Zoekresultaat: 14 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2015 x Rubriek Article x
Artikel

Het Hof van Justitie van Schumacker tot Kieback: indirecte discriminatie van buitenlandse werknemers in de inkomstenbelasting

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden vrij verkeer van werknemers, indirecte discriminatie, Kieback-arrest, inkomstenbelasting, hypotheekrenteaftrek
Auteurs Mr. dr. J.J. van den Broek
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse en internationale belastingrecht onderscheidt voor de heffing van inkomstenbelasting ingezeten van niet-ingezeten belastingplichtigen. Niet-ingezeten werknemers hebben in de werkstaat meestal geen recht op fiscale tegemoetkomingen in verband met hun persoonlijke of gezinssituatie, zoals hypotheekrenteaftrek. Hoewel dit op zich gerechtvaardigd is, vormt het volgens het Hof van Justitie onder omstandigheden indirecte discriminatie op grond van nationaliteit. Deze bijdrage bespreekt de hoofdlijnen in de jurisprudentie van het Hof van Justitie op dit terrein, inclusief het Kieback-arrest van 18 juni 2015. De Hoge Raad vraagt in laatstgenoemde zaak of Nederland verplicht is om aan een ingezetene van Duitsland die tijdelijk in Nederland gewerkt heeft en vervolgens naar de Verenigde Staten emigreerde, hypotheekrenteaftrek te verlenen in verband met zijn in Duitsland gelegen woning. De verrassende uitkomst van deze procedure illustreert hoe complex Europees rechtersrecht kan zijn.
    HvJ 18 juni 2015, zaak C-9/14, Staatssecretaris van Financiën/D.G. Kieback, ECLI:EU:C:2015:406


Mr. dr. J.J. van den Broek
Mr. dr. J.J. (Harm) van den Broek is als universitair hoofddocent belastingrecht verbonden aan de Radboud Universiteit
Artikel

De schenking onder opschortende voorwaarde in het Vlaams Gewest

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden schenking, opschortende voorwaarde, antimisbruikbepaling
Auteurs Mr. K.M.L.L. van de Ven
SamenvattingAuteursinformatie

    In het artikel wordt ingegaan op de Vlaamse fiscale regeling omtrent de schenking onder opschortende voorwaarde.


Mr. K.M.L.L. van de Ven
Mr. K.M.L.L. van de Ven is docent belastingrecht aan de Universiteit Maastricht en tevens werkzaam als kandidaat-notaris bij Athena Advies en Praktijk te Maastricht.
Artikel

Transfer pricing-risico’s bij overnames

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden transfer pricing, verrekenprijzen, due diligence, belastingen, overnamecontract
Auteurs Mr. M.A. Lange en Mr. drs. T. Mulder
SamenvattingAuteursinformatie

    Veel M&A-professionals zijn niet goed bekend met ‘transfer pricing’ en de regelgeving die daarop van toepassing is. Dit kan resulteren in onvoldoende aandacht voor eventuele risico’s bij de target. In deze bijdrage bespreken de auteurs wat transfer pricing inhoudt en waarom het van belang is hier tijdens een overnameproces voldoende aandacht aan te besteden.


Mr. M.A. Lange
Mr. M.A. de Lange is als belastingadviseur werkzaam bij Loyens & Loeff te Rotterdam en maakt deel uit van Team Transfer Pricing.

Mr. drs. T. Mulder
Mr. drs. T. Mulder is als belastingadviseur werkzaam bij Loyens & Loeff te Rotterdam en maakt deel uit van Team Transfer Pricing.
Artikel

De Europese erfrechtverklaring, een vogel met een vreemd pluimage

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Europese Erfrechtverordening, IPR, erfrecht, Europese Erfrechtverklaring, vormvoorschriften, sui generis akte
Auteurs Mr. S.H. Heijning
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese Erfrechtverordening schept een nieuw instrument voor de afwikkeling van internationale nalatenschappen voor de Europese burgers: de Europese Erfrechtverklaring. In Nederland heeft de wetgever de notaris aangewezen die de verklaring gaat opstellen. In dit artikel wordt op de inhoud van de verklaring nader ingegaan aan de hand van een aantal vragen.


Mr. S.H. Heijning
Mr. S.H. Heijning heeft een adviesbureau Sabine Heijning ipr advies, verbonden aan het Notarieel Bureau, www.hetnb.nl, ipr@hetnb.nl.
Artikel

De Europese Commissie en de nationale rechter in staatssteunzaken: welke mate van inhoudelijke toetsing?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden staatssteun, State Aid Modernisation, 23bis Procedureverordening, tussenstaats handelsverkeer, zorgvuldigheid
Auteurs Mr. A.H.G. van Herwijnen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de verhouding tussen de Europese Commissie en de nationale rechter in staatssteunzaken. Er worden uiteenlopende ontwikkelingen vanuit twee staatssteunbeoordelende instanties gesignaleerd. De Europese Commissie legt meer verantwoordelijkheid voor de juiste naleving van de staatssteunregels bij de lidstaten neer, zodat zij zich kan concentreren op steunmaatregelen met mogelijk grote marktverstoring. Tegelijkertijd lijken de Nederlandse rechters een oordeel over eventuele staatssteun vaak uit de weg te gaan en evenmin veel gebruik te maken van de mogelijkheid om de Commissie om guidance te vragen.


Mr. A.H.G. van Herwijnen
Mr. A.H.G. (Angélique) van Herwijnen is coördinerend juridisch adviseur bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving, werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zij schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel en is collega mr. R.J.W.M.M. (Robert-Jan) van Lotringen, senior beleidsadviseur bij het Coördinatiepunt Staatssteun Decentrale Overheden van BZK, erkentelijk voor zijn commentaar.
Artikel

Eigenlijke (wettelijke) en oneigenlijke (contractuele) lossing

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2015
Trefwoorden eigenlijke (wettelijke) lossing, oneigenlijke (contractuele) lossing, uitwinning van zekerheden, verleggingsregeling omzetbelasting
Auteurs Prof. mr. N.E.D. Faber en Mr. N.S.G.J. Vermunt
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad komt terug van eerdere jurisprudentie en ziet oneigenlijke (contractuele) lossing thans als een vorm van uitwinning.


Prof. mr. N.E.D. Faber
Prof. mr. N.E.D. Faber is hoogleraar burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen, lid van het dagelijks bestuur van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht, adviseur bij Clifford Chance en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Den Haag.

Mr. N.S.G.J. Vermunt
Mr. N.S.G.J. Vermunt is secretaris van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en adviseur bij Linklaters.
Artikel

Een algemene nadeelcompensatieregeling, ook in het omgevingsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Omgevingswet, schadevergoeding, gedoogplicht, planschade, nadeelcompensatie
Auteurs Mr. H.J.M. (Hans) Besselink en Mr. J.S. (Jelmer) Procee
SamenvattingAuteursinformatie

    In het licht van de komst van de nieuwe Omgevingswet zijn de auteurs nagegaan of nadeelcompensatiebepalingen in de in de Omgevingswet op te nemen wetten gehandhaafd moeten blijven, of kunnen worden geschrapt bij de invoering van de Wet nadeelcompensatie. Alleen bij het opleggen van een gedoogplicht bestaan fundamentele bezwaren om zonder meer art. 4:126 Awb van toepassing te verklaren. Dergelijke bezwaren bestaan niet bij het schrappen van de bijzondere bepalingen omtrent planschade (en andere limitatieve vergoedingsstelsels). Wel zou in een aantal gevallen (bevoegde rechter, afwenteling en adoptie) een bijzondere regeling in aanvulling op de nieuwe afdeling 4.5 van de Awb wenselijk zijn.


Mr. H.J.M. (Hans) Besselink
Mr. H.J.M. (Hans) Besselink is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. J.S. (Jelmer) Procee
Mr. J.S. (Jelmer) Procee is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

C’est arrivé près de chez vous! Het arrest Italmoda en het ontzeggen van rechten aan de particulier op grond van de EU-richtlijn

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden btw-fraude, omgekeerde verticale werking, Mangold-doctrine, fraudebestrijding, fiscale neutraliteit
Auteurs Dr. Thomas Vandamme
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Italmoda waarin een nieuw aspect van directe werking van richtlijnen naar voren komt. Nationale overheden zijn verplicht rechten te weigeren als niet aan de materiële vereisten voor de verkrijging daarvan is voldaan. Dat is met name het geval als de begunstigde van btw-faciliteiten betrokken bleek te zijn geweest bij fraude of misbruik van recht. Deze zaak is voor fiscalisten van groot belang, temeer omdat hij vragen oproept ten aanzien van de relatie tussen fraudebestrijding en fiscale neutraliteit. Het arrest heeft echter ook een institutioneel belang dat het btw-recht overstijgt. In hoeverre wordt het verbod van omgekeerde verticale werking van richtlijnen, en daaraan gekoppeld het verbod tot het direct opleggen van verplichtingen aan de particulier, ingeperkt?
    HR 22 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BW5440


Dr. Thomas Vandamme
Dr. T.A.J.A. (Thomas) Vandamme is docent/onderzoeker bij het Amsterdam Centre for European Law and Governance, Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Het Wetsvoorstel vereenvoudiging en digitalisering procesrecht: kanttekeningen vanuit de procespraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2015
Trefwoorden wetsvoorstel KEI, procesinleiding, mondelinge behandeling, afschaffing rol, mondelinge uitspraak
Auteurs Mr. K. Teuben en Mr. K.J.O. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behelst een – deels kritische – analyse van het Wetsvoorstel vereenvoudiging en digitalisering procesrecht, vanuit het perspectief van de procespraktijk. Centraal staan de procedurele wijzigingen die het wetsvoorstel (naast digitalisering) teweegbrengt. De auteurs concluderen dat het wetsvoorstel enkele belangrijke praktijkvragen onbeantwoord laat en op verschillende punten niet leidt tot een vereenvoudiging, maar eerder tot (onnodige) complicatie van het civiele proces. Zij doen enkele suggesties ter verduidelijking en verbetering van het voorstel.


Mr. K. Teuben
Mw. mr. K. Teuben is cassatieadvocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. K.J.O. Jansen
Mr. K.J.O. Jansen is cassatieadvocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

Toerekening van giften door een in de wettelijke gemeenschap van goederen gehuwde schenker

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden giften, huwelijksvermogensrecht, legitieme portie, inbreng van giften, schenk- en erfbelasting
Auteurs Mr. J.L.D.J. Maasland
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 21 oktober 2014 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een arrest gewezen over de toerekening van giften, die worden gedaan door een schenker die in de wettelijke gemeenschap van goederen is gehuwd. In deze bijdrage bespreekt de auteur het arrest en de implicaties hiervan voor de toerekening van giften in het kader van de legitieme portie en inbreng in de nalatenschap. Ook bespreekt de auteur de fiscale behandeling van giften die worden gedaan door een schenker die in de wettelijke gemeenschap van goederen is gehuwd.


Mr. J.L.D.J. Maasland
Mr. J.L.D.J. Maasland is partner bij Bluelyn te Rotterdam en universitair gastdocent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Opting-in in de relaxbranche, een legitieme oplossing?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2015
Trefwoorden prostitution, lifting of the ban on brothels, opting-in, labour rights, deliberative governance, legitimacy
Auteurs Elise Ketelaars
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2000 the Netherlands has lifted the ban on brothels. By legalizing sex work the Dutch government aimed to increase the opportunities to regulate this sector and to improve the social position of sex workers. This article examines to what extent the application of a particular fiscal regulation known as ‘opting-in’ to certain branches of the Dutch prostitution industry is legitimate from a socio legal perspective. It takes into account both the efficacy of the regulation with an eye on achieving the goals which were formulated in 2000 and the experiences of sex workers with this fiscal construction. Aubert’s theory regarding the influence of social factors on the observance of regulations is used to explain the discrepancy between the high degree of acceptance of the regulation amongst sex workers and the limited effectiveness with regard to the improvement of their labour rights.


Elise Ketelaars
Elise Ketelaars is een masterstudent Legal Research aan de Universiteit Utrecht. Haar onderzoek richt zich op mensenrechten en gender.
Artikel

De illegale economie en nationaal inkomen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2015
Trefwoorden illegal activities, national accounts, European Community, illegal drugs, prostitution
Auteurs B. Kazemier en M. Rensman
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2014, almost all countries of the European Community have revised their National Accounts. Besides the introduction of some important methodological and theoretical improvements, now income from illegal activities are included in the estimates of the national income. For the Netherlands the inclusion of illegal activities has increased gross national income by some 0.4%. This is less than the overall average for the European Community.


B. Kazemier
Dr. Brugt Kazemier werkt als onderzoeker bij het Centraal Bureau voor de Statistiek.

M. Rensman
Dr. Marieke Rensman werkt als onderzoeker bij het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Artikel

Europese bankenresolutie (SRM). Institutionele perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden bankenunie, afwikkeling, resolutie, SRM, SSM
Auteurs G. ter Kuile LLM Dr.
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Too Big to Fail’ banken waren een kostbaar probleem tijdens de crisis die in 2007 uitbrak. Een speciaal soort afwikkelingsrecht voor banken – ‘resolutierecht’ – bleek nodig om belastingbetalers voortaan te sparen. Met het oprichten van een gemeenschappelijk resolutiemechanisme stonden de EU-lidstaten voor een nieuwe uitdaging. Gemeenschappelijke regels, procedures en instellingen werden bij richtlijn en verordening geïntroduceerd, terwijl het resolutiefonds met een intergouvernementele overeenkomst werd bestendigd. Dit artikel bespreekt resolutie als concept, de verdragsgrondslag van de regelingen, de Single Resolution Board als agentschap en de Meroni-discussie, gedeelde bevoegdheden en significantiecriterium, interne en externe governance, het Resolutiefonds en ‘mutualisatie’, en rechtsbescherming. De hoop is uiteraard dat met een effectief Europees bankentoezicht het daadwerkelijk overgaan tot resolutie niet nodig is. Maar de voorbereiding op eventuele resoluties blijft vereist.
    Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (SRM-Verordening of SRMR).
    Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad (BRRD-richtlijn of BRRD).
    Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds, Brussel, 21 mei 2014, (8457/14), Trb. 2014, 146


G. ter Kuile LLM Dr.
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile, LLM, werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank N.V. en schrijft dit artikel op persoonlijke titel. Zijn opvattingen kunnen niet worden toegeschreven aan DNB of het Europees Stelsel van Centrale Banken.
Artikel

Bestuursrechtelijke handhaving en de beneficiair aanvaardende erfgenaam

ABRvS 30 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2871 en ABRvS 28 augustus 2013, ECLI:NL:RVS:2013:880

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden beneficiaire aanvaarding, artikel 4:198 BW, beheer, artikel 4:195 BW, schulden van de nalatenschap
Auteurs Mr. A.J. Luimes
SamenvattingAuteursinformatie

    Het onderhavige artikel gaat over geldschulden die voortvloeien uit een bestuurlijk handhavingsbesluit en beneficiaire aanvaarding. De aanleiding daarvoor wordt gevormd door een tweetal tamelijk recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze uitspraken worden uitgebreid besproken. Verder gaat het artikel in op de niet door de Afdeling beantwoorde vraag of een bestuursrechtelijke geldschuld kan worden verhaald op het privévermogen van de beneficiair aanvaardende erfgenaam.


Mr. A.J. Luimes
Mr. A.J. Luimes is afgestudeerd in het Nederlands en notarieel recht.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.