Zoekresultaat: 5 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x
Artikel

Het werk van Wibo van Rossum – een bloemlezing

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Wibo van Rossum, Legal anthropology, Administration of Justice, Empirical research, The Netherlands
Auteurs Dr. mr. Marc Simon Thomas en Prof. mr. Rick Verschoof
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is about the work of Wibo van Rossum who passed away in April 2018. Trained as a legal anthropologist he has conducted empirical research on the administration of justice in the Netherlands for many years. This anthology is about four research reports he produced and many articles he has written in two decades. This article provides an academic as well as a practical review of his work.


Dr. mr. Marc Simon Thomas
Marc Simon Thomas is universitair docent aan de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. Rick Verschoof
Rick Verschoof is senior rechter en bijzonder hoogleraar rechtspraak aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Het onderliggende conflict: afblijven of uitdiepen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2019
Trefwoorden schikking, civiele rechter, conflictoplossing, comparitie
Auteurs Rick Verschoof
SamenvattingAuteursinformatie

    Op de comparitie na antwoord besteden de civiele rechter en de kantonrechter tegenwoordig vaker aandacht aan het conflict. Het ‘conflict’ als tegenhanger van het ‘geschil’. Hoe maken rechters hun keuze om dat al dan niet te doen? Hoe diep gaat hun aandacht? Beheersen zij de grondbeginselen van het conflictgesprek? Wat vinden partijen van het optreden van de rechters op dit gebied? De antwoorden staan in dit artikel en uitgebreider in het boek Geschikt of niet geschikt van Rick Verschoof en Wibo van Rossum.


Rick Verschoof
Prof. mr. R.J. Verschoof is senior rechter in de Rechtbank Midden-Nederland en hoogleraar rechtspraak aan de Universiteit Utrecht
Artikel

Access_open De rechtsfilosofische grondslagen van John Griffiths’ rechtssociologie

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden sociology of law, Hart, Dworkin, Legal Realism, Black
Auteurs Jeroen Kiewiet
SamenvattingAuteursinformatie

    The topic of this article is the legal philosophical foundation of John Griffiths’s sociology of law. Griffiths has developed his foundation of sociology of law in discussion with three positions: legal realism, Hart and Dworkin. These three positions give three different answers on the question ‘what is law?’. In the first part Griffiths’s discussion of legal realism is analyzed. From the outset, a legal realistic approach to law has the benefit of its strong focus on the empirical determinants of predicting the outcomes of cases. Problematic, according to Griffiths, is a naïve instrumentalism, often related to legal realism. The second part on Hart’s theory discussed Hart’s notion of rule-following as the core of Griffiths’s sociology of law. Also the different perspectives on law are discussed. According to Griffiths, Black’s extreme external perspective is problematic, but Hart’s moderate external perspective is also not suitable for the external comparative purpose of sociology of law. In the third part, Dworkin’s theory is discussed. Griffiths, in my opinion, unsuccessfully, tried to reconcile Dworkin’s theory with legal positivism. Dworkin’s theory is an interpretive theory from the participant’s point of view, which makes it hard to use it as an adequate foundation of an empirical theory of law. For a sociologist of law, choosing an adequate conception of law is just as important as the choice for an empirical method. The contribution of Griffiths to sociology of law is in this sense unique and of great value for the sociology of law.


Jeroen Kiewiet
Jeroen Kiewiet was student-assistent bij John Griffiths in de collegejaren 2003/2004 en 2004/2005. In 2002 maakte hij met Griffiths en de rechtssociologie kennis tijdens de ‘contractwerkgroep’ van het vak Inleiding rechtssociologie. Het onderwijs tijdens de ‘contractwerkgroep’ ervoer hij als zeer inspirerend; hij zag een échte wetenschapper aan het werk die de inbreng van studenten uiterst serieus nam. Sinds augustus 2015 werkt Jeroen als universitair docent aan de afdeling Staatsrecht, Bestuursrecht en Rechtstheorie van het departement Rechtsgeleerdheid van de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De civiele rechter als problem solver

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2017
Trefwoorden legal profession, conflict resolution, procedural justice
Auteurs Dr. Wibo van Rossum en Prof. Rick Verschoof
SamenvattingAuteursinformatie

    We investigate a recent development in the practice of the civil courts: judges increasingly devote attention to the underlying conflict of parties instead of only to their legal dispute. In administrative law, this development has already been codified and termed ‘de Nieuwe zaaksbehandeling’, but not so in other areas of law.
    Lawyers know that social conflicts are transformed into legally viable disputes so that the court can decide on them. For a long time, the most important task for lawyers was to resolve those legal disputes. Nowadays, that does not seem to be enough: judges should become problem solvers. Civil judges seem to blend in with these new requirements, but the question is whether the new approach really works. Based on our empirical material of 100 observed cases in civil law, we answer the following questions. 1. What do judges actually do in civil cases when they address underlying conflicts and try to steer parties toward a settlement? 2. What effects do these interventions of judges have on the outcome of cases? 3. How are these interventions perceived by the parties in terms of procedural justice?


Dr. Wibo van Rossum
Wibo van Rossum is Universitair Hoofddocent aan het departement Sociology, Theory & Methodology van de Erasmus School of Law te Rotterdam.

Prof. Rick Verschoof
Rick Verschoof is senior-rechter bij de Rechtbank Midden-Nederland en bijzonder hoogleraar rechtspraak aan de Universiteit Utrecht.

    Nederlandse kinderen lijken minder te weten over kinder- en mensenrechten dan andere kinderen in Europa. Om die reden zien beleidsmakers, wetenschappers en maatschappelijke organisaties een noodzaak om formele educatie op deze onderwerpen te introduceren in alle onderwijsniveaus. Wat denken middelbare leerlingen zelf hier echter over? Dit artikel onderzoekt het rechtsbewustzijn van kinderen in drie Nederlandse middelbare scholen ten aanzien van hun specifieke rechten als kinderen. Het wordt duidelijk dat kinderen ideeën en meningen hebben over hun rechten en daarmee een rechtsbewustzijn hebben, ook als zij geen rechtenjargon gebruiken. Hun rechtsbewustzijn bestaat uit moraliteit, wat verklaart dat zij bepaalde rechten zelf bedenken: sommige thema’s vinden zij zo belangrijk dat zij voelen dat ze deel uitmaken van hun fundamentele rechten als kinderen. Het integreren van mensenrechteneducatie in het schoolcurriculum zou een nodige, maar is een onvoldoende oplossing voor het ‘probleem’ dat voor ons ligt. Het is namelijk niet bewezen of meer kennis op deze onderwerpen ook leidt tot verandering van gedrag. De kinderen maakten namelijk ook bewuste keuzes om níet hun rechten in te roepen, maar om hun problemen anderszins op te lossen. Dit moet worden meegenomen om interventies effectief te laten zijn, zodat niet het tegenovergestelde van wat gewenst is, wordt bereikt. En effectieve interventies dienen daarnaast aan te sluiten bij het dagelijks leven van de kinderen. Volgens de leerlingen zijn kinderrechten vooral ook iets dat we moeten doen en oefenen.
    Dutch children seem to be less informed about children’s and human rights than their peers in other European states. Therefore, policy makers, academics and CSOs recognise a need to introduce formal education on these matters in all levels of schooling. But what do secondary school children themselves think about this? This article explores the legal consciousness of children in three Dutch schools on their specific rights as children. It has been evidenced that children have ideas and opinions about their rights and therefore have a legal consciousness, though without using the language of the law. Their legal consciousness consists of morality, which explains their ‘invention’ of certain rights: some themes are of such importance that they feel these are part of their fundamental rights as children. Integrating human rights education into the school curriculum may be a necessary, but is an insufficient solution to the ‘problem’ at hand. It has not been evidenced whether more knowledge changes their behavior. The children made informed decisions to not invoke their rights, and to solve their problems differently. Effective interventions need to take this into account in order to relate to their everyday lives and avoid having the opposite effect of what is intended. According to the students, children’s rights are mostly something to be done or practiced.


Carrie van der Kroon LL.M.
Carrie van der Kroon works as a programme officer on girls’ rights in the Global South at Defence for Children International – ECPAT the Netherlands. She obtained her masters in Legal Research (Cum Laude) at Utrecht University in the Netherlands, specialising in international children’s rights from a socio-legal perspective.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.