Zoekresultaat: 69 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2017 x Rubriek Article x
Artikel

Veilig uitgaan: tegenstrijdige gevoelens over inzet politie en andere maatregelen

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2017
Trefwoorden tegenstrijdigheden, assemblage, angst voor criminaliteit, uitgaansgebieden, veiligheidsbeleving
Auteurs Jelle Brands en Irina van Aalst
SamenvattingAuteursinformatie

    Urban nightlife areas are widely renowned for their emotionally charged nature, affording greater opportunities for transgressions of social norms compared to daytime contexts. Yet, the ways nightlife consumers experience safety in the public spaces of nightlife areas has received limited attention in the academic literatures. This article approaches experienced safety in the public spaces of nightlife areas as emerging from encounters between human and non-human (material, social, cultural) elements grounded in time and space. Such elements include the characteristics of the built environment, the design of public space, police presence, lighting and also first and secondhand experiences and popular media discourses more generally. We hypothesized that encounters between such elements necessarily renders some ambiguity in experienced safety, in the sense that the effect of a particular element on experienced safety is always coproduced in the unfolding encounter. By drawing on a series of interviews with Dutch students in Utrecht, various types of ambiguity are shown to exist depending on both the particularities of the situation at hand and based on differences between individual circumstance and life course. Ambiguity is also shown to exist in the sense that mentioned elements may both comfort and alarm participants at the same time. Our findings infer that we should implement ‘safer nightlife’ initiatives that are tailored to particular contexts, situations and publics. The results also suggest that current interventions seeking to stimulate safety in urban nightlife settings might not be as successful in reducing/enhancing (un)safety as (popular) policy and media discourses have suggested.


Jelle Brands
Jelle Brands is universitair docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Leiden.

Irina van Aalst
Irina van Aalst is universitair docent aan het departement Sociale Geografie en Planologie van de Faculteit Geowetenschappen, Universiteit Utrecht.
Artikel

Datamining in een veranderende wereld van opsporing en vervolging

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Strafprocesrecht, Strafrecht, Art. 3 Politiewet 2012, Datamining, Privacy
Auteurs Mr. dr. S. Brinkhoff
SamenvattingAuteursinformatie

    Datamining wordt meer en meer als opsporingsmethode ingezet. Onderzocht wordt of de huidige wettelijke grondslagen, mede gelet op jurisprudentie van het EHRM, wel voldoen voor de inzet van deze methode. Een handvat wordt geboden voor een wettelijke regeling.


Mr. dr. S. Brinkhoff
Mr. dr. S. Brinkhoff is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan de vaksectie Straf(proces)recht en Criminologie van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Het gebruik van Big Data voor opsporingsdoeleinden: tussen Strafvordering en Wet politiegegevens

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Big Data, opsporing, privacy, wet politiegegevens, modernisering strafvordering
Auteurs Mr. dr. B. W. Schermer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het gebruik van grote hoeveelheden gegevens (Big Data) levert een steeds grotere bijdrage aan het succes van de opsporing. De toepassing van Big Data brengt echter ook (privacy)risico’s met zich mee. Door de gebrekkige samenhang tussen het Wetboek van Strafvordering en de Wet politiegegevens is het gebruik van Big Data momenteel niet goed gereguleerd. In dit artikel worden de belangrijkste risico’s voor de rechtsbescherming bij het gebruik van Big Data voor opsporingsdoeleinden besproken en wordt bekeken in hoeverre het huidige en toekomstige strafvorderlijke kader deze risico’s kan adresseren.


Mr. dr. B. W. Schermer
Mr. dr. B.W. Schermer is universitair hoofddocent bij het Centrum voor Recht en Digitale Technologie van de Universiteit Leiden (eLaw@Leiden) en partner bij juridisch adviesbureau Considerati. Hij is lid van de Commissie modernisering opsporingsonderzoek in het digitale tijdperk (Commissie Koops) en de expertgroep van het Kenniscentrum Cybercrime van het Hof Den Haag.
Artikel

De bevoegdheid van de politie om computers binnen te treden: tijd voor een grondrecht op de bescherming van informatie-technische systemen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden hackbevoegdheid politie, botnets, nieuw grondrecht, integriteit communicatieapparaten, Computercriminaliteit III
Auteurs Dr. B. van der Sloot
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel computercriminaliteit III is bijna aangenomen en legt een aantal nieuwe bevoegdheden voor de politie neer, waaronder de mogelijkheid om computers van burgers binnen te treden. Niet alleen kan de politie zodoende onderzoek doen, ook mag zij gegevens kopiëren en aanpassingen doen aan de computer, bijvoorbeeld om bepaalde malware te verwijderen. Commentatoren hebben erop gewezen dat dit een zware inmenging is in de privésfeer van burgers. Het zou dan ook tijd zijn voor een nieuw grondrecht op de integriteit van digitale gegevensdragers. Dit artikel bespreekt de nieuwe bevoegdheid van de politie en de introductie van een mogelijk nieuw grondrecht.


Dr. B. van der Sloot
Dr. B. van der Sloot is senior researcher aan het Tilburg Institute for Law, Technology, and Society (TILT), Tilburg University.
Artikel

Over de houdbaarheid van de parlementaire immuniteit voor (gemeentelijke) volksvertegenwoordigers

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Parlementaire immuniteit, Vrijheid van meningsuiting, Volksvertegenwoordigers, Vervolgingsrecht, Uitingsdelicten
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Volksvertegenwoordigers die zich binnen een officiële vergadering beledigend uitlaten tegenover andere parlementariërs kunnen hiervoor niet worden vervolgd of civielrechtelijk worden aangesproken. Hetzelfde geldt voor andere delicten, zoals de schending van de geheimhoudingsplicht en het aanzetten tot haat. Het Openbaar Ministerie komt in dergelijke gevallen geen vervolgingsrecht toe. De voorzitter is bevoegd om sanctionerend op te treden. In het huidige regime lijkt de toegevoegde waarde van deze parlementaire immuniteit voor volksvertegenwoordigers achterhaald te zijn, vanwege een ruime uitleg van de vrijheid van meningsuiting voor politici.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en verbonden aan het Willem Pompe Instituut en het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht en tevens redacteur van dit tijdschrift.
Article

Access_open The Questionable Legitimacy of the OECD/G20 BEPS Project

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2017
Trefwoorden base erosion and profit shifting, OECD, G20, legitimacy, international tax reform
Auteurs Sissie Fung
SamenvattingAuteursinformatie

    The global financial crisis of 2008 and the following public uproar over offshore tax evasion and corporate aggressive tax planning scandals gave rise to unprecedented international cooperation on tax information exchange and coordination on corporate tax reforms. At the behest of the G20, the OECD developed a comprehensive package of ‘consensus-based’ policy reform measures aimed to curb base erosion and profit shifting (BEPS) by multinationals and to restore fairness and coherence to the international tax system. The legitimacy of the OECD/G20 BEPS Project, however, has been widely challenged. This paper explores the validity of the legitimacy concerns raised by the various stakeholders regarding the OECD/G20 BEPS Project.


Sissie Fung
Ph.D. Candidate at the Erasmus University Rotterdam and independent tax policy consultant to international organisations, including the Asian Development Bank.
Article

Access_open The Peer Review Process of the Global Forum on Transparency and Exchange of Information for Tax Purposes

A Critical Assessment on Authority and Legitimacy

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Global Forum on Transparency and Exchange of Information, exercise of regulatory authority, due process requirements, peer review reports, legitimacy
Auteurs Leo E.C. Neve
SamenvattingAuteursinformatie

    The Global Forum on transparency and exchange of information for tax purposes has undertaken peer reviews on the implementation of the global standard of exchange of information on request, both from the perspective of formalities available and from the perspective of actual implementation. In the review reports Global Forum advises jurisdictions on required amendments of regulations and practices. With these advices, the Global Forum exercises regulatory authority. The article assesses the legitimacy of the exercise of such authority by the Global Forum and concludes that the exercise of such authority is not legitimate for the reason that the rule of law is abused by preventing jurisdictions to adhere to due process rules.


Leo E.C. Neve
Leo Neve is a doctoral student at the Erasmus School of Law, Rotterdam.
Artikel

Begrippenkader Wkkgz en incidentenbenadering frustreren kwaliteit van zorg

Reactie op TvGR-artikel Laarman: ‘De professionele standaard; wat is een open en eerlijke reactie na een medisch incident?’

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2017
Trefwoorden Algemene verordening gegevensbescherming, privacy, bijzondere persoonsgegevens, accountability
Auteurs Mr. F.H. de Haan
SamenvattingAuteursinformatie

    Reactie op artikel B.S. Laarman, ‘De professionele standaard; wat is een open en eerlijke reactie na een medisch incident?’, TvGR 2017, nr. 4-5, p. 351-359. Auteur gaat dieper in op de door de IGZ gehanteerde begrippen incident, de calamiteit en de complicatie en concludeert dat het met deze begrippen geschetste toneel rijk gevulde coulissen heeft.


Mr. F.H. de Haan
Frank de Haan is manager Kenniskern Strategie en Bestuur van Amphia.
Artikel

De Algemene verordening gegevensbescherming: een introductie voor de zorgsector

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2017
Trefwoorden Algemene verordening gegevensbescherming, privacy, bijzondere persoonsgegevens, accountability
Auteurs Mr. C. van Balen en mr. O.S. Nijveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanaf 25 mei 2018 is de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing. De AVG brengt ook voor organisaties in de zorgsector nieuwe verplichtingen met zich mee. In dit artikel worden de belangrijkste wijzigingen die de verordening meebrengt ten opzichte van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) besproken, voor zover die van belang zijn voor organisaties in de zorgsector. De auteurs gaan in op de nieuwe rechten van betrokkenen, de verplichtingen van verwerkingsverantwoordelijken en bewerkers en sancties en rechtsbescherming. Verder wordt de verhouding tussen de AVG en de bestaande sectorale wetgeving binnen de zorg besproken.


Mr. C. van Balen

mr. O.S. Nijveld
Chris van Balen is senior inspecteur (gezondheidszorg) bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Olga Nijveld is senior adviseur juridische zaken bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Zij schrijven dit artikel op persoonlijke titel. De tekst is afgesloten op 2 november 2017.
Artikel

Kroniek Formeel strafrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2017
Auteurs Ben Polman, Max den Blanken, Frezia Aarts e.a.

Ben Polman

Max den Blanken

Frezia Aarts

Paul Verweijen

Chana Grijsen

Rick van Leusden

Patrick van der Meij

Desiree de Jonge

Paul van Putten

Sabine Pijl

Melissa Slaghekke

Aram Sprey

Michiel Olthof

Maike Bouwman

Robert Malewicz
Artikel

Contractuele informatierechten in overnamecontracten en aandeelhoudersovereenkomsten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Artikel 843a Rv, exhibitieplicht, informatierechten, overnamecontracten, aandeelhoudersovereenkomsten
Auteurs Mr. L.J.E. Timmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse rechtssysteem biedt partijen in het economisch verkeer handvatten om benodigde informatie boven tafel te krijgen, ook als deze zich bij een derde bevindt. Bij overnamecontracten kan worden gedacht aan artikel 843a Rv, dat een partij een grondslag biedt om in en buiten rechte kennis te nemen van een (schriftelijk bewijsmiddel) dat haar in beginsel wel bekend is, maar niet in haar bezit is. In vennootschapsrechtelijke verhoudingen is van belang het recht van de algemene vergadering op inlichtingen op grond van artikel 2:107/217 lid 2 BW.
    De wettelijke instrumenten bieden echter in veel gevallen onvoldoende houvast en rechtszekerheid. Om die reden is het bij een overnamecontract of aandeelhoudersovereenkomst in het belang van partijen om te voorzien in een heldere contractuele regeling die recht doet aan de feitelijke omstandigheden en de belangen van de betrokken partijen. Bij het opstellen van een dergelijke regeling dienen de betrokken juristen een balans te vinden tussen het belang van partijen op informatie, die zij op grond van de wet wellicht niet zouden kunnen verkrijgen, en het belang van de partij die de informatie zou moeten afstaan.


Mr. L.J.E. Timmer
Mr. L.J.E. Timmer is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.
Artikel

Het sociaal netwerk van een criminele jeugdgroep

Omvang, kern en sleutelfiguren

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2017
Trefwoorden criminal youth gang, social network analysis, key players (KPP-1), police records
Auteurs Gerard Wolters MSc, Matthijs Oosterhuis MSc en Dr. Jan Kornelis Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In this study the authors examined a criminal youth gang of 35 persons in the Netherlands, using social network analysis, to answer the following questions. To what extent is it possible by means of police records to estimate the size of the complete social network of this criminal youth gang? To what extent are members of this original group part of the core of the complete network? To what extent have members of the original group a central position in the complete network (key players) and are, as such, responsible for holding the complete network together? Information is derived from police records. Results show that the size of the total network of this criminal youth gang consists of 593 individuals with a core of around hundred persons. Seven persons were identified as key players, among which six persons belonged to the original group. The social network approach in this study provides police and justice important indications for a more tailored approach regarding individuals within criminal networks.


Gerard Wolters MSc
G. Wolters MSc is werkzaam als analist bij de afdeling Analyse en Onderzoek van de Dienst Regionale Informatieorganisatie (DRIO) binnen de eenheid Noord-Nederland van de Nationale Politie.

Matthijs Oosterhuis MSc
Mr. M. Oosterhuis is als analist werkzaam bij de afdeling Analyse en Onderzoek van de Dienst Regionale Informatieorganisatie (DRIO), eenheid Noord-Nederland, van de Nationale Politie en bij het 1 Civiel en Militaire Interactiecommando van de Koninklijke Landmacht.

Dr. Jan Kornelis Dijkstra
Dr. J.K. Dijkstra is werkzaam als universitair hoofddocent aan de faculteit Gedrags- & Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Digitale seksuele delicten in het straf- en strafprocesrecht

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2017
Trefwoorden Seksuele delicten, Internet, Strafbaarstelling, Opsporing
Auteurs Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch Minister for Security and Justice recently announced a revision of the sexual offences in the Dutch Penal Code. Part of this revision could be the introduction of several sexual offences that are committed on the internet. The Minister mentioned sexchatting, sextortion and revenge porn. This article describes the present-day possibilities the Penal Code offers in tackling these crimes, and gives insight in the bottlenecks in current penal law. This article also provides a description of several relevant criminal investigative powers in existing and future Dutch procedural law.


Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde is universitair hoofddocent Straf(proces)recht. Hij is tevens als bijzonder hoogleraar Strafrechtsfilosofie, leerstoel Leo Polak, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en redacteur van PROCES.
Artikel

Realisering van het recht op onaantastbaarheid van het lichaam door middel van wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2017
Trefwoorden Onaantastbaarheid van het menselijk lichaam, Recht op lichamelijke integriteit, Artikel 11 Grondwet
Auteurs Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het nut en de meerwaarde van het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam onderzocht, alsmede de grondrechtelijke randvoorwaarden die van belang zijn bij de realisering van het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam. Dit wordt onder meer in het licht geplaatst van de rechtspraktijk en huidige en toekomstige dilemma’s en technologische ontwikkelingen. De meerwaarde van artikel 11 Grondwet wordt, met name ten opzichte van artikel 10 Grondwet (bescherming persoonlijke levenssfeer), wel als beperkt ingeschat omdat beide bepalingen ten aanzien van de onaantastbaarheid van het menselijk lichaam juridisch dezelfde bescherming bieden. De vraag is echter of dat terecht is, nu artikel 11 Grondwet het menselijk lichaam expliciet als rechtsobject beschermt. Technologische ontwikkelingen, waarbij enerzijds het menselijk lichaam steeds meer maakbaar wordt en aan veranderingen kan worden onderworpen. Juist in die context heeft het recht op onaantastbaarheid van het menselijk lichaam betekenis en urgentie. Anderzijds roepen ook de steeds grotere medische mogelijkheden en de hoge kosten waarmee dat gepaard gaat vragen op. Het belang van de bescherming die artikel 11 Grondwet biedt, is daarmee juist in het huidige tijdsgewricht van belang.


Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr. P.B.C.D.F. (Paul) van Sasse van Ysselt is waarnemend hoofd van de afdeling Constitutionele Zaken bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en verbonden aan de Afdeling staats- en bestuursrecht van de VU Amsterdam.
Artikel

Access_open Positieve uitlokking van ethisch hacken

Een onderzoek naar responsible-disclosurebeleid

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2017
Trefwoorden ethical hacking, responsible disclosure, positive incitement, negative incitement, intrinsic desirability
Auteurs Karel Harms
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution, the Dutch government’s acceptance of ethical hacking, by implementing a policy of responsible disclosure, is considered to be a beneficent development. Ethical hacking contributes to cybersecurity and is intrinsically desirable. The term positive incitement is proposed to describe the relatively new phenomenon of encouraging ethical hacking. Positive incitement will be analysed by making a comparison to the Dutch toleration policy regarding soft drugs, and to incitement by law enforcement. Positive incitement should not change into negative incitement, which would result in a serious breach of the rights of ethical hackers. Furthermore, it is argued that the intrinsic value of ethical hacking can justify searching for vulnerabilities in systems of organisations who do not approve of this in advance.


Karel Harms
Karel Harms studeert aan de Rijksuniversiteit Groningen en volgt de master Rechtswetenschappelijk onderzoek.
Artikel

Particuliere ‘binnenkamer’ en openbaar klaslokaal

Nederlandse liberalen over religie in de politiek en het bijzonder onderwijs

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Liberalen, privésfeer, Beginselen, Pacificatie, openbare school
Auteurs Dr. Patrick van Schie
SamenvattingAuteursinformatie

    For liberals religion is a private matter. This does not mean that a citizen should leave his or her religion at home. It does mean that laws and public services should not be determined by religious beliefs. The article describes how liberals have looked upon religion in their programs of principles since mid 19th century. The educational arrangement in the Netherlands of 1917, favouring religious schools, did not satisfy them. What were the liberal proposals in order to safeguard the religiously neutral, publicly-maintained schools?


Dr. Patrick van Schie
Dr. P.G.C. van Schie is historicus, directeur van de liberale denktank TeldersStichting en tweewekelijks columnist voor Trouw.nl. Zijn meest recente boek (als coauteur) is Tussen geschiktheid en grondrecht. De ontwikkeling van het Nederlandse kiesrecht vanaf 1795 (AUP Amsterdam 2018). Met Fleur de Beaufort werkt hij momenteel aan een boek over liberalen en het vrouwenkiesrecht (dat in het najaar van 2018 zal verschijnen bij Uitgeverij Boom te Amsterdam). vanschie@teldersstichting.nl
Artikel

Access_open Op de toekomst voorbereid

Digitale toegankelijkheid onder de loep

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden toegankelijkheid, Europese Unie, VN-verdrag Handicap, Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte, websites
Auteurs Mr. D.C. Houtzager
SamenvattingAuteursinformatie

    Een afspraak voor het ziekenhuis maken, online een maaltijd bestellen, een filmpje op YouTube bekijken? Het kan in toenemende mate alleen nog als je een website of een app kunt gebruiken. Als dat niet lukt, in verband met een visuele of andere beperking, kun je uitgesloten worden van die dienstverlening. Dat is ongewenst en daarom zijn er internationale standaarden voor de toegankelijkheid van websites en apps ontwikkeld. Dienstverleners die deze zogenoemde WCAG-standaarden toepassen, zijn er zeker van dat hun website of app toegankelijk is. De Europese Unie gebruikt de WCAG-normen voor een richtlijn over overheidswebsites. Die moet in 2018 zijn omgezet. Europa werkt aan een andere omvangrijke wet: de Toegankelijkheidsakte. Die bepaalt dat alleen nog apparaten zoals computers, kaartautomaten en telefoons in de EU op de markt mogen worden gebracht die aan toegankelijkheidseisen voldoen. Dat geldt ook voor bankdiensten, de luchtvaart, het spoor en internetdiensten.
    In Nederland zorgt een nieuwe wet ervoor dat overheidsdiensten vanaf 2019 via het web toegankelijk moeten zijn. De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte bepaalt dat diensten door private aanbieders geleidelijk toegankelijk moeten worden gemaakt. De regelgeving lijkt in ieder geval op de toekomst te zijn voorbereid.


Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager is collegelid bij het College voor de Rechten van de Mens en hoofdredacteur van Handicap & Recht.
Artikel

Toetsing wetgeving Caribisch Nederland aan de verplichtingen van het VN-Verdrag voor personen met een handicap

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, Caribisch Nederland, handicap, beperking, toegankelijkheid, non-discriminatie
Auteurs Dr. E.G. van de Mortel en Dr. O. Nauta
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap is voor de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba nog niet in werking getreden. De reden die de regering geeft, is dat op de eilanden niet wordt voldaan aan de verplichtingen die voortvloeien uit het Verdrag.
    In dit artikel beschrijven we de belangrijkste inhoudelijke vraagstukken voor het in werking laten treden van het Verdrag voor de eilanden. Dit bezien van uit de invalshoek van wetgeving; we gaan in op de hiaten die er in de wetgeving zijn. Dit doen we aan de hand van de belangrijkste beginselen en rechten die in het Verdrag zijn opgenomen. De beginselen die we bespreken zijn non-discriminatie en toegankelijkheid. Bij de rechten maken we een onderscheid tussen de burgerlijke en politieke rechten – waarvan de Nederlandse regering aanneemt dat aan deze rechten moet zijn voldaan op het moment van ratificatie. En de economische, sociale en culturele rechten die geleidelijk aan kunnen worden verwezenlijkt.
    We eindigen met een korte discussie waarbij we pleiten voor maatwerk voor de eilanden, gezien het inwoneraantal en andere kenmerken.


Dr. E.G. van de Mortel
Dr. E.G. (Elma) van de Mortel is werkzaam bij IdeeVersa.

Dr. O. Nauta
Dr. O. (Oberon) Nauta is werkzaam bij de DSP-groep.

    This paper discusses three approaches that can be helpful in the area of comparative rights jurisprudence, oriented in reference to three different kinds of studies that are possible in that area. To a large extent the methods for a comparative legal research depend on the research question and the goal of the researcher. First, a comparative law study may focus on the sociocultural context that led to the elaboration of differences or similarities in the protection of rights. Second, a comparative law approach can be a normative enterprise. It can focus on engaging in a philosophical analysis enlightened by the differences or similarities in the regulation of rights, in order to propose concrete solutions for the regulation of a right. Third, a comparative law approach can combine both elements of the two previously mentioned approaches. The paper discusses the challenges that the researcher faces in her attempt to use these methodologies and how these challenges can be overcome. The law as a normative discipline has its own constraints of justifiability. If what motivates a comparative law study is the search for principles of justice the researcher needs to persuade that her methodological approach serves her aim.


Ioanna Tourkochoriti
School of Law, NUI Galway, Ireland.
Artikel

Het signaleren en registreren van LVB in het justitiële domein: stof tot nadenken

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2017
Trefwoorden mild intellectual disabilities, criminal justice system, Recognition, Registration, Prevalence
Auteurs Dr. H.L. Kaal en Mr. B.J. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    A recent study on the registration of mild intellectual disabilities (MID) in the judicial domain raised various questions regarding the possibilities for and desirability of recognition and registration of MID in the criminal justice system (CJS). There is general unanimity on the necessity to recognize MID. Identifying a MID, however, is not without its pitfalls. That said, not everywhere within the CJS is the same level of exactitude in recognizing MID needed. Sometimes, screening for a MID will suffice. When a (probable) MID has been identified, choices about the desirability of registration have to be made. This raises issues regarding trust, privacy, professional freedom, and the measure of control granted to the delinquent. This article discusses some of the questions raised, not with the aim of solving them, but in order to stimulate the discussion necessary to achieve an aligned criminal justice system.


Dr. H.L. Kaal
Dr. Hendrien Kaal is als lector Licht Verstandelijke Beperking en Jeugdcriminaliteit verbonden aan de Hogeschool Leiden en het Expertisecentrum William Schrikker.

Mr. B.J. de Jong
Mr. drs. Bart de Jong is adviseur en onderzoeker bij Bureau Integriteit (BING), onderzoeks- en adviesbureau op het gebied van integriteit en ongewenste omgangsvormen.
Toont 1 - 20 van 69 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.