Zoekresultaat: 6 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2018 x Rubriek Article x
Artikel

Het grondrecht op collectief onderhandelen van zelfstandigen versus het Europese mededingingsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Mededingingsrecht, Zelfstandige, Cao-exceptie, Vrijheid van vakvereniging, Recht op collectief onderhandelen
Auteurs Mr. R.F. Hoekstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat centraal dat de beperking van de door het Hof van Justitie geformuleerde ‘cao-exceptie’ op het Europese mededingingsrecht tot ‘werknemers’ en ‘schijnzelfstandigen’ zich moeilijk tot een grondrechtenbenadering lijkt te verhouden. Zelfstandigen met een zwakke arbeidsmarktpositie hebben namelijk evenzeer behoefte aan collectieve middelen om hun arbeidsvoorwaarden te verbeteren en vallen ook onder grondrechtenverdragen. Door een uitgebreide beschouwing van de relevante rechtsinstrumenten van de VN, de IAO en de Raad van Europa en de uitleg die de toezichtorganen hieraan geven blijkt dat het grondrecht op vrijheid van (vak)vereniging, collectief onderhandelen en collectieve actie evenzeer aan deze groep lijkt toe te komen, en een te rigoureuze inperking vanwege het mededingingsrecht niet gerechtvaardigd wordt geacht. De conclusie bevat enkele gedachten over hoe het Europese mededingingsrecht met een grondrechtenbenadering overeenstemming te brengen. Daarbij passeren zowel de recente ontwikkelingen rondom het zelfstandigenvraagstuk in Nederland als initiatieven op Europees niveau de revue.


Mr. R.F. Hoekstra
Mr. R.F. (Robert) Hoekstra is werkzaam als onderzoeker bij de Wiardi Beckman Stichting Den Haag. Daarnaast is hij als promovendus verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn promotieonderzoek ziet op het snijvlak van cao’s en grondrechten.
Article

Access_open The Conduit between Technological Change and Regulation

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2018
Trefwoorden technology, socio-technological change, money, windmill, data
Auteurs Marta Katarzyna Kołacz en Alberto Quintavalla
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses how the law has approached disparate socio-technological innovations over the centuries. Precisely, the primary concern of this paper is to investigate the timing of regulatory intervention. To do so, the article makes a selection of particular innovations connected with money, windmills and data storage devices, and analyses them from a historical perspective. The individual insights from the selected innovations should yield a more systematic view on regulation and technological innovations. The result is that technological changes may be less momentous, from a regulatory standpoint, than social changes.


Marta Katarzyna Kołacz
Marta Katarzyna Kołacz, Ph.D. Candidate in the Department of Private Law, Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam, The Netherlands.

Alberto Quintavalla
Alberto Quintavalla, LL.M., Ph.D. Candidate in the Rotterdam Institute of Law and Economics, Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam, The Netherlands.
Article

Access_open Right to Access Information as a Collective-Based Approach to the GDPR’s Right to Explanation in European Law

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2018
Trefwoorden automated decision-making, right to access information, right to explanation, prohibition on discrimination, public information
Auteurs Joanna Mazur
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents a perspective which focuses on the right to access information as a mean to ensure a non-discriminatory character of algorithms by providing an alternative to the right to explanation implemented in the General Data Protection Regulation (GDPR). I adopt the evidence-based assumption that automated decision-making technologies have an inherent discriminatory potential. The example of a regulatory means which to a certain extent addresses this problem is the approach based on privacy protection in regard to the right to explanation. The Articles 13-15 and 22 of the GDPR provide individual users with certain rights referring to the automated decision-making technologies. However, the right to explanation not only may have a very limited impact, but it also focuses on individuals thus overlooking potentially discriminated groups. Because of this, the article offers an alternative approach on the basis of the right to access information. It explores the possibility of using this right as a tool to receive information on the algorithms determining automated decision-making solutions. Tracking an evolution of the interpretation of Article 10 of the Convention for the Protection of Human Right and Fundamental Freedoms in the relevant case law aims to illustrate how the right to access information may become a collective-based approach towards the right to explanation. I consider both, the potential of this approach, such as its more collective character e.g. due to the unique role played by the media and NGOs in enforcing the right to access information, as well as its limitations.


Joanna Mazur
Joanna Mazur, M.A., PhD student, Faculty of Law and Administration, Uniwersytet Warszawski.

    This article introduces the concepts of play and playfulness within the context of legal-philosophical education. I argue that integrating play and playfulness in legal education engages students and prepares them for dealing with the perpetual uncertainty of late modernity that they will face as future legal professionals. This article therefore aims to outline the first contours of a useful concept of play and playfulness in legal education. Drawing on the work of leading play-theorists Huizinga, Caillois, Lieberman and Csikszentmihalyi, play within legal education can be described as a (1) partly voluntary activity that (2) enables achievement of learning goals, (3) is consciously separate from everyday life by rules and/or make believe, (4) has its own boundaries in time and space, (5) entails possibility, tension and uncertainty and (6) promotes the formation of social grouping. Playfulness is a lighthearted state of mind associated with curiosity, creativity, spontaneity and humor. Being playful also entails being able to cope with uncertainty. The integration of these concepts of play and playfulness in courses on jurisprudence will be illustrated by the detailed description of three play and playful activities integrated in the course ‘Introduction to Legal Philosophy’ at the Vrije Universiteit Amsterdam.


Hedwig van Rossum
Mr. H.E van Rossum, LL.M., is a lecturer-researcher in the Department of Legal Theory at the Vrije Universiteit Amsterdam and has been teaching the freshman course ‘Introduction to Legal Philosophy’ since 2011.
Artikel

De Europese kreukelzone van de wetgever

Goede wetgeving vanuit het EU- en EVRM-perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2018
Trefwoorden EU, EVRM, wetgever, toetsing, Verenigbaarheid
Auteurs Mr. dr. A. Cuyvers en Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is een ‘goede wet’ voor de Nederlandse rechter vanuit het EU-recht en het EVRM bezien? Een ‘goede wet’ – daaronder mede begrepen de toelichting bij de wet – stelt de rechter afdoende in staat om (1) de verenigbaarheid van een wet met het EU-recht of het EVRM te beoordelen en (2) potentiële conflicten met het EU-recht of het EVRM constructief op te lossen zonder te hoeven grijpen naar ‘zware’ opties. Maar hoe, en tot op welke hoogte, kan of moet de wetgever rekening houden met de Europese taak en habitat van de Nederlandse rechter, zowel qua inhoud als qua motivering van wetgeving? En welke wetgevende kreukelzone mag de rechter onder Europees recht en het EVRM aan de wetgever laten alvorens in te grijpen? Ter beantwoording van deze vragen gaat deze bijdrage in op de verschillende vereisten die het EU-recht en het EVRM stellen aan goede wetgeving, waarbij mede wordt ingegaan op de structuur van de stapsgewijze toetsing door de Europese Hoven van nationale wetgeving.


Mr. dr. A. Cuyvers
Mr. dr. A. (Armin) Cuyvers is universitair hoofddocent Europees recht aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.

Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr.dr. P.B.C.D.F. (Paul) van Sasse van Ysselt is plaatsvervangend hoofd afdeling Constitutionele Zaken bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Amsterdam en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Een schip op het strand is een baken in zee

Over de criminogene rol van bedrijven en overheden bij shipbreaking

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2018
Trefwoorden shipbreaking, state-corporate crime, environmental crime, case study, waste
Auteurs Jasmien Claeys MSc en Dr. Lieselot Bisschop
SamenvattingAuteursinformatie

    Shipbreaking is the dismantling of discarded vessels to reuse parts and recycle secondary raw materials. The majority of discarded vessels ends up on Southeast Asian beaches, dismantled without regard for the environment or human health. Our case study analyses the environmental crime of shipbreaking by using the theoretical framework of state-corporate crime as a frame of analysis. We focus on Germany and Greece as countries of origin and Bangladesh as a country of destination. Our findings show that shipbreaking is the result of a complex criminogenic interplay of economic and political actors on national as well as international level.


Jasmien Claeys MSc
J.C.D. Claeys (MSc) is onderzoeker bij het Institute for International Research on Criminal Policy van de Universiteit Gent.

Dr. Lieselot Bisschop
Dr. L.C.J. Bisschop is universitair docent aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.