Zoekresultaat: 51 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2017 x Rubriek Article x
Artikel

Het decryptiebevel aan de verdachte in het economisch strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden decryptiebevel, Economisch strafrecht, WED, Bevel tot uitlevering, verdachte
Auteurs Mr. dr. E. Gritter
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de mogelijkheden die de WED biedt om onder dwang een decryptiebevel aan de verdachte te richten. Na onderzoek van de wettelijke grondslag wordt ingegaan op de grenzen die het nemo tenetur-beginsel stelt aan het kunnen effectueren van dit bevel.


Mr. dr. E. Gritter
Mr. dr. E. Gritter is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen en is tevens redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De bevoegdheid van de politie om computers binnen te treden: tijd voor een grondrecht op de bescherming van informatie-technische systemen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden hackbevoegdheid politie, botnets, nieuw grondrecht, integriteit communicatieapparaten, Computercriminaliteit III
Auteurs Dr. B. van der Sloot
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel computercriminaliteit III is bijna aangenomen en legt een aantal nieuwe bevoegdheden voor de politie neer, waaronder de mogelijkheid om computers van burgers binnen te treden. Niet alleen kan de politie zodoende onderzoek doen, ook mag zij gegevens kopiëren en aanpassingen doen aan de computer, bijvoorbeeld om bepaalde malware te verwijderen. Commentatoren hebben erop gewezen dat dit een zware inmenging is in de privésfeer van burgers. Het zou dan ook tijd zijn voor een nieuw grondrecht op de integriteit van digitale gegevensdragers. Dit artikel bespreekt de nieuwe bevoegdheid van de politie en de introductie van een mogelijk nieuw grondrecht.


Dr. B. van der Sloot
Dr. B. van der Sloot is senior researcher aan het Tilburg Institute for Law, Technology, and Society (TILT), Tilburg University.
Artikel

Cumulerende procedures en dubbele bestraffing

De invloed van Europa op het ne bis in idem-beginsel in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden ne bis in idem-beginsel, EVRM, Europese Unie, dubbele bestraffing, criminal charge
Auteurs Mr. A.C.M. Klaasse en Mr. J.N. de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ne bis in idem-beginsel is geregeld in respectievelijk artikel 68 Sr en artikel 5:43 Awb. Ook in procedures die buiten het strafrecht of bestuurlijke boeterecht vallen, kan het Europese verbod op dubbele bestraffing doorwerken in Nederland. De Hoge Raad heeft erkend dat de algemene beginselen van een behoorlijke procesorde bescherming bieden in het kader van het ne bis in idem-beginsel. Bovendien is artikel 50 van het Handvest van de EU van toepassing indien EU-recht ten uitvoer wordt gelegd. Op deze wijze is jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU en het EHRM ook van belang voor Nederland.


Mr. A.C.M. Klaasse
Mr. A.C.M. Klaasse is juridisch medewerker bij Hertoghs advocaten in Rotterdam.

Mr. J.N. de Boer
Mr. J.N. de Boer is advocaat bij Hertoghs advocaten in Amsterdam.
Artikel

Spraakmakende Zaken

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2017
Auteurs Nathalie de Graaf en Roger Cremers
Auteursinformatie

Nathalie de Graaf

Roger Cremers
Beeld
Artikel

Kroniek Materieel strafrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2017
Auteurs Frezia Aarts, Max den Blanken, Annick Diesfeldt e.a.

Frezia Aarts

Max den Blanken

Annick Diesfeldt

Chana Grijsen

Sophie Hof

Desiree de Jonge

Geert-Jan Kruizinga

Patrick van der Meij

Benjamin Mulder

Sabine Pijl

Ben Polman

Inge Raterman

Melissa Slaghekke

Aram Sprey

Paul Verweijen
Artikel

Kroniek Formeel strafrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2017
Auteurs Ben Polman, Max den Blanken, Frezia Aarts e.a.

Ben Polman

Max den Blanken

Frezia Aarts

Paul Verweijen

Chana Grijsen

Rick van Leusden

Patrick van der Meij

Desiree de Jonge

Paul van Putten

Sabine Pijl

Melissa Slaghekke

Aram Sprey

Michiel Olthof

Maike Bouwman

Robert Malewicz

Alrik de Haas
Alrik de Haas is strafrechtadvocaat bij OMVR advocaten, hoofddocent Strafrecht voor de beroepsopleiding van de Nederlandse orde van advocaten en bestuurslid van Stichting Mens en Strafrecht (MENS).
Artikel

‘Is daar nog werk voor zakkenrollers?’

Over mobiele bendes en de betekenis van criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2017
Trefwoorden mobile banditry, property crime, organized crime, Itinerant criminal groups, crossing border crime
Auteurs Dr. Barbra van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focuses on mobile organized criminal groups that travel through Europe and commit a broad range of property crimes. The study aims to explore the perspective of individual group members. Information was gathered from fifteen criminal investigations that were carried out in the Netherlands in recent years (2013-2016). The study shows that members of these crime groups view their criminal activities primarily as ‘work’. It is work that is characterized by conflicts and consensus. Conflicts often have to do with the stolen loot and reveal disagreement about leadership, rules and obedience. Rows and threats of violence go along with feelings of fear and distrust. At the same time gang members belong to an international deviant community with a shared common way of life and feelings of togetherness. Performing within this international community gives the possibility to attain social status and to express success and richness. These contractive emotions and symbolic meanings characterize the everyday life of gang members and motivates their daily practices.


Dr. Barbra van Gestel
Dr. B. van Gestel is socioloog en als onderzoeker werkzaam voor het WODC.
Artikel

Veilige resocialisatie van zedendaders met inzet van vrijwilligers

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2017
Trefwoorden COSA, Zedendelinquenten, Resocialisatie, Vrijwilligers
Auteurs Dr. Mechtild Höing en Audrey Alards
SamenvattingAuteursinformatie

    Circles of Support and Accountability (COSA) is a method in which volunteers support and monitor a convicted sex offender during his or her re-entry into society in order to prevent new sex offences. COSA was developed in Canada in 1994 as a grass roots approach to an acute crisis in a small town near Toronto, and since then has spread throughout Canada. In 2002, the COSA model was introduced and further developed in England, and from there the approach found its way to the Netherlands, where circle projects are provided by the Dutch Probation Organization since 2010. Until now, more than one hundred sex offenders (‘core members’ in a circle) have participated in a circle in the Netherlands. Although the COSA model predates the Good Lives Model, it’s basic principles align very well to the Good Lives Model. In COSA, a group of three to five volunteers form a surrogate social network, that offers social inclusion, practical and moral support in all kinds of daily challenges the core member faces, and that monitors risk and risk behavior. The volunteers are supervised by a professional circle-coordinator and supported by professionals who are involved in the core members’ after care arrangements. The COSA intervention model describes a number of conditions and strategies that support its effectiveness. Canadian, American and English case-control studies into the effectiveness of COSA shows a substantial reduction of offending behavior in core members compared to controls. Since the international proliferation of the COSA model is ever increasing, protecting the program integrity is a growing concern, and stresses the need for international cooperation between COSA providers.


Dr. Mechtild Höing
Dr. Mechtild Höing is socioloog aan het Expertisecentrum Veiligheid van de Avans Hogeschool en projectleider en lid van de kenniskring lectoraat Veiligheid in afhankelijkheidsrelaties.

Audrey Alards
Audrey Alards is werkzaam bij Reclassering Nederland; als cirkelcoördinator is zij sinds 2009 werkzaam voor COSA.
Artikel

Digitale seksuele delicten in het straf- en strafprocesrecht

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2017
Trefwoorden Seksuele delicten, Internet, Strafbaarstelling, Opsporing
Auteurs Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch Minister for Security and Justice recently announced a revision of the sexual offences in the Dutch Penal Code. Part of this revision could be the introduction of several sexual offences that are committed on the internet. The Minister mentioned sexchatting, sextortion and revenge porn. This article describes the present-day possibilities the Penal Code offers in tackling these crimes, and gives insight in the bottlenecks in current penal law. This article also provides a description of several relevant criminal investigative powers in existing and future Dutch procedural law.


Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde is universitair hoofddocent Straf(proces)recht. Hij is tevens als bijzonder hoogleraar Strafrechtsfilosofie, leerstoel Leo Polak, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en redacteur van PROCES.
Artikel

Access_open Over verplichte excuses en spreekrecht

Wat is er mis met empirisch-juridisch onderzoek naar slachtoffers?

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2017
Trefwoorden empirical legal studies, apologies, procedural justice, humiliation, victim rights
Auteurs Vincent Geeraets en Wouter Veraart
SamenvattingAuteursinformatie

    The central question in this article is whether an empirical-legal approach of victimhood and victim rights could offer a sufficient basis for proposals of legal reform of the legal system. In this article, we choose a normative-critical approach and raise some objections to the way in which part of such research is currently taking place in the Netherlands, on the basis of two examples of research in this field, one dealing with compelled apologies as a possible remedy within civil procedural law and the other with the victim’s right to be heard within the criminal legal procedure. In both cases, we argue, the strong focus on the measurable needs of victims can lead to a relatively instrumental view of the legal system. The legal system must then increasingly be tailored to the wishes and needs of victims. Within this legal-empirical, victim-oriented approach, there is little regard for the general normative principles of our present legal system, in which an equal and respectful treatment of each human being as a free and responsible legal subject is a central value. We argue that results of empirical-legal research should not too easily or too quickly be translated into proposals for legal reform, but first become part of a hermeneutical discussion about norms and legal principles, specific to the normative quality of legal science itself.


Vincent Geeraets
Vincent Geeraets is universitair docent aan de afdeling Rechtstheorie en rechtsgeschiedenis van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Wouter Veraart
Wouter Veraart is hoogleraar rechtsfilosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Begaafdheid en crimineel gedrag

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2017
Trefwoorden IQ-crime relationship, high IQ offenders, white-collar crime, criminological research, self-reporting
Auteurs Dr. J.C. Oleson
SamenvattingAuteursinformatie

    Criminologists generally regard below-average intelligence as a robust correlate of delinquency and crime. In this article the author argues that the negative association between IQ and crime could be explained at least in part by a lack of research access to gifted adults who possess wealth, power and privileges. Asking these adults about other types of offending (e.g. white-collar crimes) than usual in self-report studies might uncover a positive relationship between IQ and prevalence rates, in accordance with the results of the exploratory study underlying this article. As a consequence different conclusions about the linkages between intelligence and crime might have to be drawn.


Dr. J.C. Oleson
Dr. James C. Oleson is als Associate Professor of Criminology verbonden aan de School of Social Sciences van de University of Auckland.
Artikel

‘Slimme Don’: de intelligente maffiabaas van Rusland

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2017
Trefwoorden intelligent criminals, Russian Mafia, Semjon Mogilevitsj, organized crime, financial crimes
Auteurs Prof. dr. D. Siegel
SamenvattingAuteursinformatie

    Drawing on material from her extensive study of Russian organized crime, the author sketches a portrait of Semjon Mogilevitsj. This Russian ‘godfather’ enjoys the reputation of being the smartest and highest educated mafia boss worldwide. Indeed Mogilevitsj obtained a master’s degree in Economics with good results, but this alone doesn’t explain his phenomenal successes in criminal as well as in legal business. Describing the steady expansion of his criminal activities from Russia into Israel, the United States, Eastern Europa, Italy and Canada, the author suggests that the social and economic circumstances in Russia just before and during the collapse of the Soviet Union might have served as an ideal playing ground for Mogilevitsj to develop the specific social intelligence and skills needed to successfully run a criminal organization.


Prof. dr. D. Siegel
Prof. dr. Dina Siegel is als hoogleraar Criminologie verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Artikel

LVB-jongeren in de ZSM-procedure

Over kwetsbaarheid en recidiverisico

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2017
Trefwoorden intellectual disability, recognition, criminal court, ZSM method, recidivism
Auteurs Drs. M. Teeuwen
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years, there are signs that young people with a (mild) intellectual disability are overrepresented in the criminal justice system. It turns out that especially a large majority of the repeated offenders have an intellectual disability. Therefore it would be relevant to know whether and when an intellectual disability is recognized by professionals in the criminal procedure. What is the impact of not recognizing the specific disability on the offender in the criminal justice procedure and on recidivism? The author focuses on a rather new accelerated out-of-court settlement of criminal cases, the so-called ZSM method. She concludes that the high speed of this procedure increases the vulnerability of suspects with a (mild) intellectual disability, especially because the various professionals involved in this procedure seem to lack substantial awareness of the problem. This situation increases the risk of false confessions and witnessing and might also contribute to recidivism.


Drs. M. Teeuwen
Drs. Marigo Teeuwen is socioloog en werkzaam bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam. De auteur dankt Robin Kranendonk en Marijke Malsch voor hun opbouwende feedback.
Artikel

Liquidaties in Nederland in historisch perspectief

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2017
Trefwoorden contract killings, history, the Netherlands, drugs, population groups
Auteurs Drs. E. Slot
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes the subsequent waves of contract killings in the Netherlands since the twentieth century. Contract killings appear to happen especially within ethnic groups which are newcomers to Dutch society. The Chinese community in Amsterdam fought two internal ‘wars’. The first one was from 1918 till 1935 and circled around the trade in opium and arms. The second one took place between 1969 and the mid-seventies and was fueled by conflicts about the heroin trade. Then Turkish criminals took over the heroin trade, which resulted in a wave of Turkish victims of contract killings throughout the second half of the seventies and into the eighties. The cocaine trade came up in the eighties and was run first by Chileans and later by Colombians, which resulted in several murders within the criminal circles of these communities. While contract killings of (by birth) Dutch criminals had always been very rare, this changed from the mid-eighties. These killings not only took place in Amsterdam, but also in the southern provinces of Limburg and Brabant, as well as in Rotterdam. Most Dutch criminals specialized in cannabis growing and trading. In the nineties the number of contract killings reached a peak. By then Yugoslavs had entered the criminal scene in the Netherlands. They cooperated with Dutch criminals and offered their services as hitmen. From 2000 onwards the number of contract killings has been dropping constantly and has now reached a more or less constant level of around twenty yearly. In the last couple of years many young Moroccan Dutch criminals have been killing and killed in conflicts on drugs trade. The author signalizes a lack of ‘professionalism’ in contract killers today and draws a parallel with the period when Chinese criminals were fighting their wars in Amsterdam. The hitmen are young, have little experience, are not intelligent and use far too many bullets to do the job.


Drs. E. Slot
Drs. Eric Slot is freelance journalist en doet sinds 1992 onderzoek naar moord en doodslag in Nederland. Hij publiceerde onder meer Moordatlas van Amsterdam (2014), Met groot verlof. Liquidaties in crimineel Nederland (2009) en Wrede straten. Wandelingen door moorddadig Amsterdam (1998).
Artikel

Op de grens van ideeën en daden. Over de vervolging van het voorbereiden van liquidaties

Een interview met OvJ Koos Plooij en advocaat Christian Flokstra

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2017
Trefwoorden contract killings, acts of preparation, article 46 Dutch Penal Code, public prosecution, criminal defense
Auteurs Mr. drs. M.P.C. Scheepmaker
SamenvattingAuteursinformatie

    In this interview the Dutch prosecutor Koos Plooij discusses with criminal lawyer Christian Flokstra on the intention of the Public Prosecution Office to adapt article 46 of the Dutch Penal Law (Sr) in such a way that the burden of proof necessary for a sentence on contract killing is lowered. Plooij argues that many suspects who were clearly up to a very serious deed, have received a relatively low punishment because it was too difficult to prove that they were preparing a contract killing – and were not simply trying to intimidate their target or for instance take this person as a hostage. For the judge it is essential to establish which crime was being prepared, since the latter are completely different crimes and the punishment is much lower compared to the punishment for murder. Flokstra replies by stressing that the limitations of the current article 46 Sr exist to assure that people are not punished for things they didn’t do or were not planning to do. He argues that the prosecution should accept that sometimes there’s just not enough proof to convince the judge that the suspect was preparing a contract killing. A sentence for arms possession or participation in a criminal organization could be an alternative in such cases. Both men agree that the current maximum punishments for these crimes are too low.


Mr. drs. M.P.C. Scheepmaker
Mr. drs. Marit Scheepmaker is hoofdredacteur van Justitiële verkenningen.
Artikel

Spreken is lood

Kan de overheid bedreigde getuigen beschermen?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2017
Trefwoorden contract killings, organized crime, conspiracy of silence, witness protection program, criminal procedure
Auteurs Drs. G. Leistra
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focuses on witness protection programs for (former) criminals who witness against suspects in criminal procedures. It goes without saying that these witnesses run the risk of becoming the target of a contract killing. The author describes the conditions of admission to a witness protection program, as well as the various existing types of protection. Witnesses themselves are often not very enthusiastic about the program. Since they themselves have a criminal past, they look at the police as their enemy and often prefer to receive a lump sum and arrange their safety themselves, as becomes clear from several examples provided by the author.


Drs. G. Leistra
Drs. Gerlof Leistra werkt als misdaadverslaggever voor Elsevier Weekblad. Hij doet onderzoek naar moord en doodslag en schreef een aantal boeken over dat onderwerp.

Han Jongeneel
Mr. R.H.C. Jongeneel is senior rechter in de Rechtbank Amsterdam.
Artikel

Gluren bij de buren

Over strafbaarstelling van heimelijk filmen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2017
Trefwoorden Heimelijk filmen, seksuele strekking, rechtsvergelijking
Auteurs Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    In early 2016, the Dutch minister of Security and Justice announced a revision of the sexual offences in the Dutch Penal Code. One topic that has been debated in Dutch literature and case law, is whether secretly scanning of naked persons should be criminalised as a separate sexual offence. This article discusses various (recently introduced) criminalisations of secretly scanning of naked persons in different countries, with the purpose of exploring the difficulties of a separate criminal offence.


Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde is universitair hoofddocent Straf(proces)recht. Hij is tevens als bijzonder hoogleraar Strafrechtsfilosofie, leerstoel Leo Polak, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en redacteur van PROCES.
Artikel

Bespiegelingen over de keuze tussen bestuursrecht en strafrecht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2017
Trefwoorden sanctiestelsel, bestuurlijke boete, bestuurlijke strafbeschikking, ernstige gedraging, bestuursstrafrecht
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    In de nabije toekomst zal de wetgever zich gaan beraden over de zogenoemde ‘open context’ en ‘besloten context’. Deze criteria spelen een belangrijke rol ten aanzien van de keuze tussen het bestuursrecht en het strafrecht. Vanuit meerdere hoeken zijn deze criteria bekritiseerd, omdat ze te onbepaald zijn. In deze bijdrage wordt betoogd dat de wetgever meer gewicht moet toekennen aan het criterium van de ernstige gedraging. Er dient te worden gekozen voor het strafrecht indien sprake is van een ernstige gedraging, terwijl bestuursrechtelijk optreden mogelijk is bij minder ernstige gedragingen. Ten aanzien van de keuze tussen de bestuurlijke boete en de bestuurlijke strafbeschikking dient vooral pragmatisch te worden gekozen.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. (Benny) van der Vorm is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht en aan het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van diezelfde universiteit.
Toont 1 - 20 van 51 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.