Zoekresultaat: 92 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2018 x Rubriek Article x
Artikel

Access_open De Mededingingswet en de onderkant van de arbeidsmarkt

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2018
Trefwoorden zzp’ers, mededinging, sociale dumping, kluseconomie, minimumtarieven
Auteurs Marcel Canoy en Kees Hellingman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het grote aantal zzp’ers in Nederland groeit nog steeds, mede door de komst van online platforms en de kluseconomie. Dit artikel verkent hoe de voordelen van een flexibele arbeidsmarkt kunnen worden gecombineerd met het verhinderen van sociale dumping in situaties van monopsonie. Het beschermen van schijnzelfstandigen door cao-afspraken, zoals voorzien in het arrest FNV KIEM, biedt niet in alle situaties voldoende duidelijkheid en soelaas. Alternatieven smoren mogelijk de ontwikkeling van nieuwe vormen van ondernemerschap. De auteurs bezien daarom welke ruimte de Mededingingswet aanvullend zou kunnen bieden voor het invoeren van goed onderbouwde minimumtarieven als variant met de minste schadelijke bijwerkingen.


Marcel Canoy
Dr. M.F.M. Canoy is adviseur bij Autoriteit Consument & Markt.

Kees Hellingman
Mr. K. Hellingman is specialistisch medewerker Juridische Zaken bij Autoriteit Consument & Markt.
Artikel

Wetgever en rechter: een vruchtbare wisselwerking

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2018
Trefwoorden rechter, wetgever, signalering, terugkoppeling
Auteurs Mr. J.J. van Eck en Mr. dr. R.K. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    Het leerstuk van de trias politica houdt in dat de drie staatsmachten – de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechterlijke macht – onderscheiden verantwoordelijkheden en taken hebben, maar ook dat zij alle drie deel uitmaken van het geheel van de overheidsmacht. In het dagelijks bestaan worden vooral de verschillen benadrukt, maar de overheid als geheel kan niet zonder de complementaire en signalerende rol van elk van de staatsmachten. Daarvan zijn in de praktijk van de Nederlandse Raad van State voorbeelden te zien, maar sinds kort wordt ook op Europees niveau hiernaar gekeken. Mits ieder van de betrokkenen zich realiseert wat de eigen rol en verantwoordelijkheid is, kan hier een duidelijke meerwaarde ontstaan.


Mr. J.J. van Eck
Mr. J.J. (Jacques) van Eck is staatsraad bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Mr. dr. R.K. Visser
Mr. dr. R.K. (Rob) Visser is secretaris van de Raad van State.
Artikel

Het grondrecht op collectief onderhandelen van zelfstandigen versus het Europese mededingingsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Mededingingsrecht, Zelfstandige, Cao-exceptie, Vrijheid van vakvereniging, Recht op collectief onderhandelen
Auteurs Mr. R.F. Hoekstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat centraal dat de beperking van de door het Hof van Justitie geformuleerde ‘cao-exceptie’ op het Europese mededingingsrecht tot ‘werknemers’ en ‘schijnzelfstandigen’ zich moeilijk tot een grondrechtenbenadering lijkt te verhouden. Zelfstandigen met een zwakke arbeidsmarktpositie hebben namelijk evenzeer behoefte aan collectieve middelen om hun arbeidsvoorwaarden te verbeteren en vallen ook onder grondrechtenverdragen. Door een uitgebreide beschouwing van de relevante rechtsinstrumenten van de VN, de IAO en de Raad van Europa en de uitleg die de toezichtorganen hieraan geven blijkt dat het grondrecht op vrijheid van (vak)vereniging, collectief onderhandelen en collectieve actie evenzeer aan deze groep lijkt toe te komen, en een te rigoureuze inperking vanwege het mededingingsrecht niet gerechtvaardigd wordt geacht. De conclusie bevat enkele gedachten over hoe het Europese mededingingsrecht met een grondrechtenbenadering overeenstemming te brengen. Daarbij passeren zowel de recente ontwikkelingen rondom het zelfstandigenvraagstuk in Nederland als initiatieven op Europees niveau de revue.


Mr. R.F. Hoekstra
Mr. R.F. (Robert) Hoekstra is werkzaam als onderzoeker bij de Wiardi Beckman Stichting Den Haag. Daarnaast is hij als promovendus verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn promotieonderzoek ziet op het snijvlak van cao’s en grondrechten.
Artikel

Het Nederlandse stelsel van rechtsbescherming tegen plannen en programma’s getoetst

Over het belang van het Verdrag van Aarhus en het Unierecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden omgevingsrecht, strategisch procederen, Aarhus, luchtkwaliteit, rechtsbescherming
Auteurs Mr. E.J.H. (Ernst) Plambeck
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage, die een weerslag biedt van de door Lorenzo Squintani gehouden presentatie tijdens de VMR-bijeenkomst op 31 mei 2018, staat de vraag centraal welke eisen het internationaal en Unierecht stellen aan rechtsbescherming tegen plannen en programma’s in het omgevingsrecht, en in hoeverre Nederland daaraan voldoet. Ter beantwoording van deze vraag wordt eerst het Verdrag van Aarhus en de implementatie daarvan in het Unierecht bekeken, waarbij ook de reikwijdte van het begrip ‘plannen en programma’s’ in het EU-milieurecht wordt geschetst. Daarna wordt ingegaan op de toetsing overeenkomstig het Unierecht en de (on)mogelijkheid van exceptieve toetsing. Dit wordt gevolgd door een analyse van het Nederlandse rechtssysteem, waarna geconcludeerd wordt dat dit rechtssysteem op onderdelen tekort lijkt te schieten, gelet op het internationaal en Unierecht.


Mr. E.J.H. (Ernst) Plambeck
Mr. E.J.H. Plambeck is adviseur bestuursrecht bij Koninklijke Metaalunie en daarnaast als promovendus verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Voorstel voor een EU-richtlijn met betrekking tot het gebruik van digitale instrumenten en processen in het kader van het vennootschapsrecht

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2018
Trefwoorden digitalisering, bijkantoren, openbaarmakingsverplichtingen, oprichting BV’s, gediskwalificeerde bestuurders
Auteurs Prof. mr. dr. M.A. Verbrugh
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 25 april 2018 heeft de Europese Commissie een richtlijnvoorstel met betrekking tot het gebruik van digitale instrumenten en processen in het kader van het vennootschapsrecht, inclusief een regeling voor gediskwalificeerde bestuurders, openbaar gemaakt. In deze bijdrage wordt het voorstel onderzocht, met bijzondere aandacht voor de rol van de notaris.


Prof. mr. dr. M.A. Verbrugh
Prof. mr. dr. M.A. Verbrugh is hoogleraar ondernemingsrecht aan Erasmus School of Law.
Institutioneel

Brexit. Het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie: een moeizaam partnerschap

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden Brexit, artikel 50 VEU, Terugtrekkingsakkoord, toekomstige betrekkingen, Handelsregeling
Auteurs Prof. dr. J.W. de Zwaan
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de hoofdzaken betreffende het Brexit-dossier. Stilgestaan wordt bij het referendum van 23 juni 2018 en de gang van zaken sinds de kennisgeving van de Britse uittreding op 29 maart 2017. Daarbij komt de stand van zaken in de terugtrekkingsonderhandelingen aan de orde, de Britse voorstellen zoals vervat in het White Paper van juli 2018 en de perspectieven voor oplossingen van de nog uitstaande problemen. Met name de juridisch-institutionele aspecten van de diverse onderwerpen en problemen worden belicht.


Prof. dr. J.W. de Zwaan
Prof. dr. J.W. (Jaap) de Zwaan is em. hoogleraar Recht van de Europese Unie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    In Confédération paysannes oordeelde het Hof dat mutagenesetechnieken ontwikkeld na het vaststellen van de doelbewuste introductie van GGO Richtlijn, waaronder bijvoorbeeld CRISPR/CAS9, binnen de werkingssfeer van de GGO Richtlijn vallen. Tegelijkertijd concludeerde het dat de uitzondering voor GGO’s verkregen door ‘mutagenese’, vervat in Annex I B, niet geldt voor deze nieuwe technieken, en daarom aan een risicobeoordeling moeten worden onderworpen. Deze oudere en zich als veilig bewezen GGO’s mogen volgens het Hof van Justitie echter wel aan nadere nationale regels worden onderworpen (partiële harmonisatie). De resulterende uitbreiding van de reikwijdte van deze kaderrichtlijn naar GGO’s verkregen door gerichte mutagenese heeft repercussies voor alle wetgeving waarin het begrip ‘GGO’ centraal staat.
    HvJ 25 juli 2018, zaak C-528/16, Confédération paysanne, Réseau Semences Paysannes, Les Amis de la Terre Frane, Collectif Vigilance OGM et pesticides 16, Vigilance OG2M, CSFV49, OGM daners, Vigilance OGM 33, Fédération Nature et Progrès/Premier ministre, Ministre de l’Agriculture, de Agroalimentaire et de la Forêt, ECLI:EU:C:2018:538.


Prof. mr. J. Somsen
Prof. mr. J. (Han) Somsen is hoogleraar EU-recht aan de Tilburg Law School.
Sociaal beleid

Werkzaamheden in meerdere lidstaten voor de Europese socialezekerheidscoördinatie: nadere verduidelijkingen door het Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden Meerdere werkstaten, Toepasselijke socialezekerheidswetgeving, Plegen uit te oefenen, Onbetaald verlof, Geringe thuiswerkzaamheden
Auteurs Dr. H. Niesten
SamenvattingAuteursinformatie

    De geannoteerde twee arresten X/Nederlandse Staatssecretaris van Financiën 1xHvJ 13 september 2017, zaak C-569/15, X/ Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:673 en HvJ 13 september 2017, zaak C-570/15, X/Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:674. van 13 september 2017 illustreren de toenemende diversiteit binnen het grensoverschrijdend werkverkeer. Aan het Hof van Justitie werden prejudiciële vragen gesteld over de betekenis van ‘onbetaald verlof’ en ‘beperkte (thuis)werkzaamheden’ voor de uitleg van de bijzondere regel inzake het verrichten van werkzaamheden in twee of meer lidstaten (dat wil zeggen: samenloop) ter vaststelling van de toepasselijke socialezekerheidswetgeving. Beide arresten nopen tot de vraagstelling of de huidige Europese socialezekerheidscoördinatie voldoende is toegesneden op hedendaagse flexibele arbeidsvormen waar mobilisering en digitalisering de overhand nemen.
    Verordening (EEG) nr. 1408/71
    Verordening (EG) nr. 883/2004

Noten

  • 1 HvJ 13 september 2017, zaak C-569/15, X/ Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:673 en HvJ 13 september 2017, zaak C-570/15, X/Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:674.


Dr. H. Niesten
Dr. H. (Hannelore) Niesten is assistent aan de Maastricht University (ITEM) en Hasselt University (Tax, law and Business Unit).
Milieu

De lange mars van het voorzorgsbeginsel: redding van de bij?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden gewasbestrijdingsmiddelen, neonicotinoïden, bijensterfte, voorzorgsbeginsel, EFSA
Auteurs Mr. dr. F.M. Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    Na ruim tien jaar op de interne markt te zijn toegelaten, heeft de Commissie drie omstreden gewasbestrijdingsmiddelen (neonicotinoïden) verboden waarvan een causaal verband met bijensterfte in Europa werd vermoed. Vanwege wetenschappelijke onzekerheid hierover was het verbod gebaseerd op het voorzorgsbeginsel. Het beroep tegen deze toepassing van het beginsel is door het Gerecht in dit arrest ongegrond verklaard. Het is daarmee het eerste arrest waarin met zoveel woorden en zoveel overtuiging het voorzorgsbeginsel wordt getoetst en toegepast. Ondanks deze voorlopige zege voor de bescherming van milieu en menselijke gezondheid is het afwachten of de transitie naar een duurzaam gebruik van bestrijdingsmiddelen zal plaatsvinden. Dit hangt vooral samen met fundamentele vragen over de verhouding tussen de wetenschap en de politieke besluitvorming.
    Gerecht 17 mei 2018, gevoegde zaken T-429/13 en T-451/13, Bayer CropScience AG en Syngenta Crop Protection AG/Europese Commissie, ECLI:EU:T:2018:280.


Mr. dr. F.M. Fleurke
Mr. dr. F.M. Fleurke is als universitair hoofddocent Europees milieurecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Rechtsbescherming

Bescherming van het dierenwelzijn, de volksgezondheid of de godsdienstvrijheid?

Het arrest Liga van Moskeeën over het ritueel slachten van dieren

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden godsdienstvrijheid, onverdoofd ritueel slachten van dieren, grondrechtenbelemmering, dierenwelzijn, uniformiteit van het Unierecht
Auteurs Mr. dr. M. Beijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Liga van Moskeeën buigt het Hof van Justitie zich voor het eerst over de Unierechtelijke eisen aan de (onverdoofde) rituele slacht van dieren. Een Belgische rechter had een prejudiciële vraag gesteld over de geldigheid van deze eisen gelet op de bescherming van de godsdienstvrijheid. Het Hof van Justitie concludeert in het arrest dat de godsdienstvrijheid niet wordt beperkt, en laat veel aandacht uitgaan naar de legitieme doelen die door de Unierechtelijke eisen worden nagestreefd, waaronder de bescherming van het dierenwelzijn en de volksgezondheid. Dit artikel bespreekt de bijzonderheden aan deze grondrechtelijke toetsing van het Hof van Justitie.
    HvJ 29 mei 2018, zaak C-426/16, Liga van Moskeeën en Islamitische Organisaties Provincie Antwerpen VZW e.a./Vlaamse Gewest, ECLI:EU:C:2018:335


Mr. dr. M. Beijer
Mr. dr. M. (Malu) Beijer is verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen als Research fellow.

    In twee recente arresten heeft het Hof van Justitie zich uitgesproken over een aantal actuele vraagstukken inzake het vervoer over de weg. In de zaak Vaditrans gaat het om rijtijden en, in dit geval vooral, rusttijden. In de zaak Commissie/Denemarken gaat het om de voorwaarden waaronder cabotage mag worden verricht. In beide gevallen gaat het om verordeningen die nadere uitvoering behoeven. Beide zaken worden hier in samenhang besproken, mede in het licht van het zogenoemde ‘mobiliteitspakket’.
    HvJ 20 december 2017, zaak C-102/16, Vaditrans, ECLI:EU:C:2017:1012; HvJ 12 april 22018, zaak 541/16, Commissie/Denemarken, ECLI:EU:C:2018:251.


Mr. K. Sevinga
Mr. K. (Klaas) Sevinga, hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

    Recentelijk heeft het Hof van Justitie in de zaak Pisciotti opnieuw een oordeel gegeven over uitlevering van een EU-onderdaan naar een derde staat.1xHvJ (Grote Kamer) 10 april 2018, zaak C-191/16, Romano Pisciotti/Bundesrepublik Deutschland, ECLI:EU:C:2018:222. Het arrest bouwt voort op eerdere revolutionaire rechtspraak en verduidelijkt de ingezette lijn van het Hof van Justitie. Om die reden is de uitspraak bijzonder interessant. In deze bijdrage bespreek ik het oordeel van het Hof van Justitie in Pisciotti. Vervolgens plaats ik het arrest in de context van eerdere Europese jurisprudentie over uitlevering. Ik bekijk ook welke implicaties de rechtspraak van het Hof van Justitie heeft voor de rechtspraktijk hier te lande.
    HvJ (Grote Kamer) 10 april 2018, zaak C-191/16, Romano Pisciotti/Bundesrepublik Deutschland, ECLI:EU:C:2018:222.

Noten

  • 1 HvJ (Grote Kamer) 10 april 2018, zaak C-191/16, Romano Pisciotti/Bundesrepublik Deutschland, ECLI:EU:C:2018:222.


Mr. A.J. de Vries
Mr. A.J. (Aart) de Vries is promovendus aan de Universiteit Utrecht.
Mededinging

Gun jumping en de EU-Concentratieverordening: wanneer is sprake van een valse start?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden concentratiecontrole, gun jumping, voortijdige totstandbrenging, standstill-verplichting
Auteurs Mr. dr. J.C.A. Houdijk en Mr. R.M.T.M. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak geeft het Hof van Justitie antwoord op de vraag welke criteria gelden om te bepalen of sprake is van een totstandbrengingshandeling in het kader van het EU-concentratiecontroleregime. Het Hof van Justitie geeft hiermee een verdere uitleg van de standstill-verplichting ex artikel 7 lid 1 EU-Concentratieverordening. De uitspraak bevat voorts criteria om de risico’s omtrent gun jumping in de praktijk beter te kunnen inschatten.
    HvJ 31 mei 2018, zaak C-633/16, Ernst & Young P/S/Konkurrenceradet, ECLI:EU:C:2018:371.


Mr. dr. J.C.A. Houdijk
Mr. dr. J.C.A. (Joost) Houdijk is advocaat bij AKD.

Mr. R.M.T.M. Jaspers
Mr. R.M.T.M. (Robbert) Jaspers is advocaat bij AKD.
Asiel en migratie

Access_open Hoop voor langdurig rechteloos verblijvende 1F’ers

Noot bij HvJ 2 mei 2018, gevoegde zaken C-331/16, K, en C-366/16, H.F., ECLI:EU:C:2018:296

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden 1 F Vluchtelingenverdrag, Openbare orde, Unieburgers, Proportionaliteit, Respect voor privé en gezinsleven
Auteurs Prof. mr. A.B. Terlouw en Mr. R.J.A. Bruin
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie geeft in deze uitspraak uitleg aan het begrip openbare orde in de artikelen 27 en 28 van Richtlijn 2004/38. Het oordeelt dat maatregelen die het recht van bewegingsvrijheid beperken alleen kunnen worden gerechtvaardigd als zij voldoen aan het beginsel van proportionaliteit. Als een persoon is uitgesloten van vluchtelingrechtelijke bescherming omdat hem in het verleden artikel 1 F van het Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen, betekent dit niet automatisch dat zijn enkele aanwezigheid op het grondgebied van de gaststaat een werkelijke, actuele en voldoende serieuze bedreiging oplevert. De uitspraak van het Hof kan bredere betekenis hebben dan alleen voor Unieburgers en hun gezinsleden.
    HvJ 2 mei 2018, gevoegde zaken C-331/16, K, en C-366/16, H.F., ECLI:EU:C:2018:296.


Prof. mr. A.B. Terlouw
Prof. dr. A.B. (Ashley) Terlouw, hoogleraar rechtssociologie aan de Radboud Universiteit.

Mr. R.J.A. Bruin
Mr. R.J.A. (René) Bruin, oud beleidsmedewerker vluchtelingen Amnesty International Nederland en gepensioneerd hoofd van het Nederlandse bureau van UNHCR.
Artikel

Access_open Het Awb-landschap door een AVG-filter

Klachtbehandeling op grond van de AVG in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden AVG, Awb, handhavingsverzoek, belanghebbende, betrokkene
Auteurs Olga Nijveld en Wouter van Steenbergen
Auteursinformatie

Olga Nijveld
Mr. O.S. Nijveld is senior adviseur bij de Autoriteit persoonsgegevens. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

Wouter van Steenbergen
Mr. W. van Steenbergen is senior adviseur bij de Autoriteit persoonsgegevens. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

Access_open Van Middelburg tot Almelo. Het hoe en waarom van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie door Nederlandse lagere rechters

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Prejudiciële procedure, Hof van Justitie van de Europese Unie, Nationale rechters, Motieven om te verwijzen, rechtspolitiek
Auteurs Dr. Jasper Krommendijk LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft baanbrekende uitspraken gedaan, vooral als gevolg van prejudiciële vragen van nationale rechters op grond van art. 267 VWEU. Het zijn vooral niet-verwijzingsplichtige lagere rechters geweest die voor deze aanvoer hebben gezorgd. Dit artikel onderzoekt hoe dit kan worden verklaard en kijkt naar de motieven van Nederlandse lagere rechters om al dan niet prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ. Het doet dit op basis van interviews met 22 rechters en een uitgebreide juridische analyse van uitspraken. Dit artikel toont aan dat met name pragmatische en praktische overwegingen een rol spelen bij het besluit om te verwijzen. Daarnaast laat dit artikel zien dat er meer verschillen zijn binnen een lidstaat dan tussen lidstaten onderling, met name tussen gerechtelijke instanties en individuele rechters.

    The Court of Justice of the European Union has rendered landmark cases, especially following references for a preliminary ruling from national courts on the basis of Art. 267 TFEU. Primarily lower courts that are not obliged to refer have been responsible for such cases. This article examines how these references of lower courts can be explained by focusing on the motives of the Dutch lower court judges to refer, or not to refer. It does so on the basis of interviews with 22 judges and an extensive legal analysis of judgments. This article shows that practical and pragmatic considerations play an important role in the court’s decision to refer. In addition, there are more differences within one Member States than between EU Member States, especially between particular courts and individual judges.


Dr. Jasper Krommendijk LLM
Jasper Krommendijk is universitair docent Europees recht aan de Radboud Universiteit.
Artikel

Lokale invulling van open normen

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2018
Trefwoorden concordantiebeginsel, wetgeving, rechtspraak, uitleg, systematiek
Auteurs Mr. J. de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt in het artikel concordantie van wetgeving en in rechtspraak, alsmede eventuele Europese invloeden in de West via het concordantiebeginsel.


Mr. J. de Boer
Mr. J. de Boer is plaatsvervangend lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Open normen zijn geen vrijbrief voor de rechter

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Hoge Raad, uitspraken, open norm, zorgplicht, financieel recht
Auteurs Mr. K. Frielink
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur doet in zijn artikel een appel op de Hoge Raad der Nederlanden om in zijn uitspraken aannemelijk te maken dat de regel van ongeschreven recht waarop een beroep wordt gedaan, deel uitmaakt van een meer algemene rechtsovertuiging.


Mr. K. Frielink
Mr. K. Frielink is advocaat te Curaçao en werkzaam als gastdocent Verdiepend Ondernemingsrecht aan de University of Curaçao.
Artikel

Richtlijnvoorstel voor grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen: een (geheel) nieuwe stap in het harmonisatieproces

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2018
Trefwoorden grensoverschrijdende omzetting, grensoverschrijdende fusie, grensoverschrijdende splitsing
Auteurs Mr. M.A. Verbrugh
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 25 april 2018 heeft de Europese Commissie een voorstel voor een nieuwe harmonisatieregeling voor grensoverschrijdende omzettingen en grensoverschrijdende splitsingen en een aanpassing van de bestaande regels inzake grensoverschrijdende fusies openbaar gemaakt. In deze bijdrage wordt het voorstel kritisch onderzocht.


Mr. M.A. Verbrugh
Mr. M.A. Verbrugh is universitair hoofddocent ondernemingsrecht aan de Erasmus School of Law.
Artikel

Gouden aandelen opgepoetst?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2018
Trefwoorden gouden aandelen, golden shares, beloningsbeleid, vrij verkeer van kapitaal en vestiging, financiële instellingen
Auteurs Mr. J. Nijland
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze column bespreekt auteur een voorstel tot invoering van gouden aandelen om het beloningsbeleid van financiële instellingen te kunnen beïnvloeden, dat door minister Hoekstra resoluut van tafel is geveegd. Auteur meent dat nog steeds onvoldoende rekening wordt gehouden met de vrijverkeersvereisten, volgens welke gouden aandelen onder voorwaarden zijn toegestaan.


Mr. J. Nijland
Mr. J. Nijland is universitair docent Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Toont 1 - 20 van 92 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.