Zoekresultaat: 47 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2015 x Rubriek Article x
Artikel

Rechtseenheid binnen het Koninkrijk: kiezen tussen drie kwaden

Het is niet zo democratisch of het werkt niet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2015
Trefwoorden consensusrijkswetgeving, concordantie, eenvormigheid, democratische legitimatie
Auteurs Mr. H.R. Schouten en Mr. C.C. van Niel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt besproken op welke manieren binnen het Koninkrijk der Nederlanden eenheid kan worden bevorderd tussen de rechtsordes van de vier landen (Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten). De eerste vorm die wordt besproken, zijn onderlinge regelingen, met name consensusrijkswetgeving. Onderwerpen die in beginsel door de landen zelf worden geregeld, worden in dit geval door de landen gezamenlijk geregeld in rijkswetgeving. De tweede vorm is eenvormigheid, waarbij via een speciaal vastgestelde procedure wordt bevorderd dat wetgeving van de landen naar de letter hetzelfde is. De derde vorm is concordantie. Ook hier is van belang dat wetgeving van de landen zo veel mogelijk hetzelfde luidt, maar in tegenstelling tot eenvormigheid hoeft wetgeving hier niet naar de letter hetzelfde te luiden. De auteurs betogen dat deze vormen van rechtseenheid ofwel niet effectief zijn, ofwel dat vragen kunnen worden gesteld bij de betrokkenheid van de respectievelijke parlementen, met name die van de Caribische landen. Dit laatste aspect blijft volgens de auteurs in het artikel van Stip en Zijlstra in deze aflevering van RegelMaat onderbelicht, waar zij het hebben over rechtseenheid tussen rechtsordes. Tevens wordt in de bijdrage een verband gelegd tussen de ingewikkelde procedures voor de totstandkoming van consensusrijkswetgeving, eenvormige landsverordeningen en concordante wetgeving en het gebrek aan effectiviteit van deze instrumenten.


Mr. H.R. Schouten
Mr. H.R. Schouten was tot 1 juni 2014 wetgevingsjurist bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en is sinds die datum werkzaam bij het ministerie van Financiën. Zij was tot 1 februari 2015 redactiesecretaris van RegelMaat.

Mr. C.C. van Niel
Mr. C.C. van Niel is wetgevingsjurist bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en redactiesecretaris van RegelMaat.

    Deze bijdrage gaat over de verschillen tussen de enquêteprocedure als verzoekschriftprocedure en het kort geding als dagvaardingsprocedure. In beide procedures kunnen voorlopige ordemaatregelen worden verkregen, maar er bestaan belangrijke verschillen. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld het belang dat in de procedure centraal staat alsmede de rol die belanghebbenden spelen.


Mr. B. Kemp
Mr. B. Kemp is advocaat bij DVDW Advocaten te Den Haag, als universitair docent verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, research fellow bij het Institute for Corporate Law, Governance and Innovation Policies (ICGI) van de Universiteit Maastricht.
Artikel

Het voorontwerp van de implementatiewet richtlijn privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2015
Trefwoorden privaatrechtelijke handhaving, Europees mededingingsrecht, schadevergoeding, inbreuk op het mededingingsrecht
Auteurs Mr. dr. E.J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    Het voorontwerp van de implementatiewet richtlijn privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht is ter consultatie gepubliceerd. Het voorontwerp strekt tot omzetting van de richtlijn privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht. In deze bijdrage bespreekt de auteur aan de hand van het voorontwerp de voorgestelde wijzigingen in het BW en Rv.


Mr. dr. E.J. Zippro
Mr. dr. E.J. Zippro is advocaat bij ZIPPRO & MEIJER Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Invordering dwangsommen

Tijdschrift StAB, Aflevering 4 2015
Auteurs Peter Cup

Peter Cup
Artikel

Ontbinding of opzegging van de huurovereenkomst wegens wanbetaling

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Huurovereenkomst, Huur woonruimte, Beëindiging wegens huurachterstand, Drie maanden
Auteurs Mr. W.J. Noordhuizen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deel 12 van de Studiereeks Nederlands-Antilliaans en Arubaans Recht (SNAAR), over het Nederlands-Caribisch huurrecht, werd opgemerkt dat een huurachterstand van ten minste drie maanden, waarbij op korte termijn geen concreet zicht bestaat op volledige afbetaling van het openstaande bedrag, doorgaans voldoende is om de huur te beëindigen. Een dergelijke vooropstelling komt men in de rechtspraak wel tegen. In de praktijk kan het door de verschillende procedures die aan ontruiming voorafgaan (doorgaans) meer dan drie maanden duren voordat de verhuurder weer over de woonruimte kan beschikken. Tijdens het wetgevingsproces zijn daarover in Sint Maarten vragen gesteld. Waar komt die driemaandentermijn vandaan? En is die (nog) wel gerechtvaardigd?


Mr. W.J. Noordhuizen
Mr. W.J. Noordhuizen is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en als zodanig werkzaam bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba. Het artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

De regisserende zaaksrechter: de regierol van de rechter volgens KEI

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden zaaksrechter, KEI, regierol, casemanagement
Auteurs Prof. mr. J.D.A. den Tonkelaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat wetsvoorstel 34059 bedoelt met de regierol van de rechter werkt door bij het opstellen van procesreglementen en het doordenken van werkprocessen zoals dat nu in het project KEI gebeurt. De opvatting over de regierol die het wetsvoorstel uitdraagt, plaatst de zaaksrechter, die zo vroeg als mogelijk is bij de behandeling van de zaak wordt betrokken, op de voorgrond. Dit eist een andere aanpak van zaken dan tot nu toe bij veel gerechten gebruikelijk is.


Prof. mr. J.D.A. den Tonkelaar
Prof. mr. J.D.A. den Tonkelaar is senior rechter inhoudelijk bij Rechtbank Gelderland en hoogleraar Rechtspraak aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Internationaal procederen

Verslag van de voorjaarsvergadering 2015 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Auteurs Mr. J.J. Dammingh en Mr. L.M. van den Berg
Auteursinformatie

Mr. J.J. Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. L.M. van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is senior juridisch medewerker in de Rechtbank Gelderland en tevens verbonden aan de sectie burgerlijk (proces)recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De positie van de aandeelhouder bij een gedwongen omzetting van schuld in aandelenkapitaal buiten insolventie

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2015
Trefwoorden herstructurering, dwangakkoord, enquêteprocedure, debt for equity swap
Auteurs Mr. G.J.L. Bergervoet
SamenvattingAuteursinformatie

    Het omzetten van schuld in aandelenkapitaal, of een debt for equity swap, kan een manier zijn om een onderneming succesvol financieel te herstructureren. In deze bijdrage wordt ingegaan op de mogelijkheden voorschuldeisers om buiten insolventie de zittende aandeelhouder te dwingen medewerking te verlenen aan een omzetting van schuld in aandelenkapitaal.


Mr. G.J.L. Bergervoet
Mr. G.J.L. Bergervoet is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam en is daarnaast als fellow verbonden aan het Onderzoekcentrum voor Onderneming & Recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

    Hoe zou het toch komen dat feitenrechters al zo vaak zijn teruggeroepen door de Hoge Raad omdat ze te streng zijn geweest bij de beoordeling of een schriftelijke mededeling van de schuldeiser kan worden aangemerkt als een stuitingsbrief in de zin van art. 3:317 BW? Die vraag staat in deze bijdrage centraal.


Mr. E.M. van Orsouw
Mr. E.M. van Orsouw is partner bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

Het procedurele mijnenveld van het ontslag op staande voet

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Ontslag op staande voet, Wwz, Kort geding, Voorwaardelijke ontbinding, Samenloop
Auteurs Mr. dr. F.G. Laagland

Mr. dr. F.G. Laagland

Daan Asser
Prof. dr. W.D.H. Asser is hoogleraar burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Leiden en oudraadsheer in de Hoge Raad.
Artikel

Kunnen twee sets algemene voorwaarden cumulatief van toepassing zijn?

Over het verschil tussen een alternatieve dubbele verwijzing (Visser/Avéro-regel) en een cumulatieve dubbele verwijzing (Haviltex-regel) naar aanleiding van ForFarmers/Doens

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden algemene voorwaarden, toepasselijkheid, alternatieve (dubbele) verwijzing, cumulatieve (dubbele) verwijzing, toepasselijkheid meerdere sets algemene voorwaarden
Auteurs Mr. S.M. Lankhaar en Mr. dr. E.-J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    In Visser/Avéro oordeelde de Hoge Raad dat in een geval waarin twee sets algemene voorwaarden alternatief van toepassing zijn verklaard (‘óf-óf’), geen van deze sets deel uitmaakt van de overeenkomst indien niet is aangegeven welke van de sets in het gegeven geval van toepassing zal zijn. In ForFarmers/Doens heeft de Hoge Raad de vraag beantwoord of de Visser/Avéro-regel ook van toepassing is bij een cumulatieve dubbele verwijzing (‘én-én’).


Mr. S.M. Lankhaar
Mr. S.M. Lankhaar is als stafjurist verbonden aan de Rechtbank Rotterdam, afdeling Privaatrecht (Haven en handel).

Mr. dr. E.-J. Zippro
Mr. dr. E.-J. Zippro is advocaat bij ZIPPRO & MEIJER Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Consequenties van beslag bij complexgewijze overdracht van vastgoed

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden beslag, vastgoedtransactie, zorgplicht notaris, notary letter
Auteurs Mr. M.M.G.B. van Drunen
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij vastgoedtransacties wordt regelmatig een groot aantal registergoederen overgedragen. Wat zijn de consequenties van een beslag op een deel van de registergoederen? De auteur betoogt dat de zorgplicht van de notaris vereist dat deze aandacht besteedt aan de mogelijkheid dat op een deel van de registergoederen beslag wordt gelegd.


Mr. M.M.G.B. van Drunen
Mr. M.M.G.B. van Drunen is kandidaat-notaris bij De Brauw Blackstone Westbroek en als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.
Artikel

Zaaien en oogsten bij enquêteprocedures

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden onderzoeksverslag, Ondernemingskamer, Fortis, aansprakelijkheidsprocedures, enquêterecht
Auteurs Mr. F.G.K. Overkleeft
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in deze bijdrage in op het onderzoeksverslag als sluitstuk van de eerste fase bij de Ondernemingskamer. Wie heeft recht op inzage? En wanneer is het toegestaan mededelingen uit het onderzoeksverslag aan derden te doen? De auteur komt tevens met aanbevelingen om een onredelijke informatieasymmetrie in opvolgende civiele aansprakelijkheidsprocedures te voorkomen.


Mr. F.G.K. Overkleeft
Mr. F.G.K. Overkleeft is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

De rechterlijke lijdelijkheid in rook opgegaan? De ambtshalve toepassing van de consumentenkoopregels nader toegelicht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden consumentenkoop, ambtshalve toetsing, gemengde overeenkomsten, klachtplicht, bewijsvermoeden
Auteurs Mr. dr. A.G.F. Ancery en Mr. dr. drs. C.M.D.S. Pavillon
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent heeft het HvJ vragen over consumentenkoop beantwoord. Deze bijdrage bespreekt de rol van de rechter bij de kwalificatie van de overeenkomst en de vraag wie als consument wordt aangemerkt. Daarnaast wordt ingegaan op de stelplicht en bewijslast bij de klachtplicht en het bewijsvermoeden van art. 7:18 lid 2 BW.


Mr. dr. A.G.F. Ancery
Mr. dr. A.G.F. Ancery is gerechtsauditeur bij de Hoge Raad der Nederlanden, universitair docent privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en redacteur van dit tijdschrift.

Mr. dr. drs. C.M.D.S. Pavillon
Mr. dr. drs. C.M.D.S. Pavillon is universitair docent privaatrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Vijf jaar deelgeschilprocedure – een evaluatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2015
Trefwoorden deelgeschilprocedure, onderzoeksrapport, deeltjesversneller in het recht, Wesselink, uniformiteit
Auteurs Mr. S.J. de Groot en Mr. J.E. van Oers
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken de belangrijkste bevindingen uit het onderzoeksrapport ‘Deeltjesversneller in het recht’ over de deelgeschilprocedure. Bekeken is of de bevindingen uit het rapport overeenkomen met de literatuur en verschenen rechtspraak in deelgeschilprocedures. In aanvulling daarop analyseerden zij de 65 gepubliceerde deelgeschiluitspraken over de periode na het door Wesselink uitgevoerde onderzoek. Besproken wordt of de door Wesselink geconstateerde ontwikkelingen zich ook in de rechtspraak na de onderzoeksperiode blijven doorzetten.


Mr. S.J. de Groot
Mr. S.J. de Groot is advocaat bij SAP Letselschade Advocaten te Amersfoort.

Mr. J.E. van Oers
Mr. J.E. van Oers is advocaat bij SAP Letselschade Advocaten te Amersfoort.
Artikel

De invloed van Europees recht op alternatieve wijzen van geschillenbeslechting (ADR)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2015
Trefwoorden Europees consumentenrecht, ADR, ambtshalve toepassing, toetsing
Auteurs Mr. drs. I. Brand
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de doorwerking van Europees consumentenrecht in ADR-procedures aan de hand van het arrest Heesakkers/Voets (NJ 2014/274). Vastgesteld wordt dat de rechterlijke controle op de handhaving van het Europees consumentenrecht in ADR-procedures is uitgebreid. Ook buitengerechtelijke geschillenbeslechters dienen (ambtshalve) toepassing te geven aan Europese consumentbeschermende bepalingen.


Mr. drs. I. Brand
Mr. drs. I. Brand is rechter in de Rechtbank Den Haag.
Artikel

Vorderingen in b2c-verstekken: toetsen of toewijzen?

Ambtshalve toetsen op grond van Heesakkers/Voets, de waarheidsplicht en art. 139 Rv

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2015
Trefwoorden ambtshalve toetsing, Verstek, Consumentenrecht, oneerlijke bedingen, Waarheidsplicht
Auteurs Mr. C.J-A. Seinen en mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook in verstekzaken tussen een professionele eiser en een gedaagde consument zal de civiele rechter ambtshalve moeten toetsen of de vordering (deels) berust op een beding dat dwingendrechtelijke consumentenbeschermende bepalingen schendt. De auteurs schetsen het toetsingskader in het licht van art. 139 Rv. Nu verstekzaken het leeuwendeel van de civiele zaken vormen, kan de plicht tot ambtshalve toetsing tot veel extra werk, kosten en vertraging leiden. De auteurs stellen voor om in verstekzaken een op de waarheidsplicht geënt standaardformulier te gebruiken dat recht doet aan zowel de openbare belangen van consumentenbescherming, waarheidsvinding en efficiënte inzet van overheidsmiddelen als het particuliere belang van efficiënte incasso.


Mr. C.J-A. Seinen
Mr. C.J-A. Seinen is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en gastonderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam

mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en universitair docent burgerlijk procesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen
Artikel

De procesovereenkomst

Bespreking van de dissertatie van Marte Knigge

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2015
Auteurs Prof. mr. W.D.H. Asser
Auteursinformatie

Prof. mr. W.D.H. Asser
Prof. mr. W.D.H. Asser is hoogleraar burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Leiden en oud-raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden.

    Op 11 februari 2015 heeft het Comité van Ministers van de Raad van Europa de Recommendation on preventing and resolving disputes on child relocation aangenomen. Dit is het eerste Europese instrument over het verhuizen met kinderen na scheiding. De Recommendation heeft een duidelijk tweeledig doel: het voorkomen van conflicten over verhuizingen met kinderen en, indien een conflict is gerezen, het bieden van richtsnoeren voor het oplossen daarvan. In deze bijdrage staan in de eerste plaats de inhoud van de Recommendation en de daarbij gemaakte keuzes centraal. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag wat deze Recommendation kan betekenen voor het Nederlandse recht en de toepassing daarvan in verhuiszaken. In de Recommendation worden enige, naar het oordeel van de auteur verstandige keuzes gemaakt. Zo verdient het stevig inzetten op alternatieve geschiloplossing steun. Daarnaast is de aanbevolen afzonderlijke beoordeling van het belang van het kind, zonder dat dit belang echter de doorslag hoeft te geven, in overeenstemming met vaste rechtspraak van de Hoge Raad in verhuiszaken. Ook het pleidooi voor een neutrale, kind-gecentreerde, casuïstische benadering door de rechter strookt met de wijze waarop Nederlandse rechters tot hun beslissingen in verhuiszaken komen. Specifieke verhuiswetgeving op deze punten, zoals de Recommendation voorstelt, acht de auteur dan ook niet nodig. Wel zou de wettelijke verankering van de in de Recommendation voorgestelde formele notificatieplicht kunnen bijdragen aan het voorkomen van verhuisconflicten. Krachtens deze plicht dient de ouder met een verhuiswens de andere ouder – schriftelijk en binnen een redelijke termijn – te informeren over de voorgenomen verhuizing. Hoewel de verwachtingen van het daadwerkelijke effect van de Recommendation als niet-bindend instrument niet al te hoog gespannen moeten zijn, draagt deze bij aan de erkenning van verhuizing met kinderen als een (hoog)potentieel conflictueuze aangelegenheid.
    On the 11th February 2015 the Committee of Ministers of the Council of Europe adopted the Recommendation on preventing and resolving disputes on child relocation. This is the first European instrument on child relocation. The aim of the Recommendation is twofold: preventing relocation disputes, and in case of a dispute, providing guidelines for solving them. This contribution firstly intends to examine the principles of the Recommendation and the choices that has been made during the drafting process. Secondly, it will look at the question of to what extent the Recommendation could lead to any adjustments of Dutch law and its application in relocation cases. In the opinion of the author, a number of prudent choices have been made in the Recommendation. In the first place, the encouragement of alternative dispute resolution ought to be supported. Secondly, the recommended individual and separate assessment of the best interests of the child (whose interests are, however, not decisive) is in accordance with the case law of the Supreme Court of the Netherlands in relocation cases. The plea for a neutral, child centered, case-by-case approach by the court is also consistent with the way in which Dutch courts make their decisions in relocation cases. Specific relocation legislation in this regard is not necessary in the opinion of the author. However, a legislative provision requiring the relocating parent to inform the other parent prior to the intended relocation might contribute to the prevention of disputes on child relocation. Although expectations concerning the actual effect of the Recommendation as a non-binding instrument should not be too high, it nevertheless contributes to the recognition of child relocation as an issue with a high potential for conflict.


Prof. mr. Lieke Coenraad
Prof. mr. Lieke Coenraad is Professor of Private Law and Dispute Resolution at the law faculty of VU University Amsterdam. She is also deputy judge at the Court of Appeal of Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 47 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.