Zoekresultaat: 7 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x
Mededinging

Google Android: mag men een gegeven paard toch in de bek kijken?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden Google, platforms, machtspositie, misbruik, koppelverkoop
Auteurs Mr. A.A.J. Pliego Selie en Mr. B.A. Verheijen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Google Android-besluit heeft de Europese Commissie aan Google een recordboete opgelegd wegens misbruik van een economische machtspositie in de zin van artikel 102 VWEU. In het besluit staat Android, het besturingssysteem van Google voor smartphones en tablets, centraal. Google biedt dit aan via een open source-model. Het besluit stelt een machtspositie van Google vast op verschillende digitale markten: (1) de markt voor licenseerbare besturingssystemen voor slimme mobiele apparaten, (2) de markt voor Android appstores en (3) de markt voor algemene zoekdiensten op het internet (Google Search). Volgens de Commissie heeft Google met verschillende gedragingen, waaronder exclusiviteitsbetalingen en koppelverkoop, haar positie op laatstgenoemde markt, waarop zij inkomsten genereert via online advertenties, willen beschermen. De Commissie kwalificeert deze gedragingen als misbruik in de zin van artikel 102 VWEU. De auteurs analyseren het besluit en de inzet van het mededingingsrechtelijke instrument misbruik van een economische machtspositie in deze complexe digitale omgeving. Daarbij gaan zij in het bijzonder ook in op het bijzondere verdienmodel van Google ten aanzien van Android, waarbij innovatieve technologie kosteloos ter beschikking wordt gesteld in ruil voor restricties die erop zijn gericht de Googlediensten die advertentie-inkomsten genereren een zo groot mogelijk bereik te garanderen.
    Besluit van de Europese Commissie van 18 juli 2018 met betrekking tot een procedure onder artikel 102 VWEU en artikel 54 van de EER-overeenkomst (zaak AT.40099 – Google Android)


Mr. A.A.J. Pliego Selie
Mr. A.A.J. (Alvaro) Pliego Selie is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer te Amsterdam.

Mr. B.A. Verheijen
Mr. B.A. (Bart) Verheijen is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer te Amsterdam.


Edith Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is Research Associate bij het Amsterdam Center for Law & Economics van de Universiteit van Amsterdam en Visiting Fellow bij de vakgroep Health Economics van de Vrije Universiteit.

Eric van Damme
Prof. dr. E. van Damme is verbonden aan Tilburg University en aan het onderzoeksinstituut Tilec aldaar.
Artikel

Marktanalyses in het reguleringstoezicht voor luchthavens: a balanced approach

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Wet luchtvaart, marktanalyse, luchthaven, geografische markt, aanmerkelijke marktmacht
Auteurs Ernst-Jan Heuten
SamenvattingAuteursinformatie

    In Europa wordt discussie gevoerd over de wenselijkheid van het uitvoeren van marktanalyses om te bepalen welke luchthavens in aanmerking komen voor economische regulering. Daarmee kan het regelgevend kader voor luchthavens meer vergelijkbaar worden met bijvoorbeeld dat van de telecommunicatiesector. In dit artikel wordt ingegaan op het huidige juridische kader voor de economische regulering van luchthavens en de discussie die daarover wordt gevoerd voor wat betreft marktanalyses. Voorts wordt ingegaan op een aantal praktische vraagstukken bij bij het invoeren van marktanalyses. Daarbij wordt de mogelijkheid besproken in de regelgeving sturing te geven aan de bewijsvoering rond de afbakening van geografische markten.


Ernst-Jan Heuten
Drs. E.J. Heuten is als Specialistisch medewerker Toezicht werkzaam bij de directie Telecom Vervoer en Post van de Autoriteit Consument en Markt. Hij coördineert het sectorspecifieke markttoezicht op de luchthavens Schiphol en Eindhoven Airport. In 2017 was hij voorzitter van de werkgroep marktanalyses luchthavens van het Thessaloniki Forum.
Artikel

Innovatieconcurrentie na Dow/Dupont: floreert innovatie in garages of in Silicon Valley?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5-6 2017
Trefwoorden concentratiecontrole, innovatie, prospectieve analyse, Dow/DuPont, Richtsnoeren horizontale fusies
Auteurs Mattijs Bosch en Marianne Meijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    Aandacht voor innovatie in fusiezaken is niet nieuw. Wel valt op dat de Commissie kijkt naar mogelijk mededingingsbeperkende gevolgen die steeds verder in de toekomst liggen. In de recente Dow/DuPont-zaak onderzocht de Commissie bijvoorbeeld of de fusie innovatieconcurrentie in markten die niet of nog niet bestaan zou beperken. Daarbij richtte zij zich op concurrentie in innovation spaces en in de industrie als geheel. Dergelijke ‘theories of harm’ lijken nu nog alleen toegepast te worden in volwassen industriën. Het is echter niet uit te sluiten dat ze (bijvoorbeeld) ook worden toegepast op digitale sectoren. De vraag rijst (i) of innovatiebeleid niet beter vastgelegd moet worden in de Commissie-richtsnoeren en (ii) hoe Dow/DuPont zich verhoudt tot de eis dat de Commissie een zorgvuldige prospectieve analyse dient te maken.


Mattijs Bosch
Mr. M. Bosch is advocaat bij Maverick Advocaten.

Marianne Meijssen
Mr. M.A. Meijssen is advocaat bij Maverick Advocaten.
Artikel

Naar marktgerichte regulering van netwerksectoren

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden tariefregulering, natuurlijk monopolie, marktproces, deregulering, onderhandelingsmodel
Auteurs Dr. Bert Tieben
SamenvattingAuteursinformatie

    Toezichthouders concluderen te snel dat netwerkgebonden markten een natuurlijk monopolie zijn waarvoor regulering nodig is. Marktprocestheorieën leggen de nadruk op de betwistbaarheid van ieder monopolie, ook in infrastructurele markten. Het gevolg is dat regulering en toezicht meer op afstand geplaatst kunnen worden. De marktprocesbenadering is ook toepasbaar in Nederlandse markten, zoals de energie, de telecommunicatie, luchthavens en de loodsen.


Dr. Bert Tieben
Dr. L.A.W. Tieben is Hoofd cluster Mededinging en Regulering, SEO Economisch Onderzoek.
Artikel

Het gebruik van referentieperioden bij de schatting van bedrijfsschade

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden bedrijfsschade, hypothetisch scenario, referentieperioden, methodische criteria, toepassingscriteria
Auteurs Prof. dr. W. Driehuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Op basis van vijf criteria wordt onderzocht of de methode van referentieperioden valide is in zaken van bedrijfsschade met het oog op het schatten van het zogenoemde hypothetische scenario. Vervolgens wordt de methode aan de hand van zes criteria getoetst op haar gebruiksmogelijkheden. Een redelijk aannemelijk en betrouwbaar beeld van de hypothetische situatie blijkt lastig te kunnen worden verkregen. Er bestaat daarom weinig rechtvaardiging voor het frequente gebruik van de methode anders dan haar eenvoud en lage kosten.


Prof. dr. W. Driehuis
Prof. dr. W. Driehuis is emeritus hoogleraar toegepaste economie aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het ACLE, Amsterdam Center for Law and Economics van de UvA.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.