States should agree in treaties under which circumstances cross-border online undercover operations are allowed.


Mr.dr. Jan-Jaap Oerlemans
Mr. dr. J.J. Oerlemans is als onderzoeker verbonden aan eLaw, het Centrum voor Recht en Digitale Technologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Het verloop van de partnerrelaties van gedetineerden tijdens en na detentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden detention, partnerships, relationship quality, longitudinal
Auteurs Anne Brons MSc, Prof. dr. Paul Nieuwbeerta en Dr. Anja Dirkzwager
SamenvattingAuteursinformatie

    In the current criminological literature surprisingly little is known about the development of partnerships of detainees during and after detention. In particular, it is unknown to what extent existing differences in the relationship quality at the start of the detention period continue. Therefore, this study examined how the partnerships of detainees developed by using data from the Prison Project. This is a longitudinal study in which 747 detainees with a partner were interviewed at various moments during detention and six months after detention. The results show that bad partnerships at the beginning of detention remain in general bad or end during and/or after detention, while the average to good relationships remain the same.


Anne Brons MSc
M.D. Brons, MSc is PhD student bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI).

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Artikel

De hulpofficier van justitie ‘nieuwe stijl’ en de modernisering van het Wetboek van Strafvordering

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden opsporing, politie, hulpofficier, Openbaar Ministerie, modernisering strafvordering
Auteurs Mr. dr. J.M.W. Lindeman
SamenvattingAuteursinformatie

    De hulpofficier van justitie is een zeer belangrijke figuur in de Nederlandse strafrechtspleging. Ondanks de soms vergaande bevoegdheden van de hulpofficier is er weinig duidelijkheid over de competenties waarover de 4000 Nederlandse hulpofficieren moeten beschikken. Al in 2013 is door minister, politie en OM aangekondigd dat er gewerkt gaat worden aan een officier ‘nieuwe stijl’, met een versterkte rol en gekoppeld aan een nieuwe, betere opleiding. Welke visie aan deze versterking ten grondslag ligt, is echter niet bekend. Desalniettemin wordt ook in de moderniseringsoperatie voor het Wetboek van Strafvordering gezinspeeld op de nieuwe, versterkte positie van de hulpofficier. In dit artikel wordt ingegaan op de rol van de hulpofficier en (het gebrek aan) de discussie daarover. Vervolgens worden de plannen voor de versterkte rol van de hulpofficier (voor zover bekend) besproken en worden de in het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering voorgestelde veranderingen tegen het licht gehouden. Door een gebrek aan (informatie over een) duidelijke visie en een rommelig toegelicht conceptwetsvoorstel is het vooralsnog lastig om enthousiast te worden.


Mr. dr. J.M.W. Lindeman
Mr. dr. J.M.W. Lindeman is universitair docent Straf(proces)recht aan de UU/assistant professor in Criminal Law at UU.
Artikel

Access_open Online vergaren van informatie voor opsporingsonderzoek

Een beknopte evaluatie van voorgestelde wetgeving

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden opsporingsbevoegdheden, digitalisering, Politie
Auteurs Wouter Stol en Litska Strikwerda
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch Police Act provides the police with the legal power to gather information about a person on the internet as long as this does not cause more than ‘a limited violation of privacy’. If the police are gathering more information about a person they need a special legal power laid down in the Dutch Code of Criminal Procedure. The dividing line between ‘a limited violation of privacy’ and ‘more than a limited violation of privacy’ is not always clear. The legislator is preparing a new piece of legislation to provide the police with more clarity. This article discusses the suggested law article with respect to the gathering of information from open sources. Furthermore, this article suggests to not only regulate the amount of information the police are gathering but also the kind of tools that the police use (simple search machine versus an advanced web crawler).


Wouter Stol
Wouter Stol is lector Cybersafety aan de NHL Stenden Hogeschool en de Politieacademie, en bijzonder hoogleraar Politiestudies aan de Open Universiteit. Email: wstol@planet.nl.

Litska Strikwerda
Litska Strikwerda is Universitair Docent Metajuridica aan de Open Universiteit. Email: litska.strikwerda@ou.nl.
Artikel

Access_open Met recht een zorg

Lokale sociale professionals als poortwachters van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Sociaal domein, Wmo 2015, wijkteams, Juridische kennis, besluitvorming
Auteurs D. Claessen MSc, Mr. dr. Q.A.M. Eijkman en Dr. M. Lamkaddem
SamenvattingAuteursinformatie

    Op basis van één casestudy van een wijkteam in Amersfoort gaat dit artikel in op de mate van juridische kennis van lokale sociale professionals over de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Ook komen knelpunten aanbod, die zij ervaren in de uitvoering van de juridische procedure. Als hulpverlener dienen ze de belangen van hun cliënt te behartigen. Tegelijkertijd bepalen ze als poortwachter, onder mandaat van de gemeente, wie in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening op basis van de Wmo 2015. Deze dubbele pet heeft onbedoelde consequenties voor geschillenbeslechting. Professionalisering is nodig om de kwaliteit van besluitvorming door sociale professionals te verbeteren en de rechtspositie van mensen met een beperking sterker te waarborgen.


D. Claessen MSc
D. (Dorien) Claessens is docent/onderzoeker bij het lectoraat Toegang tot het Recht van de Hogeschool Utrecht.

Mr. dr. Q.A.M. Eijkman
Mr. dr. Q.A.M. (Quirine) Eijkman is lector Toegang tot het Recht en Ondervoorzitter van het College voor de Rechten van de Mens (haar bijdrage is op persoonlijke titel geschreven).

Dr. M. Lamkaddem
Dr. M. (Majda) Lamkaddem is docent/senior onderzoeker bij het lectoraat Toegang tot het Recht van de Hogeschool Utrecht.
Artikel

Aandacht voor vaderschap in de gevangenis

Evaluatie van de Exodus-workshop Vrij Verantwoord Vaderschap

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Vaderschap, Detentie, Interventie, Evaluatie
Auteurs Dr. Joni Reef, Naomi Ormskerk MSc en Lisa van Es MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Around 36.000 men enter Dutch prisons every year. Nearly half of them are father. Imprisonment is destructive to father involvement. Many prisoners involuntary fail to stay connected with their family and are unable to reconnect with family after release. However, father involvement protects fragile families, children and fathers themselves from collateral consequences of imprisonment and even reduces recidivism. One of the first Dutch initiatives for fathers in prison came from voluntary organization Exodus. Since 2014, they run an 8-week workshop on fatherhood in a number of Dutch penal institutions. Fathers work on the restoration or reconstruction of their relationship with their children and parenting partners. In this article, we review participating fathers’ perceptions of the workshop and the changes in their attitude towards fatherhood.


Dr. Joni Reef
Dr. J. Reef is universitair docent Criminologie bij het Instituut Strafrecht en Criminologie, Universiteit Leiden.

Naomi Ormskerk MSc
N.R.S. Ormskerk is (Junior) onderzoeker en docent aan de Universiteit van Leiden.

Lisa van Es MSc
Lisa van Es is psycholoog en onderzoeker bij Exodus.
Artikel

‘Na het feest komt altijd de rekening’

Ofwel ‘contre coeur’ instemmen met een schenking aan de ex-minnares

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 20 2018
Trefwoorden Schenking
Auteurs Prof. mr. dr. Bernard M.E.M. Schols

Prof. mr. dr. Bernard M.E.M. Schols
Artikel

Preventieve politiecontroles en interne grenscontroles in het Schengengebied

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Grenscontrole, Profileren, Schengen
Auteurs Prof. dr. mr. Peter Rodrigues en Prof. mr. dr. Maartje van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    Ever since the 2015 start of what is now often referred to as the European ‘migration crisis’, European member states have been struggling with one of the key fundaments of the European Union and in particular the Schengen Agreement: the principle of free movement. Whereas this principle entails that people should be able to move freely within the Schengen Area, as a result of the ongoing securitization and politicization of migration, Member States are exploring the different opportunities the Schengen Border Code allows them to monitor intra-Schengen cross-border mobility. In doing so, countries seem to have two options: either to temporarily reintroduce border controls or to – permanently – carry out police or immigration controls in an area around the border. In this article we explore and critically assess the choices various countries have made and what seems to be the position of the European Commission in all this.


Prof. dr. mr. Peter Rodrigues
Prof. dr. mr. P.R. Rodrigues is Hoogleraar Immigratierecht en voorzitter van het Instituut voor Immigratierecht. Hij is verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden en lid van de redactie van Crimmigratie & Recht.

Prof. mr. dr. Maartje van der Woude
Prof. mr. dr. M.A.H. van der Woude is Hoogleraar Rechtssociologie bij het Van Vollenhoven Instituut voor Recht, Bestuur & Samenleving. Zij is verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden en lid van de redactie van Crimmigratie & Recht.
Toont 1 - 20 van 26 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.