Zoekresultaat: 25 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x
Artikel

Een kijkje achter de schermen: een kwalitatieve studie over het ontstaan van cybercriminele carrières

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2021
Trefwoorden cybercrime, cyber offenders, criminal careers, online disinhibition, pathways
Auteurs Sifra Matthijsse, Wytske van der Wagen, Elina van ’t Zand e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This qualitative study examines how criminal careers in cybercrime start and can be explained. Based on offender and expert interviews, the authors conclude that traditional factors linked with the initiation, such as a maturity gap (for juvenile offenders) and opportunism (for adult offenders), in combination with different types of (online) disinhibition – social, technical, situational and psychological – can explain the start of a criminal career. Features of the digital context appear to play a major role in the development of a criminal career and this requires more online supervision and education about – among other things – legal alternatives and the risks and boundaries of the online environment.


Sifra Matthijsse
S.R. Matthijsse MSc is als practicumdocent en tutor verbonden aan de Sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Wytske van der Wagen
Dr. W. van der Wagen is als universitair docent verbonden aan de Sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Elina van ’t Zand
Dr. mr. E.G. van ’t Zand is als universitair docent criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Tamar Fischer
Dr. T.F.C. Fischer is als universitair hoofddocent verbonden aan de Sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Klachtdelicten: de stand van zaken in de wet en jurisprudentie

Hoe een uitdrukkelijk verzoek om twijfel uit te sluiten een dode letter geworden is

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden klacht, (klacht)termijn, persoonlijke levenssfeer, opportuniteit
Auteurs Mr. P.M. (Maaike) Kampen
SamenvattingAuteursinformatie

    De persoonlijke levenssfeer van een slachtoffer wordt beschermd door het klachtvereiste. De klacht was bedoeld als een uitdrukkelijk verzoek om vervolging. De vraag is hoe het er nu voor staat. In de wet lijkt het onderscheid tussen delicten die wel of geen klacht vereisen willekeurig en deels verouderd geworden. In de rechtspraak wordt behoudens contra-indicaties ruimhartig een bedoeling tot vervolging vastgesteld als de klacht ontbreekt. De wetgever wil de klacht behouden, maar lijkt niet enthousiast deze te eisen bij een nieuwe strafbaarstelling. De conclusie is dat het klachtvereiste ten dode opgeschreven is. Twee mogelijkheden in deze uitzichtloze situatie worden besproken.


Mr. P.M. (Maaike) Kampen
Mr. P.M. Kampen is officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag.
Artikel

De AVG en ontslag: twee jaar na inwerkingtreding AVG

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Algemene Verordening Gegevensbescherming, Privacy, Ontslag, Arbeidsverhouding, Normenkader
Auteurs mr. Karolina Dorenbos
SamenvattingAuteursinformatie

    Twee jaar na inwerkingtreding van de Algemene verordening gegevensbescherming zet de auteur in dit artikel een aantal recente ontwikkelingen op het gebied van gegevensverwerking en -bescherming op de werkvloer uiteen. In het eerste deel van het artikel gaat zij in op de meer institutionele aspecten waaronder de evaluatie van de (U)AVG. De auteur ziet ingrijpende ontwikkelingen op het gebied van wetgeving en toezicht zoals de voorgenomen wetgeving over het gebruik van alcohol- en drugstesten op de werkvloer en de ontwikkelingen op het gebied van biometrie waaronder een hoge boete van Autoriteit Persoonsgegevens voor het gebruik van de vingerscan bij toegangscontrole. In deel 2 van dit artikel zal de huidige stand van de rechtspraak worden afgezet tegen de strengere normen uit de AVG.


mr. Karolina Dorenbos
Karolina Dorenbos is data privacy manager bij een Nederlands bouwconcern en gespecialiseerd in dataprivacy, gegevensbescherming en (HR-gerelateerde) privacywetgeving.
Artikel

Over het oogmerkbestanddeel in artikel 285b Sr, dwang en heimelijke belaging

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Oogmerk, belaging, dwang, artikel 285b Sr, heimelijke belaging
Auteurs Mr. A.B. (Anne-Berthe) van der Velde
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor belaging ex artikel 285b Sr is vereist dat de belager ten tijde van de delictsgedraging beschikte over het oogmerk ‘die ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel vrees aan te jagen’. In deze bijdrage wordt de relatie tussen dit oogmerkbestanddeel en het begrip ‘dwingen’ onderzocht. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de door de indieners van het wetsvoorstel beoogde werking van het bestanddeel niet tot uitdrukking is gekomen in de rechtspraak. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de gevolgen voor (de toegevoegde waarde van) het oogmerkbestanddeel, van het oordeel van de Hoge Raad dat ook stiekem verrichte gedragingen als belaging kunnen worden aangemerkt.


Mr. A.B. (Anne-Berthe) van der Velde
Mr. A.B. (Anne-Berthe) van der Velde doet onderzoek naar belaging bij de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen.
Peer reviewed

Access_open Geen aangifte, en dan?

Juridische aspecten en politiepraktijken

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2020
Trefwoorden politie, autonomie, aangifte, politiestrategieën
Auteurs Mr. dr. Renze Salet, Mr. Melvin Kremers en Prof. dr. ir. Jan Terpstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In previous observational studies among operational police officers, some officers stated that if a victim is not willing to (officially) report a crime to the police, they are not able to police these cases. This rather cynical and fatalistic statement raises several questions. What do police officers mean when they say this? What do they actually do in those cases and why? In this paper we try to answer these questions based on explorative qualitative interviews with several police officers in two police teams in the Netherlands. The results show that even though police officers recognize these statements among their colleagues, they do not agree with them and in practice police officers show a lot of effort and involvement in these cases. In fact, police officers have several possible strategies available to deal with these cases. Which strategy they opt for depends on various pragmatic, organisational and moral considerations.


Mr. dr. Renze Salet
Mr. dr. R. Salet is universitair docent Criminologie, Radboud Universiteit Nijmegen, Faculteit Rechtsgeleerdheid, Strafrecht & Criminologie.

Mr. Melvin Kremers
Mr. M. Kremers is docent/onderzoeker Strafrecht, Radboud Universiteit Nijmegen, Faculteit Rechtsgeleerdheid, Strafrecht & Criminologie.

Prof. dr. ir. Jan Terpstra
Prof. dr. ir. J. Terpstra is hoogleraar criminologie (em.), Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Access_open In het belang van het slachtoffer

De bijdrage van strafrechtelijke contact-, locatie- en gebiedsverboden aan de veiligheidsbeleving van slachtoffers van geweldsdelicten en stalking

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2020
Trefwoorden protection order, victim, safety perception, vulnerability, procedural justice
Auteurs Irma Cleven MSc PhD, Tamar Fischer MSc en Prof. mr. Sanne Struijk
SamenvattingAuteursinformatie

    This study describes how penal protection orders contribute to victim perceptions of safety, drawing upon data collected via a victim survey (n=101). Perceived victim safety is explored based on the factors of personal vulnerability, procedural justice, and experiences with compliance and enforcement. Results show that more than half of the victims in this study does not feel safer because of the protection order. The effects of the orders are even weaker for feelings of relaxation and feelings of anger about the situation. An increase in perceptions of control over the situation appears to be the most important predictor of an increase in feelings of safety and a decrease in feelings of anger, but is unrelated to an increase in feelings of relaxation. The effect of procedural justice differs per outcome measure. It is associated positively with increased feelings of safety, but negatively with decreased feelings of anger because of the protection order. The positive association with feelings of safety is partly indirect via personal vulnerability. Findings result in various suggestions for future research.


Irma Cleven MSc PhD
I.W.M. Cleven MSc is PhD kandidaat bij de sectie criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Tamar Fischer MSc
Dr. T. Fischer is universitair hoofddocent criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. mr. Sanne Struijk
Prof. mr. S. Struijk is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en tevens bijzonder hoogleraar Penologie en penitentiair recht aan de Rijksuniversiteit Groningen
Artikel

Access_open Ketensamenwerking bij ex-partnerstalking

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2019
Trefwoorden Stalking, Ketensamenwerking, Veiligheidssamenwerking
Auteurs Herman van Alphen, Bert Bambach, Prof. dr. Janine Janssen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Cooperation by professionals dealing with cases of stalking by former partners is complex. First and foremost professionals should focus on a shared ambition in order to stop stalking. But in order to achieve that goal partners in safety and security should be in the clear regarding practical matters: how do they consult each other? What appointments are made? How is invested in the development of a mutual relationship and the understanding of each other’s tasks?


Herman van Alphen
Docent aan de Academie voor Sociale Studies van Avans Hogeschool en lid van de kenniskring van het lectoraat Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties van Avans Hogeschool.

Bert Bambach
Docent aan de Academie van Recht en Bestuur van Avans Hogeschool en lid van de kenniskring van het lectoraat Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties van Avans Hogeschool

Prof. dr. Janine Janssen
voorzitter van de redactie van PROCES en lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties bij Avans Hogeschool, hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de nationale politie en bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie aan de Open Universiteit.

Dr. Jaap van Vliet
Redacteur van PROCES en lid van de kenniskring van het lectoraat Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties van Avans Hogeschool.
Artikel

Jonge strafadvocaten na 18/9

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 9 2019
Auteurs Francisca Mebius en Ronald Brokke
Auteursinformatie

Francisca Mebius

Ronald Brokke
Beeld
Artikel

Mr. X mag het snel weer proberen

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2019
Auteurs Trudeke Sillevis Smitt

Trudeke Sillevis Smitt
Artikel

De uitdagingen in het effectief aanpakken van stalking

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2019
Trefwoorden stalking, Politie, veiligheid, risicotaxatie
Auteurs Bianca Voerman MsC. en Cleo Brandt MsC.
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2016 an independent review into a deadly ex-partner stalking case1xEenhoorn Commission. (2016). Conclusies en aanbevelingen: Onderzoeksrapport TweeSteden. identified a number of structural problems in the police’s approach to stalking cases. Police struggle to accurately and effectively assess and respond to stalking cases because of several reasons. Police often fail to identify stalking by focusing too much on single incidents, missing the pattern of behaviours that constitute stalking. Investigations also focus on the criminal offence of stalking, with police waiting to take action until a particular threshold is reached. There is a lack of knowledge about stalking in general and risk factors associated with stalking in particular, which means the victim’s safety can be at stake if adequate security measures are not taken. These findings led to the development of a new structured response to ex-partner stalking cases, which consists of an automated query, case screening and prioritisation with the SASH2xMcEwan, T. E., Strand, S., MacKenzie, R. D., & James, D. V. (2015). Screening Assessment for Stalking and Harassment (SASH)., case management together with partner agencies and improved training for police officers who are handling stalking cases. Victim safety must always be the first priority.

Noten

  • * Bianca Voerman en Cleo Brandt zijn beiden recherchepsycholoog bij de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie.
  • 1 Eenhoorn Commission. (2016). Conclusies en aanbevelingen: Onderzoeksrapport TweeSteden.

  • 2 McEwan, T. E., Strand, S., MacKenzie, R. D., & James, D. V. (2015). Screening Assessment for Stalking and Harassment (SASH).


Bianca Voerman MsC.
Bianca Voerman is recherchepsycholoog bij de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie.

Cleo Brandt MsC.
Recherchepsycholoog bij de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie
Artikel

Wethouders in de frontlijn: een studie naar de perceptie van en de omgang met persoonlijke bedreigingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden threats in politics, coping strategies, undue influence on politics, Q-methodology
Auteurs Diana Marijnissen en Emile Kolthoff
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution reports on a delimited part of a larger, exploratory study, the main question of which was: How do aldermen perceive threats, what are their behavioral intentions and what is the influence of threats on the process and the outcome of decision-making? This question was answered with the help of Q-methodology, semi-structured interviews and case studies. This article discusses the results of the Q-methodology and the semi-structured interviews. The case studies will be reported separately later on. Through the Q-methodology three patterns in perception were found in dealing with threats: ‘combative and decisive’, ‘vulnerable and thoughtful’ and ‘down-to-earth and accepting’. The interviews show that it usually concerns instrumental threats that are deliberately used to influence decision making, which usually take place in the private sphere and vary from verbal aggression to physical violence. Most threats come from individuals, but some come from groups, in some cases there is a relationship with criminals. In the cases reviewed, the consequences in the private sphere are far-reaching, there are indications for the influence on public functioning (from hardening to great caution). There is almost always a report, a fuss in the media can affect the authority of the official.


Diana Marijnissen
Diana Marijnissen is docent bij de Academie Industrie en Informatica en onderzoeker bij het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool in Den Bosch.

Emile Kolthoff
Emile Kolthoff is hoogleraar criminologie aan de Open Universiteit en is lector Ondermijning bij Avans Hogeschool in Den Bosch. Hij is tevens voorzitter van de redactie van het Tijdschrift voor Veiligheid.
Peer reviewed

Mediation in strafzaken in kwaliteit geborgd?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Mediation in strafzaken, Restorative justice, Herstelbemiddeling, Strafrechtmediator
Auteurs mr. Tanja van Mazijk en Mr. Marion Uitslag
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we discuss what mediation in criminal cases encompasses, what the position is of mediation in criminal cases amidst other forms of recovery mediation and the question is posed whether mediation in criminal cases demands specific things from the mediator.


mr. Tanja van Mazijk
Mr. Tanja van Mazijk is Hogeschooldocent, MfN-registermediator, trainer en onderzoeker verbonden aan het lectoraat ‘toegang tot het recht’ Hogeschool Utrecht.

Mr. Marion Uitslag
Mr. Marion Uitslag is Hogeschooldocent, MfN-registermediator, trainer en onderzoeker verbonden aan het lectoraat ‘toegang tot het recht’ Hogeschool Utrecht.
Peer reviewed

Collectief leren van professionals zorg en strafrecht

Betekenisvol interdisciplinair samenwerken bij huiselijk geweld

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2018
Trefwoorden collectief leren professionals, strafrecht en zorg, huiselijk geweld, Good Work
Auteurs Dr. Sietske Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    This article concerns an experiment involving three learning communities of professionals cooperating across institutional boundaries to address domestic violence cases in multiple complementary ways. Providers of social services interacted with law enforcement in a juridical context to achieve an integrated approach. This alliance indicates the potential for values-based Good Work based on safety, professional care, and compassionate treatment. Playing with time and capacity can be a strategy, and each professional can benefit from multiple viewpoints for recognising and anticipating patterns of domestic violence before it (re)occurs.
    A lack of funding has suspended embedding this Good Work, slowing progress toward achieving long-term goals and making this interdisciplinary approach to assuring sustainable safety unavailable to prevent repeated outbreaks of domestic violence.


Dr. Sietske Dijkstra
Dr. Sietske Dijkstra is als senior onderzoeker verbonden aan het KSI van de Hogeschool Utrecht en werkzaam als onderzoeker, adviseur en docent bij Bureau Dijkstra (www.sietske-dijkstra.nl). Zij dankt haar co-onderzoekers Lous Krechtig en Anneke Menger voor de samenwerking in dit project.

    The article provides a description of the issues and considerrations facing Flemish victim-offender mediators on the job. Instead of focusing on professinal risks and caveats present within victim-offender mediation, the authors concentrate on the positive concept of ‘enabling high quality mediations’. A description is given of the frames that are felt to be helpful towards mediators, stressing the need to act with due creativity if needed. Moreover, in order to enable high quality victim-offender mediations, conditions need to be met, more specifically a common acknowledgment of the need for teamwork. The latter implies conditions such a sound legal basis, a deontological code, formal procedures and constant interaction with practice.


Pieter Verbeeck
Pieter Verbeeck is lid van het coördinatieteam van Moderator Forum voor herstelrecht en bemiddeling vzw en is verantwoordelijk voor het communicatiebeleid.

Hilde Deboeck
Hilde Deboeck is lid van het coördinatieteam van Moderator Forum voor herstelrecht en bemiddeling en is verantwoordelijk voor het personeelsbeleid.
Artikel

De afdoening van ernstige strafbare feiten waar dementerende justitiabelen bij betrokken zijn

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Dementie, ernstige strafbare feiten, Afdoening, gedwongen zorg
Auteurs Ing. Marijke te Hennepe-van Vulpen MSc LLB
SamenvattingAuteursinformatie

    Persons who suffer from dementia could potentially commit serious crimes. By studying 22 casus of settlements in cases of serious crimes allegedly committed by a demented person, published on ‘rechtspraak.nl’, the mode of settlement in these cases was established and problems in that field were identified. The group of dementia sufferers proved to be heterogeneous which resulted in a great variety of settlements within the criminal proceedings. However, problems do occur and certain aspects of these problems are not resolvable within the current Dutch penal systems. Reflection on this issue is desirable, as the number of people who suffer from dementia will increase considerably in the near future.


Ing. Marijke te Hennepe-van Vulpen MSc LLB
Ing. Marijke te Hennepe-van Vulpen MSc LLB studeert rechtswetenschappen aan de Open Universiteit Nederland. Dit artikel is gebaseerd op haar bachelorscriptie.
Artikel

Vechten op afspraak

Verklaringen voor georganiseerde vormen van groepsgeweld

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2017
Trefwoorden collective, violence, hooliganism, organized confrontations, group dynamics
Auteurs Drs. Tom van Ham
SamenvattingAuteursinformatie

    Collective violence around football has been a topic of research since the 1980s. In the Netherlands, in recent decades the size and severity of this problem have decreased sharply and the number of incidents has stabilized due to measures taken. At the same time, these measures have resulted in an increase of football-related incidents outside stadiums and on other days than match days. Confrontations based upon prior mutual agreements, so-called arranged confrontations, are an example of this. Based on multiple research methods, in this article the underlying causes of arranged confrontations and processes influencing individual participation are addressed. Results show that this type of collective violence and partaking in it has various causes and explanations. These fit with extant research literature in the area of group crime and collective violence and are incorporated in the recently developed initiation-escalation model.


Drs. Tom van Ham
Drs. T. van Ham is onderzoeker bij Bureau Beke en als buitenpromovendus verbonden aan de Universiteit Leiden.

    Ongeveer 20% van de echtscheidingen loopt uit op een zogenaamde conflict- of vechtscheiding. Om deze complexe echtscheidingszaken effectief aan te pakken, dienen professionals in het veld te beschikken over wetenschappelijk onderbouwde kennis over werkzame interventies. Mediation wordt vaak beschouwd als dé oplossing voor conflictscheidingen. Wetenschappelijk onderzoek laat echter een beperkte effectiviteit zien van mediation bij conflictscheidingen. Dit heeft onder andere te maken met de hoge prevalentie (rond 40%) van huiselijk geweld in conflictscheidingsgezinnen.
    In dit onderzoek is de visie van Nederlandse professionals over conflictscheidingen onderzocht en vergeleken met de kennis uit de wetenschappelijke literatuur. Met behulp van een online vragenlijst testten we het kennisniveau van 863 professionals die werken met conflictscheidingsgezinnen. Dit waren advocaten, professionals uit de jeugdzorg/-bescherming, mediators en professionals uit de GGZ.
    Professionals behaalden een gemiddelde score van 6,5 correcte antwoorden op een totaal van 11, waarbij juridische professionals significant beter scoorden dan sociale professionals. Slechts 17% van de professionals wist dat in bijna de helft van de conflictscheidingen huiselijk geweld een rol speelt. 55% van de professionals adviseerde in een geval van een al 7 jaar durende conflictscheiding mediation als effectieve interventie. 46% van de respondenten overschatte de prevalentie van valse beschuldigingen van huiselijk geweld en kindermishandeling bij conflictscheidingen.
    In opleidingen voor Nederlandse juridische en sociale professionals die werken met conflictscheidingsgezinnen dient meer aandacht besteed te worden aan wetenschappelijke kennis, zodat professionals handelen op basis van kennis in plaats van persoonlijke opvattingen en mythen.
    ---
    High conflict divorces are among the 20% of divorce cases that continue to escalate over time. In order to help solve these complex divorce cases, it is important that professionals in the field possess evidence-based knowledge to provide effective interventions. One of these possible interventions is mediation, which is often seen as a panacea for high-conflict divorce (HCD) cases. However, scientific research has shown limited effectiveness of mediation in HCD cases. This is partially associated with the high prevalence (around 40%) of domestic violence in HCD.
    The present study examined professionals’ perspectives on high conflict-divorce cases and compared their views with the available scientific evidence. By means of a web-survey, we tested the knowledge of different professional groups (N = 863) who work with HCD families. The sample consisted of lawyers, child welfare/child protection professionals, mediators and mental health professionals.
    The results showed that professionals on average gave 6.5 correct responses out of 11 questions in total and that legal professionals scored significantly better than social professionals. Only 17% of the professionals were aware that in almost half of all high-conflict divorce cases domestic violence is a problem. For a high-conflict divorce case spanning 7 years, mediation was advised as an effective intervention by 55% of professionals. 46% of respondents overestimated the prevalence of false allegations of child abuse in HCD cases.
    More attention to scientific knowledge on HCD in the educational curricula for Dutch legal and social professionals is needed, in order to assure that their professional activities and decision making are based on scientific evidence instead of personal biases and myths.


Prof. dr. Corine de Ruiter
Prof. dr. Corine de Ruiter is a licensed clinical psychologist (BIG) in The Netherlands. She serves as professor of Forensic Psychology at Maastricht University. She also has a private practice. Her research focuses on the interface between psychopathology and crime. She has a special interest in the prevention of child abuse and intimate partner violence because they are both very common and often overlooked in practice.

Brigitte van Pol Msc
Brigitte van Pol studied Psychology and Law at Maastricht University. Her involvement in this research dates from her Master’s thesis on the role of mediation in high conflict divorce. The authors would like to thank the participants for their time and effort in completing our websurvey.
Artikel

Herstelrecht bij partnergeweld

Resultaten van een Europees onderzoek

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2016
Auteurs Annemieke Wolthuis en Katinka Lünnemann
SamenvattingAuteursinformatie

    Restorative Justice is not evident in cases of intimate partner violence, but it can take and does take place under certain conditions. Wolthuis and Lünnemann explain about the European research they coordinated in six European countries (Austria, Denmark, Finland, Greece, the Netherlands and the UK) on context and practicalities of the use of victim-offender mediation in such complex cases. Cases dealing with violence of mainly men against women and where power imbalances often play a role. That means that mediators, referrers and others involved should know about this complexity and the needs of participants. Austria and Finland turned out to have the most experienced working methods. Their models, good practices and challenges are presented as well as the main outcomes of the research. Interviews and focus groups in the countries gave additional insights. It resulted in a guide with minimum standards addressing the different stages of a mediation process with extra attention for safety and empowerment.


Annemieke Wolthuis
Annemieke Wolthuis is zelfstandig onderzoeker, trainer en mediator. Zij is tevens redactielid van het Tijdschrift voor Herstelrecht.

Katinka Lünnemann
Katinka Lünnemann is als senior-onderzoeker verbonden aan het Verwey-Jonker Instituut.
Article

Access_open A Theoretical Framework to Study Variations in Workplace Violence Experienced by Emergency Responders

Integrating Opportunity and Vulnerability Perspectives

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Workplace aggression, workplace violence, emergency responders, blaming the victim, victimology
Auteurs Lisa van Reemst
SamenvattingAuteursinformatie

    Emergency responders are often sent to the front line and are often confronted with aggression and violence in interaction with citizens. According to previous studies, some professionals experience more workplace violence than others. In this article, the theoretical framework to study variations in workplace violence against emergency responders is described. According to criminal opportunity theories, which integrate the routine activity theory and lifestyle/exposure theory, victimisation is largely dependent on the lifestyle and routine activities of persons. Situational characteristics that could be related to workplace violence are organisational or task characteristics, such as having more contact with citizens or working at night. However, they do not provide insight in all aspects of influence, and their usefulness to reduce victimisation is limited. Therefore, it is important to consider the role of personal characteristics of the emergency responders that may be more or less ‘attractive’, which is elaborated upon by the victim precipitation theory. Psychological and behavioural characteristics of emergency responders may be relevant to reduce external workplace violence. The author argues that, despite the risk of being considered as blaming the victim, studying characteristics that might prevent victimisation is needed. Directions for future studies about workplace violence are discussed. These future studies should address a combination of victim and situation characteristics, use a longitudinal design and focus on emergency responders. In addition, differences between professions in relationships between characteristics and workplace violence should be explored.


Lisa van Reemst
Lisa van Reemst, M.Sc., is a Ph.D. candidate at the Erasmus University Rotterdam.
Artikel

Een eenvoudige diefstal of toch een mishandeling?

Verschillen in type delict tussen zelfrapportage door slachtoffers en registratiesystemen bij instanties

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Slachtoffers, Registratie misdrijf, slachtofferrapportage, Delictcategorie
Auteurs Maartje Timmermans, Joost van den Tillaart en Annemarie ten Boom
SamenvattingAuteursinformatie

    From a secondary analysis of data from a survey of victims of crime, commissioned by the WODC, it appears that more than occasionally the registration of the type of offence by the police, the Public Prosecution Service and Victim Support Netherlands does not match the victim’s own reporting of the offence. In this article, the differences between victims’ reports and registrations regarding the nature of the victimization are exposed and the background of the differences is explored. Some offences seem to have an increased chance of being classed by victims in offence categories which differ from those of the registrations.
    Based on the secondary analysis, the authors conclude that it is important for the interpretation of future research among victims to identify the registered offence and explicitly verify this with the respondent. It is also good to consider what registration data is useful in samples to be able to identify differences between the registrations and the victims’ reports later. A practical implication of the discrepancy in the nature of victimization is that bottlenecks may occur in the connection between the support needs of victims and the supply.


Maartje Timmermans
Maartje Timmermans is senior onderzoeker bij Regioplan.

Joost van den Tillaart
Joost van den Tillaart is senior onderzoeker bij Regioplan.

Annemarie ten Boom
Annemarie ten Boom is projectbegeleider bij het WODC, het onderzoekscentrum van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Zij werkt aan een proefschrift over het verband tussen de slachtoffer-daderrelatie en de behoeften van slachtoffers met betrekking tot justitie. Zij is als buitenpromovendus aan INTERVICT verbonden.
Toont 1 - 20 van 25 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.