Zoekresultaat: 23 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2014 x Rubriek Article x
Artikel

Het geheim van de smid

De Wbp en het recht op inzage in en afschrift van stukken tijdens het medisch beoordelingstraject bij personenschades: waar staan we inmiddels?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Wbp, medisch beoordelingstraject, recht op inzage, persoonsgegevens, personenschade
Auteurs Mr. ir. J.P.M. Simons
SamenvattingAuteursinformatie

    Al geruime tijd staat binnen de letselschadebranche ter discussie in hoeverre benadeelden met een beroep op artikel 35 Wbp inzage in en afschrift van documenten kunnen krijgen van (de verzekeraar van) de aansprakelijke partij, wanneer daarin persoonsgegevens zijn verwerkt. In het bijzonder speelt daarbij de vraag of benadeelden tevens recht hebben op inzage in en afschrift van (1) interne notities die in het kader van de afwikkeling van personenschades door medewerkers van verzekeraars en andere aan de zijde van verzekeraars bij de afwikkeling betrokken personen zijn opgesteld en (2) adviezen van de medisch adviseur(s) van verzekeraars. Hoewel hierover inmiddels de nodige jurisprudentie is verschenen, bestaat er op dit gebied nog steeds onduidelijkheid en vormen deze vragen nog regelmatig voer voor discussie.


Mr. ir. J.P.M. Simons
Mr. ir. J.P.M. Simons is advocaat bij Leijnse Artz te Rotterdam.
Artikel

Beursnoteringen van (biotech- en andere) NV’s op NASDAQ; enkele aandachtspunten

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2014
Trefwoorden biotech, governance, NASDAQ, notering, prospectus
Auteurs Mr. A.C. (Anne) Noordzij
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur een aantal keuzes en (aanvullende) verplichtingen van de Nederlandse biotech- en andere vennootschappen die een beursnotering in de Verenigde Staten beogen.


Mr. A.C. (Anne) Noordzij
Mr. A.C. Noordzij is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

200 jaar Staten-Generaal en zelfregulering: betrokkenheid op afstand

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2014
Trefwoorden zelfregulering, SER
Auteurs Drs. M.I. Hamer, Dr. M. Drahos en Drs. I. Thomassen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Staten-Generaal dragen via het controleren van de regering en door (mede)wetgeving bij aan het borgen van publieke belangen. Literatuur en praktijk laten echter zien dat publieke belangen onder voorwaarden ook effectief kunnen worden geborgd door zelfregulering. Dit artikel geeft een beschouwing op de gevolgen van zelfregulering voor het democratische gehalte van beleid, op vraagstukken rondom representativiteit bij zelfreguleringsinitiatieven en op kansen en risico’s betreffende de effectiviteit van borging van publieke belangen. Deze drie aspecten worden belicht vanuit de ervaringen met vier vormen van zelfregulering binnen de Sociaal-Economische Raad (SER).


Drs. M.I. Hamer
Drs. M.I. Hamer is voorzitter van de SER.

Dr. M. Drahos
Dr. M. Drahos is senior beleidsmedewerker bij de directie Economische Zaken van de SER.

Drs. I. Thomassen
Drs. I. Thomassen was senior beleidsmedewerker bij de directie Bestuurszaken van de SER.
Artikel

Staten-Generaal en wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2014
Trefwoorden wetgevende rol, Tweede Kamer, Eerste Kamer, kabinetsformatie, democratie
Auteurs Mr. dr. W. van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel bepaalde constitutionele idealen (zoals democratie) nopen tot een zekere parlementaire betrokkenheid bij wetgeving, is het vrijwel onmogelijk harde juridische maatstaven en arrangementen te verzinnen die Kamerleden dwingen intensiever gebruik te maken van hun wetgevende bevoegdheden. Via de kabinetsformatie laat met name de Tweede Kamer haar invloed op de wetgeving overigens wel degelijk gelden. Hierdoor wordt de democratische invloed op wetgeving strikt genomen niet kleiner, maar wel minder zichtbaar. Om deze zichtbaarheid te vergroten worden suggesties gedaan als een terugkeer naar de wetgevingsenquête, uitbreiding van het aantal rapporteurschappen en het verruimen van partijpolitieke ondersteuning.


Mr. dr. W. van der Woude
Mr. dr. W. van der Woude is universitair docent staatsrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Tussen ‘gele kaart’ en omzettingswetgeving

De veranderde rol van het Nederlandse parlement in Europa

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2014
Auteurs Prof. dr. B. Steunenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is de invloed van de aanzwellende stroom van Europese wetgeving op het functioneren van het Nederlandse parlement? In deze bijdrage wordt ingegaan op die veranderingen aan de hand van verschillende rollen die ons nationale parlement kan hebben in het bredere Europese beleidsproces. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de rol van ‘lobbyist’ en ‘netwerker’, ‘waakhond’ en, ten slotte, ‘beleidsregisseur’. Die rollen worden verder verkend waarbij opvalt dat in de afgelopen jaren het parlement meer aandacht is gaan besteden aan ex-ante vormen van politieke controle. Dat is positief omdat daarmee Europese beleidsvoorstellen ook in het Nederlandse debat aandacht krijgen. Tegelijkertijd krijgen door de verschuiving vraagstukken rondom de uitvoering van Europees beleid minder aandacht. Dat zou kunnen worden versterkt omdat ontoereikend beleid een overtuigend argument oplevert om, met andere lidstaten, Europa tot verandering te verleiden.


Prof. dr. B. Steunenberg
Prof. dr. B. Steunenberg is hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Leiden. Hij doceert en publiceert over de Europese besluitvorming en de wijze waarop Europees beleid door de lidstaten wordt omgezet en uitgevoerd. Voor meer informatie zie <http://campusdenhaag.leiden.edu/publicadministration/organisation/faculty-staff/steunenberg.html>.
Artikel

Eenzijdige openbaarmaking van informatie: waar ligt de grens?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2014
Trefwoorden Eenzijdige openbaarmaking marktgedrag, Doelbeperking, Besloten marktgedrag/niet besloten marktgedrag, Cheap talk, o.a.f.g./onderling afgestemde feitelijke gedraging
Auteurs Onno Brouwer en Lorenzo Coppi
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt aan de hand van een aantal recente zaken, waaronder begrepen het toezeggingsbesluit van ACM inzake mobiele netwerkoperatoren, de vraag op basis van welke criteria een eenzijdige openbaarmaking van informatie op mededingingsbezwaren kan stuiten in een context waarin geen sprake is van ‘uitwisseling’ van informatie of een hardcore kartel. Autoriteiten lijken soms snel eenzijdige openbaarmakingen aan te merken als een doelbeperking. De auteurs pleiten zowel op basis van economische als juridische gronden voor een meer gebalanceerd analysekader: alleen gedrag dat op basis van voldoende algemeen erkende ervaring kan worden verondersteld de concurrentie te schaden, kan worden aangemerkt als een doelinbreuk. In veel gevallen zijn eenzijdige mededelingen omtrent marktgedrag concurrentiebevorderend of niet dusdanig concurrentiebeperkend dat zij zouden moeten worden gekwalificeerd als een doelinbreuk.


Onno Brouwer
Onno W. Brouwer is partner bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP Brussel/Amsterdam.

Lorenzo Coppi
Lorenzo Coppi is Executive Vice President bij CompassLexecon.
Artikel

Het Hof van Justitie in Kamino-Datema: horen in bezwaar onder voorwaarden gesanctioneerd

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden rechten van de verdediging, hoorplicht, gevolgen schending hoorplicht, douanerecht
Auteurs Mr. Anoeska Buijze
SamenvattingAuteursinformatie

    Met zijn uitspraak van 3 juli 2014 verduidelijkt het Hof van Justitie de betekenis van de rechten van de verdediging voor het Nederlandse bestuursrecht, meer in het bijzonder voor het douanerecht. Voor de douane lijkt de uitkomst positief: het horen van belanghebbenden tijdens de bezwaarprocedure is onder voorwaarden voldoende om aan de rechten van de verdediging tegemoet te komen. Afdeling 4.1.2 van de Awb blijft nog even in het beklaagdenbankje: de ruime uitzondering op de hoorplicht uit artikel 4:12 Awb lijkt niet altijd houdbaar en het Hof van Justitie wijst de rechtvaardiging van de Nederlandse regering expliciet af.
    HvJ EU 3 juli 2014, gevoegde zaken C-129/13, Kamino en C-130/13, Datema, ECLI:EU:C:2014:2041


Mr. Anoeska Buijze
Mr. A.W.G.J. (Anoeska) Buijze is postdoctoraal onderzoeker bij het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe en het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainbility Law.
Artikel

National variations in the implementation and enforcement of European food hygiene regulations

Comparing the structure of food controls and regulations between Scotland and the Netherlands

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2014
Trefwoorden food regulation, official controls, EU food law, implementation, enforcement
Auteurs Tetty Havinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the course of time the European Union has increased its powers considerably. Currently, almost all food safety regulations in the member states rest on European law. Despite this common legal base, several differences between member states still exist. This article compares the way Scottish and Dutch authorities deal with a particular item of European food law: the development of national guides to good practice for hygiene and for the application of HACCP principles by the food industry. The results of this investigation are consistent with the conclusion of Falkner et al. that the implementation of EU law in both the Netherlands and the UK depends on domestic issues. The dominant issue in Scotland (and the UK) is the FSA objective to bring consistent food controls and independency from industry which results in the development of governmental guidance. The prevailing issue in the Netherlands is making industry responsible for food safety which helps explain the extensive use of industry guides. This study shows that in order to understand what happens on the ground it is important to look beyond transposition or direct effect and also to investigate the implementation of regulations and to dig deeper than just their transposition.


Tetty Havinga
Tetty Havinga is Associate Professor at the Institute for the Sociology of Law, Radboud University Nijmegen, The Netherlands. She has published on the regulation of food safety, policy implementation and law enforcement, equal opportunities law, asylum migration and migrant workers. Her recent research projects deal with the development and effects of private regulation of food safety, oversight and official controls in the food industry, and the experiences of large companies with Dutch special courts. She is co-editor of The Changing Landscape of Food Governance (to be published by Edward Elgar, 2015).
Artikel

Participatie, veiligheid en beeldvorming van Romaminderheden

Een kritische reflectie op het Nederlandse beleid

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2014
Trefwoorden Roma, Europeanization, European minority policies, securitization, the Netherlands
Auteurs Dr. H. van Baar
SamenvattingAuteursinformatie

    This article critically evaluates the recent developments in Dutch policy formation regarding Roma minorities from the perspective of the increased attention paid to their position at European level. First, the author discusses the so-called ‘Europeanization of Roma representation’, that is the post-1989 representation of the Roma as a European minority and the simultaneous large-scale, Europe-wide devising of development, inclusion, and empowerment programs meant for them. Thereafter, the author argues that some of the risks of the Roma’s Europeanization – such as the isolation and culturalization of policy formation and the diminishing of democratic accountability – have also and ambiguously affected Dutch policies meant for Roma, Sinti and caravan dwellers. By means of a brief analysis of recent policy developments, the author demonstrates that the Dutch shift towards a policy that, at least in name, encourages social participation, has actually tended to result into a one-sided focus on the Roma as a ‘problem group’ and ‘security threat’.


Dr. H. van Baar
Dr. Huub van Baar is verbonden aan het Institut für Politikwissenschaft, Justus-Liebig Universität Gieβen, en aan het Amsterdam Centre for Globalisation Studies, Faculteit Geesteswetenschappen, Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Tailormade regelgeving voor windturbineparken op de Noordzee

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 03/04 2014
Trefwoorden Wet windenergie op zee, Kavelbesluit, Waterplan, Natuurbeschermingswet
Auteurs Mr. E.M.N. Noordover en Mr. A. Drahmann
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan auteurs in op het wetsvoorstel Wet windenergie op zee dat op 16 oktober is aangeboden aan de Tweede Kamer. Deze wet is speciaal ontworpen om de doelstellingen van het kabinet tot het realiseren van windparken in zee te halen. De auteurs bespreken de diverse nieuwe instrumenten die het wetsvoorstel introduceren, zoals het kavelbesluit. Ten behoeve van het kavelbesluit worden veel van de benodigde onderzoeken voor het realiseren van een windpark verricht, zodat een private initiatiefnemer na het kavelbesluit zo snel mogelijk het windpark kan realiseren.


Mr. E.M.N. Noordover
Mr. E.M.N. (Erwin) Noordover is advocaat bij Stibbe.

Mr. A. Drahmann
Mr. A. (Annemarie) Drahmann is advocaat bij Stibbe en promovenda aan de afdeling staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden.
Artikel

Actualiteiten geluid: twee jaar jurisprudentie SWUNG-1

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 03/04 2014
Trefwoorden geluidproductieplafonds, Wet milieubeheer, hogere waarden, geluidsbelasting, Wet geluidhinder
Auteurs Mr. drs. J.H. Geerdink
SamenvattingAuteursinformatie

    Twee jaar geleden is de Wet modernisering instrumentarium geluidbeleid, geluidproductieplafonds in werking getreden. Daarbij is de Wet geluidhinder (Wgh) gewijzigd en hoofdstuk 11 Geluid aan de Wet milieubeheer (Wm) toegevoegd. Dit geheel aan regelgeving wordt aangeduid als SWUNG-1 (Samen Werken aan de Uitvoering van Nieuw Geluidbeleid, deel 1). Daarbij zijn geluidproductieplafonds ingevoerd in de Wm, de regels over geluidsbelastingkaarten en actieplannen van de Wgh overgeheveld naar de Wm en is de Wgh vereenvoudigd. Het is de eerste stap naar volledige integratie van de Wgh in de Wm. Dit artikel bevat een overzicht van de meest opvallende SWUNG-1-uitspraken van de afgelopen twee jaar.


Mr. drs. J.H. Geerdink
Mr. drs. J.H. (Hanny) Geerdink is jurist en milieukundige en was tot 1 oktober 2014 advocaat-partner bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, advocaten en notarissen te Den Haag. Zij is gespecialiseerd in het milieu- en ruimtelijk bestuursrecht en expert op het gebied van geluidhinder. Zij wordt veelvuldig ingeschakeld bij besluitvormingsprocessen voor infrastructuur, industrie en gebiedsontwikkeling.
Artikel

Handhaving in de nieuwe Omgevingswet

Meer dan de zinnen verzetten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 03/04 2014
Trefwoorden Omgevingswet, Handhaving, Toezicht, Handhaving, Strafbeschikking
Auteurs Mr. M.C. Stoové en Mr. G.A. Biezeveld
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het wetsvoorstel voor de Omgevingswet beoordeeld op de aspecten van handhaving. Auteurs betogen dat de regering onvoldoende lering heeft getrokken uit fouten in het verleden. Daardoor laat de Omgevingswet een kans liggen op een fundamentele koerswijziging in de handhaving van het omgevingsrecht.


Mr. M.C. Stoové
Mr. M.C. (Margot) Stoové was advocaat, daarna senior beleidsmedewerker bij het OM/Functioneel Parket en is thans rechter bij de Rechtbank Midden-Nederland. Zij is tevens redactielid van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.

Mr. G.A. Biezeveld
Mr. G.A. (Gustaaf) Biezeveld is emeritus hoogleraar milieurecht en voormalig officier van justitie. Hij is tevens oud-redactielid van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.
Artikel

Codificatie of zelfregulering in de franchisesector?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden franchiseovereenkomst, codificatie, zelfregulering, precontractuele informatieplicht
Auteurs Mr. I.S.J. Houben, Mr. J. Sterk en Mr. J.A.J. Devilee
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag of de franchiseovereenkomst in Nederland alsnog een benoemde status dient te krijgen, wordt aanhoudend gediscussieerd in politiek, media en literatuur. Tot nu toe heeft de focus volgens de auteurs te eenzijdig gelegen op codificatie. In deze bijdrage bepleiten zij dat naast codificatie, mede naar aanleiding van kort rechtsvergelijkend onderzoek, ook zelfregulering een serieus te overwegen optie is.


Mr. I.S.J. Houben
Mr. I.S.J. Houben is universitair hoofddocent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.

Mr. J. Sterk
Mr. J. Sterk is advocaat-partner bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.

Mr. J.A.J. Devilee
Mr. J.A.J. Devilee is student-stagiaire bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.

    Since 2005, Dutch victims of serious crime have the right to make an oral statement in court (‘spreekrecht’). In the past decade, the Dutch criminal justice system has accommodated this right to make an oral statement with regard to the consequences of the crime; no major problems have occurred. Indeed, only a minority of the victims consumes this right (ca. 230 cases annually), the majority prefers to lodge a written statement. Nevertheless, the Dutch legislature is of the opinion that the right to make an oral statement should be extended and has lodged a draft-proposal recently. The aim is to provide crime victims a right to put forward an advice to the judge at the trial session, such an advice relating to the full scheme of judicial decision-making (truth, legal qualification, punishment). Such a provision resembles a Victim Statement of Opinion, used in the American scheme of justice, and even exceeds this. The draft has been met with criticism, only the Dutch Victim Support is in favor. One of the objections heard is the one dimensional focus underlying the draft: by focusing on a specific group of victims – those who have suffered from serious crimes – the legislature neglects the heterogeneous nature of victims’ needs.


Renée Kool
Renée Kool is als universitair hoofddocent verbonden aan Ucall en het Montaigne-Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Utrecht en redacteur van dit blad.
Artikel

Codificatie of zelfregulering in de franchisesector?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden franchiseovereenkomst, codificatie, zelfregulering, precontractuele informatieplicht
Auteurs Mr. I.S.J. Houben, Mr. J. Sterk en Mr. J.A.J. Devilee
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag of de franchiseovereenkomst in Nederland alsnog een benoemde status dient te krijgen, wordt aanhoudend gediscussieerd in politiek, media en literatuur. Tot nu toe heeft de focus volgens de auteurs te eenzijdig gelegen op codificatie. In deze bijdrage bepleiten zij dat naast codificatie, mede naar aanleiding van kort rechtsvergelijkend onderzoek, ook zelfregulering een serieus te overwegen optie is.


Mr. I.S.J. Houben
Mr. I.S.J. Houben is universitair hoofddocent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.

Mr. J. Sterk
Mr. J. Sterk is advocaat-partner bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.

Mr. J.A.J. Devilee
Mr. J.A.J. Devilee is student-stagiaire bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.
Artikel

Cultuurspecifieke en civielrechtelijke invulling van de publiekrechtelijke zorgplicht van financiële dienstverleners

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2014
Trefwoorden cultuur, zorgplicht financiële dienstverleners, uniformering publiek- en privaatrecht, Europese zorgplicht, client’s best interest rule
Auteurs Mr. dr. M.F.M. van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    Europese ontwikkelingen hebben hun weerslag op het Nederlandse rechtsbestel. Enerzijds door een steeds duidelijkere samenloop van het civiele en publiekrechtelijke normenkader in het financiële recht. Anderzijds door meer sturing op cultuur. In dit kader worden in deze bijdrage onder meer de introductie van een Europese zorgplicht door middel van de Insurance Mediation Directive II en de conclusie van de A-G van het HvJ EU in de Nationale Nederlanden-zaak behandeld.


Mr. dr. M.F.M. van den Berg
Mr. dr. M.F.M. van den Berg is jurist bij Achmea en Research Fellow van Tilburg University.
Article

Initiatieven van de Europese Commissie ter verbetering van de corporate governance van Europese beursvennootschappen

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 6 2014
Trefwoorden corporate governance, beursvennootschap, aandeelhoudersbetrokkenheid, say on pay, stemadvies
Auteurs Mr. N.L. Hooi
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de initiatieven van de Europese Commissie van 9 april 2014 ter verbetering van de corporate governance van Europese beursvennootschappen.


Mr. N.L. Hooi
Mr. N.L. Hooi is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Ex-antestudies op de kaart

Onderzoek naar beleidsvoornemens (2005-2011): aard, aantallen en wat ex-postevaluaties erover zeggen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2014
Trefwoorden ex-ante-evaluatie, beleidsvoorbereiding, metastudie, ex-postevaluatie, feedback-onderzoek
Auteurs Dr. C.M. Klein Haarhuis en Dr. M. Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    In hoeverre is de toegenomen aandacht voor ex-ante-evaluatie, zowel in beleidskringen als in publicaties, terug te zien in de evaluatiepraktijk? Op basis van de uitkomsten van een recente door het WODC verrichte metastudie gaan we in deze bijdrage in op aard en omvang van 306 in de periode 2005-2011 voor de rijksoverheid verrichte ex-anteanalyses. Daarbij besteden we ook aandacht aan hun voorspellingskracht. We onderscheiden acht typen ex-anteanalyses. Combinaties van studietypen, kosten-batenanalyses en verkennende ( quickscan) studies komen het meest voor. Van de bestudeerde analyses was 15% gevolgd door een latere evaluatie (ex durante of ex post). Redenen waarom latere evaluaties ontbreken, zijn dat het ex ante onderzochte beleid inmiddels van de baan is, of nog in de ontwerpfase verkeert. In sommige gevallen was het waarschijnlijk nog te vroeg voor evaluatie. Lang niet alle latere evaluaties sluiten aan op het ex-anteonderzoek. Wanneer dat wel het geval is, worden voorspellingen soms wel, soms deels en soms niet bevestigd. Aan het belang van zowel ex-ante- als ex-postonderzoek doen deze observaties niet af; bevindingen uit ex-postevaluaties over wat in het verleden of elders gewerkt heeft, zijn een onmisbare bron van kennis voor toekomstig ex-anteonderzoek en daarmee voor beleid en wetgeving.


Dr. C.M. Klein Haarhuis
Dr. C.M. Klein Haarhuis is onderzoeker bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. M. Smit
Dr. M. Smit is afdelingshoofd bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Naar een regelgevingcyclus?

Evaluatie in de Europese Unie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Europese Unie, Better Regulation, impact assessment, ex-postwetsevaluatie
Auteurs Dr. E. Mastenbroek, Prof. dr. A.C.M. Meuwese en S. van Voorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Impact assessments van voorgenomen Europese regelgeving staan al een tijdje in de belangstelling van beleidsmakers en onderzoekers. Dit is ook steeds meer het geval voor Europese ex-postwetsevaluaties, die door de Europese Commissie gezien worden als het sluitstuk van de ‘regelgevingcyclus’ in de Europese Unie. Dit artikel gaat in op de dekkingsgraad en kwaliteit van deze twee typen evaluaties en op de mate waarin zij momenteel op elkaar aansluiten, als noodzakelijke voorwaarden voor een geloofwaardige evidence-based regelgevingcyclus.


Dr. E. Mastenbroek
Dr. E. Mastenbroek is universitair hoofddocent bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. dr. A.C.M. Meuwese
Prof. dr. A.C.M. Meuwese is hoogleraar European and Comparative Public Law aan de Tilburg Law School.

S. van Voorst
S. van Voorst is vanaf 1 september 2014 werkzaam als Promovendus NWO-Onderzoekstalent aan Tilburg University en de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Europese financiële toezichthouders als toonbeeld van evidence-based wetgeven in de EU?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Europese toezichthouders, impact assessments, evidence-based wetgeven, financiële markten, evaluatie
Auteurs Mr. T.J.A. van Golen
SamenvattingAuteursinformatie

    Na de kredietcrisis uit 2008 werden op Europees niveau nieuwe toezichthouders ingesteld die de supervisie over de financiële markten in betere banen moesten leiden. Zoals veel nieuwe regelgeving op Europees niveau ging er ook aan de oprichting een impact assessment vooraf waarbij verschillende beleidsopties vergeleken werden. Niettemin blijkt dat er nog allerlei problemen spelen bij de nieuwe toezichthouders waardoor de vraag opkomt hoe het staat met het evidence-based gehalte van deze politiek gevoelige financiële regelgeving. In deze bijdrage wordt gekeken naar de aanloop naar de wetgeving omtrent de toezichthouders en de evaluatie hiervan door de Europese Commissie en het Europees Parlement. Onduidelijk blijft waarom bepaalde beleidsopties beter worden beoordeeld dan andere mogelijkheden. Het verbeteren van het proces van ex ante en ex post evaluatie zou dan ook een belangrijke bijdrage aan het proces van evidence-based wetgeven kunnen bieden.


Mr. T.J.A. van Golen
Mr. T.J.A. van Golen, docent aan de Universiteit van Tilburg
Toont 1 - 20 van 23 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.