Zoekresultaat: 86 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2015 x Rubriek Article x
Artikel

Rechtseenheid binnen het Koninkrijk: kiezen tussen drie kwaden

Het is niet zo democratisch of het werkt niet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2015
Trefwoorden consensusrijkswetgeving, concordantie, eenvormigheid, democratische legitimatie
Auteurs Mr. H.R. Schouten en Mr. C.C. van Niel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt besproken op welke manieren binnen het Koninkrijk der Nederlanden eenheid kan worden bevorderd tussen de rechtsordes van de vier landen (Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten). De eerste vorm die wordt besproken, zijn onderlinge regelingen, met name consensusrijkswetgeving. Onderwerpen die in beginsel door de landen zelf worden geregeld, worden in dit geval door de landen gezamenlijk geregeld in rijkswetgeving. De tweede vorm is eenvormigheid, waarbij via een speciaal vastgestelde procedure wordt bevorderd dat wetgeving van de landen naar de letter hetzelfde is. De derde vorm is concordantie. Ook hier is van belang dat wetgeving van de landen zo veel mogelijk hetzelfde luidt, maar in tegenstelling tot eenvormigheid hoeft wetgeving hier niet naar de letter hetzelfde te luiden. De auteurs betogen dat deze vormen van rechtseenheid ofwel niet effectief zijn, ofwel dat vragen kunnen worden gesteld bij de betrokkenheid van de respectievelijke parlementen, met name die van de Caribische landen. Dit laatste aspect blijft volgens de auteurs in het artikel van Stip en Zijlstra in deze aflevering van RegelMaat onderbelicht, waar zij het hebben over rechtseenheid tussen rechtsordes. Tevens wordt in de bijdrage een verband gelegd tussen de ingewikkelde procedures voor de totstandkoming van consensusrijkswetgeving, eenvormige landsverordeningen en concordante wetgeving en het gebrek aan effectiviteit van deze instrumenten.


Mr. H.R. Schouten
Mr. H.R. Schouten was tot 1 juni 2014 wetgevingsjurist bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en is sinds die datum werkzaam bij het ministerie van Financiën. Zij was tot 1 februari 2015 redactiesecretaris van RegelMaat.

Mr. C.C. van Niel
Mr. C.C. van Niel is wetgevingsjurist bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en redactiesecretaris van RegelMaat.
Artikel

De transactiebeslissing van het auditoraat van de Belgische mededingingsautoriteit in het supermarktendossier: een ‘hub & spoke’ compromis à la belge?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2015
Trefwoorden prijsafspraken, onrechtstreekse informatie-uitwisseling, retailsector, schikkingsprocedure, Belgisch recht
Auteurs Pieter Van Cleynenbreugel
SamenvattingAuteursinformatie

    Door middel van zijn eerste transactiebeslissing ooit beëindigde het auditoraat van de Belgische mededingingsautoriteit op 22 juni 2015 een langlopend onderzoek naar retailprijsafspraken tussen supermarkten en hun leveranciers. Ondanks de eerste succesvolle toepassing van deze nieuwe schikkingsprocedure bevestigt de Belgische beslissing bovenal de onzekerheden omtrent de mededingingsrechtelijke beoordeling van ‘hub & spoke’ afspraken alsmede de beperkte reikwijdte van schikkingen als alternatieve instrumenten van mededingingshandhaving.


Pieter Van Cleynenbreugel
Dr. P.J.M.M. Van Cleynenbreugel LL.M is universitair docent Europees en mededingingsrecht, Europa Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden. Doctor in de Rechten, KU Leuven, LL.M. (Harvard).
Artikel

Timab Industries S.A.: eerste ‘hybride zaak’ doorstaat eerste rechterlijke toetsing

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden Schikking, Verordening (EG) nr. 622/2008, hybride procedure, alternatieve handhaving
Auteurs Mr. S.M.M.C. Vinken en Mr. drs. M.W.J. Jongmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Gerecht heeft in het arrest Timab Industries en Compagnie Financière et de participations Roullier (Timab) voor het eerst uitspraak gedaan over het hybride karakter van de schikkingsprocedure op grond van Verordening (EG) nr. 622/2008. Het hybride karakter is gelegen in de omstandigheid dat alle karteldeelnemers behoudens Timab de zaak met de Commissie hebben geschikt. In de tweede plaats is het arrest van belang, omdat aan Timab een boete werd opgelegd die aanzienlijk hoger was dan de bovengrens van de bandbreedte van boetes die haar door de Commissie in de schikkingsprocedure was voorgehouden. In dit artikel worden de overwegingen van het Gerecht met betrekking tot deze onderwerpen besproken en van kort commentaar voorzien.
    Gerecht 20 mei 2015, zaak T-456/10, Timab Industries, ECLI:EU:T:2015:296 (hogere voorziening verzocht: C-411/15P)


Mr. S.M.M.C. Vinken
Mr. S.M.M.C. (Silvia) Vinken is advocaat bij BANNING N.V.

Mr. drs. M.W.J. Jongmans
Mr. drs. M.W.J. (Martijn) Jongmans is advocaat bij BANNING N.V.
Artikel

Het minimumloonbegrip in de Detacheringsrichtlijn – ruimte voor sociale bescherming

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden detacheringsrichtlijn, vrijdienstenverkeer, sociaal beschermingsniveau, inimumloon, detacheringsvergoeding
Auteurs Dr. A.G. Veldman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie beoordeelt of het minimumloon dat een Poolse dienstverlener op grond van Fins recht moet betalen aan zijn Poolse werknemers die in Finland zijn gedetacheerd, in overeenstemming is met de bepalingen voor minimale bescherming uit de detacheringsrichtlijn. Het Hof van Justitie laat in zijn arrest een ruime marge aan de lidstaten om het minimumloon te bepalen. Hoewel uit het Laval-arrest voortvloeide dat de door de richtlijn beoogde minimumbescherming vanuit het oogpunt van vrij verkeer als plafond heeft te gelden, maakt dit arrest duidelijk dat de richtlijn niet noodzakelijkerwijs het absoluut laagste niveau verlangt dat het recht van de ontvangststaat aan sociale bescherming biedt.
    HvJ 12 februari 2015, zaak C-396/13, Sähköalojen ammattiliitto ry/Elektrobudowa Spółka Akcyjna (‘Finse vakbond’), ECLI:EU:C:2015:86


Dr. A.G. Veldman
Dr. A.G. (Albertine) Veldman is als universitair docent (Europees) arbeidsrecht verbonden aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Het Hof van Justitie van Schumacker tot Kieback: indirecte discriminatie van buitenlandse werknemers in de inkomstenbelasting

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden vrij verkeer van werknemers, indirecte discriminatie, Kieback-arrest, inkomstenbelasting, hypotheekrenteaftrek
Auteurs Mr. dr. J.J. van den Broek
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse en internationale belastingrecht onderscheidt voor de heffing van inkomstenbelasting ingezeten van niet-ingezeten belastingplichtigen. Niet-ingezeten werknemers hebben in de werkstaat meestal geen recht op fiscale tegemoetkomingen in verband met hun persoonlijke of gezinssituatie, zoals hypotheekrenteaftrek. Hoewel dit op zich gerechtvaardigd is, vormt het volgens het Hof van Justitie onder omstandigheden indirecte discriminatie op grond van nationaliteit. Deze bijdrage bespreekt de hoofdlijnen in de jurisprudentie van het Hof van Justitie op dit terrein, inclusief het Kieback-arrest van 18 juni 2015. De Hoge Raad vraagt in laatstgenoemde zaak of Nederland verplicht is om aan een ingezetene van Duitsland die tijdelijk in Nederland gewerkt heeft en vervolgens naar de Verenigde Staten emigreerde, hypotheekrenteaftrek te verlenen in verband met zijn in Duitsland gelegen woning. De verrassende uitkomst van deze procedure illustreert hoe complex Europees rechtersrecht kan zijn.
    HvJ 18 juni 2015, zaak C-9/14, Staatssecretaris van Financiën/D.G. Kieback, ECLI:EU:C:2015:406


Mr. dr. J.J. van den Broek
Mr. dr. J.J. (Harm) van den Broek is als universitair hoofddocent belastingrecht verbonden aan de Radboud Universiteit
Artikel

You can talk the talk but can you walk the walk?

Niet-mededingingsrechtelijke nationale belemmerende maatregelen met betrekking tot fusies en buitenlandse investeringen en het recht van de Europese Unie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden Fusies en buitenlandse investeringen, publieke belangen, bevoegdheidsverdeling nationaal-supranationaal
Auteurs Mr. P. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Een nieuwe golf van economisch patriottisme doet de vraag rijzen in hoeverre het Unierecht een keurslijf vormt voor publieke belangen die, in het kader van fusies en buitenlandse investeringen, kunnen worden ingeroepen ter onttrekking van nationale regelingen aan de vrije mededinging. In dit artikel zal deze kwestie benaderd worden vanuit het perspectief van het internemarktrecht. Daarbij zal worden ingegaan op de vraag of – en zo ja, wanneer – lidstaten op grond van het Unierecht nationale mechanismen mogen instellen en/of toepassen.


Mr. P. Jansen
Mr. P. (Pim) Jansen is als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het instituut Consument, Concurrentie en Markt van de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven, België.
Artikel

Het voorontwerp van de implementatiewet richtlijn privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2015
Trefwoorden privaatrechtelijke handhaving, Europees mededingingsrecht, schadevergoeding, inbreuk op het mededingingsrecht
Auteurs Mr. dr. E.J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    Het voorontwerp van de implementatiewet richtlijn privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht is ter consultatie gepubliceerd. Het voorontwerp strekt tot omzetting van de richtlijn privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht. In deze bijdrage bespreekt de auteur aan de hand van het voorontwerp de voorgestelde wijzigingen in het BW en Rv.


Mr. dr. E.J. Zippro
Mr. dr. E.J. Zippro is advocaat bij ZIPPRO & MEIJER Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Constitutionele toetsing in het Koninkrijk in context

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Constitutionele toetsing, Caribische landen, Commonwealth Caribbean, Eastern Caribbean, Caricom
Auteurs Mr. dr. F. Goudappel en Mr. dr. J. de Wit
SamenvattingAuteursinformatie

    Waarom hebben de Caribische landen binnen het Koninkrijk op 10-10-’10, terwijl constitutionele toetsing in het Koninkrijk geen usance was, gekozen voor het in hun Staatsregeling opnemen van een rechterlijke bevoegdheid van constitutionele toetsing? De auteurs zoeken een antwoord op deze vraag door in de eerste plaats de gekozen systemen van constitutionele toetsing in de Caribische landen te bespreken. Aansluitend plaatsen zij deze systemen in het perspectief van toetsing in andere Caribische overzeese gebieden en in regionale internationale samenwerkingsverbanden. Het blijkt echter zeer moeilijk, zo niet onmogelijk, om de gronden achter de verschillende systemen van constitutionele toetsing in Aruba, Curaçao en Sint Maarten te verklaren. De verschillen en de keuzes kunnen niet direct worden herleid naar enige traditie in de regio of in het Koninkrijk. De noodzaak van de keuzes gemaakt voor unieke systemen is de auteurs na deze rechtsvergelijking en bespreking van de ervaringen tot nu toe niet duidelijk.


Mr. dr. F. Goudappel
Mr. dr. F. Goudappel houdt de Jean Monnet Chair EU Trade Law in the Overseas Territories en is consultant Europees recht.

Mr. dr. J. de Wit
Mr. dr. J. de Wit is universitair hoofddocent aan Erasmus School of Law.
Artikel

Staatssteun en tussenstaatse handel: bijbuigen van een criterium om de werklast te verminderen?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2015
Trefwoorden staatssteun, tussenstaatse handel, steunmaatregel, de-minimissteun, merkbaarheid
Auteurs Cees Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 27 april 2015 gaf de Europese Commissie beschikkingen naar aanleiding van een zevental staatssteunmeldingen waarbij zij uitsprak dat in al die zaken geen sprake was van een steunmaatregel omdat de aangemelde steunmaatregelen geen substantieel effect op de tussenstaatse handel zouden hebben (het begeleidende persbericht gebruikt de woorden significant effect). Volgens het begeleidende persbericht geven de beschikkingen aanvullende richtsnoeren voor de bepaling welke zaken wel en niet door de Commissie moeten worden beoordeeld, zodat zij zich kan focussen op zaken met een grote impact op de interne markt. In dit artikel wordt ingegaan op de vraag hoe de zeven beslissingen zich verhouden tot eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie en eerdere beschikkingen van de Commissie op het punt van het criterium ‘beïnvloeding van de tussenstaatse handel’ van artikel 197 lid 1 VWEU. Tevens wordt nagegaan in hoeverre deze nieuwe beschikkingen daadwerkelijk duidelijkheid geven over de toepassing van dit criterium en of er een beter alternatief is om de werklast van nationale autoriteiten en Commissie te verminderen.


Cees Dekker
Mr. C.T. Dekker is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Het EVRM, Unierecht en de nationale rechter

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden dialoog, EHRM, HvJ EU, Protocol 16, Bosphorus-vermoeden
Auteurs Mr. J. Silvis
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de dialoog tussen nationale gerechten en het EHRM en op die tussen het EHRM en het Hof van Justitie. Voor de dialoog tussen de hoogste nationale gerechten en het EHRM is het optioneel Protocol 16 bij het EVRM van grote betekenis. De toetreding van de EU tot de mensenrechtenconventie staat onder druk, aangezien het Hof van Justitie in opinie 2/13 een reeks zwaarwegende problemen heeft gesignaleerd en negatief heeft geadviseerd op een concept-toetredingsakkoord.


Mr. J. Silvis
Mr. J. Silvis is rechter in het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te Straatsburg.
Artikel

De Hoge Raad en het Hof van Justitie van de EU als partners in de prejudiciële procedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden samenwerking Hoge Raad en Hof van Justitie van de EU, prejudiciële procedure van de EU, praktische wenken, relatie prejudiciële verwijzingsplicht en prejudiciële adviesbevoegdheid ex Protocol 16 EVRM
Auteurs Prof. mr. C.W.A. Timmermans
SamenvattingAuteursinformatie

    De relatie tussen de Hoge Raad en het Hof van Justitie van de EU is er een van samenwerking, niet van hiërarchie. Instrument voor deze samenwerking is de prejudiciële procedure. Hoe deze procedure optimaal te benutten? De auteur doet enkele, meer praktische suggesties, onder andere inzake de formulering van de verwijzingsbeschikking en de deelneming aan de procedure voor het Hof. Ten slotte wordt ingegaan op de prejudiciële adviesbevoegdheid voor hoogste, nationale gerechten ex Protocol 16 bij het EVRM en de relatie tot een eventuele verwijzingsplicht ex art. 267 VWEU.


Prof. mr. C.W.A. Timmermans
Prof. mr. C.W.A. Timmermans is oud-rechter in het Hof van Justitie van de EU.
Artikel

De hoogste nationale rechter en de Europese hoven

Naar een systeem van checks-and-balances tússen gerechten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden grondrechtenbescherming, rechterlijke dialoog, Hof van Justitie van de Europese Unie, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, checks-and-balances
Auteurs Prof. mr. M.A. Loth
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is gewijd aan de verhoudingen tussen de hoogste nationale rechters, het HvJ EU en het EHRM. Enerzijds behouden diverse hoogste nationale rechters zich de mogelijkheid van het laatste woord voor, zonder daarvan daadwerkelijk gebruik te maken. Anderzijds heeft het HvJ EU de mogelijkheid erkend van lidstaataansprakelijkheid voor een gekwalificeerde schending van het Unierecht als een afbakening van het speelveld, niet als een remedie voor rechtszoekenden. Ook de verhouding tussen het HvJ EU en het EHRM is nog niet uitgekristalliseerd. De gesignaleerde verschuivingen kunnen het beste worden begrepen als onderdeel van een systeem van checks-and-balances tússen de betrokken gerechten.


Prof. mr. M.A. Loth
Prof. mr. M.A. Loth is hoogleraar Privaatrecht aan Tilburg University.
Artikel

De bijdrage van de civiele cassatieadvocatuur aan de rechterlijke rechtsvorming

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 5 2015
Trefwoorden rechtsontwikkeling, rechtsbescherming, kosteloze cassatie in het belang van de maatschappij, rechtsvergelijking
Auteurs Prof. mr. J.B.M. Vranken
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur behandelt de bijdrage van de cassatieadvocatuur aan de rechtsontwikkeling door de Hoge Raad in civiele zaken aan de hand van twee stellingen. De eerste stelling luidt dat de cassatieadvocatuur mede verantwoordelijk is voor de toegang tot de cassatierechtspraak, dat wil zeggen dat de cassatieadvocatuur ervoor dient te zorgen dat bepaalde zaken de Hoge Raad daadwerkelijk bereiken. De tweede stelling is dat versterking van de rechtsvormende taak van de Hoge Raad soms een bredere kennis van de context van de zaak vereist.


Prof. mr. J.B.M. Vranken
Prof. mr. J.B.M. Vranken is emeritus hoogleraar methodologie van het privaatrecht aan de Universiteit Tilburg.
Artikel

Een onderzoek naar de ArA-bijdragen van twee eigenzinnige heren

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Overzicht artikelen, Afscheid Cees en Corjo
Auteurs Prof. L.G. Verburg
Auteursinformatie

Prof. L.G. Verburg
Prof. L.G. Verburg is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Daan Asser
Prof. dr. W.D.H. Asser is hoogleraar burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Leiden en oudraadsheer in de Hoge Raad.
Artikel

De 3 uit 6-voorwaarde voor export van Nederlandse studiefinanciering door niet-actieve EU-burgers

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2015
Trefwoorden Europees burgerschap, studiefinanciering, Export van studiefinanciering, 3 uit 6-voorwaarde
Auteurs Mr. R.H. van Ooik
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie had al beslist dat Nederland door een woonplaatsvereiste voor te schrijven, de zogenoemde 3 uit 6-voorwaarde, voor migrerende werknemers en hun gezinsleden om Nederlandse financiering voor buiten Nederland gevolgd hoger onderwijs te kunnen verkrijgen, zijn verplichtingen krachtens artikel 45 VWEU en artikel 7 lid 2 van Verordening (EEG) nr. 1612/68 betreffende het vrije verkeer van werknemers niet was nagekomen. In de hier besproken uitspraak Martens is het de vraag of deze 3 uit 6-voorwaarde ook voor economisch niet-actieve EU-burgers verboden is, vanwege strijd met de bepalingen over het Europees Burgerschap (art. 20 en 21 VWEU).
    HvJ 25 februari 2015, zaak C-359/13, B. Martens/Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,


Mr. R.H. van Ooik
Mr. R.H. (Ronald) van Ooik is als Universitair hoofddocent Europees recht verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

    Deze bijdrage bespreekt de gevolgen van de herziene Procedurerichtlijn (2013/32/EU) voor de Nederlandse asielprocedure. Deze richtlijn heeft geleid tot een aantal belangrijke wijzigingen in het Nederlandse systeem van procedures en soorten asielbeslissingen. De onverkorte handhaving van een aantal cruciale aspecten van de Nederlandse asielprocedure, zoals de snelle algemene asielprocedure en het toetsingskader voor tweede en volgende asielaanvragen, wringt echter met het systeem van de Procedurerichtlijn. Daarnaast zijn in navolging van de richtlijn een aantal nieuwe waarborgen voor asielzoekers geïntroduceerd, zoals passende steun voor kwetsbare asielzoekers, een verruimd recht op een rechtsmiddel met schorsende werking en een volledig en ex nunc onderzoek door de rechter.
    Richtlijn 2013/32/EU van het Europees parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (herschikking), PbEU 2013, L 180/60.


Mr. dr. M. Reneman
Mr. dr. M. (Marcelle) Reneman is als Universitair Docent Migratierecht verbonden aan de Vrije Universiteit.
Artikel

Inburgeringseisen en het Unierecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2015
Trefwoorden inburgeringsvoorwaarden, bestuurlijke boete, effectieve werking, Richtlijn langdurig ingezetenen, Richtlijn gezinshereniging
Auteurs Mr. A. Woltjer
SamenvattingAuteursinformatie

    In een tweetal arresten heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan over de vraag of de in Nederland gehanteerde inburgeringseis verenigbaar is met het Unierecht, met name de Richtlijn langdurig ingezeten derdelanders en de Richtlijn gezinshereniging.
    HvJ 4 juni 2015, zaak C-579/13, P en S, ECLI:EU:C:2015:369
    HvJ 9 juli 2015, zaak C-153/14, K en A, ECLI:EU:C:2015:453


Mr. A. Woltjer
Mr. A. (Aleidus) Woltjer is werkzaam als wetgevingsjurist bij de directie advisering van de Raad van State.
Artikel

Uitsluiting van homoseksuele mannen als bloeddonor: het arrest Léger en de Nederlandse praktijk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2015
Trefwoorden Richtlijn 2004/33/EG, discriminatie, volksgezondheid, Handvest, bloeddonor
Auteurs Prof. mr. J.C.J. Dute en Mr. A. Swarte
SamenvattingAuteursinformatie

    Verschillende lidstaten, waaronder Nederland en Frankrijk, sluiten mannen die seksueel contact hebben (gehad) met mannen levenslang uit als bloeddonor. Het Hof van Justitie heeft zich op 29 april 2015 uitgesproken over deze permanente uitsluiting van MSM en heeft voorwaarden geformuleerd waaraan in dat geval moet zijn voldaan.
    HvJ 29 april 2015, zaak C-528/13, Geoffrey Léger/Ministre des Affaires sociales, de la Santé et des Droits des femmes, en Établissement français du sang, ECLI:EU:C:2015:288


Prof. mr. J.C.J. Dute
Prof. mr. J.C.J. (Jos) Dute is lid van het College voor de Rechten van de Mens en hoogleraar gezondheidsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

Mr. A. Swarte
Mr. A. (Annejet) Swarte is stafjurist bij het College voor de Rechten van de Mens. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

    Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in het arrest Mertens geoordeeld dat een grensarbeider die in directe aansluiting op een voltijds arbeidscontract deeltijds werkzaam wordt bij een andere onderneming in dezelfde lidstaat gedeeltelijk werkloos is. Een situatie van volledige werkloosheid is slechts aan de orde indien de betrokken werknemer volledig heeft opgehouden te werken.
    HvJ 5 februari 2015, C-655/13, Mertens, ECLI:EU:C:2015:62


Mr. H. Niesten
Mr. H. (Hannelore) Niesten promoveert aan de Universiteit Hasselt.
Toont 1 - 20 van 86 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.