Zoekresultaat: 16 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x
Artikel

Access_open De Europese grenzen aan winstuitkering door zorgaanbieders

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2020
Trefwoorden winstuitkering door zorgaanbieders, Unierecht, EVRM
Auteurs Dr. L.R. Glas LLM, prof. mr. J.W. van de Gronden en mr. dr. J.M. Veenbrink
SamenvattingAuteursinformatie

    Regulering van winstuitkering is een politiek discussiepunt. Het kan dan ook voorkomen dat regulering van winstuitkering tot een lappendeken aan wetgeving leidt. Dit artikel gaat na welke ruimte het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het Unierecht laten om politieke compromissen te sluiten op het gebied van winstuitkering door zorgaanbieders.


Dr. L.R. Glas LLM
Lize Glas is universitair docent Europees Recht bij de Radboud Universiteit, Nijmegen.

prof. mr. J.W. van de Gronden
Johan van de Gronden is hoogleraar Europees Recht bij de Radboud Universiteit, Nijmegen.

mr. dr. J.M. Veenbrink
Marc Veenbrink is universitair docent Europees Recht bij de Radboud Universiteit, Nijmegen.
Artikel

Het bewijs van excepties

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Bewijsrecht, Excepties, Formeel recht
Auteurs Mr. dr. W.H.B. (Wilma) Dreissen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt betoogd dat de stelling dat het bewijs van excepties een lagere bewijsdrempel niet juist is. De strafrechter geeft een oordeel over het bewijs van het tenlastegelegde én over de strafbaarheid van feit en dader. Voor elk van die oordelen geldt de eis dat de feiten buiten redelijke twijfel moeten vaststaan. Er is in die zin geen onderscheid tussen de eerste vraag zoals genoemd in artikel 350 Sv en de tweede en derde vraag die in die bepaling genoemd worden. Wel wijkt de wijze waarop de rechter tot zijn oordeel over de strafbaarheid komt af van de wijze waarop hij meestal tot het bewijsoordeel komt.


Mr. dr. W.H.B. (Wilma) Dreissen
Wilma Dreissen is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht aan de Open Universiteit.
Artikel

(On)geschreven excepties

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Excepties, Codificatie, Strafuitsluitingsgrond, Kwalificatie-uitsluitingsgrond, Ontbreken van materiële wederrechtelijkheid
Auteurs Mr. S.R. (Sven) Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    Naast de geschreven algemene en bijzondere strafuitsluitingsgronden en de ongeschreven algemene strafuitsluitingsgronden ontbreken van materiële wederrechtelijkheid en afwezigheid van alle schuld, zijn in de jurisprudentie ook verschillende ongeschreven contextgebonden excepties aanvaard, bijvoorbeeld de medische exceptie, de kunstexceptie en de sport- en spelexceptie. In deze bijdrage wordt ingegaan op de vraag of c.q. in hoeverre er aanleiding bestaat dergelijke ongeschreven excepties in de wet te verankeren.


Mr. S.R. (Sven) Bakker
Sven Bakker is als docent en onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en verricht promotieonderzoek naar contextgebonden excepties in het Nederlandse strafrecht. Tevens is hij redactiesecretaris van dit tijdschrift.
Vrij verkeer

Grondrechtenbescherming in het Nederlandse en Europese auteursrecht na Spiegel Online, Funke Medien en Pelham

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden auteursrecht, grondrechten, Auteursrechtrichtlijn, excepties, informatievrijheid
Auteurs T. Snijders en S. van Deursen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze uitspraken spreekt het Hof van Justitie zich uit over de mogelijkheid van excepties op de exclusieve rechten van auteurs buiten de uitputtende lijst met excepties die is opgenomen in de Auteursrechtrichtlijn. Ook laat het Hof van Justitie zich opnieuw uit over de rol van grondrechten bij de interpretatie van de bestaande excepties. Deze uitspraken worden in breder perspectief geplaatst door daarnaast de benadering van het EHRM te bespreken. Tot slot worden de implicaties van deze dynamische Europese rechtsorde voor de Nederlandse praktijk besproken.
    HvJ 29 juli 2019, zaak C-516/17, ECLI:EU:C:2019:625 (Spiegel Online); HvJ 29 juli 2019, zaak C-469/17, ECLI:EU:C:2019:623 (Funke Medien NRW); HvJ 29 juli 2019, zaak C-467/17, ECLI:EU:C:2019:624 (Pelham)


T. Snijders
T. (Thom) Snijders volgt de master Legal Research aan de Universiteit Utrecht

S. van Deursen
Mr. S. (Stijn) van Deursen is als promovendus verbonden aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Een juridische bypass voor innovaties

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2019
Trefwoorden innovatie, fintech, regulatory sandbox, experimenteerwet, zelfrijdende auto
Auteurs Mr. S. Philipsen en Prof. mr. E.F. Stamhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    In het voorliggende artikel wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de verschillende verschijningsvormen van een tijdelijke bypass van bestaande rechtsnormen die ten behoeve van innovatie gebruikt worden. Vooral die instrumenten zijn beschreven die toegepast worden om innovatieve producten in het echte leven te testen, wanneer dat zonder die bypass niet of niet zonder meer verenigbaar zou zijn met het geldende recht. Een theoretisch model om de praktische verschijningsvormen te ordenen wordt gevolgd door een beschrijving van wettelijke experimenteerbepalingen en regulatory sandboxes. De kritische beoordeling van deze twee vormen in het licht van de geldende normen en beginselen voert tot een set vuistregels, met behulp waarvan een vergunnende overheid een bypass kan aanleggen.


Mr. S. Philipsen
Mr. S. (Stefan) Philipsen is universitair docent Staatsrecht aan de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. E.F. Stamhuis
Prof. mr. E.F. (Evert) Stamhuis is hoogleraar Law & Innovation aan de Erasmus School of Law.
Vrij verkeer

Inbesteding bij schaarse vergunningen?

Institutionele excepties op de transparantieverplichting

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden vrij verkeer, schaarse vergunningen, gelijkheidsbeginsel, transparantieverplichting, (quasi-)inbesteding
Auteurs Mr. drs. R.G.J. Wildemors en Prof. mr. dr. C.J. Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de verdeling van schaarse vergunningen moet de overheid in beginsel mededingingsruimte voor potentiële gegadigden creëren. Op deze mededingingsplicht zijn echter uitzonderingen denkbaar die onderhandse vergunningverlening rechtvaardigen. Een van die uitzonderingen is van institutionele aard en richt zich op de bijzondere relatie tussen de vergunningverlener en de vergunninghouder. Deze uitzonderingscategorie is aanvankelijk in het aanbestedingsrecht onder de noemer van (quasi-)inbesteding ontwikkeld. Centraal in deze bijdrage staan de vragen in hoeverre vergelijkbare institutionele excepties ook van toepassing zijn bij de verdeling van schaarse vergunningen en hoe die excepties kunnen worden ingepast in het Unierecht en in het nationale verdelingsrecht.


Mr. drs. R.G.J. Wildemors
Mr. drs. R.G.J. (Roy) Wildemors is als senior jurist werkzaam bij de Kansspelautoriteit en heeft deze bijdrage op persoonlijke titel geschreven.

Prof. mr. dr. C.J. Wolswinkel
Prof. mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel is hoogleraar Bestuursrecht, Markt & Data aan Tilburg University en tevens als research partner verbonden aan de Kansspelautoriteit. Vanwege deze betrokkenheid wordt in deze bijdrage zo min mogelijk inhoudelijk ingegaan op zaken waarbij de Kansspelautoriteit partij is (geweest).
Artikel

Machtsmisbruik op basis van big data

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2018
Auteurs Eric van Damme, Inge Graef en Wolf Sauter
Auteursinformatie

Eric van Damme
Prof. dr. E. van Damme is verbonden aan Tilburg University en aan het onderzoeksinstituut TILEC aldaar.

Inge Graef
Dr. mr. I. Graef is verbonden aan Tilburg University en aan de onderzoeksinstituten TILEC en TILT aldaar.

Wolf Sauter
Prof. mr. dr. drs. W. Sauter is verbonden aan Tilburg University en aan het onderzoeksinstituut TILEC aldaar en daarnaast in dienst bij de ACM. Zijn bijdrage is op persoonlijke titel.
Rechtsbescherming

Kroniek Handvest van de Grondrechten van de Unie periode 2016-2017: actieve grondrechtenbescherming vanuit Luxemburg

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden Handvest van de Grondrechten, Effectieve rechtsbescherming, Verhouding EVRM
Auteurs Mr. A. Pahladsingh
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Handvest van de Grondrechten van de EU is sinds 1 december 2009 ruim zeven jaar juridisch bindend. Het heeft als doel grondrechtenbescherming te versterken door relevante rechten beter zichtbaar te maken. In deze kroniek wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen over 2016 en 2017, bezien vanuit het Hof van Justitie. Om een goed beeld te geven over de afgelopen twee jaar is gekozen voor een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen per artikel uit het Handvest.


Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. Pahladsingh is werkzaam als jurist bij de Raad van State en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Rotterdam.
Artikel

Derdenwerking van exoneratiebedingen: een inkadering van het redelijkheidsoordeel

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Derdenwerking, Exoneratiebedingen, Rechtszekerheid, Engels contractenrecht
Auteurs Mr. P.F. Salome
SamenvattingAuteursinformatie

    Derdenwerking van exoneratiebedingen dient te worden gerechtvaardigd door de ‘aard van het desbetreffende geval’. Gezichtspunten spelen daarbij een rol. De literatuur is kritisch op de rechtspraak van de Hoge Raad en de door hem geformuleerde gezichtspunten: het zou resulteren in een gebrek aan houvast. In deze bijdrage wordt ingegaan op de toepassing van de gezichtspunten in de rechtspraak. Hieruit volgt een ‘diffuus beeld’. Na een uitstap naar het Engelse contractenrecht wordt een aanbeveling gedaan om het leerstuk van (meer) rechtszekerheid te voorzien.


Mr. P.F. Salome
Mr. P.F. Salome is advocaat bij Van Traa Advocaten N.V. te Rotterdam. De auteur bedankt prof. mr. H.N. Schelhaas, prof. mr. M.H. Claringbould, mr. dr. J.A. Kruit en mr. O. Böhmer voor hun commentaar op een eerdere versie.
Artikel

Over openbare veiligheid in het migratierecht; het prijskaartje voor onze vrijheid?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2017
Trefwoorden openbare orde, openbare veiligheid, Studentenrichtlijn, visumaanvraag, beoordelingsmarge lidstaten
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    Inzet van het geschil in de zaak Sahar Fahimian is de afwijzing van haar visumaanvraag om aan de Technische Universität Darmstadt promotieonderzoek te kunnen verrichten. Volgens de Duitse autoriteiten vormt haar aanwezigheid in Duitsland een potentiële dreiging van de openbare veiligheid in de zin van artikel 6 lid 1 sub d gelezen in samenhang met considerans 14 van de Studentenrichtlijn. Het Hof van Justitie preciseert de beoordelingsmarge die lidstaten genieten in hun afweging of in het individuele geval de nationale veiligheid in het geding is dat van hen vraagt om een prognose te maken van het dreigende gevaar op basis van het voorzienbare gedrag en de situatie in het land van herkomst van de betrokkene.
    HvJ (Grote kamer) 4 april 2017, zaak C-544/15, Sahar Fahimian/Bundesrepublik Deutschland, in tegenwoordigheid van: Stadt Darmstadt, ECLI:EU:C:2017:255


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan het Departement Europees en Internationaal Publiekrecht van Tilburg Law School.
Artikel

Detailhandel – een dienst die geen dienst mag heten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, ruimtelijke ordening, detailhandel, Verordening ruimte
Auteurs Mr. J.J. (Jaap) van der Gouw en Mr. M.J.W. (Matthijs) Timmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van wijzigingen van ruimtelijkeordeningswetgeving, de schorsing van enkele bepalingen van de Verordening ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland vanwege (vermeende) strijd met de Dienstenrichtlijn en prejudiciële vragen van de Afdeling bestuursrechtspraak aan het Hof van Justitie wordt in dit artikel de relatie tussen de Dienstenrichtlijn en de ruimtelijke ordening besproken.


Mr. J.J. (Jaap) van der Gouw
Mr. J.J. van der Gouw is advocaat bij Van der Feltz advocaten te Den Haag.

Mr. M.J.W. (Matthijs) Timmer
Mr. M.J.W. Timmer is advocaat bij Van der Feltz advocaten te Den Haag.
Artikel

Bedreigende rap en de kunstexceptie

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Kunstexceptie, Bedreiging, Artistieke vrijheid, Vrijheid van meningsuiting, Strafuitsluitingsgronden
Auteurs Mr. Sven Bakker en Veerle van de Wetering LL.B.
SamenvattingAuteursinformatie

    In several Dutch criminal cases rap artists have invoked the ‘exceptio artis’ as a ground for justification in court. In this article Bakker and Van de Wetering research the possibilities of successful appeals in such cases. Both the meaning and scope of the ‘exceptio artis’ are taken into consideration, consulting the literature and ECtHR case law on article 10 ECHR. Furthermore the contribution also deals with Dutch case law on the ‘exceptio artis’ and rap lyrics that were held punishable so as to clarify the seldom discussed relationship between rap and the ‘exceptio artis’.


Mr. Sven Bakker
Mr. Sven Bakker is als wetenschappelijk docent en onderzoeker verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en verricht promotieonderzoek naar ‘uitzonderlijke excepties’.

Veerle van de Wetering LL.B.
Veerle van de Wetering LL.B. is masterstudente Strafrecht en werkzaam als student-assistent bij de afdeling Strafrecht van de Erasmus School of Law.
Artikel

Bemiddeling in de rechtbank van koophandel Gent

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Commercial court of Ghent, 5th chamber, case practice, active role of the judge
Auteurs Maria Bruggeman
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Commercial Court of Ghent a 5th chamber has been created in each division, with the view to proposing an alternative dispute resolution method, such as a conciliation in front of and with the assistance of the judge or a referral to an external meditation.
    The author points out that files can be directed to this chamber not only at the time of introduction of the court case but also at the time the procedural calendar is set after the respondent has filed the first written submission. Even after the pleadings and after an interlocutory judgment has been rendered, the 5th chamber of the Commercial Court can still refer the matter to an external mediation.
    All cases in the field of construction, internal companies disputes and commercial agency can also be automatically referred to this chamber.
    The author believes that is it not the task of a judge to act as a mediator because judges are trained to decide themselves about disputes and because they do not have enough time for a mediation. However, the creation of the 5th chamber could give a boost to external mediation knowing that 75% of the attempted mediations end successfully with a settlement.


Maria Bruggeman
Maria Bruggeman (1964) was 17 jaar lang advocaat, gespecialiseerd in administratief recht, met name in milieu- en stedenbouwwetgeving. Zo’n tien jaar geleden werd zij rechter, eerst in de rechtbanken van koophandel van Ieper en Veurne, daarna in de rechtbank van koophandel Oudenaarde, waar ze ook voorzitter werd. Onder haar impuls verbroederde de rechtbank van koophandel Oudenaarde met de rechtbanken van Rotterdam en Reims. Een soortgelijk project met Dublin wordt voorbereid. In het kader van de gerechtelijke hervorming schreef zij een vooruitstrevend beleidsplan, waarbij onder meer werd voorzien in gespecialiseerde kamers, rondreizende rechters en bemiddeling specifiek in kortgedingprocedures en ambtshalve opgelegd in het conclusieagenda. Ze gaf ook voordrachten over de responsabilisering van de cijferberoepers in het kader van de nieuwe WCO-wetgeving. Ze schreef artikels o.a. over het ‘New public management: meer dan de macht der statistieken’ (In Foro, 03, 2013). Sinds augustus 2014 is ze voorzitter van het project bemiddeling en geeft voordrachten over haar eigen praktijkervaringen met bemiddeling, o.a. op de studiedag balies Gent-Rijsel, samenwerking van bemiddelaars Caren genaamd en het Event Bemiddeling, organisatie van de Federale Bemiddelingscommissie, in samenwerking met o.a. het VOBA en het VOKA. Mevrouw Bruggeman is lid van Gemme International en publiceert er regelmatig haar bevindingen.
Artikel

De nieuwe erfrechtelijke penshonado-regeling?

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2014
Trefwoorden erfrecht, penshonado, legitieme portie, interregionaal, conflictregels
Auteurs Anita C.E. Sewberath Misser LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Een artikel dat is afgeleid van de afstudeerscriptie van de auteur met als titel De invloed van de afschaffing van de legitieme portie op het interregionaal erfrecht binnen het Koninkrijk der Nederlanden.


Anita C.E. Sewberath Misser LLM
A.C.E. Sweberath Misser LLM is lid van de Raad van Toezicht van het St. Elisabeth Hospitaal te Curaçao. Zij heeft in mei 2013 haar LLM-titel behaald aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van de Nederlandse Antillen. Dit artikel is afgeleid van haar afstudeerscriptie De invloed van de afschaffing van de legitieme portie op het interregionaal erfrecht binnen het Koninkrijk der Nederlanden.
Artikel

Is het gras bij de buren groener? Over de (on)mogelijkheid van territoriale samenhang binnen lidstaten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2014
Trefwoorden vrij verkeer van diensten, kansspelen, geschiktheid, samenhang, interne bevoegdheidsverdeling lidstaten
Auteurs Mr. dr. Johan Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Digibet geeft het Hof van Justitie een nieuwe, territoriale dimensie aan de eis dat een beperkende maatregel slechts geschikt is om een legitiem doel te verwezenlijken indien de verwezenlijking van dit doel op samenhangende wijze wordt nagestreefd. Deze eis van territoriale samenhang blijkt op gespannen voet te staan met het respecteren van de interne bevoegdheidsverdeling binnen lidstaten. In het bijzonder kan het regime van een deelstaat dat afwijkt van het regime van andere deelstaten, de geschiktheid van het regime van die andere deelstaten ondermijnen.
    HvJ EU 12 juni 2014, zaak C-156/13, Digibet en Gert Albers/Westdeutsche Lotterie, ECLI:EU:C:2014:1756


Mr. dr. Johan Wolswinkel
Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel is als universitair docent staats- en bestuursrecht verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam.

    Met de financiële steun van het FWO Vlaanderen werd een doctoraat geschreven over grensoverschrijdend familierecht in de praktijk. Opzet van het onderzoek was om de concrete toepassing van het Belgisch Wetboek IPR grondig door te lichten. De auteur onderzocht of de doelstellingen van de wetgever werden bereikt in de praktijk. Hiertoe steunde zij op drie bronnen: 1) een databank met meer dan 3000 adviesvragen aan het Steunpunt IPR; 2) diepte-interviews met magistraten gespecialiseerd in familiezaken met een internationaal aspect; 3) 659 rechterlijke uitspraken. Dit empirisch bronnenmateriaal gaf de auteur een goed zicht op de wijze waarop rechtbanken en administraties de IPR-regels toepassen. Het artikel gaat uitvoerig in op de empirische onderzoeksmethode en bespreekt enkele onderzoeksbevindingen en beleidsaanbevelingen.
    ---
    Through funding from the Research Foundation Flanders, a doctoral thesis on the actual practices of cross-border family law has been written. The main research question concerned whether or not the Belgian Code of Private International Law adequately deals with 'real-life' international family law matters. It was examined whether the objectives set out by the legislator have been met in practice. Three empirical sources were relied upon: 1) The database of the Centre for Private International Law, which contained more than 3.000 files, ranging from simple questions posed to the helpdesk to more elaborate advice given by the Centre's lawyers; 2) In-depth interviews with judges specialized in cross-border family cases; 3) 656 court decisions. This material allowed the author to obtain a very good understanding of how courts and (local) authorities apply the PIL rules. This paper elaborates on the empirical methodology, several research findings and policy recommendations.


Dr. Jinske Verhellen
Jinske Verhellen is currently a postdoctoral researcher at the Private International Law Institute of Ghent University. Alongside this, she lectures in private international law, nationality law and immigration law at the Oost-Vlaamse Bestuursacademie (East Flanders Management Academy).
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.