Zoekresultaat: 16 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2014 x Rubriek Article x
Artikel

Causaal verband in whiplashzaken: een beschouwing vanuit juridisch en medisch perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden whiplash, causaal verband, schade, letselschadeclaim, juridisch perspectief, medisch perspectief
Auteurs Mr. P. Oskam en Drs. A.M. Reitsma
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de recente rechtspraak in whiplashzaken besproken. De huidige lijn in de rechtspraak wordt vervolgens zowel vanuit juridisch als vanuit medisch perspectief belicht, waarbij onder meer aandacht wordt besteed aan de richtlijnen van de NVN en de behandelbaarheid van subjectieve gezondheidsklachten. De auteurs gaan onder meer in op de vragen of de huidige lijn in de rechtspraak wel een gewenste ontwikkeling is en of de rechter niet te veel zijn eigen (niet medische onderbouwde) weg gaat in whiplashzaken. De auteurs pleiten voor het aannemen van een beperkte looptijd in whiplashzaken.


Mr. P. Oskam
Mevr. mr. P. Oskam is advocaat bij Kennedy Van der Laan Advocaten te Amsterdam.

Drs. A.M. Reitsma
Mevr. drs. A.M. Reitsma MD, Master of Biomedical Ethics, is medisch adviseur van ASR Schadeverzekering N.V.
Artikel

Internationale verkeersongevallen. Waarom niet alle wegen leiden naar Rome

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden internationale verkeersongevallen, Haags Verkeersongevallenverdrag, Rome II-verordening, grensoverschrijdende verkeersongevallen, internationaal privaatrecht
Auteurs Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij internationale verkeersongevallen in Europa wordt het toepasselijk recht bepaald aan de hand van ofwel het Haags Verkeersongevallenverdrag ofwel Rome II, afhankelijk in welk land een procedure wordt gestart. In deze bijdrage worden de verschillen tussen Rome II en het Haags Verkeersongevallenverdrag in kaart gebracht. De conclusie is dat toepassing van beide verdragen naast elkaar kan leiden tot toepassing van het recht van verschillende landen. Zolang beide verdragen naast elkaar van toepassing zijn, is sprake van een systeem dat complex en verwarrend is. Dit is in strijd met het doel van Rome II om binnen Europa eenheid en duidelijkheid te creëren.


Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
Mw. mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga is partner bij Legaltree en specialiseert zich in grensoverschrijdende aansprakelijkheid en letselschadezaken.
Artikel

Waar zijn toch al die ondeugende kinderen gebleven?

Diagnose en behandeling van ADHD ter voorkoming van ernstig en gewelddadig crimineel gedrag

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Auteurs Prof. dr. Willem de Haan
Auteursinformatie

Prof. dr. Willem de Haan
Prof. dr. W.J.M. de Haan is senior research fellow bij de Afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

De diagnostische waarde van bewijs

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Bayesian analysis, Diagnostic value, Evidence evaluation, Alternative scenarios
Auteurs Prof. mr. dr. Eric Rassin
SamenvattingAuteursinformatie

    Traditionally, the Dutch penal judge needs to determine whether the suspect has committed the crime for which he is being prosecuted. This is generally done by accumulating incriminating evidence. Recently, it has been argued that this accumulation fosters the risk of a miscarriage of justice. Alternatively, the judge may want to rely on a Bayesians analysis of the evidence. Particularly, diagnostic values for each piece of evidence must be established. Therefore, it must be investigated how well the evidence fits in the primary and in alternative scenarios. This approach is discussed in this contribution.


Prof. mr. dr. Eric Rassin
Prof. mr. dr. Eric Rassin is werkzaam bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Mediëren verhoortechnieken de verandering in verklaringsbereidheid van verdachten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Trefwoorden effectiveness of interrogations, interrogation tactics, suspects’ statement, Structural Equation Modeling
Auteurs Dr. Willem-Jan Verhoeven
SamenvattingAuteursinformatie

    This study aims to provide more knowledge on the extent to which criminal investigators are able to influence suspects’ statement. For this purpose, 166 observed interrogations covering the whole interrogation were analyzed. Based on these longitudinal data Structural Equation Modeling was used to examine the extent to which interrogation tactics mediate the changing statement between the start and the end of the interrogation. The results show that particularly suspects who give a statement on personal affairs at the beginning of the interrogation change their statement. Manipulating techniques are used more often when suspects are silent and confrontational techniques are used more often when suspects declare about the crime. Only confrontational techniques seem to contribute to changes in suspects’ statement. Accusatory interrogation tactics do not mediate the relationship between the statement given at the beginning of the interrogation and the change in statement. It can be concluded that suspects who are silent at the beginning of the interrogation or who declare about the crime in most cases don’t change their statement and that with using accusatory interrogation techniques criminal investigators seem to be unable to influence their statement.


Dr. Willem-Jan Verhoeven
Dr. W.J. Verhoeven is universitair docent criminologie bij de sectie Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Ere wie ere toekomt

Een kritische analyse over de relatie tussen eer, geweld en gender

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2014
Trefwoorden gender, eergerelateerd geweld, sociale uitsluiting
Auteurs Dr. Martina Althoff
SamenvattingAuteursinformatie

    Honour, violence and masculinity are closely linked in traditional criminology, and are combined with an ethnic profile of the offender. This article discusses the conclusion of these assumptions as ethnocentric, but also as a simplification of the gendered idea of honour. Beliefs about honour, which are reduced to the male gender, and understood as conductive to crime, disregard insights regarding violent females, and awareness about the significance of honour in marginalized groups. Furthermore, this contribution discusses the supplementary value of a critical gender perspective, for discussion in criminology about honour and crime.


Dr. Martina Althoff
Dr. Martina Althoff is als universitair hoofddocent Criminologie verbonden aan de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De no-cure-no-payovereenkomst in verhouding tot de redelijkheidstoets bij de begroting van buitengerechtelijke kosten

Een analyse van HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2797 (De Jonge/Scheper Ziekenhuis)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2014
Trefwoorden no cure, no pay, contingency fee, dubbele redelijkheidstoets, buitengerechtelijke kosten, maatstaf art. 6:96 lid 2 BW
Auteurs Dr. Drs. D.L.M.T. Dankers-Hagenaars
SamenvattingAuteursinformatie

    Een benadeelde sluit met zijn belangenbehartiger een no-cure-no-payovereenkomst. Moet bij de begroting van de buitengerechtelijke kosten op grond van art. 6:96 lid 2 sub b en c BW rekening worden gehouden met die overeenkomst? De omstandigheden van het geval legitimeren dat het redelijk is dat de kosten zijn gemaakt.


Dr. Drs. D.L.M.T. Dankers-Hagenaars
Dr. drs. D.L.M.T. Dankers-Hagenaars is universitair hoofddocent bij de afdeling Privaatrecht van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Het csqn-verband in het financiële aansprakelijkheidsrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2014
Trefwoorden causaal verband, prospectusaansprakelijkheid, effectenlease, zorgplicht, massaschade
Auteurs Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft voor massaschadegevallen als prospectusaansprakelijkheid en effectenlease het uitgangspunt van de aanwezigheid van het csqn-verband geformuleerd. In individuele geschillen bestaat geen behoefte om te werken met dat ‘uitgangspunt’, maar is wel sprake van een wisselwerking tussen de eisen die aan de zorgplicht worden gesteld en het aannemen van csqn-verband.


Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam en redacteur van MvV.

Joëlle Rozie
Prof. dr. J. Rozie is hoogleraar Strafrecht bij de Onderzoeksgroep Rechtshandhaving aan de Universiteit Antwerpen.

Thierry Vansweevelt
Prof. dr. T. Vansweevelt is hoogleraar Buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht bij de Onderzoeksgroep Persoon & Vermogen aan de Universiteit Antwerpen.
Artikel

Access_open Causaliteit in het Nederlandse strafrecht

Praeadvies voor de Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht van België en Nederland 201

Tijdschrift Preadviezen Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht, Aflevering 1 2014
Auteurs Ad Machielse
Auteursinformatie

Ad Machielse
Hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en advocaat- generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Het gebruik van referentieperioden bij de schatting van bedrijfsschade

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden bedrijfsschade, hypothetisch scenario, referentieperioden, methodische criteria, toepassingscriteria
Auteurs Prof. dr. W. Driehuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Op basis van vijf criteria wordt onderzocht of de methode van referentieperioden valide is in zaken van bedrijfsschade met het oog op het schatten van het zogenoemde hypothetische scenario. Vervolgens wordt de methode aan de hand van zes criteria getoetst op haar gebruiksmogelijkheden. Een redelijk aannemelijk en betrouwbaar beeld van de hypothetische situatie blijkt lastig te kunnen worden verkregen. Er bestaat daarom weinig rechtvaardiging voor het frequente gebruik van de methode anders dan haar eenvoud en lage kosten.


Prof. dr. W. Driehuis
Prof. dr. W. Driehuis is emeritus hoogleraar toegepaste economie aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het ACLE, Amsterdam Center for Law and Economics van de UvA.
Artikel

Het Experiment resultaatgerelateerde beloning – verwachtingen over werking en doelbereiking

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2014
Trefwoorden no cure, no pay, honorariumafspraken, resultaatgerelateerde beloning, contingency fee, Verordening op de praktijkuitoefening
Auteurs Prof. mr. W.H. van Boom en mr. M. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt verkend welke verwachtingen er onder advocaten, rechters en verzekeraars leven over de werking van het Experiment resultaatgerelateerde beloning en of dat experiment aan zijn doel zal beantwoorden. Het experiment staat onder voorwaarden toe dat een letselschadeadvocaat een ‘no cure, no pay’-afspraak met de benadeelde maakt. Het doel daarvan is het vergroten van de toegang tot het recht van letselschadeslachtoffers. Het is echter de vraag of er bij cliënten en advocaten een gedeelde behoefte bestaat om dergelijke afspraken te maken. Andere effecten zijn waarschijnlijker, zo voorspelt deze bijdrage.


Prof. mr. W.H. van Boom
Prof. mr. W.H. van Boom is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit Leiden.

mr. M. de Jong
Mr. M. de Jong was studente master Aansprakelijkheid en Verzekering aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en is inmiddels schadebehandelaar bij Allianz Nederland Schadeverzekeringen. Zij schrijft op persoonlijke titel. De bijdrage werd afgesloten in augustus 2014 en bouwt voort op de resultaten van de afstudeerscriptie die de tweede auteur onder begeleiding van de eerste auteur schreef aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. De auteurs danken de twaalf respondenten die bereidwillig deelnamen aan de interviews en toestemming gaven voor het weergeven van hun antwoorden in deze bijdrage.
Artikel

De Richtlijn betreffende schadevergoedingsacties wegens inbreuken op de mededingingsregels

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden wetgeving, Richtlijn, civiele handhaving, mededingingsrecht
Auteurs Mr. Edmon Oude Elferink en Mr. Bram Braat
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 april 2014 heeft het Europees Parlement de Richtlijn betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie aangenomen (Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2014 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, A7-0089/2014). Deze richtlijn brengt met zich dat de lidstaten dienen te waarborgen dat het verhaal van schade in verband met schending van het kartelverbod en het verbod van misbruik van economische machtspositie wordt gefaciliteerd. In dit artikel wordt enerzijds een toelichting gegeven op de totstandkoming van de richtlijn en anderzijds besproken welke wetswijzigingen, if any, de Nederlandse wetgever dient door te voeren teneinde aan de verplichtingen uit hoofde van de richtlijn te voldoen.
    Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2014 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, A7-0089/2014.


Mr. Edmon Oude Elferink
Mr. E. (Edmon) Oude Elferink is advocaat bij CMS.

Mr. Bram Braat
Mr. B. (Bram) Braat is advocaat bij CMS en tevens promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht: recente ontwikkelingen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden kartelschade, umbrella pricing, privaatrechtelijke handhaving, Courage/Crehan, mededingingsrecht
Auteurs Mr. E.D. Glerum-van Aalst en Mr. S.R. Brand
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen jaren lijkt sprake van een gestage opmars van privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht. Dit houdt onder andere in dat het steeds vaker voorkomt dat private partijen een kartelschadevordering indienen jegens karteldeelnemers. In deze bijdrage zal de huidige stand van zaken worden besproken wat betreft de mogelijkheden voor private partijen om kartelschadevorderingen in te stellen in Nederland.


Mr. E.D. Glerum-van Aalst
Mr. E.D. Glerum-van Aalst is werkzaam als advocaat bij Kneppelhout & Korthals Advocaten.

Mr. S.R. Brand
Mr. S.R. Brand is werkzaam als advocaat bij Kneppelhout & Korthals Advocaten.

    Volgens het voorstel voor de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg zullen zorgaanbieders worden verplicht zich aan te sluiten bij een geschilleninstantie. Een voorbeeld van zo’n geschilleninstantie is de Geschillencommissie Zorginstellingen (GCZ). In dit artikel wordt een overzicht en analyse gegeven van de gepubliceerde jurisprudentie van de GCZ en haar voorgangster over de periode 1996–2013. De belangrijkste bevindingen worden tegen het licht gehouden en er wordt verkend wat een en ander betekent voor de komende klachtwet.


Mr. L.H.M.J. van de Laar
Lana van de Laar is jurist en thans bezig met de afronding van de opleiding Business Administration aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is als hoogleraar gezondheidsrecht verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Gedragsbeïnvloeding via voeding

Enkele toepassingen besproken

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2014
Trefwoorden diet, food insecurity, behaviour modification, prediction of behaviour, glucose metabolism
Auteurs A. Zaalberg Msc
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent research shows that behaviour is not only influenced by the psychosocial environment, but can also – partially – be explained by the biology in humans. In this paper dietary phenomena are explored. Data from large prospective cohort studies show that dietary patterns are associated with intelligence, school achievement and behavioural problems in children. Furthermore, detrimental behavioural effects of food insecurity, in severe cases hunger, are suggested by recent research. Sugar gets special attention in this paper. Contrary to common knowledge, sugar doesn’t seem to have a negative impact on behaviour. On the other hand, research suggests that glucose metabolism might explain aspects of impulsive aggressive behaviour. It might be possible to make prediction of future aggressive behaviour, using data from glucose metabolism. Finally experimental studies suggest that dietary modification is causally linked to behavioural improvement in offenders and people suffering from a variety of mental problems.


A. Zaalberg Msc
Ap Zaalberg MSc is als onderzoeker verbonden aan het WODC. Hij doet promotieonderzoek naar enerzijds de relatie tussen voeding en gedrag bij justitiabelen, en anderzijds de relatie tussen neurotoxische stoffen en crimineel gedrag.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.