Zoekresultaat: 4 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2015 x Rubriek Article x
Artikel

De epidemiologie van kinderdoding in Nederland, 2009-2014

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 0304 2015
Trefwoorden Child homicide, Filicide, The Netherlands, Epidemiology, Copycat
Auteurs Marieke Liem en Stephanie Haarhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Child homicide is a phenomenon that not infrequently leads to shock and societal unrest. However, the precise nature and scope of child homicide in the Netherlands remains unknown. This article attempts to fill the gap in our current knowledge by reporting descriptive research on child homicide in the Netherlands in the period 2009-2014. Further, this article aims to assess if media attention regarding child homicide brings about a so-called copycat-effect. By means of descriptive statistics, case, victim and perpetrator characteristics of 74 cases of filicide are assessed.


Marieke Liem
Marieke Liem is universitair docent en senior onderzoeker voor het Violence Research Initiative, bij Centre for Terrorism and Counterterrorism, verbonden aan de Universiteit Leiden.

Stephanie Haarhuis
Stephanie Haarhuis is in 2015 afgestudeerd in de forensische criminologie aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Daling in geregistreerde jeugdcriminaliteit

Enkele mogelijke verklaringen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2015
Trefwoorden crime drop, juvenile suspects, trends, macro explanations, time series analysis
Auteurs Dr. André van der Laan en Dr. Gijs Weijters
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, from 2007 police census data show a sharp decrease in the number of suspects of crime among juveniles aged 12 to 25 years old. How to explain this decrease remains unclear. Constructionist theories suggest that changes in police census data are fully explained by changes in the law enforcement system. Normative theories argue that changes in police data can be explained by demographic, social or economic trends. In this paper, we systematically explored the (inter)national literature for macro factors that could explain changes in juvenile crime. Next, in an empirical case study of the city of Amsterdam, we explored which of these macro factors relate to changes over time in the number of juvenile suspects of crime and the types of crime they were suspected of. Due to multicollinearity of the macro factors multivariate analyses were not possible. Our results indicate that the decrease in police registered juvenile crime in Amsterdam should be explained by multiple factors. Some of these factors concern policy investments (such as focus on school drop-out and targeted law enforcement), other factors relate to socialdemographic developments which appeared coincidentally.


Dr. André van der Laan
Dr. A.M. van der Laan is senioronderzoeker bij de afdeling Criminaliteit Rechtshandhaving en Sancties (CRS) van het WODC. Zijn onderzoeksinteresse betreft ontwikkelingen in en achtergronden van jeugdcriminaliteit en veelplegers en effecten van justitiële sancties.

Dr. Gijs Weijters
Dr. G.M. Weijters is onderzoeker bij de afdeling Criminaliteit Rechtshandhaving en Sancties (CRS) van het WODC.
Artikel

Jeugddelinquentie in vergelijkend perspectief

Vertellen micro- en macroanalyses hetzelfde verhaal?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2015
Trefwoorden cross-national criminology, juvenile delinquency, theoretical integration, self-report survey, theory-testing
Auteurs Chris Marshall PhD en Prof. Ineke Haen Marshall
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents a micro- and a macro-level analysis of predictors of delinquency in order to contribute to the discussion about the micro-macro problem in criminology. We use Coleman’s boat (1990) to situate our research question. Individual theories dominate the field of delinquency, there are few theories at macro level. Cross-level theoretical integration primarily takes place between individual (micro) and community (meso) levels, and hardly ever on (national) macro level. Our question is to which extent macro-level theory fruitfully may use concepts drawn from micro-level theory. We test a micro and a macro model using indicators from the domains of family, school, friends/peers and economy, using data collected by the Second International Self-Report Study of Delinquency (ISRD2), a cross-national self-report survey of delinquency and victimization among students between 12 and 16 years in 30 countries (n=71.436). Dependent variable at micro level is versatility (last year), at the macro level (national) we use contacts with the police for youths under 18. Results confirm the importance of including macro context (country clusters) in the analysis of individual delinquency. We further conclude that factors related to family and friends correlate at both micro and macro level with measures of delinquency; the role of school and economic factors is less clear-cut. The article concludes with the recommendation to give the micro-macro problem in delinquency theory a more central and explicit position in research programs.


Chris Marshall PhD
C.E. Marshall, PhD is Associate Professor bij de School of Criminology and Criminal Justice van de University of Nebraska-Omaha (VS).

Prof. Ineke Haen Marshall
Prof. I. Haen Marshall is Professor bij de School of Criminology and Criminal Justice en de Department of Sociology & Anthropology van de Northeastern University in Boston (VS).
Artikel

Moord en doodslag gevolgd door een clandestiene begraving van het slachtoffer

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Clandestiene graven, Moord, Profileren, Typologie
Auteurs Romano Buijt MSc, Chris Pellemans MSc en Dr. Johan van Wilsem
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focuses on Dutch homicide cases involving victim burial in a clandestine grave. There is a lack of adequate criminological research about the nature of this kind of homicide. The results indicate that there are differences between the ‘regular’ homicide cases and clandestine burial cases. For example, clandestine burial cases included a higher proportion of sexual homicides. Second, different types of burial cases were analysed through cluster analysis, based on victim, offender and crime characteristics. Three distinct types of burial cases were defined which differ substantially with respect to the gender of the victim, where the burial took place and the relationship between victim and offender.


Romano Buijt MSc
Romano Buijt MSc is afgestudeerd als forensisch criminoloog aan de Universiteit Leiden. Ten tijde van dit onderzoek liep hij stage als wetenschappelijk onderzoeker bij de Eenheid Noord-Holland.

Chris Pellemans MSc
Chris Pellemans MSc is afgestudeerd als forensisch criminoloog aan de Universiteit Leiden. Ten tijde van dit onderzoek werkte hij als wetenschappelijk onderzoeker voor de Eenheid Noord-Holland en het Nederlands Forensisch Instituut.

Dr. Johan van Wilsem
Dr. Johan van Wilsem is universitair hoofddocent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.