Zoekresultaat: 37 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2016 x Rubriek Article x
Artikel

Omgevingsplanning in Vlaanderen

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden omgevingsrecht, ruimtelijk uitvoeringsplan
Auteurs Dick van Straaten
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel is een onderdeel van het themanummer naar aanleiding van de Vlaams-Nederlandse bijeenkomst over het omgevingsrecht met de titel: ‘Omgevingsrecht in de Lage Landen: Toren van Babel of Tuin der Lusten?’
    De auteur gaat in dit artikel in op de ontwikkeling van de ruimtelijke besluitvorming in Vlaanderen.


Dick van Straaten
Dick van Straaten is adviseur milieueffectrapportage bij het Departement Ruimte Vlaanderen.
Artikel

Omgevingswaarden: waardevol?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden omgevingsrecht, omgevingswaarde, Omgevingswet, milieukwaliteitseis
Auteurs Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel is een onderdeel van het themanummer naar aanleiding van de Vlaams-Nederlandse bijeenkomst over het omgevingsrecht met de titel: ‘Omgevingsrecht in de Lage Landen: Toren van Babel of Tuin der Lusten?’
    In dit artikel gaat de auteur in op milieukwaliteitseisen en de transitie naar omgevingswaarde onder de Omgevingswet.


Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse
Mr. dr. F.A.G. Groothuijse is als universitair hoofddocent Omgevingsrecht verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Versteviging van risicomanagement in het perspectief van de herziening van de Nederlandse Corporate Governance Code

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2016
Trefwoorden risicomanagement, compliance, interne audit, corporate governance, herziening Code
Auteurs Mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaat de auteur in op de voorgestelde wijzigingen van de Nederlandse Corporate Governance Code op het terrein van risicomanagement. De auteur is positief over de voorgestelde wijzigingen. Wel zijn nog enkele verbeteringen mogelijk.


Mr. H. Koster
Mr. H. Koster is verbonden aan het Departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Lozingsactiviteiten in het Besluit activiteiten leefomgeving

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden Omgevingswet, Waterwet, Bal, lozen
Auteurs Mr. Z. (Zinzi) Aben LL.Mleg en Mr. ir. S. (Simon) Handgraaf
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs het kader voor lozingen na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarbij wordt ingegaan op het nieuwe begrip ‘de lozingsactiviteit’ en de overige relevante bepalingen in het Besluit activiteiten leefomgeving.


Mr. Z. (Zinzi) Aben LL.Mleg
Mr. Z. Aben, LL.Mleg is wetgevingsjurist bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Mr. ir. S. (Simon) Handgraaf
Mr. ir. S. Handgraaf is mede-eigenaar van Colibri Advies BV en werkt in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu aan de stelselherziening omgevingsrecht.
Artikel

Is de motie een nuttig instrument voor de aandeelhouder van een beursvennootschap naast en in aanvulling op het agenderingsrecht ex artikel 2:114a BW?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2016
Trefwoorden motie, agenderingsrecht, artikel 2:114a BW, agendapunt, Fugro/Boskalis
Auteurs Mr. L. Stoppels en Mr. drs. J. van Bekkum
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de Boskalis/Fugro-zaak stellen de auteurs in dit artikel de vraag of de zogenoemde ‘motie’ in de praktijk voor aandeelhouders van beursvennootschappen een nuttig instrument kan zijn om standpunten van de algemene vergadering onder de aandacht van het bestuur en de RvC te brengen.


Mr. L. Stoppels
Mr. L. Stoppels is advocaat te Amsterdam bij Lemstra Van der Korst.

Mr. drs. J. van Bekkum
Mr. drs. J. van Bekkum is advocaat te Amsterdam bij Lemstra Van der Korst en tevens verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming & Recht/Van der Heijden Instituut, Radboud Universiteit Nijmegen.

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de mogelijkheden om bekostigde hoger onderwijsinstellingen onder de reikwijdte van de Wet Markt en Overheid te brengen.


Ali Mohammad
Mr. A.H.A. Mohammad is promovendus staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden. Zijn promotieonderzoek naar de juridische mogelijkheden en grenzen van het academisch ondernemerschap wordt door NWO gefinancierd.
Artikel

Wetenschappelijk onderzoek na overlijden: goed geregeld?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden Wetenschappelijk onderzoek, Overlijden, Gegevens, Lichaamsmateriaal, Artikel 7:458 BW
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem en Prof. mr. J.C.J. Dute
SamenvattingAuteursinformatie

    De regulering van het gebruik van gegevens en lichaamsmateriaal voor medisch-wetenschappelijk onderzoek nadat de patiënt is overleden, vertoont lacunes. Voor gegevens zijn de artikelen 7:457 eerste lid en 7:458 BW richtinggevend. Voor lichaamsmateriaal wordt een toegespitste regeling node gemist. Voor obductie en ontleding in het belang van de wetenschap zou de wet nadere voorwaarden moeten stellen.


Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/ docent gezondheidsrecht bij het AMC/Universiteit van Amsterdam, en lid van de redactie van dit tijdschrift.

Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Radboud Universiteit te Nijmegen, en lid van de redactie van dit tijdschrift.

    In dit artikel volgt allereerst een korte terugblik op de behandeling in de Eerste Kamer. Wat waren de belangrijkste thema’s en wat zijn de gevolgen voor de andere onderdelen van de stelselherziening? Voor de inwerkingtreding van het nieuwe stelsel zullen nog vele stappen worden gezet. Het tweede deel van het artikel bevat een vooruitblik op het vervolg van de stelselherziening. Wat gebeurt er de komende tijd rondom de aanvullingswetten, de invoeringswet en de AMvB’s?


Mr. H.W. (Wilco) de Vos
Mr. H.W. de Vos is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en is als juridisch projectleider betrokken bij de totstandkoming van de Omgevingswet.
Artikel

De stand van de stelselherziening: brede betrokkenheid bij de uitwerking van de Omgevingswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden omgevingsrecht, Omgevingswet, stelselherziening
Auteurs Mr. H.W. (Wilco) de Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de stand van zaken van de stelselherziening van het omgevingsrecht gegeven tot de publicatie van de ontwerp-AMvB’s.


Mr. H.W. (Wilco) de Vos
Mr. H.W. de Vos is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en is als juridisch projectleider betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe omgevingswetgeving.
Artikel

Detailhandel en de provinciale verordening: grenzen overschreden?!

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden omgevingsrecht, ruimtelijke ordening, Dienstenrichtlijn
Auteurs Mr. H. (Hans) Koolen
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat in op één specifieke instructieregel in de Verordening ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland, te weten art. 2.1.4 VR. Deze regel ziet op de vestigingsmogelijkheden van detailhandel in Zuid-Holland. Art. 2.1.4 VR staat al enige tijd in de belangstelling. Het is onderwerp van een aantal procedures bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over reactieve aanwijzingen ex art. 3.8 lid 6 Wro en de weigering van een ontheffing ex art. 4.1a Wro. De regeling staat ook in de belangstelling in verband met de vraag hoe dit artikel zich verhoudt tot de eisen van het Unierecht, de vraag of het voortvloeit uit dwingende redenen van algemeen belang, de vraag of het geschikt, evenredig en noodzakelijk is om ruimtelijke doelstellingen te bereiken, en tot slot de vraag of het kan worden geacht ruimtelijke en provinciaal noodzakelijke belangen te dienen.


Mr. H. (Hans) Koolen
Mr. H. Koolen is advocaat bij de maatschap Gijs Heutink Advocaten te Amsterdam.
Artikel

De Wet raadgevend referendum in de praktijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden Wet raadgevend referendum, referendabiliteit, artikel 12 Wrr, spoedprocedure, Oekraïne-referendum
Auteurs Mr. L.H.M. Weesing-Loeber en Mr. H.M.B. Breunese
SamenvattingAuteursinformatie

    Iets meer dan een jaar geleden is de Wet raadgevend referendum (Wrr) in werking getreden. In dit artikel wordt teruggekeken op dat jaar. Allereerst wordt kort de systematiek van de Wrr uiteengezet. Daarna wordt bezien hoe de wetgever omgaat met de referendabiliteit van wetten en het gebruik van de spoedprocedure uit artikel 12 Wrr. De bijdrage beschrijft tevens in hoeveel gevallen er daadwerkelijk verzoeken tot het houden van een referendum zijn gedaan. Ten slotte gaat het artikel in op de praktische lessen die geleerd kunnen worden van het eerste referendum dat op grond van deze wet is gehouden en op de suggesties die zijn gedaan om de Wrr aan te passen.


Mr. L.H.M. Weesing-Loeber
Mr. L.H.M. (Leontine) Weesing-Loeber is werkzaam bij de directie Advisering van de Raad van State.

Mr. H.M.B. Breunese
Mr. H.M.B. (Henk-Martijn) Breunese is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Meer zeggenschap van burgers en organisaties over regulering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden zeggenschap, burgers, reguleringsstijlen, internetconsultatie
Auteurs Dr. A.M. Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    De centrale vraag in dit artikel is hoe de wetgever de zeggenschap van burgers, organisaties en belanghebbenden kan versterken en onbedoelde gevolgen van technocratie daarbij kan tegengaan. De inzet van alternatieve reguleringsstijlen, zoals beter reguleren, verbetert de kwaliteit van regelgeving. Zo maakt internetconsultatie het wetgevingsproces transparanter en responsiever, maar door het beperkte bereik neemt de collectieve zeggenschap van burgers er niet substantieel door toe. Dereguleren lijkt zoals beoogd de individuele zeggenschap van belanghebbenden te versterken. Maar niet iedereen waardeert die individuele zeggenschap evenzeer of kan er even goed mee omgaan. Om sociale zeggenschap van organisaties te versterken zet de overheid in op meer ruimte voor co- en zelfregulering. Het verschilt sterk per dossier in hoeverre de sociale zeggenschap is toegenomen. Als onbedoeld gevolg blijkt bij alternatieve reguleringsstijlen dat technocraten zoals toezichthouders in het gat springen dat de wetgever achterlaat. Vervolgens kan het parlement als medewetgever met een initiatiefwet proberen om de autonomie van burgers, organisaties en belanghebbenden te bewaken, zoals geïllustreerd wordt met de casus van de initiatiefwet Bisschop. Deze casus roept wel de vraag op of de regering en het parlement niet systematischer kunnen reflecteren op de (dis)balans tussen participatieve, technocratische en representatieve democratie.


Dr. A.M. Bokhorst
Dr. A.M. (Meike) Bokhorst is senior wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en associate researcher bij Institutions for Open Societies van de Universiteit Utrecht. Ze werkte eerder als programmasecretaris Bruikbare rechtsorde bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Artikel

De Eerste Kamer had het laatste woord

Over het interactieve totstandkomingsproces van STROOM en de behandeling in de Staten-Generaal

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden STROOM, horizontale beleidsvorming, wetgevingsproces, wetsbehandeling
Auteurs mr. J.B. van Beuningen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 22 december 2015 werd het wetsvoorstel STROOM verworpen door de Eerste Kamer. Het voorstel betrof een herziening van de Gaswet en de Elektriciteitswet 1998, gaf uitvoering aan het Energieakkoord en zou ondersteuning bieden aan de energietransitie. Dit artikel beschrijft het intensieve totstandkomingsproces van het wetsvoorstel dat werd ingericht met transparantie en interactie als uitgangspunten en beschrijft het parlementaire proces dat met STROOM doorlopen werd. Het doel van het totstandkomingsproces was om via horizontale beleidsvorming te komen tot een solide wetsvoorstel, dat door partijen gedragen werd en waarmee het noodzakelijk vertrouwen tussen partijen onderling en in hun verhouding tot de overheid werd hersteld. Uiteindelijk lag er een goed en gedragen wetsvoorstel in de Tweede Kamer, een fair deal, waarbij men op individuele punten had ingeleverd ten behoeve van een groter doel: de energietransitie. Het parlement had echter relatief weinig oog voor de nieuwe beleidsvoornemens, maar focuste zich op de splitsing van de energiebedrijven, een onderwerp dat geen onderdeel had uitgemaakt van het voorbereidingsproces, omdat over de splitsing rechtszaken werden gevoerd. Uiteindelijk is omwille van de splitsing het wetsvoorstel met één stem verschil verworpen. Een onbevredigende uitkomst: de energietransitie liep vertraging op en de splitsingsbepalingen bleven onverkort van toepassing. Hoe kon dat gebeuren?


mr. J.B. van Beuningen
Mr. J.B. (Jan) van Beuningen is werkzaam bij het ministerie van Economische Zaken als clusterleider Gasmarkt en Gasgebouw. Van 2011 tot mei 2015 was hij als projectleider vanuit de directie Wetgeving en Juridische Zaken betrokken bij STROOM.
Artikel

Loyaliteitsdividend, bijzondere stemrechtaandelen en de positie van minderheidsaandeelhouders

Midstream or IPO introduction, that’s the question

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden bijzondere stemrechtaandelen, loyaliteitsaandelen, corporate governance, enquêterecht, minderheidsaandeelhouders
Auteurs Mr. drs. A.A. Bootsma
SamenvattingAuteursinformatie

    De recentelijke invoering van bijzondere stemrechtaandelen wordt vergeleken met het bij DSM voorgestelde loyaliteitsdividend. Het loyaliteitsdividend werd midstream – door statutenwijziging bij een bestaande beurs-NV met zittende publieke aandeelhouders – voorgesteld. De bijzondere stemrechtaandelen zijn voorafgaand aan een beursgang (IPO) van een nieuwe (holding)vennootschap ingevoerd. Dit verschil werkt door in de positie van minderheidsaandeelhouders. Tegen deze achtergrond wordt ingegaan op de Eumedion-voorstellen voor regulering van bijzondere stemrechtaandelen.


Mr. drs. A.A. Bootsma
Mr. drs. A.A. Bootsma is werkzaam als promovendus bij Erasmus School of Law en verbonden aan het Instituut voor Ondernemingsrecht (IvO) en het IvO Center for Financial Law & Governance (ICFG).
Artikel

De rol van het Europees Parlement in de EU-procedure voor het sluiten van internationale overeenkomsten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden Europees Parlement, internationale overeenkomsten, gemeenschappelijk buitenlands veiligsheidsbeleid
Auteurs Mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon wordt het Hof van Justitie zeer regelmatig verzocht de in artikel 218 VWEU verankerde procedure voor het sluiten namens de EU van internationale overeenkomsten met derde staten of andere internationale organisaties te verduidelijken. In de in deze bijdrage te bespreken twee arresten doet het Hof van Justitie dat wat betreft twee aspecten van de procedure. Het eerste betreft de bevoegdheden van het Parlement bij het sluiten van (GBVB-)overeenkomsten, het tweede de omvang van de plicht van de Raad het Parlement in iedere fase van de procedure onverwijld en ten volle te informeren.
    HvJ 14 juni 2016, zaak C-263/14, Parlement/Raad (Tanzania), ECLI:EU:C:2016:435
    HvJ 24 juni 2014, zaak C-658/11, Parlement/Raad (Mauritius), ECLI:EU:C:2014:2025


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. (Anne Pieter) van der Mei is als universitair hoofddocent verbonden aan het Maastricht Center for European law (MCEL), Universiteit Maastricht.
Artikel

De invloed van niet-rechtstreeks werkende grondrechtelijke verdragsbepalingen en de wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2016
Trefwoorden niet-rechtstreeks werkende verdragsbepalingen, sociaal-economische rechten, interpretatie van grondrechtelijke verdragsbepalingen, proportionaliteitvereiste
Auteurs Mr. dr. A.E.M. Leijten
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat centraal hoe niet-rechtstreeks werkende verdragsbepalingen doorwerken in wetgeving. Dergelijke bepalingen komen in allerlei soorten en maten voor en in deze bijdrage gaat het om de grondrechtelijke soort, die vaak zogenaamde sociaal-economische rechten betreffen. Het blijkt dat, hoewel dergelijke bepalingen niet direct doorwerken in de Nederlandse rechtsorde, zij toch hun invloed daarop uitoefenen. Ook de wetgever dient zich rekenschap te geven van dergelijke verdragsbepalingen, omdat het sluiten van een verdrag verplichtingen met zich brengt. In deze bijdrage wordt de wetgever een aantal handvatten aangereikt waar hij rekening mee moet houden. Proportionaliteit speelt hierbij een belangrijke rol. Tot slot wordt de relatie tussen wetgever en rechter in deze context beschreven, met name hoe de competentie tussen beide staatsmachten dient te worden afgebakend.


Mr. dr. A.E.M. Leijten
Mr. dr. A.E.M. (Ingrid) Leijten LL.M. is als universitair docent verbonden aan de Afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Leiden
Artikel

Naar een duurzame warmtevoorziening

Recente ontwikkelingen en knelpunten

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2016
Trefwoorden energietransitie, duurzame warmte, Warmtewet, geothermie, netbeheer
Auteurs Mr. S. Simonetti
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel beschrijft recente ontwikkelingen en stimuleringsmaatregelen met betrekking tot warmtenetten en duurzame warmteprojecten, waaronder geothermie. Hierbij komen juridische knelpunten aan de orde die van belang zijn voor projectontwikkelaars, financiers, netbeheerders, leveranciers en afnemers. De auteur gaat ook in op wetsvoorstellen voor herziening van de Warmtewet en Wet Voortgang Energietransitie.


Mr. S. Simonetti
Mr. S. Simonetti is advocaat en director energy & sustainability bij HVG Advocaten en Notarissen in Amsterdam.
Artikel

Balanceren tussen een taakverdeling en collegialiteit binnen de raad

De verhouding tussen auditcommissieleden en overige commissarissen bezien in het licht van geagendeerde wet- en regelgeving

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2016
Trefwoorden vennootschapsrecht, auditcommissie, raad van commissarissen, bestuurdersaansprakelijkheid, collegiaal bestuur
Auteurs Mr. drs. L. in ’t Veld
SamenvattingAuteursinformatie

    De auditcommissie heeft een vaste positie verworven binnen het Nederlandse vennootschapsrecht. Recente ontwikkelingen accentueren de onduidelijkheid die bestaat over de verhouding tussen auditcommissieleden en overige leden van de raad. De auteur meent dat het evenwicht dient te worden bewaakt tussen een ver(der)gaande taakverdeling en het beginsel van collegialiteit binnen de raad.


Mr. drs. L. in ’t Veld
Mr. drs. L. in ’t Veld is als wetenschappelijk docent en onderzoeker verbonden aan Erasmus School of Law en verbonden aan het Instituut voor Ondernemingsrecht (IvO) en het IvO Center for Financial Law & Governance (ICFG).
Artikel

Het Commissiepakket ‘betere regelgeving voor betere resultaten’ en het nieuwe Interinstitutioneel Akkoord beter wetgeven: Too little, too late?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden betere regelgeving, betere wetgeving, interinstitutionele verhoudingen, gedeelde verantwoordelijkheid
Auteurs Prof. mr. L.A.J. Senden
SamenvattingAuteursinformatie

    De EU krijgt nog steeds veelal gestalte via de uitoefening van de wetgevende bevoegdheden die ze in de loop der tijd heeft gekregen. De toenemende kritische houding van de burger tegenover de Unie – niet alleen in het Verenigd Koninkrijk, maar ook elders – heeft druk gezet op zowel de lidstaten als de Europese instellingen om de manier waarop die bevoegdheden worden uitgeoefend opnieuw te doordenken. Als zodanig kan de hernieuwde focus op ‘betere regelgeving’ goed worden begrepen. Het nieuwe Uniebeleid roept echter wel de vraag op, betere regelgeving voor wie? Die vraag heeft na het Britse ‘nee’ tegen het Unielidmaatschap nog meer lading gekregen.
    BR-Mededeling (COM (2015)215 final), BR-richtsnoeren (SWD (2015)111 final), REFIT (SWD (2015)110 final), Interinstitutioneel Akkoord, PbEU2016, L 123.


Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. (Linda) Senden is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het RENFORCE onderzoekscentrum. Ook is zij redactielid van NtEr.

    Dit artikel is voor een groot deel gelijk aan de tekst van de inaugurele rede die de auteur uitsprak op 4 april 2016 bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Mededingingsrecht.


Anna Gerbrandy
Prof. mr. A. Gerbrandy is hoogleraar Mededingingsrecht aan de Universiteit Utrecht. Dit artikel is voor een groot deel gelijk aan de tekst van de inaugurele rede die zij uitsprak op 4 april 2016 bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Mededingingsrecht. Laurens van Kreij wordt hartelijk bedankt voor zijn hulp bij het omwerken van de oratietekst naar deze publicatie.
Toont 1 - 20 van 37 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.